U bent hier

Vlaamse Primitieven en Rubens - Tentoonstellen in tijden van terrorisme

Joost Vander Auwera bij een 'Rubens'
Joost Vander Auwera bij: Peter Paul Rubens, 'De beklimming van de Calvarieberg', Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel.

 

Peperdure transportkosten, torenhoge verzekeringspremies en loerend terrorisme leggen tegenwoordig een zware claim op tentoonstellingsactiviteiten. Het mag bijna een wonder heten dat komende tentoonstellingen als 'Vlaamse Primitieven, de mooiste tweeluiken' en 'Rubens. Een genie aan het werk' alsnog plaatsvinden. Een blik achter de museumcoulissen.

 

 

 

EVENEMENTEN VERSUS ONDERZOEK

 
 
Musea worden vaak verweten als evenementenparken te dingen naar de gunst van het grote publiek. Onlangs is er nog enorme commotie ontstaan over de bruikleenpolitiek van het Louvre aan Atlanta en Abu Dhabi. Grote tentoonstellingen met ronkende namen zoals Ensor, Brueghel, Magritte, Rubens, Van Dyck, de Vlaamse Primitieven, zitten vaak op de beklaagdenbank, al zijn ze de fel gekoesterde artistieke lievelingen. Goed voor de sponsors, goed voor de kassa, goed voor iedereen. Of toch niet helemaal? De andere kant van deze museumwedloop is, dat niet zelden het onderzoek en de conservering van de eigen collectie in de touwen blijft hangen wegens gebrek aan tijd, middelen en interesse.
 
 
Joost Vander Auwera, werkleider en conservator schilderkunst zeventiende en achttiende eeuw in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel, onderkent 'het conflict' tussen de roep om evenementen en de oude functie van het museum, namelijk onderzoek en ontsluiting van de eigen collectie. De verzoening van deze twee opvattingen wil hij in het najaar etaleren met de tentoonstelling Rubens. Een genie aan het werk. Daarin komt het creatieve aspect van Rubens ruim aan bod. Joost Vanderauwera: "De expositie is gekoppeld aan het onderzoeksproject gericht op de Rubensen in de Brusselse collectie. Het is zowel onderzoek als tentoonstelling. We zoeken heel bewust naar kwaliteit en verdieping." Ook de expositie Vlaamse Primitieven, de mooiste tweeluiken is gekaderd in een onderzoek van Dr. Ron Spronk van de Harvard University Arts Museums. In het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten zullen heel wat heerlijke toppers te zien zijn: Van Eyck, Van der Weyden, Van der Goes, Gerard David, Memling.
 

 

 

SPECIFIEKE BRUIKLENEN

 
 
De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België bezitten 30 authentieke werken van Rubens en 20 werken uit het atelier. Joost Vander Auwera: "Dat is misschien niet veel als je bedenkt dat er zo'n 2.000 werken van hem zijn gekend. Maar onze collectie is heel specifiek. Het gros ervan komt uit zijn atelier aan De Wapper dat de grootmeester omstreeks 1614/15 inrichtte. Het toont de meester in zijn volle ontplooiing."
 
 
Dat uiteindelijk deze kostbare werken in de KMSKB zijn terechtgekomen hebben we te danken aan Napoleon. De keizer richtte in ons land twee musea op: één in Antwerpen en één in Brussel. "Het waren geen publieke instellingen maar uitgelezen oefenplekken voor kunstenaars," weet Vander Auwera, die behoudens zijn conservatorschap ook nog museologie aan de Gentse Universiteit doceert. Zijn aangekondigde tentoonstelling wil meer bepaald tonen hoe het atelier van de grote Rubens functioneerde. Hoe gebeurde de verticale samenwerking tussen meester en gezellen? Hoe verliep de horizontale samenwerking met tijdgenoten als Brueghel de Oude?
 
 
Daarvoor hebben Vander Auwera en medecommissaris Sabine Van Sprang specifieke bruiklenen aangevraagd om het creatieve proces van de eigen topstukken extra toe te lichten. Vander Auwera: "Heel concreet. Wij hebben in onze collectie een modello, een olieverfschets van een tapijt bestemd voor het klooster van landvoogdes Isabella nabij Madrid. Modelli waren bestemd voor de opdrachtgever en dienden als voorbeeld. Voor het atelier is er een grisaille voorhanden. Als tentoonstellingsmaker probeer je het originele tapijt te ontlenen. Dat is ons gelukt maar niet het karton dat zich in Valenciennes bevindt. Het stuk is te fragiel. We hebben bijvoorbeeld het authentieke portret van Pecquius kunnen ontlenen uit het Museum van Edinburgh. Een stuk dat we niet mochten ontlopen om het tentoonstellingsluik 'kopieën' en 'authentieke werken' nog sterker te presenteren. Pecquius was tijdens het bewind van Albrecht en Isabella kanselier van Brabant, zeg maar de hoogste ambtenaar. Een belangrijk figuur en dus ook een belangrijk werk. "
 
 
 

VLIEGENDE KUNSTWERKEN

 
 
Of het geen hels karwei is werken uit publieke en private collectie in bruikleen te krijgen? Joost Vander Auwera: "Ontleningen zijn een delicate zaak. Vooreerst is Rubens een grote naam die men niet graag ziet vertrekken. Tweede punt is dat zijn werk heel fragiel is." Een ambitieus project als Rubens. Een genie aan het werk werd drie jaar geleden opgestart. Een must omdat het parcours naar de uiteindelijke expositie bezaaid ligt met voetangels en valkuilen. Om nog maar te zwijgen van de procedures, clausules en protocollen.
 
 
Ook Nico van Hout, curator van de tentoonstelling Vlaamse Primitieven, de mooiste tweeluiken, kent de hele problematiek. "De onderhandelingen om de diptiek de Annunciatie van Jan Van Eyck uit de Thyssenmuseum in Madrid naar Antwerpen te halen vergde heel wat onderhandelingen. Het werd aanvankelijk geweigerd."
 
 
Kiezen à la carte is natuurlijk helemaal uitgesloten. Om louter conservatorische en puur deontologische redenen gaan tal van werken zelfs de deur niet meer uit. Geen museum of instelling, dat bedelt om het Lam Gods. Vander Auwera liet de vier meter hoge panelen van San Ildefondo-altaarstuk uit het Kunsthistorisches Museum van Wenen, hoe interessant ook, aan zich voorbijgaan wegens te groot en breekbaar. Een aanvraag zou zelfs not done zijn en van weinig professionaliteit getuigen. Een bijkomende problematiek zijn de beoordelingsverschillen tussen verschillende landen en musea. In Duitsland is de stem van de restaurateur doorslaggevend. Hij bepaalt of een werk al dan niet op reis mag gaan. In Frankrijk geldt het hoge woord van monsieur Ie conservateur. Bij ons is de afweging tussen conservator en restaurateur door de algemene directeur een geval van subtiel evenwicht. " Natuurlijk moet je als conservator rekening houden met het gewicht van de bruikleen. De Negerkoppen van Rubens gaan in geen geval de deur uit, bezoekers komen er speciaal voor naar Brussel. Verder moet je uiteraard het wetenschappelijke sérieux in overweging nemen. Een Rubens gaan we niet laten ontlenen ter ere van de viering van de euro. Als we een aanvraag krijgen, kijken natuurlijk naar het logistieke gehalte van de ontlener. De violen van dit conserveringsaspect worden internationaal op elkaar afgestemd en opgenomen in wat genoemd wordt het Facility Report." Eenmaal een bruikleen is toegestaan zijn er vier strikte protocollen tussen vertrek en terugkeer. Wie geen schade heeft krijgt van de verzekering een deel van de dure polis terug. Een hele grote expositie kan in de honderden miljoenen euro's lopen als te verzekeren waarde. "Wie de nodige investeringen doet en de werken omringt met de grootste zorgen heeft daar absoluut baat bij," weet Vander Auwera uit ervaring. Alle kostbare werken krijgen in vliegtuigen een begeleider, het kan gebeuren dat de begeleider- vrijwel steeds de conservator - letterlijk aan het kunstwerk wordt 'geketend'. "Bij IATA (International Air Transport Association) gaan er stemmen op om op cargovliegtuigen geen begeleiders meer toe te laten uit schrik voor aanslagen en kapingen. Maar dat is geen goede zaak voor het kunstwerk. Niemand meer die de luchtdruk in de gaten houdt en aan de alarmbel kan trekken."
 
 
 

SCHENGEN

 
 
Minimaal een derde van de kosten voor het maken van tentoonstellingen als Vlaamse Primitieven, de mooiste tweeluiken en Rubens. Een genie aan het werk gaan naar transport en verzekering. Nico Van Hout legt uit: "De verzekeringspremies swingen de pan uit en zonder state indemnity (afspraak van staat tot staat tot verzekerde dekking van de schade) worden dergelijke tentoonstellingen steeds moeilijker, zoniet onmogelijk. Musea in België betalen een promille van het vastgelegde verzekeringsbedrag."
 
 
Sinds 9/11 zijn de verzekeringen met 50 procent de hoogte ingegaan gekoppeld aan omslachtige en ingewikkelde veiligheidsclausules. Joost Vander Auwera: "Voor Schengen werden de transportkisten door de Belgische douane in het museum verzegeld. Vervolgens werden de kisten over de grenzen gebracht en werd dit gerapporteerd aan Interpol. Deze procedure is nu veranderd. In principe zou het gemakkelijker moeten gaan. Er komen geen binnengrenzen en zegels aan te pas, maar door het dreigende gevaar van terroristische aanslagen, kunnen veiligheidsinstanties vragen om de kisten bijvoorbeeld op de luchthaven te openen wat eigenlijk niet mag. Schilderijen kunnen er onder lijden."
 
 
Tentoonstellingen worden dus almaar duurder. Conservator Vander Auwera pleit dan ook voor meer samenwerking tussen de musea en een kostendeling. Voorts breekt hij een lans, en dat wordt bijgetreden door Nico Van Hout, exposities te maken met meer studie en inhoud die daarom het publiek niet ontlopen. Van Hout: "Bewindsvoerders stellen dynamiek in musea echter doorgaans gelijk met een grote hoeveelheid aan evenementen, eerder dan met enkele goed uitgewerkte exposities."
 
 
 

MYSTERIE

 
 
Met pure wetenschapsbeoefening alleen red je het tegenwoordig als conservator niet meer. Door de jaren heeft Vander Auwera zich ontpopt als een tactisch en stijlvolle diplomaat. Hij reist nagenoeg de wereld rond en is door zijn voorganger in talloze kunstmiddens geïntroduceerd. Zelfs dan valt het niet mee om verzamelaar afstand te laten doen van hun lievelingen. Soms gaan de onderhandelingen gepaard met een zweem van mysterie omwille van de veiligheid.
 
 
Verzamelaars maken zich niet graag kenbaar,dat zou hen te kwetsbaar maken. Zo kende Vander Auwera pas na twee jaar de identiteit van een verzamelaarster. Het schilderij waar het uiteindelijk om draaide, bleek bij nader inzien toch niet zo geschikt. Joost Vander Auwera: "Je moet altijd ter plaatse gaan kijken. En in dit geval moest ik op mijn diplomatische tenen lopen. Het is en blijft belangrijk dat musea netwerken opzetten en vertrouwensrelaties onderhouden met particuliere verzamelaars. Je vergroot daarmee de slagkracht van je museum. Met privé-verzamelaars moet je voorzichtig zijn. Niet zelden wil een verzamelaar zijn kunst verzilveren. Het is dus opletten geblazen en zaak om het publieke belang te dienen zonder het vertrouwen van de verzamelaar te beschamen."
 
Philip Willaert
 
 

INFO

Vlaamse Primitieven, de mooiste tweeluiken

Van 3 maart tot en met 27 mei 2007

Open van dinsdag tot en met zaterdag van 10 tot 17 uur, zondag tot 18 uur

Gesloten op maandag

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten

Leopold de Waelplaats

2000 Antwerpen

Tel. 03 238 78 09

 

Het volgende themanummer dat verschijnt in april 2007 is volledig gewijd aan deze tentoonstelling.

 

Rubens. Een genie aan het werk

Van 14 september 2007 tot 27 januari 2008

Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel 


AFBEELDINGEN: 

(De afbeeldingen zelf vindt men in het PDF-document)

  • Joost Vander Auwera bij:Peter Paul Rubens, 'De beklimming van de Calvarieberg, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel.
  • Joost Vander Auwera bij: Peter Paul Rubens, 'Christus en de overspelige vrouw', gerestaureerd met de steun van de Stichting Inbev Baillet-Latour.
  • Verpakking en transporteren van kunstwerken in het KMSK Antwerpen, © Culturele Biografie Vlaanderen.
  • Brugse Meester van 1499, tweeluik 'Madonna en kind' en 'Abt Christiaan De Hondt', 31,5 x 14,5 cm en 31 x 14,5 cm, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen.
  • De 'sandwichverpakking' van het diptiek van Christiaan De Hondt, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen.