U bent hier

Keramiek van Kris Campo - Spanning op het scherp van de snee

Histriones Zwart, 2009, techniek: draaien, assembleren, Bone China engobes, materiaal: witbakkende klei, porselein, gekleurde Bone China, transfers, h 10 cm, d 29 cm.

 

Kris Campo was nog jong toen ze kennismaakte met het pottendraaien. Aan de academie leerde ze de techniek en ging dan haar eigen ding doen. Haar werk kent al snel succes en de tentoonstellingen volgen elkaar op.

 

 

VRAGEN EN VERDER GAAN

 

Vijftien was Kris Campo (°1961, Wemmel) toen ze voor het eerst ging potten draaien op een stage bij Athena Brabant. Dat was een kennismaking. De echte liefde voor het vak kwam een jaar later bij een pottenbakkersstage in Frankrijk bij Jeanne Boutet de Monvel en Norbert Pierlot in het Château de Ratilly (Treigny Yonne) waar het echtpaar met hun kinderen leefden en werkten. Kris Campo vertelt het nog nagenietend. Norbert Pierlot was eigenlijk acteur maar huwde met de keramiste Jeanne Boutet de Monvel en wijdde zich mettertijd eveneens volledig aan de keramiek. Ze zullen 35 jaar lang jonge keramisten opleiden tijdens talloze stages. "Ik wou na de humaniora eigenlijk archeologie studeren, dat mocht niet. Het werd dan maar politieke en sociale weten-schappen. Dat heeft niet echt lang geduurd, de academie was maar een straat verder." Haar ouders weigerden de artistieke weg die hun dochter ambieerde en stuurden haar naar Maredsous. Daar zou ze gewoon moeten meedraaien in het atelier, kennis maken met het harde bestaan, het echte leven. Toch was het een wereld die voor haar openging, ze maakte er kennis met het meesterschap van Antonio Lampecco en geraakte begeesterd. Ze moest er draaien aan de lopende band en kreeg zo het métier in de vingers. "Ik raakte daar enorm door bezeten. Al draaiend deden we spelletjes, de sfeer was er erg goed."

 

Na die ervaring in Maredsous ging ze naar de Koninklijke Academie te Antwerpen waar ze les kreeg van Achiel Pauwels en Hugo Rabaey, twee eminente figuren in de wereld van de keramiek. Het klikte niet zo goed. "Ik was een 'frank blad', ik stelde voortdurend vragen en ik vroeg altijd verder. Dat werd niet echt geapprecieerd. Ik probeerde ook van alles, steeds nieuwe ideeën, het stelde niet veel voor, maar het was erg stimulerend om na te denken over waar je mee bezig was. Soms spreken vroegere medestudenten me daar nu nog op aan." Ze zakte twee keer bij de eind­proeven. "Ik kreeg geen feedback, men wachtte tot op het einde om me te laten zakken. Dan heb ik eigenlijk maar één reactie: ik ga door, ik wil verder doen!" Ze verandert van school en gaat naar Sint-Lukas te Gent waar ze les krijgt van Marnix Hoys en Rik Vandewege. Het werd een harde tijd. Ze wordt geconfronteerd met tal van vragen die ze zichzelf stelt: Wat doe ik hier? Waar wil ik naartoe? Ze beslist: "Hier leer ik de technieken en dan ga ik verder." In Gent tracht ze om de potvorm uit te puren tot zijn soberste verschijningsvorm. Ze studeert uiteindelijk af in 1986.

 

 

FRANKRIJK EN CHINA

 

Zeer ingrijpend voor haar is een stage bij Camille Virot (°1947). Deze belangrijke Franse keramist startte in 1972 met zijn eigen studio en specialiseerde zich vooral in raku. "Ik ging er een stage volgen in raku en ovenbouw en ik verbaasde me over de transparante glazuren die hij ge­bruikte. Eén van die glazuren die ik toen heb ontdekt, gebruik ik nu nog steeds als mijn basisglazuur. Mijn betrachting was van zo zuiver mogelijk te werken. Ik ben gaan zoeken naar gesloten vormen en ben echt mijn eigen ding gaan doen."

 

Eind van de jaren 1980 wordt ze uitgenodigd voor een tentoonstelling in de Boerentoren te Antwerpen. De expositie is ingericht door het toenmalige VIZO (nu Design Vlaanderen) en ze verkeert er in het gezelschap van de vaste waarden uit de Vlaamse keramiekwereld. Haar werk kent succes en belangstelling. De tentoonstellingen volgen elkaar op. Even zet ze de activiteiten stop omwille van ziekte van één van de kinderen en begin 2000 komt ze opnieuw met werk naar buiten. "Ik werk traag," zegt ze ietwat verontschuldigend, "ik wil tijd hebben om te zoeken." "Ik ben veel met mijn werk bezig. Ik ga naar heel veel dingen die niets met keramiek te maken hebben, maar die wel in mijn werk hun weerslag vinden. Dans en theater bijvoorbeeld. Ik ben ook 17 jaar gids geweest in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Ik heb er vooral met kinderen gewerkt en ik heb er echt heel veel geleerd."

 

In 2004 reisde ze samen met een aantal collega's naar China naar aanleiding van duizend jaar porselein. Het verblijf in Jingdezhen was erg verrijkend. Ze wou decor binnen brengen in haar werk. Het vinden van een enorme hoeveelheid decalcomanies in China was erg belangrijk. Dat heeft tot een ware opstoot van creativiteit geleid.

 

 

BEKENDER BUITEN DE GRENZEN

 

In haar atelier staan een aantal uit balans gebrachte 'diabolo's', het zijn eigenlijk geassembleerde schaalvormen. Haar directe inspiratie hiervoor vond ze bij Oskar Schlemmer met zijn Triadisch ballet. Het ballet ging op 30 september 1922 in première in het Landestheater van Würtemberg en is legendarisch in de kunstgeschiedenis omwille van het experimenteel en vernieuwend karakter.

 

Toen ze in 2008 terug uitgenodigd werd als artist in residence in Jingdezhen is ze verder gaan experimenteren. "Porselein kan niet geassembleerd worden," legt ze uit, "dus ik heb heel goed moeten nadenken hoe ik een en ander zou oplossen. De werken die ik nu maak zijn deels porselein en deels klei in een verhouding van één tot drie. Ik ben toen begonnen met het combineren van schaalvor­men met platte vlakken als om ruimte, plaats te creëren waar mijn 'dansers' op zouden kunnen evolueren."

 

Haar woorden worden onderstreept door een reeks foto's in het atelier, het zijn foto's van zeer verschillende theaters. Ze zijn het uitgangspunt voor een nieuwe reeks werken. Ze doet erg graag mee aan wedstrijden en dan vooral in het buitenland. "Het is plezant om te zien waar je staat." De jongste twee jaar is het veel drukker geworden omdat ik stilaan erkenning krijg in België. En daar ik traag werk is het soms moeilijk om alles te bolwerken. Ik dacht het wat rustiger aan te doen maar het tegendeel is waar. Die respons van tegenwoordig geeft mij zoveel pulsen, dat ik eerder moeite heb met het kanaliseren van alle ideeën die door mijn hoofd malen."

 

Haar palmares is inderdaad indrukwekkend. Ik heb zo de idee dat ze al bekender is buiten de grenzen dan bij ons. Ook ik leerde haar werk kennen via een wedstrijd voor kleinsculptuur, de prijs voor beeldende kunst van Harelbeke die in 2010 aan die discipline werd voorbehouden. Ze kreeg een eervolle vermelding. Ze overstijgt met haar werk al meteen de functionele keramiek en bezondigt zich ook niet aan de soms op goedkope op effecten berekende sculpturale keramiek die lange tijd opgang heeft gemaakt. Haar werk getuigt eigenlijk van een bijzonder creatieve ingesteldheid, van een verfijnd esthetisch aanvoelen en een ludieke benadering van traditionele elementen. Haar sculpturen of objecten bieden ook aan de toeschouwer of de bezitter speelse mogelijkheden qua plaatsing en interpretatie.

 

Haar website is tekenend. De openingstekst zegt: "...de grenzen van de vorm aftasten; evenwicht, kleur en textuur zijn essentieel. Spanning creëren op het scherp van de snee..." Als we haar recent werk bekijken dan valt het op hoe vertrouwd we enerzijds zijn met de vormen en de motieven die ze gebruikt. De motieven zijn afkomstig van decalcomanies die ook voor traditionele serviezen en vaatwerk worden gebruikt, we kunnen ze herkennen, ze bevinden zich misschien ook op fijnzinnig porselein bij ons thuis. De basisvormen zijn eveneens bekend, we vinden ze terug in tal van culturen en in onze kasten en vitrines. Het is wat zij er mee aanvangt dat zo uitzonderlijk is. Bestaande elementen worden op ingenieuze wijze gecombineerd en in elkaar verwerkt. Ze worden uitgebouwd tot wat me voorkomt als torenachtige stellages, ronde ziggurats, ingewikkelde roetsjbanen. Ze verhullen en ze geven bloot, ze kunnen op verschillende manieren worden neergezet of neergelegd, ze getuigen van een dynamische kijk op de werkelijkheid en ze nodigen uit tot dynamiek. Ze zetten de kijker aan om zelf creatief met het object om te gaan. Inderdaad: spanning creëren op het scherp van de snee.

 

Daan Rau

 


INFO

Tentoonstellingen met werk van Kris Compo

Kasteel Cortewalle. Beveren-Waas, van 10 tot 26 september 2010

'Komsculptuur', Galerie Cypres, Vaartstraat 131, Leuven, van 17 september tot 17 oktober 2010 

Triennale européenne de la Céramique et du Verre de Mons, van 30 oktober 2010 tot eind januari 2011

Galerie Frank Steyaert, Gent, november-december 2010

www.campokris.be  


ILLUSTRATIES

Kris Campo, Foto Saskia Vanderstichele

Schaal, 1998
techniek: draaien, engobekleuring, raku, h 14 cm, d 22 cm

Histriones Zwart, 2009
techniek: draaien, assembleren, Bone China engobes
materiaal: wit-bakkende klei, porselein, gekleurde Bone China, transfers, h 10 cm, d 29 cm

Histriones Blauw, 2009
techniek: draaien, assembleren, Bone China engobes
materiaal: witbakkende klei, porselein, gekleurde Bone China, transfers, h 12,5 cm, d 16 cm

Trias Beige, 2008
techniek: mix porselein/klei, draaien, assembleren, Bone China engobes, h 12,5 cm, d 18 cm

Histriones Blauw, 2009
techniek: draaien, assembleren, Bone China engobes
materiaal: witbakkende klei, porselein, gekleurde Bone China, transfers, h 12,5 cm, d 16 cm

Histriones Rood, 2009
techniek: draaien, assembleren, Bone China engobes
materiaal: witbakkende klei, porselein, gekleurde Bone China, transfers, h 13,5 cm, d 23 cm

(Foto's Philippe Van Nieuwenhove)