U bent hier

Tentoonstelling Jan Cox - Profiel van een kunstenaarschap

Eurydice (IV uit de Orpheussuite), Boston, 1960, Olie op doek, 45 x 45 cm, Privéverzameling.

 

Jan Cox (1919 – 1980) is een Belgisch kunstenaar die ondanks zijn veelzijdige artistieke inzet tot op heden voor velen een onbekende is gebleven. Zijn omvangrijke oeuvre incorporeert nochtans een aantal meesterwerken, hij uitte talrijke kunsttheoretische reflecties en cultuurfilosofische beschouwingen en hij beleefde zijn artistiek docentschap als een roeping.

 

 

DE WARMTE TERUGGEVEN

 

Het hele leven van Jan Cox stond in het teken van een humanistisch project, gestoeld op  menselijke waardigheid en gevoed door het beginsel van individuele vrijheid. Hierdoor dichtte hij de kunstschepping een maatschappelijke verantwoordelijkheid toe in een verzuchting ethische en esthetische dimensies met elkaar  te verbinden.

 

Vanuit deze optiek dient het belang van zijn esthetische paradigma begrepen te worden. Precies dit consequente vasthouden aan een vooropgesteld model ligt aan de basis van wat sommigen bestempelden als anachronisme. Met de kunsttraditie in het achterhoofd verkende Jan Cox het eigentijdse kunstgebeuren in België en Amerika en selecteerde hieruit wat hij vanuit zijn teleologische gedrevenheid vruchtbaar achtte. Eerder dan aansluiting te zoeken bij de artistieke actualiteit bestond zijn ambitie erin zijn boodschap met overtuigingskracht te ventileren.

 

In nauwe aansluiting hiermee ontwikkelde hij talrijke reflecties over kunstcreatie en artistieke beleving en becommentarieerde hij kunstenaars  met wie hij zich verwant voelde. Samen met de moeilijke inpassing van zijn oeuvre binnen een lineair model van kunstgeschiedschrijving, gebaseerd op  breuklijnen  en  vernieuwingstendensen, werd hem deze intellectuele omkadering  van kunst ten kwade ge­ duid. Gewijzigde kunstbenaderingen, postmodernistisch gedachtegoed en vertrouwdheid met conceptuele dimensies laten vandaag toe zijn kunstenaarschap met een frisse blik te bekijken.

 

Een focus op dialectische processen tussen kunstenaar en creatie, gesitueerd in het verlengde van contextuele interesses, opent nieuwe perspectieven en werpt een totaal  ander  licht op het oeuvre. Recent onderzoek naar de onderlinge dynamiek van subjectgebonden determinanten, artistieke stimuli en contextuele aspecten voerde tot een beeldvorming van Jan Cox' kunstenaarschap vanuit een humaan perspectief, met aan­ dacht voor individuele maar ook algemeen menselijke en maatschappelijke connotaties. De tentoonstelling is niet als retrospectieve geconcipieerd maar belichaamt vooral het verlangen de warmte waaruit het oeuvre is ontstaan aan het beeld terug te geven.

 

 

ORFEUS EN OMGEVING

 

Het beeld dat Jan Cox zich over het kunstenaarschap vormde werd geïnspireerd door de mythe van Orfeus, de betoverende lierspeler die zijn geliefde Eurydice verliest en uit wanhoop steeds mooier en ontroerender musiceert. Ondanks de artistieke hoogtepunten die Orfeus bereikt, slaagt hij er niet in dit verlies te overstijgen.Ten slotte zal een groep Maenaden hem schrikwekkend de dood injagen.

 

Jan Cox heeft dit romantische kunstenaarsconcept nooit echt verlaten. Meer nog: de mythe werd uiteindelijk een metafoor van zijn persoonlijke geschiedenis. Om die reden is de Orfeussuite, een door Jan Cox gecreëerde reeks verhalen van de lyrische maar tragische muzikant, het hart van de tentoonstelling. De intimiteit van een speciaal daartoe opgerichte circulaire kamer nodigt de bezoeker uit tot contemplatie van de werken, hiertoe begeleid door pianocomposities van Eric Satie, die Jan Cox zelf meermaals en met grote sensibiliteit vertolkte.

 

Gezien de specifieke opzet van de tentoonstelling is de wandeling doorheen het oeuvre opgevat als een bezoek aan diverse kamers voorzien van eigen accenten. Een er­ van bevat contextuele en biografische gegevens, bedoeld om de kunstenaar in diverse sociaal culturele tijdsgewrichten en specifieke familiale en artistieke  biotopen te situeren.  Deze veelzijdige omgeving krijgt kleur door kunstwerken uit diverse periodes, portretten van vrienden en kennissen, biografische documenten met verwijzing naar literaire en andere artistieke contacten, eigenhandige geschriften, foto's enz. Ze leggen op een informele manier Jan Cox' familiale omgeving, vriendschappelijke connecties en artistieke inspiraties bloot. En ze maken banden met de Jeune Peinture Beige en Cobra zichtbaar. Allerlei getuigenissen wekken zijn verblijf te New York en te Boston tot leven, alsook zijn terugkeer naar België en de betekenis van Galerie De Zwarte Panter. Zij evoceren de talrijke voedingbodems en stimuli die Jan Cox als mens en kunstenaar nu eens expliciet dan weer onderhuids hebben vorm gegeven en getekend.

 

De visie op kunst en kunstschepping die Jan Cox veelvuldig en enthousiast in de verf zette, is geïllustreerd in de kamer met focus op het creatieproces en in de kelderruimte.   Schetsboekjes,  studiebladen  en  afgewerkte schilderijen getuigen van de verschillende etappes die de kunstenaar doorloopt tijdens het realisatieproces. Foto's en filmische beelden tonen de kunstenaar aan het werk. De zorg die Jan Cox besteedde aan het uitdragen van zijn artistieke boodschap en de retoriek  die hij hierbij hanteerde, worden geëvoceerd doorheen een sonore reconstructie van zelf gegeven lezingen met daarbij horende illustraties.

 

 

IMPONEREND EN KLEURRIJK

 

Hoewel het oeuvre thematisch gezien een grote variatie vertoont, duiken hierin bevoorrechte thema's op waarbij mythische verhalen als beeldende metaforen optreden.

 

Taferelen uit de Ilias van Homeros vertolken de gruwel van de oorlog, de Orfeusmythe de tragiek van het kunstenaarschap, het verhaal van Judith en Holofernes vertolkt de vrouw in haar relatie tot de man. Hoewel de narratieve dimensie van de mythe tot seriële uitwerking uitnodigde, incorporeerde Cox analoge thema 's ook in afzonderlijke werken. De overheersende aandacht die hij hiervoor heeft opgebracht heeft te maken met persoonlijk doorleefde problematiek. Imponerend en kleurrijk georkestreerd veroveren zij de weidse ruimte van de grootse museumarchitectuur  waarbinnen centraal en besloten, de kleine Orfeustempel zijn autonome plaats inneemt. Geïnspireerd door  de passie van Christus  articuleerde Jan Cox in de Martelgang zijn persoonlijke lijdensparcours in beklijvende schilderijen; zovele uitingen van existentiële tragiek beslecht in de catharsis van de scheppingsact. In een aparte  kamer zijn de werken serieel en ritmisch op manshoogte tegen de muur aangebracht als schrijnende Andachtsbilder, pijnlijke tekens van menselijke substantie.

 

Ter initiatie  in de leefwereld van de kunstenaar  en de complexiteit  van zijn oeuvre, zijn in de eerste kamer bij het  begin  van de tentoonstelling  enkele sleutelwerken van Jan Cox ten toon gesteld. Zonder dwingend te zijn, evoceren zij achterliggende drijfveren van mens en kunstenaarschap: de melancholie, de tragiek van het kunstenaarschap, de vrouw, de filosofische beschouwing, de existentiële strijd en de autoreflexieve dimensie. Als afzonderlijke stèles in de ruimte neergezet nodigen zij uit tot ontmoeting en reflectie vooraleer de wandeling doorheen het oeuvre aan te vatten.

 

De tentoonstelling gaat gepaard met de publicatie van het boek Jan Cox: Profiel van een Kunstenaarschap door Stichting Kunstboek. De rijk geïllustreerde uitgave belicht het oeuvre van Jan Cox vanuit een interdisciplinaire invalshoek.

 

 

Prof Dr. Claire Van Damme

Gewoon hoogleraar UGent

Curator van  de tentoonstelling Jan Cox

 


JAN COX: LEVEN EN LIEFDES

 

Jan Cox is geboren in 1919 in Den Haag. Hij brengt het grootste deel van zijn  jeugd door in Amsterdam en verhuist in 1936 naar Antwerpen. Hij  studeert er aan de academie en ook aan de Gentse universiteit. Cox werkt even met Cyriel Verschaeve en is tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken bij  het verzet. Na de oorlog verhuist hij naar Brussel. In 1945 richt hij samen met andere kunstenaars de groep Jeune Peinture Beige op. Enkele jaren later komt hij in contact met de Cobra-groep en bouwt blijvende vriendschappen op met Pierre Alechinsky en Hugo Claus. In 1954-55  verblijft jan Cox twaalf maanden aan de Academie Belgica in Rome. Hij schrijft voor Belgische kranten, tijdschriften en de openbare  radio over kunstgeschiedenis en het  leven in  Rome. Vanaf 1948 verschuift zijn aandacht naar de Verenigde Staten. In  New York staat hij aan de vooravond  van een  veelbelovende professionele relatie met kunsthandelaar Curt Valentin, maar Cox verkiest professor schilderkunst te worden in Boston. Hij  geeft er les van 1956 tot 1974. Uiteindelijk keert Jan Cox ietwat ontredderd terug naar Antwerpen waar hij  in galerie De Zwarte Panter aan een nieuw hoofdstuk in  zijn  leven begint. Maar Cox vindt geen uitweg uit zijn drankzucht en uit de periodes van diepe depressie die worden afgewisseld met momenten van euforie en creativiteit. In 1980 maakt hij een einde aan zijn leven.

 

Jan Cox heeft een uitgesproken belangstelling voor het  klassieke modernisme,  de kunst van Picasso, Matisse, de surrealisten... Hij is leeftijdgenoot en vriend van Cobrakunstenaars. Maar Cox gelooft niet dat alleen een kinderlijke spontaneïteit of een uitgezuiverde abstractie de kloof tussen de werkelijkheid, het publiek en de kunstenaar kan overbruggen. Cox vertrekt van de inhoud die hij  uitbeeldt en heeft een voor die tijd bijna unieke voorkeur voor onderwerpen  uit de bijbel en de Grieks-Romeinse Oudheid.

 

Jan Cox is verliefd geweest op vele vrouwen. Op de Amerikaanse Ruth Obson, met wie hij  kort na de Tweede Wereldoorlog door Frankrijk reist en van wie hij een portret schildert. In Brussel ontmoet hij  zijn echtgenote Yvonne Van Ginneken. Zij zal  bijna tien jaar lang een van de hoofdpersonages in zijn schilderijen blijven. In Boston wordt Jan Cox verliefd op een leerlinge, Marlene. Ook van haar maakt de kunstenaar  een intrigerend portret. En in Antwerpen wordt hij opnieuw verliefd op een jonge vrouw met wie hij zijn laatste reizen onderneemt. In de schilderijen van Jan Cox treden voortdurend vrouwen op: de dappere joodse Judith, de dronken danseressen uit de Griekse mythologie ... en natuurlijk Eurydice, Orpheus' onbereikbare liefde.

 

Uit de inleiding op de tentoonstelling Jan Cox


INFO

 

Tentoonstelling

 

Jan Cox.

Profiel van een kunstenaarschap

Nog tot 15 juni 2008

Open: van dinsdag tot en met zaterdag van 10 tot 17 uur, zondag tot 18 uur

Gesloten: maandag en op 1 en 2 mei

 

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Leopold de Waelplaats

2000 Antwerpen

tel.03 242 04 16

www.kmska.be