U bent hier

Uit de schatkamer van Wittockiana - Henry Van de Velde, Goud op snee

Liber Memorialis in wit en goud van baron Edmond van Eetve/de, bond afgewerkt na maart 1898, Privécollectie

 

Voor wie van boeken houdt, is het altijd feest in de Bibliotheca Wittockiana te Sint-Pieters-Woluwe. Het museum van het allermooiste boek toont een ensemble Art Nouveau boekbanden van Henry Van de Velde.

 

 

UIT DE SCHATKAMER VAN DE WITTOCKIANA

 

Toegegeven, het aantal boekbanden dat de artistieke duizendpoot Henry Van de Velde (1863-1957) geproduceerd heeft ligt niet bijzonder hoog: het gaat om een twintigtal ontwerpen maar die mogen stuk voor stuk gezien worden. Op zichzelf levert dat stof voor twee, hooguit drie toonkasten. Gelukkig biedt de eigen verzameling voldoende kwaliteit om een breder opzet mogelijk te maken.

 

Een aantal Art Nouveau boekbanden van Henry Van de Velde komt inderdaad uit de verzameling van de 'Wittockiana'. Dit geldt ook voor tientallen originele ontwerptekeningen, waaronder uiteraard die voor de tentoongestelde banden. Idem een veertigtal verguldstempels die hij hiervoor ontwierp en in Parijs liet aanmaken. Idem heel wat materiaal van Paul Claessens, de boekbinder met wie Van de Velde in de jaren 1890 nauw samenwerkte. Kortom de kern van de tentoonstelling bevond zich al in huis en dat zinde de potentiële bruikleengevers wel. En zo trekt kwaliteit nog meer kwaliteit aan.

 

 

KUNST IS AMBACHT, AMBACHT IS KUNST

 

Kunst en ambacht zijn één bij Henry Van de Velde. Uit de ontdekking van de Arts and Crafts beweging van William Morris en de geschriften van John Ruskin was bij hem de vaste wil gegroeid om de lelijkheid en onoprechtheid uit de kunst en de kunstambachten te weren en de schoonheid te promoten. Die Heilige Weg (la Voie Sacrée) heeft hij zijn leven lang bewandeld. Persoonlijke ervaring en apostolaat waren met elkaar vervlochten. Voor hem zijn oprechtheid en perfectie onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een even sterk axioma is het loslaten van traditie en vastgeroeste patronen.

 

Uitgerekend in een ambacht als dat van bet boekbinden werd de traditie zelden of nooit in vraag gesteld. Op het einde van de negentiende eeuw wordt aan het model van het renaissanceboek niet getornd. Enkel de decoratie volgt met enige terughoudendheid de stijlevolutie. De boekbanden van Henry Van de Velde durven die traditionele vormgeving aan te vechten. De boekband vormt één geheel, dat als dusdanig creatief wordt aangepakt. Dit geldt dus ook voor de rug van het boek. Hierop worden niet langer de titel van het werk en de auteur vermeld. Het langwerpig vlak krijgt een eigen invulling die volledig overeenstemt met het decoratieve programma van de band.

 

Uiteraard vormt de slingerende lijn een hoofdkenmerk van de Art Nouveau boekbanden. Van de Velde heeft altijd aangedrongen op de kracht die van de lijn uitgaat. De zweepslag is daarvan een accentuering, zo ook de ontdubbeling en de verstrengeling. Voor de oppervlakkige waarnemer staat Art Nouveau dus gelijk met overvloedig slingerwerk. Toch hoedt Van de Velde zich voor hetgeen hij le démon de la décoration noemt. Het gekronkel gebeurt niet in het wilde weg, maar volgens een vrij eenvoudig te herkennen patroon.

 

Dankzij het tentoongesteld materiaal zien wij hoe eenzelfde motief gespiegeld wordt en resulteert in een vlak dat tegelijk zwierig en evenwichtig is. Het is duidelijk dat de kunstenaar zijn creativiteit heeft afgestemd op de technische haalbaarheid van het concept. De diverse etappes van de totstandkoming zijn dankzij het rijkelijk aanwezig materiaal op de voet te volgen. Zo zien wij ook hoe Henry Van de Velde decoratieve motieven opbouwt: soms vertrekt hij vanuit een floraal motief, en dan staat hij dicht bij de modellen die hij kent en eerbiedigt, zoals William Morris; andere keren vertrekt hij vanuit de lijn die hij in repetitieve kronkels leidt tot er een sterk beeld ontstaat.

 

 

LA JOYEUSE

 

Het is daarom gepast dat ook voorbeelden van zijn andere creaties te zien zijn: zoals juwelen, sierstukken met als pronkstuk een schitterende kandelaar, publiciteitsontwerpen, behangpapier, grafische verluchtingen voor dichter Max Elskamp of voor het tijdschrift Van Nu en Straks. Eenzelfde Van de Velde signatuur is overal afleesbaar. Het valt zelfs op dat sommige grafische ontwerpen zonder moeite tot boekbanden kunnen omgezet worden; ik denk hier onder meer aan het titelblad dat hij voor 'Ecce Homo' van Friedrich Nietzsche tekende.

 

Het boek was hoe dan ook een kunstuiting die hij uiterst belangrijk vond. Via het gedrukte woord kon zijn boodschap het best worden uitgedragen, terwijl het object een tastbare vorm van schoonheid moest zijn. Heel vroeg al schafte Henry Van de Velde zich een handdrukpers aan. Hij noemde haar La Joyeuse en ging ermee aan de slag, in samenwerking met zijn echtgenote Maria die bij gelegenheid voor de nummering en de handmatige afwerking van de drukken zorgde. Het vrolijk drukpersje volgde hem op zijn omzwervingen en belandde uiteindelijk op Ter Kameren als een veel gebruikt didactisch instrument.

 

 

DE HAND VAN DE MEESTER?

 

Terug naar de tentoonstelling met een aangename verrassing: de toonkasten waarin de mooiste werken te pronken staan zijn creaties van Van de Velde voor het Congolese luik van de Wereldtentoonstelling van 1897. De term pronken is hier wel op zijn plaats. Hier staan echte blikvangers: een boekband voor Leopold II, als vorst van de Vrijstaat Kongo en de Liber Memorialis die baron Edmond van Eetvelde als administrateur generaal van diezelfde Vrijstaat Kongo werd aangeboden. Beide werken mogen zonder meer somptueus genoemd worden. Voor de uitvoering van die hoogstandjes kon Van de Velde blindelings vertrouwen op boekbinder Paul Claessens.

 

Claessens was ongetwijfeld iemand die zijn vak kende, maar die op het inventieve vlak in de traditie was blijven steken. Dat blijkt uit de tentoongestelde ontwerptekeningen van de man die naast de krachtige Art Nouveau van Van de Velde nogal futloos overkomen. Hij moet dat zelf ook wel beseft hebben. Hij zal voorzeker naar Van de Velde opgekeken hebben, maar ook tot de vaststelling gekomen zijn dat die nieuwe stijl bij kapitaalkrachtige klanten in de smaak viel. En ofschoon hij zich binnen de traditie volledig op zijn plaats voelde, heeft hij zich na het vertrek van Henry Van de Velde naar Duitsland ook aan een aantal Art Nouveau ontwerpen gewaagd. Minder fraai is dat hij daarbij vrij schaamteloos gebruik maakte van diens ontwerpen. Ook daarvan krijgen wij een voorbeeld te zien. Uit respect voor de kwaliteit van de ambachtsman, wordt hier gelukkig niet te zeer op ingegaan. En blijkbaar moet Van de Velde hiervan nooit iets geweten hebben.

 

Een verder pluspunt van de tentoonstelling zijn de mooie foto's van Van de Velde en zijn echtgenote Maria in hun woning Bloemenwerf te Ukkel. Het zijn verzorgde oude afdrukken, hetgeen hun kwaliteit en charme nog meer in de verf zet. Wij zien Maria poseren in kledij ontworpen door haar man, gezeten in een zetel die hij ontwierp, in het huis dat hij voor hen bouwde. Het illustreert het ideaal dat Van de Velde zichzelf voor ogen hield: omringd zijn door schoonheid, de overtreffende trap van de kunst. En als de tentoonstelling in de Bibliotheca Wittockiana in haar veelzijdigheid iets duidelijk maakt dan is het wel dat Henry Van de Velde in die schoonheidbeleving geen onderscheid maakte tussen zogezegd hoge en lage vormen van kunst. De schoonheid is evengoed te vinden in een boekband als in de toren waarin hij bewaard wordt.

 

Rik Sauwen


ILLUSTRATIES

Liber Memorialis met het wapenschild van baron Edmond van Eetvelde, eerste ontwerp einde 1897, band afgewerkt na maart 1898, Privécollectie

William Younger Fletcher, English Bookbindings in the British Museum, Londen, 1895, Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg

Liber Memorialis in wit en goud van baron Edmond van Eetvelde, band afgewerkt na maart 1898, Privécollectie

Foto van Henry Van de Velde

Echtgenote Maria in een door Henry Van de Velde ontworpen zetel


Info

Henry Van de Velde en de artnouveauboekband in België (1893-1900).

Nog tot 16 januari 2011.

Bibliotheca Wittockiana

Bemelstraat 23

1150 Brussel

tel. 02 770 53 33