U bent hier

Een presidentieel portret komt terug thuis

Jos Damien & Anne Rutten, Robert, zevende hertog d’Ursel (1873 – 1955) als voorzitter van de Royal Automobile Club de Belgique, ca. 1947

 

Onlangs mocht het Kasteel d’Ursel een bijzonder portret van Robert d’Ursel verwelkomen. Het mag een wonder heten dat het portret niet verdween in de anonimiteit van een privé-verzamelaar.

We zien Robert, de zevende hertog d’Ursel (1873-1955), met de karakteristieke bloem in zijn knoopsgat en de even karakteristieke pijp in zijn hand.

Graaf Thibault d’Ursel kwam het portret op het spoor: “Het schilderij werd aan het einde van de jaren veertig gemaakt in opdracht van de Royal Automobile Club de Belgique (R.A.C.B.) en kreeg een prominente plaats in de statige hoofdzetel aan de Franklin Rooseveltlaan in Brussel. Na de verhuis van de club maakte het schilderij omzwervingen langs onder meer de salons van de Cercle de Lorraine en het kasteel van Annevoie. Uiteindelijk kwam het schilderij terecht bij een vriend van de familie. Hij was bereid het te schenken aan de familievereniging.”

Thibault d’Ursel is op zijn beurt blij om zijn oom opnieuw thuis te kunnen brengen in het kasteel d’Ursel.

Het mag merkwaardig heten dat graaf Robert d’Ursel aan de wieg stond van de R.A.C.B, eerst als ondervoorzitter en later als voorzitter. Zelf heeft hij nooit een stuur in zijn handen gehad en hij heeft steeds geweigerd om te leren autorijden. Hedwige, de dochter van Robert schreef in haar memoires dat haar vader niet wilde rijden omdat hij iemand kende die zich van pedaal had vergist en zo een kind had gedood. ‘Dat is uiteraard verschrikkelijk,’ voegde ze er aan toe, ‘maar hij denkt er blijkbaar niet aan dat duizenden andere mensen die hij evengoed kent er wel degelijk in slagen om zich zonder ongelukken voort te bewegen.’

Dat hij niet kon autorijden heeft hem er niet van weerhouden om kort na 1900, als een van de eersten in het land, een auto te kopen. Zijn koetsier promoveerde hij prompt tot chauffeur.

‘Hij sprak tegen de motor zoals tegen zijn paarden, blonk de carrosserie zoals die van zijn koetsen en barstte van trots’ schreef Hedwige.

 

De cover van Royal Auto, opgedragen aan de overleden Robert d’Ursel (foto Stefan Dewickere)

De cover van Royal Auto, opgedragen aan de overleden Robert d’Ursel (foto Stefan Dewickere)

 

Graaf Robert d’Ursel leidde de werkzaamheden van de Raad van Beheer en het Directiecomité van de R.A.C.B. in goede banen. Hij was aanwezig bij alle belangrijke activiteiten die de club organiseerde: het autosalon, de 24 uren van Francorchamps, de Grote Prijs van België... Na zijn overlijden wijdde de R.A.C.B. een volledig nummer van haar tijdschrift Royal Auto aan haar voorzitter.

Op een zwarte cover verscheen het bekende portret en de titel werd paars ingekleurd, als teken van adellijke rouw.

Victor Boin, dan voorzitter van het Belgisch Olympisch Comité, schreef: ‘Gelukkig heeft een schilder het aristocratische silhouet van de hertog heel goed op doek weten te vatten. Hij moet daarbij erg fijne penselen en zachte, warme kleuren gebruikt hebben. Het enige dat ons rest van onze Grote President, na zijn dood, is het portret van een ziel die over ons zal blijven stralen.’

Het portret is getekend door Jos Damien en Anne Rutten. Jos Damien werd geboren in de provincie Namen en leerde het schildersvak in Luik, Antwerpen en Parijs. Hij verwierf grote bekendheid als portretschilder en mocht verschillende leden van het Belgische hof portretteren. Ook de adel wist hem te vinden. De Limburgse Anne Rutten volgde les bij Jos Damien, en ze werkten meer dan twintig jaar samen. Ze signeerden hun werk altijd met beide namen. Vanaf 1947 gingen ze elk hun eigen weg. Vermoedelijk is het portret van hertog Robert d’Ursel een van de laatste opdrachten die ze samen uitvoerden. In 1955 plaatste de familie het op zijn bidprentje.

Het portret blijft eigendom van de familievereniging d’Ursel, die het in langdurige bruikleen geeft aan het kasteel.

 


Tijdens tijdelijke tentoonstellingen kan je het bekijken op zondag en feestdagen. De eerstvolgende tijdelijke tentoonstelling is Winters in Hingene. De stadsresidentie van de familie d’Ursel (1590-1960).

Voorafgaand zet de Koninklijke Unie van Floristen van België met Fleurs des Dames het kasteel in de bloemen. Van vrijdag 13 april tot en met maandag 16 april 2018 van 10 tot 22 uur geven een twintigtal bloemenkunstenaars er het beste van zichzelf. Tijdens Fleurs des Dames kan je op de tweede verdieping van het kasteel een tentoonstelling met ruim vijftig werken van de Belgische bloemenschilder Frans Mortelmans bezoeken. 


Afbeelding artikel:

Jos Damien & Anne Rutten, Robert, zevende hertog d’Ursel (1873 – 1955) als voorzitter van de Royal Automobile Club de Belgique, ca. 1947