U bent hier

Van Patenir tot Paparella - Het verrassende Waalse land

 
In de tentoonstelling 'Kunstschatten uit Wallonië van vroeger en nu' tekent curator Laurent Busine een portret van de Waalse identiteit van de twaalfde tot de zestiende eeuw in het licht van de hedendaagse kunst.

 

 

 ​FLAMMINGO VALLONE

 

Lang voor 1844, toen deze regio voor het eerst deze naam droeg was er al een grote artistieke productie in de Waalse provinciën van het huidige België. Henegouwen, Namen, het prinsbisdom Luik, en Luxemburg hebben elk sinds de twaalfde eeuw hun eigen geschiedenis. Tussen Schelde en Maas waren in de twaalfde eeuw Keulen en Reims de grote religieuze centra. Doornik en Luik, door Henegouwen gescheiden, waren elk getuige van een andere artistieke expressie. De blauwe natuursteen maakt Doornik op een evidente wijze een hoogtepunt in de beeldhouwkunst. De metallurgische industrie en de mineralen waren onmisbaar voor de goud- en zilversmeden. Binche, Bergen, Doornik en Luik hadden al zeer vroeg een hoogstaande muziekcultuur.
 
Tapijtweefkunst en keramiek gaven met dit alles een fysionomie waarvan Laurent Busine de gelaatstrekken schetst tussen het verleden en het heden.
 
De Italiaanse teksten spreken in de  vijftiende eeuw van 'flammingo vallone' om de Waalse kunstenaars aan te duiden, een kunst van Maas en Rijn en van het Scheldebekken die in haar verscheidenheid een menselijke invulling vraagt. De tentoonstelling toont schilderijen van Joachim Patenier, Henri Bles en Jan Gossaert, sculpturen van Jacques du Broeucq, een immens Doorniks tapijt uit de vijftiende eeuw, relikwieën van Hugo d'Oignies...  Maar de bezoeker treft ook ongewone voorwerpen aan zoals een wierookbrander in de vorm van een kerk, de schedel van Sint-Dagobert of een ruiter zonder hoofd. Daarbij integreert Busine ook hedendaagse kunst van Orla  Barry,  Michel François, Jean­Pol  Godart, Juan Paparella, Beat Streuli en Angel Vergara in zijn verhaal. De actuele kunst die Laurent Busine brengt is niet alleen van Waalse kunstenaars. De multiculturaliteit heeft  sinds lang cultuur verweven. De dialoog tussen het oude en het nieuwe is noodzakelijk om uit de  kunst die facetten te halen die nu nog tot ons spreken. Door zich open te stellen voor de blik van de anderen maken we allen deel uit van dezelfde werkelijkheid, vandaag in België een actueel thema.
 
Bourgondie en Frankrijk beoogden in de veertiende eeuw elk de politieke heerschappij door middel van een gehaaide huwelijksstrategie, gealterneerd met wederzijdse agressie. Om de macht te  bevestigen voerden beide een doorgedreven cultuurpolitiek die de macht van de soevereine prinsen en de koning met pracht en praal bevestigde. Toen de Graaf van Vlaanderen Lodewijk van Maele (1369) in 1384 stierf erfde de Hertog van Bourgondië het Graafschap Vlaanderen.  Zijn kleinzoon, Filips de Goede, oefende een sterke invloed uit op het prinsbisdom Luik en voegde aan zijn bezittingen het Marquisaat Namen, Henegouwen, Holland, Zeeland, Friesland, Limburg, Luxemburg en uiteindelijk ook Brabant (1430) toe.
 
In Vlaanderen, onder Franse dominantie, en in Holland sprak men Nederlands, in Henegouwen Frans, hoewel het graafschap tot het Duitse keizerrijk behoorde. Deze streken werden in Bourgondië het 'land van herwaarts over' genoemd.
 
 

HOOG GEZICHTSPUNT

 

In de kathedralen bepaalden de beeldhouwkunst, de fresco's en de glasramen de inhoud van de visuele cultuur waarvan de aanzet veel vroeger werd gegeven. De Libri Carolini illustreerden al in de  negende eeuw de creatieve vrijheid van de miniaturist  tegenover de wereldlijke en geestelijke autoriteiten. Deze inventies schiepen de eerste profane beeldentaal in een religieuze context. Het kunstwerk was geen uiting van het individuele bewustzijn, maar de spiegel van de maatschappij. Daarin was de dood een alomtegenwoordig  begrip. Niet de dood van het lichaam maar deze van de ziel, misleid door Satans listen, was de grote angst. Van God verlaten te worden ontnam elke zin aan het leven. Hertog Jan van Beyeren, Prinsbisschop van Luik, had grote interesse voor kunst en voerde, toen hij Graaf van Holland werd en naar Den Haag verhuisde, daar een schitterende hofhouding. Daarin was ook Jan van Eyck, die hij waarschijnlijk reeds in Luik kende, actief. Door hun aandacht voor de mens in Gods schaduw braken rond 1420,  ook Robert Campin en Rogier van der Weyden abrupt met de gestileerde elegantie van de internationale gotische stijl die toen heel Europa domineerde. Campin's volumineuze plooien en de personages in trompe-l'oeil geschilderd sluiten dicht bij de kunst van Sluter aan. De meestal polychrome beeldhouwkunst was met de architectuur de toonaangevende discipline van die tijd. Schilders probeerden het driedimensionale effect en de  structuurweergave van de gebeeldhouwde materie in hun schilderijen zo illusoir mogelijk te imiteren. Keizer Karel V (1500-1558) in Gent geboren, kende Spanje niet toen hij daar in Valladolid, 17 jaar oud, zijn erfenis: de kroon van de katholieke Koningen van Castille en Aragon, ging opeisen na de dood van Ferdinand van Aragon. Voltaire schreef in de  achttiende eeuw: 'Nul empereur depuis Charlemagne n'eut tant d'éclat que Charles Quint'.  Hij vestigde zijn hof  te Binche met  pracht en praal.
 
Reeds Dürer beschreef Patenir als een uitstekend 'lantscapscildere' en benoemde zo deze thematiek (1521). De intieme relatie tussen de kunstenaar en het Universum, voorgesteld als een paradijselijk landschap dat  de kunstenaar in zich droeg, beklemtonen de dualiteit van deze thematiek. De aanwezigheid van het 'ik' voor de leegte van het universum neemt hier een spirituele dimensie. Het wereldlandschap van Joachim Patenir (ca 1480-1524) in Antwerpen ontstaan in de schaduw van Quentin Metsijs, groeide uit tot een zelfstandig thema met een religieuze referentie. Het is niet bekend of de eerste zuivere landschapstekening van Leonardo da Vinci (1473), die de vallei van de Arno voorstelde vanuit de hoogte gezien, invloed gehad heeft  op de Vlaamse landschapsvoorstelling, alleszins hebben Patenir's landschappen een verwante structuur die van de  invloed van Hieronymus  Bosch getuigt. Patenir's hoog gezichtspunt en de steile rotsen van Dinant, zijn geboortestreek, structureren weidse landschappen met  een hoge horizon waarin een brede stroom zich slingerend in de nevelige verte verliest. Herri met de Bles zette na de dood van Patenir dit concept van de homo viator verder.
 
De  eerste generatie romanisten met de Mechelaer Michel Coxcie, hofschilder van Karel V, en Lambert Lombard (1505-1566) uit Luik, had door de goede humanistische vorming en de vertrouwdheid met de Italiaanse en antieke voorbeelden waarop hun romaniserende stijl zich baseerde, een grote invloed op kunstenaars als Frans Floris. Lombard was een erudiete archeoloog, die met Plantijn bevriend was en met Vasari correspondeerde en discussies voerde over de kunst van Giotto en andere kunsthistorische problemen.
 
 

NIEUWE IJKPUNTEN

 

De verlichting was een internationale filosofische beweging die in heel Europa ingang vond en geen  andere wet dan de Rede aanvaardde. Zij voelden de eenheid van de wereld aan en huldigden de Universaliteit van de menselijke waardigheid. De Rede moest de vooroordelen bestrijden en alle mensen verheffen.
 
Zoals Busine had Defrance interesse in het echte leven. Het leven dat Léonard Defrance (1735-1805)  schilderde was niet alleen plezier en lichte erotiek. In Luik geboren als zoon van kleine ambachtslieden kwam hij, 20 jaar oud, te Rome aan vanwaar hij vlug naar Parijs vertrok en er één jaar bij de Lyonese Laurent Pêcheux werkte. Hij beeldde de arbeid en het dagelijks leven uit, zonder die thema's in de populistische anekdote te laten verzinken.
 
De pittoreske illustratie van de middeleeuwse geschiedenis, heruitgevonden in een litterair-romantische sfeer, gaf in de negentiende eeuw in heel Europa de toon aan. Dit werd gestuwd door de nieuwe historische werkelijkheid en de emotionele kracht der voorstellingen. De Renaissance in België werd in de tweede helft van de negentiende eeuw gezien als de synthese van de beste  Waalse en Vlaamse creativiteit in Belgische context.
 
Het ontworteld romantisme van de extravagante Antoine Wiertz (1806-1865) schokte. Hij wou Raphael, Michelangelo en Rubens terzelfdertijd overtreffen. Hij zocht zijn thema's in de  geïdealiseerde heroïek van de antieke mythologie en was zo succesvol dat hij nog  tijdens zijn leven een eigen museum kreeg van koning Leopold II. Zijn Belle Rosine is de brug tussen de Vlaamse vanitasgedachte zoals we die bij Bosch en Breughel zien, en Félicien Rops.
 
In 1864 werd Rops bevriend met Baudelaire, die op hem een grote invloed uitoefende. Hij hekelde de  seksuele hypocrisie van zijn tijd en creëerde met Pornokrates (1878) het type van de perfiede zwoele vrouw met een varken als troeteldier die, als handlangster van de duivel, mannen de rede ontnam.
 
Ons ijkpunt was vroeger een duidelijk herkenbare referentie:  een dorp, een wijk in de stad en vooral onze familie met haar eigenheden en gewoonten. De globalisering en de multiculturele samenleving reiken vandaag blijkbaar niet genoeg zingevende processen aan. Kunst is er daar één van en geeft ons het zelfgevoel dat rust en vertrouwen brengt: bewust tot een groep te behoren die niet territoriaal bepaald is en waarin we allen atypisch zijn, die boodschap wil Busine in het Brussels  Paleis voor Schone Kunsten brengen.
 
 
Jan De Maere
 

INFO

Tentoonstelling
 

Dat verrassende land 

Kunstschatten uit Wallonië vroeger en nu

 
Nog tot 18 mei 2008
Open: alle dagen van 10.00 tot 18.00 uur
 
Paleis voor Schone Kunsten
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel
Tel. 02 507 82 00