U bent hier

Tentoonstelling over Karel de Soute - De vermetele vorst

Hans Memling, Moreeltriptiek, 1484, olieverf op paneel, Groeningemuseum, Brugge.

 

Karel de Stoute (1433-1477) deed een gooi naar de almacht maar faalde in zijn imperialistisch streven. Net zoals zijn voorgangers had hij te maken met de moeilijke samenstelling van zijn rijk en de angst en jaloezie van zijn onderdanen en concurrerende machthebbers. Het Groeningemuseum brengt de context van hof en slagveld naar Brugge. Kijk uit naar de eye candy die overkomt uit het Historisches Museum van Bern.

 

 

'JE LAY EMPRINS'

 

Daar lag hij dan op 5 januari 1477, morsdood, diep in Lotharingen. De Franse koning Loclewijk XI wist eerder van Karels schielijke overlijden dan zijn eigen dochter Maria van Bourgondië of zijn weduwe Margaretha van York. De vermetele Karel de Stoute had voor de laatste keer zijn devies alle eer aangedaan: 'Je lay emprins' of 'ik heb gewaagd' luidde het. Tijdens het beleg van de stad Nancy werd hij glorieloos verslagen. 

 

Slechts tien jaar- van 1467 tot 1477 - kreeg Karel toegemeten om zijn ambities bij te benen. Het begrip natievorming heeft Karel de Stoute mee helpen vormgeven, ook al was het statencomplex waarover hij de plak voerde te disparaat en fragiel om te kunnen overleven. Daarenboven soupeerde hij de staatskas goeddeels op. De militaire campagnes eisten hun tol. Zijn vader Filips de Goede verenigde Vlaanderen en Bourgondië onder zijn naam, met een beleid dat pacifistisch was en van dien aard dat de economie floreerde en de belastingen niet absurd hoog waren. Het zal de adel en de fiere Vlaamse steden gecharmeerd hebben. Maar Karel had lak aan het diplomatieke optreden van zijn vader, die voorvoelde dat een genormaliseerde betrekking met de machtige koning van Frankrijk bijna een noodzaak was. Hij bewees ei zo na het tegendeel. 

 

Wat zijn moment de gloire moest worden, liep met een sisser af. In 1473 was hij op de top van zijn macht, een geduchte vorst in Europa, al ontbreekt het hem aan die officiële titel van koning of keizer -de hoogste wereldlijke titel in het westen. In de zomer komt hij naar Trier om er met de Heilig Roomse keizer Frederik 111 te onderhandelen over het huwelijk van zijn dochter Maria met diens zoon Maximiliaan. De geschiedenis leert ons dat dit naderhand succesvol was. Maar als het koningschap ter sprake komt, wordt daar geen gevolg aan gegeven. Noch de keizer, noch de keurvorsten keken uit naar een nog dominantere positie van de hertog. 

 

Karels hofhouding overtrof die van hen met overdadige banketten, de nieuwste muziek, exquise gewaden en juwelen; de macht werd symbolisch gecommuniceerd. De Stoute was dan wel een martiale regent, hij sprak niettemin meerdere talen, kende de antieke literatuur en deed al eens een poging om te musiceren en te componeren. De fameuze polyfonist Guillaume Dufay vermaakte zelfs zijn koorboeken bij wijze van een legaat aan de hertog. 

 

 

HET RELIQUARIUM 

 

Van die pracht en praal blijft heden niet veel over; archiefmateriaal en verluchte handschriften vergulden die pil enigszins. Zo kennen we de geliefde hoofddeksels van Karel, ware kunststukjes vol met parels, uit manuscripten. Soms kost het ons niet veel moeite om de grandeur van die dagen te bevroeden. In Trier werd hij begeleid door de bisschoppen van Utrecht en Luik. Eerder had hij voor de kathedraal van die laatste stad het Reliquarium Karel de Stoute laten maken door de hofkunstenaar Gerard Loyet uit Rijsel. 

 

De goudsmid vervaardigde een onvolprezen meesterwerk uit goud, zilver en email. Daarin knielt Karel en wordt hij geruggensteund door de cernbattante Heilige Joris die er precies hetzelfde uitziet. Het was wederom een symbool van de macht dat niets minder zegt dan: "Ik ben de nieuwe soeverein van deze belangrijke stad". Loyet haalde zijn inspiratie haast letterlijk bij Jan van Eyck en zijn Madonna met kanunnik Van der Paele uit 1434-36. De geschilderde tandem van kanunnik en Heilige Joris toverde hij om tot goud. 

 

De jonge dynastie van de Bourgondische hertogen openbaarde haar status met representatieve kunst. Kunst als zichtbare symbolen van de macht om de geografische en taalkundige incongruenties te counteren. Er moeten enorme aantallen votiefbeelden van Karel bestaan hebben die hij aan de kerken van zijn steden schonk. De periode betekende ook de top van de productie van verluchte handschriften, met een terugval na zijn dood. De rijke en fiere stadsfunctionarissen, adel en geestelijken hadden eveneens een belangrijk aandeel in de kunstproductie van de Vlaamse Primitieven. Denk aan mannen als Loclewijk van Gruuthuse, Willem Moreel of de familie De Croy.

 

Memling - schilderde de Moreel-triptiek voor de stichting van een altaar in de Brugse Sint-Jacobskerk. Het is het typevoorbeeld van het familieportret, allen vroom biddend op de zijluiken. Willem Moreels vrouw Barbara van Vlaenderberch beviel tijdens Memlings schilderarbeid van enkele kinderen. Memling zorgde vervolgens voor een update met als resultaat: 5 zonen en 13 dochters. De reus Christoffel draagt het kindje Jezus over de rivier, wederom een voorstelling die naar alle waarschijnlijkheid teruggaat op Jan van Eyck. De vergezichten tonen Memlings aandeel in het voorbereidende werk van het landschap als genre. De gebouwen verwijzen naar Moreels titels van burggraaf van Roeselare en heer van Oostcleyhem. De politicus Moreel - handelaar in specerijen, bankier en grootgrondbezitter - was burgemeester van Brugge geweest. De beeldretoriek laat er geen twijfel over bestaan: dit was een machtig personage. Het meesterwerk speelde vanaf de negentiende eeuw een opmerkelijke rol tijdens de herwaardering van de Oudnederlandse schilderkunst. 

 

 

DE 'BURGUNDERBEUTE' 

 

Na de ontgoocheling van Trier koos Karel nog resoluter voor de imperialistische weg. In 1475 slaagde hij in zijn eigenlijke doel om Lotharingen te veroveren en zo het noordelijke en zuidelijke deel van zijn rijk met elkaar te verbinden, gelijkend op het Middenrijk van na het Verdrag van Verdun in 843. Daarna was het einde van de Bourgondische epoche nabij. In 1476 werd hij in Grandson en vervolgens in Murten door een coalitie van edelen van Habsburg, Lotharingen en stedelingen verslagen. Men maakte er de schatten uit zijn tent buit, wat als de roof van de "Burgunderbeute" te boek staat. Die overwinning heeft mythische proporties aangenomen, het is een van de grote verhalen uit de westerse geschiedenis geworden. Men neemt onder meer het Mille fleurs tapijt in beslag dat nog aan zijn vader had toebehoord. Om gouddraad te recupereren stak men een tapijt gewoonlijk in brand. Van de serie van 8 is dit het enige overblijvende voorbeeld. Fijner zijn ze in die tijd nooit gemaakt. 

 

Na Grandson was Karel de Stoute een depressie nabij. Centralisatie was een van zijn doelstellingen geweest maar hij kon nooit de koppige steden in de Nederlanden helemaal vermurwen - ondermijnende manoeuvres waren een chronische dreiging. In 1477 liet hij uiteindelijk het leven in een slag tegen de hertog van Lotharingen. 

 

De expo eindigt zeer passend in het sombere en gehavende interieur van de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Brugge, waar Karel met gevouwen handen al eeuwen naar het bakstenen gewelf en het glasraam met de Verlosser staart. Aan zijn zijde ligt zijn dochter Maria van Bourgondië en achter hen bevindt zich het fameuze koorgestoelte met de geschilderde banieren en heraldische insignes van de hertogen van Bourgondië. De genius loci speelt hier een geraffineerde rol: van Vlaanderen waar de kunst hoogtij vierde, tot Nancy waar Karel als een overmoedige Caesar van zijn paard viel en naar verluidt in alle anonimiteit beroofd werd van zijn trots.

 

Matthias Depoorter

 


INFO

 

Tentoonstelling

Karel de Stoute (1433-1477) Pracht en praal in Bourgondië

Nog tot 21 juli 2009

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 9.30 tot 17.00 uur

Gesloten: maandag

 

Groeningemuseum

Dijver 12

8000 Brugge

Open: dinsdag t.e.m. vrijdag van 9.30 tot 17.00 uur. zaterdag van 9.30 tot 16.45 uur, zondag van 13.30 tot 17.00 uur

 

Onthaalkerk Onze-Lieve-Vrouw

Mariastraat

8000 Brugge

 

www.kareldestoute.be