U bent hier

Altaarstuk uit Bergen terecht

 

De beroemde cel kunstroof van de Italiaanse Carabinieri vond een uit Bergen (Mons) gestolen altaarstuk terug. Twintig gangsters werden aangehouden.

 

Jésus meurt sur la croix of de kruisdood is een Vlaams of Brabants olieverfschilderij op paneel van 2,50 m bij 2 m. Het hoofdpaneel is 177 cm hoog en 120 cm breed. De diefstal uit de Collégiale Sainte-Waudru of Sint-Waltrudiskerk dateert al van 2 juli 1980. Het werk werd op 17 augustus 2017 teruggevonden. Wie goed kijkt zal de banier herkennen van Keizer Maximiliaan I van Oostenrijk, die door zijn huwelijk met Maria van Bourgondië landsheer van de Nederlanden werd. Door dit huwelijk werden de Bourgondische Nederlanden de Habsburgse Nederlanden. Het altaarstuk dateert uit 1520 kort na diens overlijden en dus uit de aanvang van de regering van Keizer Karel. Alle kunst in de Sint-Waltrudiskerk vertoont nauwe banden met het Habsburgse vorstenhuis. De hoogstwaarschijnlijk Brusselse maker blijft voorlopig onbekend en hopelijk zal de restauratie na de teruggave meer leren over de herkomst.

 

Het kerkgebouw in Brabantse gotiek dat bovenop oudere kerken staat werd gebouwd tussen 1450 en 1506. Het schip werd tot 1621 nog uitgebreid met steun van aartshertogin Isabella - de kleindochter van Keizer Karel. In 1549, toen de latere Filips II met zijn vader de Nederlanden bezocht, droomden de kanunnikessen zelfs van een toren van 190m hoog. In 1686 liep de bouwwoede bij gebrek aan vorstelijk steun teneinde en de toren raakte nooit voltooid wat tot het Henegouwse spreekwoord leidde: “C'est comme la tour de Sainte-Waudru, on n'en verra jamais le bout.”

 

Eén ding is wel duidelijk: de koordames beschikten over veel middelen. Vooral het werk van de pas uit Italië teruggekeerde beeldhouwer en architect Jacques Dubroeucq (circa 1505 – Mons 1584) uit de periode 1535 tot 1548 getuigt van de voormalige rijkdom. De zeven beelden van het koor - de vier kardinale deugden en de drie theologische deugden - zijn uniek cultureel erfgoed. Ook het halfreliëf van de wederopstanding uit 1548 is uniek. Dubroeucq die ook in Binche voor Keizer Karels zus - de landsvoogdes Maria van Hongarije - werkte, was tussen 1545 en 1555 de leraar van de bekendste Vlaamse beeldhouwer uit de renaissance Giambologna (1529 - 1608). 

 

De renaissancestijl was in de Nederlanden niet erg populair aangezien de gotische stijl nog tot de barok de voorkeur behield van de meerderheid van de Nederlanders, maar het was de stijl van het Habsburgse hof, en dan vooral van Keizer Karel V en diens directe omgeving zoals kardinaal Granvelle en de Oranjes.

 

Ook veel van de oorspronkelijk zestiende-eeuwse loodglasschilderingen zijn nog aanwezig wat bijzonder uitzonderlijk is gezien de beeldenstorm en het Franse bewind kerken stripten van hun religieuze decoratie. De glasramen waren een geschenk van Maximiliaan van Oostenrijk in 1510, de grootvader van Keizer Karel en waarnemend vorst in de Nederlanden). De glasramen van het transept dateren van 1523 en 1533 en zijn het werk van Antwerpse en Brabantse kunstenaars.

 

Pierre Dufour, van de Bergense kerkfabriek, bevestigde het nieuws. Reeds in de jaren 1980 was de pièta - een Madonna met het levenloze lichaam van Jezus op de knie - in Italië teruggevonden, maar pas in 1998 hing het terug in het Bergen. De nu teruggevonden buit bestaat uit diefstallen uit kerken in heel Europa en omvat reliekhouders, gouden kelken, standbeelden en schilderijen. Het in 1969 opgerichte Comando Carabinieri Tutela Patrimonio Culturale (TPC) is één van de belangrijkste spelers in de strijd tegen criminelen in de kunsthandel en de bescherming van Unesco werelderfgoed. Binnen Europa delen ze hun kennis via publicaties en databanken. Het gestolen goed wordt nu geïnventariseerd en tentoongesteld in Rome bij de Italiaanse tegenhanger van de Rijkswacht. Daarna volgt hopelijk een restitutie op korte termijn.