U bent hier

Ossip Zadkine De dromer van het woud - Oscar Jespers Geboorte

Ossip Zadkine De dromer van het woud - Oscar Jespers Geboorte
Ossip Zadkine, De dromer van het woud, 1944, Roze zandsteen, 45 x 100 x 36 cm, gesigneerd, niet gedateerd
 
'Het kunstwerk, het beeld, is een abstractie. En indien de natuurvormen als uitgangspunt dienen, is het om deze te herscheppen tot beeldvormen' (O. Jespers).
 
'Le sculpteur est un ordonnateur. Il ordonne les formes et leur conserve le parfum enivrant de la forêt' (De beeldhouwer ordent vormen en houdt er de bedwelmende geuren van het woud in vast) (O. Zadkine).
 
Beiden behoren tot dezelfde generatie en hebben uit de vernieuwing van het kubisme een frisse inspiratie geput.
 
Beiden zijn, dankzij hun sterk persoonlijk temperament, tot een markante individuele ontplooiing gekomen.
 
De liggende figuur van Oscar Jespers, gehouwen uit hard graniet -voor de vuist gekapt, zoals hij het zelf kernachtig uitdrukte - is gesloten. De massa is gebonden en streng binnen haar grenzen gehouden.
 
Het expressieve wordt niet pathetisch of breedsprakerig: de rauwe kreet wordt onderdrukt, zoals ook het veelbetekenend handgebaar van de vrouw haar smart bedwingt. De geboorte van Jespers' eerste kind zal de aanleiding geweest zijn om dit beeldhouwwerk te creëren. Niet mooi, noch voornaam, noch harmonieus wou hij zijn, maar in een bewust primitivisme wou hij de vormen streng samengebald houden.
 
De verhevigde expressie gaat samen met een synthetische vormgeving die het wezenlijke tracht uit te drukken en is aangepast aan het rythme van de steenmassa. En toch is deze steenmassa niet hoekig, niet agressief: over de gespannen rondingen kan het licht zacht verglijden...
 
Volgens de criticus Emile Langui is Jespers in wezen een heel gevoelig mens die deze gevoeligheid echter achter een scherm van ingetogenheid verbergt. Vandaar dat de emotie van zijn beelden niet aan de oppervlakte ligt. Zij straalt uit hun hele verschijning, uit de vorm, de uitdrukking, de gestalte en de houding.
 
Vandaar ook dat de warmezinnelijkheid van zijn vrouwenfiguren niet louter op de huid ligt, maar komt aanzwellen van heel diep, uit de kern van het volume om aan de uitwendige vorm de spanning te geven die het leven schept.
 
Met de jaren is het oeuvre van Oscar Jespers milder geworden: in een groter realisme werden zijn scheppingen vrijer.
 
En ook de techniek veranderde: gemodelleerd in klei en gips krijgen de werken een grotere lenigheid en een soepeler vorm.
 
Ook voor Zadkine is het blok steen of het stuk hout zeer dikwijls aanleiding om een taille-directe te houwen, rechtstreeks uit het materiaal.
 
Maar de evolutie verloopt nooit rechtlijnig, niet in zijn totale œuvre, noch in een geïsoleerd werkstuk.
 
Zadkine is een modern barokkunstenaar. Hij wil zijn fantastische dromen vrij laten zingen en aarzelt niet om bepaalde invallen uit te werken.
 
Holten en golvingen, die de natuurlijke anatomie verwringen, zorgen onverwacht voor een subtiele charme of een verhevigde emotie.
 
Gladde oppervlakten worden soms ingekerfd met een decoratieve lijn. In zijn torso's en naakten wil hij poëzie verbinden met waarachtigheid: 'Als ge het menselijk lichaam liefhebt, zult ge er ook de waardigheid van uitdrukken', zei hij tot zijn leerlingen. 'Ge moet het woud van het lichaam verkennen, dan zal zijn mysterie helder klaar en leesbaar worden. Vergeet nooit deze twee te verenigen: de emoties die het object zelf oproepen, en uw eigen ontroering'.
 
Dit samengaan van expressie en decoratie wordt in 'De dromer van het woud' goed geïllustreerd. De massa van het beeld staat juist ver genoeg af van het realisme om de plastische waarde van de compositie sterker te laten spreken en ook weer niet zo ver dat het menselijk verband verloren zou gaan.
 
De handen zijn, zoals in ieder van Zadkines werken, een belangrijk element: waar ze reeds in de steenmassa een omhullende, insluitende beweging uitvoeren, wordt op het dijbeen nog een hand ingetekend. Gegraveerde motieven van antieke zuilfragmenten verwijzen naar de ruimte-uitbeelding van de Griekse mythische wereld en het geloof in de klassieke geestelijke waarden.
 
Op het hoofd werd een profiel getekend dat, met bladeren omkranst, naar de hemel toe ligt te dromen.
 
Dit dromerige is een minder bekend aspect van Zadkines œuvre: wij kennen hem beter als de maker van sterk emotionele en lyrische werken als de 'Verwoeste stad' in Rotterdam of de 'Orpheus' uit Middelheim waar de vertwijfelde die vergroeid is met de lier, tot een teken in de ruimte is geworden, het teken van Zadkines eigen gecompliceerde natuur.
 

Ossip Zadkine

Hij werd geboren te Smolensk in 1890 en overleed te Neuilly in 1967. Van 1906 tot 1909 verbleef hij te Londen waar hij les volgt aan de Regentstreet Polytechnic-school. In 1909 kwam hij naar Parijs en volgde er gedurende zes maanden de cursussen van de Ecole des Beaux-Arts. om daarna zelfstandig te werken. Hierbij toonde hij grote bewondering voor Rodin en belangstelling voor primitieve kunsten en voor het kubisme. Van 1941 tot 1945 verbleef hij te New-York. Bij zijn terugkeer is veel uit zijn atelier verdwenen of verwoest. Weer aan het werk werd hij een populair beeldhouwer onder meer wegens het monument 'Verwoeste stad' te Rotterdam. Van 1947 tot 1958 gaf hij les aan de Académie de la Grande Chaumière. Hij was ook als grafisch kunstenaar werkzaam en publiceerde geschriften over de beeldhouwkunst.

 

Oscar Jespers

Hij werd geboren te Antwerpen in 1887, en overleed te Brussel in 1970. Hij kreeg z-ijn eerste opleiding van zijn vader, Emile Jespers, die eveneens beeldhouwer was. Hij studeerde aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen (Prof. Th. Vinçotte). Samen met Floris Jespers, Paul van Ostayen en Paul Joostens ijverde hij voor vernieuwing van de kunstvorm. Na de eerste wereldoorlog trad hij toe tot de kunstbeweging 'Sélection' en werd lid van de voornaamste vooruitstrevende kunstverenigingen als 'Kunst van Heden', 'L'art vivant', 'Les compagnons de l'art'. Hij ondernam tal van reizen. Van 1927 tot 1954 was hij professor aan het Nationaal Hoger Instituut voor Architectuur en Beeldende Kunsten te Brussel en van 1949 tot 1957 buitengewoon hoogleraar aan de Jan van Eyckacademie te Maastricht. In 1961 werd hij gasthoogleraar aan de School of the Museum of Fine Arts te Boston.