U bent hier

Karel van Mander in MSK

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen Karel van Mander Frans Hals Museum

 

Het Museum voor Schone Kunsten (MSK) in Gent presenteert twee werkjes van de befaamde schilder en mogelijk nog befaamdere kunsthistoricus Karel van Mander in de museumzalen gewijd aan de Gouden Eeuw. De schilderijen zijn bruiklenen van het Frans Hals Museum in Haarlem en zullen te zien zijn tot in maart 2018.

 

De bruiklenen kaderen in een samenwerking tussen de twee musea naar aanleiding van de tentoonstelling De kunst van het lachen: Humor in de Gouden Eeuwdie loopt tot en met 18 maart 2018. Het Frans Hals Museum belicht hierin de humoristische aspecten van de genrestukken uit die periode, die voor de tijdgenoot makkelijk herkenbaar waren, maar voor hedendaagse toeschouwers wellicht minder. Een ander typisch genre zijn de lachende, nogal volkse tronies waarvoor Frans Hals zelf bekend was. Het MSK leent twee belangrijke panelen uit in deze laatste categorie: Goet gelach en Quaet slagh van de Delftse schilder Adriaen Pietersz. van de Venne, die voornamelijk in Den Haag werkzaam was. In ruil hiervoor mag het enkele maanden twee olieverfschilderijtjes op paneel van Van Mander tentoonstellen: een Annunciatie uit 1595 en een grisaille met de Zondvloed uit 1587-1588.

 

De werkjes zijn een mooie aanvulling op de verzameling Hollandse schilderkunst van het MSK. Met meer dan zestig schilderijen, waaronder enkele opmerkelijke stukken, vormt deze de belangrijkste in België, al was dat lang niet zo bekend. Lange tijd zat het grootste deel van de verzameling verstopt in de depots. Daar kwam pas verandering in eind 2015, met het hernieuwen van de collectiepresentatie en de tentoonstelling De Gouden Eeuw Revisited. De bedoeling van de nieuwe collectiepresentatie – die werk omvat van meesters als Frans Hals, Jan van Goyen, Willem Claesz. Heda, Albert Cuyp en Roelant Savery – is het benadrukken van de culturele banden tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden in een periode dat deze door oorlog gescheiden waren. Karel van Mander past mooi in dit opzet.

 

Karel van Mander, De Zondvloed, ca. 1587-1588 (Frans Hals Museum)

 

 

Karel van Mander

 

Karel van Mander werd in 1548 in een welgesteld adellijk gezin geboren te Meulebeke, toen een middelgrote stad in het graafschap Vlaanderen. Aanvankelijk ging hij in de leer bij de Gentse schilder-dichter Lucas de Heere, maar hier kwam snel een eind aan toen deze in 1567 naar Londen vluchtte uit vrees voor de repressie van het protestantisme. Van Mander zette zijn opleiding voort bij de Kortrijkse schilder Pieter Vlerick, nu vergeten en zonder overgeleverd werk, maar destijds een geprezen medewerker van de grote Tintoretto. In de jaren 1570 bracht Van Mander tijd door in Rome en in Wenen, waar hij zich in de hoogste kringen bewoog . Bij zijn terugkeer vestigde hij zich achtereenvolgens in Meulebeke, Kortrijk en Brugge, maar de oorlogsomstandigheden en de pest deden hem in 1583 besluiten om te emigreren naar Haarlem in Holland. De meeste werken die hij in deze periode schilderde zouden het iconoclasme niet overleven.

 

Samen met Hendrick Goltzius en Cornelis Cornelisz. van Haarlem stichtte hij daar een academie “om nae ’t leven te studeeren”. Sterk beïnvloed door het werk van Bartholomeus Spranger – met wie Van Mander aan het hof van keizer Rudolf II had verbleven – legden zij daar de basis voor de stroming die we nu het Nederlands maniërisme noemen. Die wordt gekenmerkt door de voorkeur voor bijbelse en mythologishe historiestukken, de gestileerde, drukke composities en de vaak geërotiseerde naakten. Na een kort oponthoud in Heemskerk vestigde Van Mander zich uiteindelijk in Amsterdam, waar hij in 1606 overleed als gevierd kunstenaar. In zijn Amsterdams atelier had hij tal van leerlingen, onder wie de beroemde portretschilder Frans Hals.

 

De roem van Karel van Mander berustte na zijn dood voornamelijk op zijn Schilder-Boeck uit 1604. Naast schilder was hij een productief schrijver. Al van jongs af aan hield hij zich op in rederijkerskringen en schreef hij poëzie, toneel en vertaalde klassieke literatuur. Zijn magnum opus was de verzameling biografieën van kunstenaars die nu nog steeds één van de voornaamste bronnen vormt voor onze kennis van de levens van de grootste Nederlandse schilders uit de vijftiende en zestiende eeuw. Daarnaast bevatte het werk Van Manders kunsttheoretische uiteenzettingen, die lang een invloed zouden uitoefenen in de Nederlandse kunstgeschiedenis, zowel in het noorden als in het zuiden.

 

Artikelfoto: Karel van Mander, De Annunciatie, 1595 (Frans Hals Museum)