U bent hier

Uit de boeken - Het tijdperk van de steden

Uit de boeken - Het tijdperk van de steden

HET TIJDPERK VAN DE STEDEN

SCHENKING VAN FRANÇOIS SCHUITEN

 

De cover van de publicatie Het Tijdperk van de Steden lijkt een metafoor voor het stripverhaal dat tekenaar François Schuiten en tekstschrijver Benoît Peeters al meer dan dertig jaar samen exploreren. Het zoeklicht staat voor de controledrift in de totalitaire werelden in hun cyclus De Duistere Steden, de krochten van het woud voor het mysterie dat aan alle controle ontsnapt.

 

De Koning Boudewijnstichting heeft weer een handzame en mooi geïllustreerde uitgave gemaakt om de kunst die ze via haar Erfgoedfonds verwerft grotere bekendheid te geven. Al was het deze keer dankzij een schenking door François Schuiten van zijn originele tekeningen van de 'Belgische' Duistere Steden, en van zijn vroege stripwerk met zijn broer Luc en leraar Claude Renard. Ze zijn in bewaring gegeven aan de Bibliotheca Wittockiana. Ook de Bibliothèque nationale de France kreeg originele platen en cultuurdirecteur Thierry Grillet laat zich dankbaar uit over dit meesterwerk over een negentiende eeuw die nooit voorbijgaat.

 

De tekeningen zullen er niet alleen ontsloten worden, maar ook veilig bewaard voor herdruk, waarvan Schuiten hoopt dat die ooit het origineel zal evenaren. De Belgische journalist Thierry Bellefroid, die zich in François Schuiten. L'Horloger du Rêve (Casterman, 2013) ook al verdiepte in de tekenaar en scenograaf, heeft het over het rouwproces waar Schuiten altijd door moet nadat een album gedrukt is. Toch is dit inherent aan Schuitens verlangen om in een boek te eindigen.

 

Het verklaart ook zijn ambachtelijke manier van werken, zo vertelt Schuiten zelf aan OKV: "Omdat het eindresultaat papier is, moet ik op papier blijven tekenen. Inkleuren met een pipet gaat voor mij te snel, is te perfect, het mist diepte, de notie van het verstrijken van de tijd. Daardoor krijgt het verhaal nochtans zijn beweging en zijn muziek, anders ben je meer ambtenaar dan tekenaar."

 

 

Lofzang op de ontsnapping

 

Thierry Bellefroid heeft het verder over de ontpopping van de striptekenaar die opgroeide in een familie van architecten en die het subversieve stripverhaal leerde kennen via zijn twaalf jaar oudere broer Luc. Op zestienjarige leeftijd debuteerde Schuiten al in Pilote Belgique met een kortverhaal en dan moest hij nog naar het Sint-Lucasinstituut, waar de eerste stripafdeling ter wereld was opgericht. In Atelier R, genoemd naar de invloedrijke leraar Claude Renard, krioelde het van talent en durf, wat leidde tot de uitgave van het luxestripblad Le 9ème Rêve. Schuiten tekende vierhandig aan stripverhalen met Renard en met zijn broer, maar het was zijn jeugdvriend Benoît Peeters die hem dichter bij zichzelf bracht.

 

De Franse filosoof en schrijver Benoît Peeters doet zelf het verhaal over hun eerste samenwerking voor een schoolkrantje in het Don Bosco College in Brussel, waarvoor hij schreef en Schuiten tekende. Twintig jaar later waagden ze zich aan hun eerste stripverhaal De muren van Samaris, het begin van een succesreeks. Peeters' roman La Bibliothèque de Villers draaide ook al rond een fictieve stad met een paradoxale geometrie, en in de eerste strips van Schuiten stonden de stad en architectuur ook centraal. Peeters benadrukt het speciale statuut dat Brussel heeft, waar Schuiten altijd al woonde en Peeters jaren verbleef: zonder de systematische afbraak van architecturaal erfgoed, de 'verbrusseling', geen Duistere Steden.

 

Dertien albums en dertig jaar later voelen de twee auteurs zich nog steeds ontdekkingsreizigers. Veel lezers willen dat de puzzel past, schrijft Peeters, terwijl hij altijd heeft gevonden dat die puzzel eindeloos moest zijn, en dat er tegelijk ook nieuwe gaten moesten ontstaan.

 

Met de Franse filosoof en schrijver Tristan Garcia maken we een theoretische wandeling naar De Duistere Steden die hij in zijn jeugdjaren verslond. Hij beseft nu dat de Middenaarde van Tolkien of de Galactische Republiek van Star Wars veel coherentere vervangingskosmossen zijn. Hij oppert dat de Steden een onuitputtelijke verzameling variaties zijn op andere werelden. Soms beter, soms ook slechter dan de realiteit. Daarom stellen ze noch utopieën, noch dystopieën voor. Wel spelen de verhalen zich af in de negentiende eeuw met de immer ontluikende belofte van moderniteit. Zo is er het hilarische voorbeeld van het geloof dat elektriciteit ooit in onze levensenergie zal kunnen voorzien zodat voedsel overbodig wordt.

 

Garcia wijst op de ordenende principes die alle steden vorm geven en de personages die hieraan ontsnappen, zoals de scheve Mary von Rathen of Albert Chamisso met zijn gekleurde schaduw. Alleen buitenstaanders ontdekken het Leven, met grote L, dat gestalte krijgt door het naakte en blanke lichaam van een vrouw. Wanneer het personage Roland de Cremer geobsedeerd raakt door de interpretatie van een moedervlek op een vrouw, verliest hij haar echter. Hierbij verwijst Garcia naar Vom Sinn der Sinne (1935) waar de Duits-Amerikaanse neuroloog Erwin Strauss een onderscheid maakt tussen de ruimte van het landschap en de geografische ruimte. Iemand die de band met het landschap verliest en de wereld slechts uit de hoogte, als een landkaart waarneemt, zal pathologische trekken vertonen. Hij ziet slechts grenzen en afbakeningen. Elk album van De Duistere Steden is volgens Garcia daarom een lofzang op de ontsnapping en Mary von Rathen, verzamelaarster van onverklaarbare verschijnselen, het alter ego van de twee auteurs. 

 

 An Devroe


Thierry Bellefroid, Tristan Garcia, Thierry Grillet, Benoît Mouchart, Benoît Peeters, Michel Wittock

Het tijdperk van de steden - Schenking van François Schuiten

2014

77 blz.

ISBN: 978-90-5130-832-7

8 euro

Koning Boudewijnstichting, reeks Erfgoedfonds