U bent hier

De nieuwe opstelling in het Museum Dr. Guislain

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen - Museum Dr. Guislain

 

Wie het domein van het Museum Dr. Guislain opwandelt, voelt hoe hij uit het rumoer van de stad stapt. Niet alleen de drukte maar ook je eigen muizenissen blijven achter de ingangspoort hangen. Dat heeft alles te maken met de architectuur van de site.

 

Het museum is ondergebracht in het oudste krankzinnigengesticht van België. In 1824 tekende Joseph Guislain (1797-1860) het plan voor een gesticht, in 1828 benoemde de stad Gent hem tot hoofdarts en zo werd hij de eerste officieel erkende psychiater in de Zuidelijke Nederlanden. Voor de bouw stelde Guislain verschillende voorwaarden: het gebouw moest buiten de stad staan in een rustige omgeving en het laat zich lezen vanuit een therapeutische bezorgdheid. ‘Groen brengt rust en maakt gezond’ en ‘té hoog voelt aan als ingesloten’. Dat werkt vandaag nog altijd.

 

In 1986 nam René Stockman het initiatief om het Museum Dr. Guislain op te richten. Het toonde op de zolderverdieping in chronologische volgorde de geschiedenis van de psychiatrie, maar pakte later ook uit met schitterende tentoonstellingen van outsiderkunst en thema’s die nauw aansloten bij het museum, zoals in 2001 Ontbrekende beelden met foto’s van onder anderen Anton Corbijn. Het Museum Dr. Guislain wil een aansporing zijn om het debat over ‘normaliteit’ levendig te houden. De voorbeeldige werking leidde tot de ontvangst van de eerste Museumprijs in 2006. Maar ook tot verschillende legaten, waaronder de belangrijke verzameling van de Nederlandse Stichting Collectie De Stadshof in 2002. Deze topcollectie outsiderskunst die meer dan zevenduizend stukken telt, kreeg sindsdien een vaste plaats in twee nieuwe zalen van de permanente opstelling  van het museum.

 

Van de zolder naar de slaapzalen

Maar volgens Bart Marius, huidig artistiek leider, diende er een betere aansluiting te komen tussen de permanente tentoonstelling die op de zolder stond en de tijdelijke expo’s. Ook de missie verbreedt. De onmiddellijke omgeving telt nu meer mee en de discussie rond normaliteit wordt opengetrokken. Vroeger steunde het museum op drie pijlers: de geschiedenis van de psychiatrie, de fotocollectie en de kunstcollectie. In de nieuwe presentatie Op losse schroeven versmelten die disciplines en hangen zowel foto’s, als objecten en outsiderkunst door elkaar. Resoluut besloot men om de vroegere slaapzalen op de eerste verdieping te gebruiken als nieuwe exporuimten in plaats van de zolder. Er is veel licht en je hebt er onmiddellijk een architecturale ervaring. Op losse schroeven vertrekt van vijf thema’s: architectuur, classificatie, lichaam en geest, macht en onmacht en verbeelding. Ook de catalogus volgt die indeling. De grote verzamelingen outsiderkunst blijven nog apart tentoongesteld, maar vele stukken duiken regelmatig op in de nieuwe opstelling.

 

De nieuwe presentatie breekt ook resoluut met een chronologisch verhaal en opent met het thema ‘lichaam en geest’. Met enkele bescheiden ingrepen, zoals het creëren van een ruimte in de ruimte met hier en daar perspectivistische doorkijken, warme en koude belichting, heb je een scenografie die het verhaal ondersteunt. Het openingsbeeld is een architectuurfoto van Karin Borghouts. Het past in de traditie van fotografische opdrachten waar het museum bekend voor is, met Teun Voeten, Michiel Hendrickx, Stephan Vanfleteren… Een aantal stukken komt uit de antiquarische bibliotheek van professor Jacques Schotte, een minder bekend psychiater, maar met wel een gigantische verzameling. Wie zoekt naar de vroegere levensechte spectaculaire scènes met mannequinpoppen die patiënten in bedwang houden of allerlei behandelingen lieten ondergaan, zal ze niet meer vinden. Op losse schroeven wou hiermee breken. De vraag van een school onlangs waar de ‘foltertuigen’ naar toe zijn, bevestigt die goede keuze. Het waren geen marteltuigen, het was bedoeld als therapie met goede bedoelingen, maar zo kwam het blijkbaar niet altijd over.

 

Onderzoek naar de hersenen was schering en inslag doorheen de eeuwen: van een keisnijding over een getrepaneerde schedel tot de analyse van fijne hersencoupes verkregen op de zelfgemaakte hersensnijmachine van professor André Dewulf. Een fraaie frenologische schedel illustreert het geloof in sterk ontwikkelde karaktertrekken en de relatie met uitstulpingen op de schedel. Van het vroegere tentoongestelde materiaal bleef er slechts vijf procent over, de schedel is een nieuwe aanwinst. Eén van de zeldzame stukken die het museum zelf kocht.

 

De verbeelding

Eén van de pijlers van het Museum Dr. Guislain is de grote fotografieverzameling. Fotografie en psychiatrie, zeker in het bestuderen van de patiënten, gaan dikwijls hand in hand. Maar ook de patiënten verbeelden zichzelf of de wereld rondom hen. Eén van de eerste kunstenaars die dit letterlijk in beeld brengt is William Hogarth (1697-1764) met Chaos of the Brain uit zijn reeks A Rake’s Progress uit 1735. Hier zien we een patiënt die tekent op de muur. Later inspireerden ook andere kunstenaars zich op het gedrag en de lichaamstaal van patiënten, zoals het was vastgelegd door de fotografie of te bewonderen tijdens colleges, zoals die van Jean-Martin Charcot (1825-1893). De Franse actrice Sarah Bernhardt (1844-1923) zat op de eerste rij tijdens de lessen hysterie. Ook film werd ingezet om patiënten te observeren. De filmpjes van de Belgische neuroloog Arthur van Gehuchten (1861-1914) inspireerden choreograaf Alain Platel voor bepaalde dansbewegingen.

 

De vroegere expo’s die het museum organiseerde vinden een echo in de nieuwe opstelling, zoals het werk van de Zuid-Afrikaanse fotograaf Roger Ballen. Als het over verbeelding gaat kunnen we niet rond de figuur van Hans Prinzhorn (1886-1933). Na een schrijven aan ziekenhuisdirecteurs uit allerlei landen ontving hij bijna 5.000 werken van zo’n 400 patiënten. Zijn boek Bildnerei des Geisteskranken (1922) bood voor de allereerste keer kunst van psychiatrische patiënten een podium. In 2003 hield het museum Dr. Guislain hierover nog een tentoonstelling.

 

Classificaties als tweede deel van de expo

Benoemen is begrijpen is de titel van de bijdrage van Sarah van Bouchaute bij het onderdeel classificatie. Van de vier types bij de Grieken en de Romeinen – sanguinisch, flegmatisch, opvliegend en neerslachtig – gaat het naar de recentste versie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5), een internationaal erkende diagnostische gids met ellenlange beschrijvingen van ziekten en symptomen. Ook Joseph Guislain werkte een classificatie uit, die zich vertaalde in de architectuur van zijn instelling en in de diverse behandelingsmethoden. Foto’s zijn een dankbaar studiemateriaal om patiënten met een bepaalde ziekte te verbinden. Hier komen de stereotypen altijd terug. Een lugubere culminatie van de classificatie is de deportatie en uitroeiing van psychiatrische patiënten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Die boodschap gaat samen met onheilspellende zwart-witfoto’s van Dieter De Lathauwer van plekken waar Oostenrijkse psychiatrische ziekenhuizen ooit stonden of nog altijd staan.

 

Architectuur

In zijn essay in de catalogus over de geschiedenis en toekomst van het wonen in een psychiatrisch instituut wijst Patrick Allegaert op de paradox van de inclusie en de ‘vermaatschappelijking’ van de zorg. Patienten keren dikwijls terug naar het ‘gesticht’. Ondanks de ambulante zorg blijkt het alleen wonen te zwaar. Architectuur dus als beschermende cocon. In de expo staat een intrigerende maquette van de hand van patiënt Henri Van den Eede. Hij mocht geen scherpe voorwerpen hanteren en sneed met een stomp mes deze maquette van de psychiatrische instelling Sint-Kamillus in Bierbeek op een schaal van 1:100. Hij controleerde de waarheidsgetrouwheid op de blauwdrukken en als er geen plannen voorhanden waren, mat Van den Eede ter plaatse na.

 

Met de komst van nieuwe medicijnen verandert opnieuw de visie op de psychiatrie en de behandeling. Samen met de antipsychiatrie in de jaren zestig kwamen ook de gebouwen zelf in het gedrang. Vele werden gesloopt of verbouwd, o ironie tot vijfsterrenhotels zoals het San Clemente-instituut in Venetië. Er kwamen meer ambulante behandelingen en kleinere wooncentra dichter bij de samenleving.

 

De afsluiting: macht en onmacht

In 1815 bevrijdden Petrus Jozef Triest en zijn Broeders van Liefde de mannen van hun boeien in de kerkers van Geeraard de Duivelsteen. Op een houten paneel uit de twintigste eeuw hangen de boeien opgesteld als stille getuigen van hoe het er vroeger aan toe ging. Niet toevallig hing dit paneel in de eetzaal van de Broeders van Liefde. De antipsychiatrie van de jaren zestig en zeventig komt hier aan bod. De Gekkenkrant, een kritisch tijdschrift ‘voor en door gekken’ uit Nederland, illustreert de toegenomen mondigheid en inspraak van de patiënten. Maar ook in het Guislaingebouw zelf vind je graffiti en achtergelaten bijna archeologische sporen van vroegere bewoners. Het zijn kleine sporen van persoonlijk verzet, verstopt in kieren en spleten, alsof ze een stem aan het gebouw willen geven. Allerlei briefjes volgekrabbeld met geheimzinnige boodschappen getuigen van een machtsrelatie, van regels van wat wel en van wat niet kan gezegd worden. De opstelling eindigt met het fenomeen van thuisverpleging in Geel. Het is een duidelijk alternatief voor de grote instituten.

 

Een fundamenteel gegeven in de nieuwe opstelling is het respect voor de patiënt / kunstenaar. De bezoeker krijgt zeer veel te verwerken, want de hele opstelling is meerlagig. Het bezoekersgidsje is een absolute must. Op losse schroeven is een grote oefening tot introspectie, niet alleen voor het museum maar ook voor de bezoeker.

 


INFO

Museum Dr. Guislain – Open: dinsdag t.e.m. vrijdag van 9 tot 17 uur, zaterdag en zondag van 13 tot 17 uur – Gesloten: maandag – Jozef Guislainstraat 43, 9000 Gent, Tel. 09 398 69 50

www.museumdrguislain.be 


BOEK

Bij de vernieuwde presentatie verscheen het boek Op losse schroeven. Over zenuwpezen, zwartkijkers en zielenknijpers, uitgegeven door Hannibal (ISBN 978 94 6388 705 2)

Lopende tijdelijke tentoonstellingen

Project Z, een eerbetoon aan (on)beminde muziek van bijzondere kunstenaars: nog t.e.m. 1 maart 2020

Onderbelicht, zeven jonge fotografen brengen één van de Child-Help-projecten in beeld: nog t.e.m. 28 maart 2020


ARCHIEF

Het Museum Dr. Guislain te Gent: OKV 2002, nr 4

Art Brut in het Museum Dr. Guislain: OKV 2010, nr. 3, blz. 24-28

www.tento.be/archief 


Peter Wouters

Meer lezen?