U bent hier

Variantes van Georges Vantongerloo - Van een begrensde naar een onbegrensde ruimte

Georges Vantongerloo, Variantes,1939 (gv 156), olieverf op paneel, 101 x 92,2 cm

 

In het PMMK te Oostende loopt de overzichtstentoonstelling Georges Vantongerloo (1886-1965). Pionier van de moderne beeldhouwkunst. Phillip Van den Bossche, directeur-conservator van het museum, belicht Variantes, een sleutelwerk van Vantongerloo.

 

 

KROMMEN SLINGEREN ALS GOLVEN OVER HET VLAK

 

Kort na de tweede wereldoorlog schrijft Georges Vantongerloo (1886-1965) vanuit Parijs naar de Zwitserse kunstenaar Max Bill: "Als kind bezat ik enthousiasme, bewondering, nood aan ruimte 'zonder dimensies', harmonie, maar dat was in mijn binnenste, die nood was onbewust. (... ) Twee jaar geleden hield ik, ondanks de moffen, een overzichtstentoonstelling in Parijs van al mijn werk. (...)  Een bezoeker sprak me aan over bepaalde naturalistische werken die ik in 1916 heb gemaakt. Ik was verplicht te antwoorden, dat ik me pas 28 jaar later bewust ben geworden van wat ik deed. Ik schilderde naar de natuur, niet het zichtbare gedeelte, maar wel wat ik voelde en niet wat een objectief ook kan zien. (...)  Maar wat ik bewust weet sedert ik zogenaamd abstracte vormen gebruik, is dat ik een grote behoefte heb om het universum en alles waaruit het is opgebouwd als een ONEINDIGE uitgestrektheid te zien en niet als een begrensde geometrie.  (... )"

 

De  Belgische kunstenaar, die sedert  1927 in Parijs woont, verwijst in deze passage naar zijn tentoonstelling Georges Vantongerloo 1909-1939 - 30 années de recherche in Galerie de Berri. Het schilderij Variantes (gv156) wordt er voor de eerste keer tentoongesteld. De Duitsers bezetten Parijs en het leven is niet alleen materieel hard, er zijn ook nauwelijks mogelijkheden voor de overgebleven avant-garde  kunstenaars.  Vantongerloo spreekt over de tentoonstelling "als een groot moreel en artistiek succes, dat is alles en dat is niet slecht voor deze tijd." Uit zijn eigenhandig en zorgvuldig bijgehouden inventarisatie  van zijn oeuvre weten we dat zijn productie tijdens de oorlogsjaren bijna stilvalt. Tussen 1942 en 1944 noteert hij twee schilderijen en één textielontwerp. Het staat in fel contrast met de nieuwe richting die hij rond 1937 inslaat. De krommen komen steeds meer naar boven en krijgen gaandeweg de overhand. De vlakverdeling valt weg en de krommen gaan als golven over het vlak slingeren. Variantes uit 1939 kan als een hoogtepunt  van deze evolutie worden beschouwd.

 

Het  artistiek  onderzoek  van  Georges Vantongerloo staat vanaf 1909 tot en met zijn dood in 1965 in het teken van de creatie in de meest autonome  en experimentele betekenis van het woord: compromisloos, wetenschappelijk onderbouwd én tegelijkertijd intuïtief. Hij heeft als eerste de beginselen van De Stijl toegepast op de beeldhouwkunst. Doorheen zijn leven is Vantongerloo telkens weer blijven zoeken naar  een persoonlijke uitdrukkingsvorm:  van het  figuratieve naar het geometrische tot en met de onvoorstelbare vrijheid in het latere, zogenaamd kosmische werk. Hij is er onder meer in geslaagd om de kloof tussen kunst en wetenschap niet meer in acht te nemen. Een kunstwerk is voor Georges Vantongerloo geen einde in een schakel - zoals Phil Menens  eerder heeft opgemerkt, maar een schakel in een reeks, een stadium in een evolutie, een deel van hemzelf en van het hele universum. De Zwitserse kunstenaar  Max Bill, wellicht de trouwste vriend van Vantongerloo vanaf de jaren dertig tot aan zijn dood, heeft gewezen op het gevoel en de sensibiliteit in het oeuvre van de Belgische kunstenaar,  waardoor in de verbeelding van de waarnemer telkens nieuwe ideeën ontstaan.

 

 

DE GEVOELDE HARMONIE

 

Georges Vantongerloo heeft veel theoretische geschriften nagelaten, maar Variantes is één van de weinige schilderijen waarover hij zich, in zijn briefwisseling met Max Bill, rechtstreeks heeft uitgesproken. De Zwitserse kunstenaar bezorgt hem jaren lang de witte verf die hij stelselmatig als achtergrond aanbrengt en dat we ook terugvinden op het houten paneel van 101 bij 92,2 cm waarop Variantes is uitgevoerd.

 

De compositie bestaat uit acht in verschillende kleuren aangebrachte elementen: vier krommen, een bijna rechte lijn en drie in grootte wisselende kringen. Op de schets, gepubliceerd in de catalogus van Vantongerloo's overzichtstentoonstelling in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Brussel in 1981, kunnen we de opbouw volgen. Vantongerloo verdeelt het rechthoekige vlak in acht gelijke delen: een verticale middenlijn en drie horizontale lijnen waardoor de acht liggende rechthoekige verdelingen ontstaan. Hij tekent de diagonalen zowel vanuit het centrale middelpunt als vanuit de twee overige snijpunten. Vanuit de linkerbovenhoek brengt hij naast een diagonale verbinding naar de rechterhoek van de eerste horizontale lijn ook een verbinding via het derde en onderste snijpunt­ punt naar de onderkant van het vlak. Tot slot trekt hij een diagonale lijn vanuit de rechterbovenhoek naar de linkerhoek van de derde en onderste horizontale lijn. Een blauwe  kromme lijn gaat van linksboven naar rechtsonder en snijdt net niet het centrale middelpunt. Daarnaast  brengt Vantongerloo een bijna rechte rode lijn aan, eveneens van links naar rechts. Links volgt nog een kromme naar het midden toe bollende bruine lijn en nog lager in een zelfde golvende beweging een lange groene kromme lijn die de compositie bijna volledig van links naar rechts verbindt. Bovenaan en bijna centraal op de verticale middenlijn is de kleinste, een naar antracietgroen cirkelende korte kromme. Van linksonder naar boven verschuiven de kleuren in een zekere harmonie van groen naar bruin en rood, en vervolgens door naar blauw en opnieuw groenachtig. Van rechts naar links valt de afstoting tussen de blauwe en rode kromme lijn op. De drie kringen - van groot naar klein: geel links, groen links van het midden en rood rechtsboven - vormen zowel in verhouding tot de krommen als in kleurgebruik contrasterende entiteiten.

 

Wanneer we de vijf lijnen denkbeeldig doortrekken snijden ze elkaar allemaal rechtsonder, alsof ze in eenzelfde onzichtbare kern of vorm buiten het paneel verdwijnen. De diagonalen op de schets van Variantes wijzen dan weer op het energieveld dat uitgaat van het rechtse, 'niet ingevulde' witte deel van de compositie. Elk element, lijn, vorm of kleur oefent een zekere aantrekking en afstoting uit. "]'ai fait l'harmonie que je sens,"  schrijft Georges Vantongerloo over Variantes aan zijn vriend Bill op 12 april 1945. Hij verwijst naar zijn werkwijze uit het midden van de jaren dertig, de zogenaamde 'rapport objectif mathématique': "Les compositions que je fesais il y a 10 ans, sont un cas limite du concept spacial. Là une ligne émanait d'une autre (... ). De relatie van de elementen onderling is in Variantes veranderd, ze wordt in tegenstelling tot de werken van 1935 nu bepaald of gestuurd door een subjectieve beslissing: "la RAISON de la relation n'est plus la même, avant on pourrait dire: il y avait un rapport objectif, cas limite et dans no 156 il y a un rapport spacial, cas ilimité."

 

 

REIS NAAR DE VORM

 

Ondanks de wisselwerking tussen afstoten en aantrekken in de compositie is er geen conflict tussen kunstwerk en toeschouwer in Variantes. Georges Vantongerloo komt tot een beeld en een vorm van 'oneindigheid' dat als een 'thuiskomen'  wordt ervaren - en misschien kunnen zijn woorden in de inleiding ook als zodanig opgevat worden. Ondanks (in de tweede graad) zijn vele theoretische geschriften gaat Vantongerloo telkens op reis naar de vorm. In zijn briefwisseling met Max Bill praat hij  bijna uitsluitend over de onderlinge verhouding tussen de elementen en de vorm. Formele overwegingen en zintuiglijke waarnemingen vallen samen. In verband met Variantes schrijft Vantongerloo ook over Fonctions des formes (gv160), eveneens uit 1939: "Nr. 160 drukt hetzelfde uit maar op een andere manier. Al die lijnen, krommen en vormen kunnen elk op zich worden berekend. Een lijn of een kromme ontstaat niet uit een andere, hun verhouding is dus louter harmonie en ruimtelijk."

 

Andere titels van schilderijen uit 1939 zijn Fonctions de courbes, Fonctions et variantes of kortweg Courbes. In de tentoonstelling in het PMMK te Oostende, de zaal met onder meer Variantes, hangt een woordloos document: een schets waarop Georges Vantongerloo minutieus de ophanging en volgorde van veertien van zijn doeken heeft voorbereid. Het betreft een voorbereidende studie voor de accrochage van zijn tentoonstellingszaal in Le Salon des Réalités Nouvelles uit  1946 (Palais des Beaux-Arts de la ville de Paris). Variantes wordt er voor de tweede keer aan een publiek getoond. Het schilderij speelt een centrale plaats in de enscenering; aan de linkerkant geflankeerd door Fonctions des Formes.

 

Phillip Van den Bossche

Directeur-conservator  PMMK Oostende

 


Literatuur bij dit artikel

Jan Ceuleers, GeorgesVantongerloo  1886-1965. Gent: Snoeck­Ducaju; Antwerpen : Pandora: Ronny Van de Velde.l996

Phil Mertens, Inleiding, in ICSAC Cahier. Brussel: International Centrum voor Structuuranalyse en Constructivisme, 1983. nr. I

Angela Thomas Jakowski, Georges Vantongerloo: 1886-1965. Brussel: Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, 1981


INFO

Tentoonstelling

Georges Vantongerloo (1886-1965). Pionier van de moderne beeldhouwkunst

Nog tot 31 augustus 2008

Open: dinsdag tot en met zondag van I0 tot 18 uur Gesloten: maandag

 

PMMK- Provinciaal Museum voor Moderne Kunst 

Romestraat  11

8400 Oostende

tel. 059/50 81 18

www.pmmk.be

 

Georges Vantongerloo, Variantes, 1939  (gv 156), olieverf op  paneel,  101 x 92,2  cm

Georges Vantongerloo, Studie voor de accrochage Salon des Réolités Nouvelles, Parijs, 1946, gouache op papier, 11,8  x 70 cm