U bent hier

Reinhilde Van Grieken

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen Rienhilde Van Grieken

 

Reinhilde Van Grieken (°1958) is geboren en getogen in Herentals en heeft een heel beschermde jeugd gekend. Ze woonde in dezelfde buurt als nu, in een kinderrijke omgeving met veel jonge gezinnen. Tot haar twaalfde mocht ze met de kinderen uit de buurt naar hartenlust spelen en ravotten, daarna niet meer. Ze werd binnen gehouden. De jongens werden mannen en dat was gevaarlijk. Doordat ze gedwongen werd om thuis te zijn, ontwikkelde ze een grote creativiteit, maar miste ze een groot deel van een bewust explorerende jeugd. Dat heeft haar werk zeker beïnvloed. Reinhilde Van Grieken: “Ik begreep dat niet. Toen ik zestien-zeventien jaar was wou ik ook uitgaan, maar ik mocht niet. Een ijsje gaan eten met een buurmeisje was zowat het enige dat kon. Ik heb toen geleerd mezelf bezig te houden met dingen die ik leuk vond.”

 

Ze liep school in Herentals en leerde in het laatste jaar van het secundair een jonge leerkracht kennen en dat is later haar man geworden. Ze heeft eerst nog een jaar plastische opvoeding gestudeerd aan Sint-Maria in Antwerpen. Daar mocht ze op kot, er was immers toezicht van de nonnen. Ze heeft het maar een jaar volgehouden en is toen getrouwd met de leraar die ze liefhad. Het was duidelijk: ze wou het ouderlijk huis uit en een eigen leven leiden.

 

Haar creativiteit had zich, zoals gezegd, al sterk ontwikkeld tijdens haar jeugd en de zin voor het scheppen en creëren viel niet stil na haar huwelijk. Ze kon zowat met alles aan de slag. “Ik kon met niets iets maken, ik leerde verhoudingen zien. Gevoel voor kleuren en materialen, het gebeurde allemaal al doende. Ik werd daarin ook gestimuleerd. Ik heb in mijn kinderjaren academie mogen volgen. Ik heb er les gekregen van de schilder Herman Jacobs en die heeft me heel sterk geïnspireerd en geholpen. Toen ik later getrouwd was en mijn kinderen al drie-vier jaar waren, ben ik terug naar de academie gegaan en heb ik les gekregen van diezelfde leraar. Ik volgde tekenen bij hem. Hij heeft me heel veel geleerd, ook op praktisch gebied, hij liet je de knepen van het vak zien. Daarna heb ik de volledige opleiding beeldhouwen gevolgd bij Walter Arras. Ik deed dat eigenlijk erg graag omdat dat ruimtelijk was, driedimensionaal.”

 

Leren pottendraaien

Op vraag van een medestudente, die wou leren pottendraaien, volgde Reinhilde Van Grieken een workshop in de abdij van Tongerlo. Ze zaten er midden de dames van middelbare leeftijd die een zinvolle tijdsbesteding zochten. “Ik ben dat blijven doen, ik vond het zo leuk dat je in weinig tijd zo’n resultaat kon neerzetten, dat je je vorderingen echt kon zien.” Haar medestudente is gestopt, zij is het draaiwerk verder blijven doen en heeft het geïntegreerd in haar beeldend werk. We spreken van twintig jaar geleden. Na haar opleiding beeldhouwen volgde ze keramiek aan de Herentalse academie. Ze heeft die opleiding evenwel niet afgemaakt. “Ik kon wel eenmalige mallen maken, dat hadden we geleerd in de beeldhouwklas. Bij keramiek werd geleerd om eenvoudige mallen te maken in gips voor gietklei. Dat is toch wel een ander concept, je moet sterk rekening houden met je vorm. Je moet een demonteerbare vorm maken die toelaat dat je het afgegoten object onbeschadigd er uit kan halen. In die drie jaar keramiek hadden we enkel de basis meegekregen, dat wil zeggen een conische vorm in twee stukken. Ik heb dus mezelf aangeleerd om ingewikkelder mallen te maken, gewoon door logisch na te denken.” Na haar derde jaar keramiek heeft ze samen met haar vader het atelier in de tuin gebouwd met de bedoeling zich als zelfstandige te vestigen. Toen het atelier klaar was, is haar vader kort daarna bezweken aan een hartaanval. Ze heeft daar enige schuldgevoelens over, alhoewel er niet echt een oorzakelijk verband is.

 

Prikkelnest

Mede door haar opvoeding en de huiselijke situatie is Reinhilde Van Grieken altijd afhankelijk geweest van haar echtgenoot, zoals dat vroeger hoorde in een traditioneel gezin waar vader ging werken en moeder voor het huishouden en de kinderen zorgde. Hoe beklemmend het soms ook was, toch is ze blij geweest met de aandacht van haar moeder en ze wou dit ook haar kinderen niet onthouden. Ze wou evenwel blijven creëren en daarvoor had ze materiaal en werktuigen nodig, een oven en wat al niet meer. Omdat ze niet wou dat haar man die kosten zou dragen, heeft ze een tijd ‘blikvangers’ gemaakt voor etalages. Door mond-tot-mond-reclame had ze een vast cliënteel. Ondertussen werkte ze gedreven verder en werd geselecteerd voor Kunst In Huis (KIH) waar ze haar toenmalige ‘zwarte dozen’ kon tonen. In een volledig zwarte koffer hangt het werk aan een as die kan ronddraaien, ‘kunst aan het spit’ als het ware, wat de participatie van de toeschouwer in elk geval stimuleerde. Reinhilde Van Grieken: “Ik had die werken bedacht om in de selectie te geraken. Want het kon ook een bron van inkomsten zijn. Je werd toen immers vast vergoed, ook als het werk niet werd verhuurd. Voor mij was dat een springplank.” Via KIH werd haar werk ook op andere plekken zichtbaar dan in haar onmiddellijke omgeving. Dat viel dus eigenlijk best mee. Het is voor haar niet zozeer belangrijk dat ze er geld mee verdient, wel dat ze daarmee nieuw werk kan creëren en dat kan laten zien. Reinhilde Van Grieken: “Ik heb daarna dossiers ingediend bij internationale wedstrijden, want na KIH kwam een nieuw probleem: waar kan je je werk laten zien in goede omstandigheden en in een interessante context? Ik wou niet meedoen met gelijk welke tentoonstelling.” Op een bepaald moment kreeg ze respons vanuit de Biennale Internationale de la Céramique Contemporaine in Vallauris, het Franse Mekka van de keramiek. Ze had zich laten opnemen in een gids met keramische ateliers en kunstenaars. Dat had de aandacht gewekt van de nieuwe directeur van de biënnale en die vroeg om een portfolio. Wat later kreeg ze bericht dat de jury haar werk had geselecteerd. Het ging om Prikkelnest, een werk gegoten in porselein waarvoor ze eerst de compositie in steengoedklei had gemaakt, op de draaischijf op een iets groter formaat, rekening houdend met het krimpproces. De compositie werd gebakken en daarvan is dan een mal gemaakt waarin het uiteindelijke werk is gegoten. Daarna werd het helemaal met gaatjes doorboord. Het resultaat mag gezien worden. Het is een boeiende sculptuur waar dynamiek van uitgaat. Ze was dan ook apetrots toen er van haar werk op de luchthaven van Nice een reuzengrote foto hing om de biënnale aan te kondigen.

 

“Ik kon met niets iets maken, ik leerde verhoudingen zien. Gevoel voor kleuren en materialen, het gebeurde allemaal al doende.


Nadien volgen er vele uitnodigingen en deelnames aan diverse tentoonstellingen en symposia, zowel in binnen- als buitenland. Telkens weer vertrekt Reinhilde Van Grieken van een idee en zoekt ze de beste manier om dat vorm te geven. “Ik denk zoals een beeldhouwer, niet zoals een keramist,” zegt ze met overtuiging. Ze was een paar keer te gast in de Anciens Abattoirs in Bergen, waar ze onder meer deelnam aan de Europese Triënnale voor Keramiek en Glas. De aandacht voor keramisch werk vanwege beleidsinstanties is tot op heden groter in Wallonië dan in Vlaanderen. Reinhilde Van Grieken krijgt vragen om deel te nemen aan een thematische tentoonstelling, vragen die ze liever niet zou gesteld zien. Toch is er soms sociale druk en heeft ze tijd om er positief op te antwoorden. “Eigenlijk heb ik me nog nooit beklaagd om de uitnodiging te aanvaarden. Het verplicht me om na te denken en te zoeken in richtingen die ik anders nooit zou bewandeld hebben. Zo ontdekte ik nieuwe dingen en inzichten.”

 

Soms pijnlijk, soms vrolijk

In 2016 kreeg Reinhilde Van Grieken de kans om deel te nemen aan een lokale tentoonstelling in de kerk van Heidonk (Willebroek). Het was Raf Coenjaerts, voormalig directeur van KIH, die de tentoonstelling organiseerde met een zestal gerenommeerde keramisten. De tentoonstelling is van bijzonder belang voor Reinhilde Van Grieken. Ze toonde er werk dat ze heeft gemaakt naar aanleiding van tal van artikels die verschenen over het kindermisbruik in de Kerk. Het was een werk rond die thematiek van de Nederlandse tekenaar Johan Kleinjan (°1974) dat haar bijzonder had geraakt. Ondanks haar beschermde jeugd is ook zij ooit misbruikt. Pas na de dood van haar ouders heeft ze dit drukkend geheim onthuld, ook aan haar man. Zij heeft er een reeks keramieksculpturen aan gewijd. Er zijn kelkvormen in te herkennen, vaatwerk dat in de liturgie wordt gebruikt, er is gul met goudluster gewerkt. Het zijn duidelijke referenties. Op de vormen zijn ook afbeeldingen en teksten aangebracht, ze verwijzen naar religieuze schilderijen, grondplannen van kerkgebouwen, Latijnse teksten. De teksten zijn geen Bijbelteksten of gebeden maar vertalingen van krantenartikels die allemaal in een zelfde klein lettertype zijn gezet, een beetje zoals we vroeger teksten in een missaal te lezen kregen. Het is een middel om het trauma te verwerken. De toeschouwer zal op het eerste gezicht wellicht niet direct de link leggen, verleid als hij is door de gouden flikkering en geboeid door de ingewikkelde vormentaal. Het zijn en blijven vooral intrigerende kunstobjecten.

 

Gelukkig is niet alle werk van Van Grieken zo zwaar beladen en komt ze ook naar buiten met vrolijk ogende taartvormen, of vergis ik me? Die vrolijke kleuren blijken dan toch slechts schijn te zijn, zoals de blauwe wolkenhemel als bovenkant van een taartvorm waaruit een sokkeltje oprijst met een kinderlijfje waarop dan weer een been blijkt te drukken. Schijn bedriegt.


Toch is er ook werk dat een glimlach kan ontlokken, zoals Ma Cocotte. Opnieuw ligt een ‘drama’ uit de kindertijd aan de basis: de twee lievelingskippen van Reinhilde Van Grieken die ze als huisdieren koesterde, eindigden op een goeie dag in de kookpot. Zo gaat dat nu eenmaal. Voor deze kunstenares is dat nu precies aanleiding tot het scheppen van een kunstwerk. Weinig kippen kunnen daarop bogen.

 


Website

www.reinhildevangrieken.be