U bent hier

OKV plus 2003.2

OKV plus 2003.2

 


INHOUD :

  • Edito
  • Kunst in zicht: beau, eau, be, ufo, fort en a...rt
  • Opgelet! Ze zijn niet lief, mijnheer! - FATALE VROUWEN
  • Technopolis doe je zelf
  • Africalia '03 - Een Afrikaans seizoen in België
  • Het nieuwe Groeninge. Memling op tafel!
  • Doeken voor de glorie, portretten voor de soep – Antoine Wiertzmuseum
  • Rik Delrue en de 'intellectual gnome' - Het kabouterproject

Edito

 

Het wordt een drukke zomer! Wie dacht dat na Brugge 2002 de rust zou terugkeren, is eraan voor de moeite.

 

De festivals schieten als bomen uit de grond. Een fotofestival in Knokke, een Gust De Smetfestival in Deurle, Beaufort barst los aan de kust en in het Brusselse komt Africalia aan de beurt. En dan vergeet ik nog een hele reeks.

 

Het lijkt echt een nieuwe trend. Een reeks tentoonstellingen aan elkaar koppelen,  liefst op een originele locatie. Nou ja, origineel. Maar kom, het is een leuk idee. Een duur idee ook, want vaak is zo'n manifestatie niet echt goedkoop. Voor een dagje uit met je kids ben je vaak gewoon zo'n € 50,00 kwijt. Vervoer niet inbegrepen.

 

Dat vervoer kan trouwens aardig oplopen! Als je zoals bij Beaufort de hele kustlijn moet aftjokken op zoek naar kunst, zoiets loopt op! Over parkeerproblemen en opstoppingen heb ik het dan nog niet. Na de kijkfile nu ook de kunstfile! Nu kan je natuurlijk ook de kusttram nemen, maar dan nog.

 

Wie dacht dat het bij dit alles zal blijven, heeft het nog grondig fout ook. Na de zomer is er geen denken aan bekomen. De Open Monumentendag!  Met zijn honderdduizenden huizen bestormen! Want de laatste jaren loopt dit weekendje aardig uit de hand. Erfgoed is populair en je hebt maar één weekend!  Of neen, twee eigenlijk, want het voorbije Erfgoedweekend was al een aardige aanloop naar de zomerdrukte.

 

In het najaar staat alweer een ander evenement in de steigers. Europalia Italië! Met héél veel activiteiten! Wie die Italianen een beetje kent, weet dat je hier niet bepaald rustiger van wordt.

 

Wat men zich blijkbaar niet meer afvraagt is of er hier wel een publiek voor is? Welke gezonde ziel kan dit alles nog aan?

 

Michel Peeters

 


Kunst in zicht: beau, eau, be, ufo, fort en a...rt

 

België is een nieuwe triënnale rijker. Een groot kunstevenement met de volledige Belgische kust als locatie en de zee als inspiratie.

 

Allemaal woorden en afkortingen die je kan ontdekken in "beaufort".  "Het woord op zich is voor deze triënnale direct bruikbaar omdat we sterk (fort) en mooi (beau) uit de hoek willen komen met een kunst (art) project dat in België (Be) aan zee (eau) plaatsvindt en veel verbeeldingskracht (Ufo) vergt." zeggen de organisatoren. Willy Van den Bussche is de Commissaris-generaal van dit ku(n)stproject. Samen met een inter­nationale jury (Klaus Bussman, Rudi Fuchs en Jean-Hubert Martin) selecteerde hij een groep gerenommeerde hedendaagse kunstenaars. Zij zullen zich laten inspireren door het leven aan zee of de zee als leidmo­tief nemen voor ingrepen op diverse locaties in kustgemeenten.

 

De internationale titel verwijst op het eerste zicht dan ook naar de windkracht die zo bepalend is voor het leven op en aan zee.  De naam Beaufort als eenheid van windkracht is sinds 1838 een algemeen begrip geworden en voor iedereen duidelijk.

 

 

Marines in confrontatie

 

"2003 Beaufort" bestaat uit 2 luiken. Om te beginnen is er in het PMMK, Museum voor Moderne Kunst in Oostende, een groots opgezette tentoonstelling met de zee als thema. Een tentoonstelling die de draaischijf van het hele gebeuren vormt.

 

"Marines in confrontatie" toont een uitgelezen keuze zeegezichten van moderne en hedendaagse schilders, die in hun loopbaan de zee als motief kozen. Een ontmoeting van zeer diverse  benaderingen.

 

De losse toets van Monet en Wolvens naast de bijna mystieke kracht van Turner en Ensor. De weloverwogen geometrische vormen van Brusselmans in contrast met de fotografische precisie van Richter. Zowel kunstenaars als Courbet, Permeke en Kiefer die spelen met de materie van de verf als kunstenaars die het motief symbolisch of conceptueel benaderen. Ter gelegenheid van deze tentoonstelling nodigt curator Willy Van den Bussche hedendaagse kunstenaars uit hun visie op de Noordzee te schilderen.

 

De Belgische schilders Etienne Elias, Roger Raveel en Luc Tuymans vonden dit voorstel een boeiende uitdaging. Ze waren bereid om de zee, waar ze sinds lang mee vertrouwd zijn, opnieuw te bekijken en te interpreteren. Ook een aantal buitenlandse kunste­naars,  zoals Norbert Bisky, Ralph Fleck en Alex Katz, lieten zich bekoren door de uitnodiging en zullen de Belgische kust schilderen.

 

 

Triënnale voor hedendaagse kunst aan zee

 

Een artistiek parcours langs de kustgemeenten vormt het tweede luik van 2003 Beaufort. De Panne, Sint-ldesbald, Koksijde, Oostduinkerke, Nieuwpoort, Middelkerke,­ Westende, Oostende, De Haan, Wenduine, Blankenberge, Zeebrugge en Knokke-Heist vormen de locatie voor talrijke hedendaagse multidisciplinaire kunstevenementen. De deelnemende kunstenaars werd gevraagd zelf hun ideale plek aan te duiden in de gemeente waar ze hun werk zullen presen­teren.

 

Van alle uitgevoerde projecten wordt in elke gemeente het scheppingsproces tentoonge­steld aan de hand van tekeningen, foto's en video's.  Deze tentoonstelling vormt in elke gemeente het vertrekpunt van het bezoek aan de diverse locaties en verduidelijkt het kunstparcours.

 

 

Bakens, billboards en projecten

 

Langsheen de kustlijn wordt per kustge­meente een baken geplaatst, telkens een monumentale constructie. Hierdoor wordt de link gelegd met de kerktorens en vuurto­rens die vroeger de zeelieden veilig naar de havens loodsten. "2003 Beaufort" is aldus zichtbaar van op zee, herkenbaar vanuit de lucht en bereikbaar van op land.

 

De geselecteerde kunstenaars zijn Antony Gormley (Groot-Brittannië), Anne & Patriek Pairier (Frankrijk), Jan Fabre (België), Wim Delvoye (België), Daniel Spoerri (Italië), David Mach (Groot-Brittannië), Koen Vanmechelen (België), Wolfgang Winter & Berthold Hörbelt (Duitsland) en Henk Visch (Nederland).

 

Op drukbezochte plaatsen in elke gemeente worden grote billboards geplaatst, waarop de zee en het leven aan zee door belangrijke fotografen worden vastgelegd in reuzen­grote digitale foto's.

 

Ook beelden van verdwenen erfgoed (zowel natuur als architectuur) worden onder de aandacht gebracht. De kunstenaars die het beeldmateriaal leveren zijn Elger Esser (Duitsland), Fabian Marcaccio (Argentinië), Matthias Koch (Duitsland), Christian Meynen (België), Dirk Braeckman (België), Jacques Charlier (België), Thomas Ruff, Florian Baudrexel en Jens Ullrich (Duitsland), Johan Muyle (België) en Massimo Vitali (Italië).

 

Naast bakens en billboards creëren een aantal kunstenaars, speciaal voor een bepaalde locatie, sculpturen, installaties en videoprojecten. De kustvlakte met natuur­ en havengebieden, historische sites, typische architectuur en oorlogsgebieden biedt tal van mogelijkheden.  Een eerste groep kunstenaars werd geselecteerd:

 

Gerhard Lentink (Nederland), Zhuang Huan (China), Jianguo Sui (China), Lars Siltberg (Zweden), Johan Tahon (België), Berlinde De Bruyckere (België), Maria Roosen (Nederland), Panamarenko (België), Cracking Art loves William Sweetlove (Italië en België).

 

 

Ku(n)st + toerisme?

 

"Het is de bedoeling een triënnale in het leven te roepen waardoor een traditie ontstaat en er naambekendheid kan worden gegenereerd, gelijkwaardig aan bvb. de Biënnale van Venetië of de Documenta in Kassel" zo zeggen de organisatoren.

 

Of "2003 beaufort" die ambitie gaat waar­ maken is zeer de vraag.  De keuze van de kunstenaars is alleszins weinig verrassend, er werd op veilig gespeeld door vertrouwde, bekende namen te kiezen .

 

Op de website lees je na de beschrijving van de Belgische kust en haar accommodatie het volgende over "2003 beaufort": "een must voor iedereen met een passie voor heden­daagse kunst én voor iedereen die de kust op een verfrissende en vernieuwende manier wil (her)ontdekken en/of beleven!". Dat beeldende kunst tijdens de zomermaanden zowat overal ten lande gebruikt wordt om het imago van stad of gemeente op te smukken, begint stilaan een traditie te worden. Dit soort van manifestaties zijn publicitair doeltreffend. Door een kunstparcours wordt een bekende plek "anders" ervaren.  De vraag of de kunst gediend is met deze mediagenieke vertoningen wordt niet meer gesteld.

 

Ook "2003 beaufort" lijkt, met al haar arrangementen en uitstapjes, een pakketje kunst toe te voegen aan de toeristische attracties die de Belgische kust biedt.  "De grootte van 2003  als aanduiding van de kracht van dit project onderlijnt de ambities ervan." zegt Van den Bussche. Wie een artistieke windkracht van 2003 beaufort wil trotseren, weet dus waar naar toe de komende maanden.

 

Amarant vzw organiseert rondleidingen in de tentoonstelling 'Marines in confronatie'. Docent Jean-Paul Vanhove, filosoof én kunstenaar, is de geschikte man om u rond te leiden en de grote diversiteit te duiden.

 

Els Nouwen

 

PRAKTISCH:

2003 BEAUFORT

Marines in confrontatie 

PMMK OOSTENDE

TRIËNNALE VOOR HEDENDAAGSE KUNST AAN ZEE

PARCOURS LANGS DE KUSTSTEDEN

6/4/2003 - 28/9/2003

www.2003beaufort.be

 


Opgelet! Ze zijn niet lief, mijnheer!

 

Een goede tentoonstelling begint bij een goede titel.

 

 

Ronkende titels

 

Als organisator weet je maar al te goed dat een titel die naar schatten of naar goud verwijst garant staat voor een gunstige respons van het publiek.

 

Of de kostbaarheden van Thraciërs, Scythen of Inca's afkomstig zijn doet er weinig toe. Laat het blinken, de kassa zal wel rinkelen. Maar thema's met een min of meer ondeugende  ondertoon doen het ook niet slecht. En wat staat er meer garant voor een gezonde portie ondeugd dan fatale vrouwen?  Op dus naar het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen waar Fatale Vrouwen tot 17 augustus alle zeilen van de verleiding bijzetten.

 

 

Hoe herken je een fatale vrouw?

 

Hoe gek het moge klinken, maar het dagelijks taalgebruik schijnt een onderscheid  te maken tussen een femme fatale en een fatale vrouw. Dit onderscheid dat nog niet door de woordenboeken erkend is, ziet in de femme fatale niet meer dan een vrouw met een bijzonder mooi uiterlijk. De connotatie van fatum, noodlot, is blijkbaar verloren gegaan, terwijl alles in eerste instantie daarom draait.  Mannenvreetsters zijn het; niet meer, en ook niet minder.

 

Het thema beleeft zijn hoogtepunt in de tweede helft van de negentiende eeuw, wanneer de burgerlijke maatschappij maar al te goed meent te weten waar het gevaar dreigt.  Met charme en schoonheid lokt de fatale vrouw de man. Haar sensualiteit en seksualiteit hebben een betoverende kracht die ze onveranderlijk gebruikt om hem te gronde te richten.

 

Die roemloze ondergang in waanzin en dood laat haar trouwens onverschillig. Haar aandacht gaat al naar het volgende slachtoffer dat zich aandient.  Lekker hypocriet waarschuwt de burgerlijke moraal voor de gevaren die de omgang met vrouwen  inhoudt. Ze zijn misschien niet allemaal slecht, maar je kijkt toch maar beter uit.

 

Enige vrouwonvriendelijkheid gold toen nog als een gezond princiep. Uitbeelden van het kwaad  is overigens een goed afschrikkingmiddel. Dus komt het thema rijkelijk aan bod zowel in de beeldende kunsten als in de  literatuur.

 

 

Hoe verkoop je een seksistisch discours?

 

Omdat het thema typerend is voor een bepaalde tijd had het behoorlijk gedateerd kunnen overkomen. Maar de samensteller van de expo, dr. Henk van Os, oud-directeur van het Rijksmuseum te Amsterdam, heeft vooral oog gehad voor kwaliteit, zowel op het vlak van de uitbeelding als op dat van het schildersmetier. De selectie is streng geweest. Heel wat draken blijven dus rustig in de reserves van musea opgesloten. Het oeverloze thema is netjes in een zestal categorieën opgedeeld, die elk met enkele markante werken worden  verduidelijkt. Geen overdaad dus, in een tentoonstelling van nog geen zestig werken.

 

In de ruime museumzalen staat een architecturale installatie van twee, haaks op elkaar geplaatste gangen, zwartgeschil­derde engten met hier en daar een doorgang naar verborgen kamers.  Zo ontstaat een labyrintachtig parcours waarin elk thema in zijn eigen alkoof te kijk staat terwijl de overige min of meer zichtbaar blijven. Een spel van tonen en verbergen dat goed bij het dubbelzinnige thema aansluit. Zo ontdekken we achtereenvolgens: mythische vrouwen, bijbelse heldinnen, sirenen en sfinxen, ridders en heksen, onschuldige vrouwen met een vraagteken nota bene en tenslotte het slachtoffer, dit laatste in een knalrode omgeving.  Met masochistisch genoegen heeft Edvard Munch zich in die laatste glansrol uitgebeeld. Als je hem moest geloven was elke vrouw een femme fatale.  De reeks getoonde prenten is boeiend en zegt uiteraard meer over Munch dan over het thema.  Strikt genomen is Munch er een beetje bij gesleurd, een soort randbemerking met een ronkende naam.

 

 

Opgehemeld of ontluisterd?

 

Voor de andere kunstenaars was het een feest om de trukendoos van hun vak aan te spreken.  Hoe groter de dubbelzinnigheid, hoe beter.  Sir Lawrence Alma-Tadema geeft het frisse  kind dat ons, toeschouwer, kersen aanbiedt de blik van de vermoorde onschuld, terwijl zij ons via een doorzichtige beeldspraak uitnodigt tot intiemere kennismaking. Het inschatten van mogelijk gevaar laat hij aan ons over.

 

Andere kunstenaars houden van een meer uitgesproken magische sfeerschepping, een kolfje naar de hand van Gustave Moreau die hier met meerdere schilderijen vertegenwoordigd is. Het koloriet is bont, de compo­sitie overladen, maar je vergeeft het hem. Sterker en adequater wordt de noodlottige aard van de fatale vrouw uitgebeeld door Aubrey Beardsley.  De schitterende plaat beeldt het ogenblik uit waarop Salome de onthoofde Johannes de Doper heeft gekust. De titel van het werk, De Climax, spreekt boekdelen.

 

Niet iedereen wil in de hoogste sferen van de symboliek zweven.  Maar al te graag worden door appetijtelijke stoeipoezen belaagde mannen met gekwelde blikken ten tonele gevoerd, Odysseus bijvoorbeeld. Maar soms wordt een voorspelbaar onder­werp totaal onderuit gehaald, met verrassende resultaten.  Dan denk ik niet zozeer aan die vrijpartij, open en bloot op het strand, tussen een gespierde jongeling en een kloeke zeemeermin van Max Klinger,  maar wel aan Samson en Delila van Max Liebermann. Het is een vrij groot schilderij met het typisch aardkleurig Liebermann­ koloriet en zijn ruwe borstelvoering. Het bijbelse verhaal van de verleiding van de stoere held wordt volledig ontluisterd.

 

Achteraf beschouwd, en dat is wat we zien, werd de held niet door een goddelijke schone maar door een doodgewone vrouw geveld. Liebermann geeft Delila niet de oogverblindende schoonheid die de val van Samson nog enigszins zou verontschuldigd hebben.  Neen, wij zien een niet bepaald aantrekkelijke vrouw met een proletenlijf, een rimpelbuik en eeltige  voetzolen. "Het leven is hard voor iedereen", lezen wij in haar blik, terwijl ze Samsons haardos onder handen neemt.  Liebermanns voorstelling is uiteraard atypisch, maar geeft aan dat een goed thema tal van lezingen toelaat.

 

De meeste kunstenaars houden het nochtans bij het zuiver theatrale, met een weelde aan symbolische details en verwijzingen. ln hun tijd waren die verwijzingen tamelijk vertrouwd, voor ons zijn ze meestal onbegrijpelijk. Hieraan is door de organisatoren gedacht en de bezoeker krijgt bij het betreden van de tentoonstelling een boekje met een nomenclatuur van de personages, mythische, mythologisch en bijbelse, met wier lotgevallen hij geconfronteerd wordt. "Anders hadden wij bij elk schilderij een ellenlange uitleg mogen hangen", verduidelijkt conservator Leen de Jong, die mij ook heel fier attent maakt op enkele stukken uit de eigen collectie van het KMSKA, o.m. het eerder vermelde doek van Alma-Tadema.

 

 

 "The devil is a woman"

 

Zo luidt de filmische transpositie van de fatale vrouw op het scherm.  Het blijkt namelijk dat toen het thema uitgeput leek, het door het nieuwe medium film naadloos werd overgenomen. De fatale vrouwen werden overtuigend uitgebeeld door de godinnen van het witte doek, zoals Theda Bara (de kampioene van het bijna naakt in het preutse Hollywood), Pola Negri, Louise Brooks en iets later Marlene Dietrich.

 

Ter vergelijking hangen bij de ingang van de tentoonstelling enkele foto's uit de meest representatieve verfilmingen van noodlottige vrouwen.  Wie er meer van wil zien (met excuus voor de flauwe zinspeling) kan tussen 17 mei en 17 augustus in het Filmmuseum terecht dat zijn programma­-aanbod volledig op het thema heeft afgestemd.  Voor fijnproevers, warm aanbevolen. Voor oude snoepers ook. Maar iedereen weze gewaarschuwd: "Ze zijn niet lief, mijnheer!"

 

Rik Sauwen

FATALE VROUWEN

Van 17.05.2003 tot 17.08.2003

KONINKLIJK MUSEUM VOOR SCHONE KUNSTEN ANTWERPEN

Leopold De Waelplaats

2000 Antwerpen

03/242.04.16

Publiekswerking@kmska.be

www.museum.antwerpen.be/kmska

 


Technopolis doe je zelf

 

In "Waarom mannen niet luisteren en vrouwen niet kunnen kaartlezen" hebben Allan en Barbara Pease het raadsel van het verschil tussen man en vrouw beschreven. In "het grote (s)experiment" van Technopolis weerleggen of ondersteunen we de clichés hieromtrent.

 

 

Slimmer door reclame

 

Het meisje met rechtopstaande haren en het logo van Technopolis op bussen en trams zijn een vertrouwd beeld geworden in de stad.  Ook de regelmatige reclame via de radio wekt onze nieuwsgierigheid.

 

De kleurrijke brochure scandeert: Technopolis uniek in Vlaanderen, Technopolis doe je zelf, van Technopolis word je slimmer, fascinerende shows en demo's, 259 interactieve opstellingen wachten op jou!

 

 

Je bent er zo

 

Na een aantal keuzetoetsen in te drukken merk ik dat het telefonisch onthaal vriendelijk en geduldig verloopt.  Ik krijg het gevoel dat ze al mijn vragen zal beantwoorden maar beperk me op tijd tot enkele praktische inlichtingen.

 

Met een B-dagtrip komen we niet echt voordelig in Mechelen aan waar een bus met te lawaaierige giro-groep ons tot voor de indrukwekkende rode kegel bij de ingang brengt.

 

Door de ramen in de zijgevel vangen we al een glimp op van de reuzegrote ballenbaan en zien we een moedige bezoeker fietsen op een kabel op vijf meter hoogte...

 

 

Eigenaar voor één dag

 

We worden verwelkomd door een sprekende vuilnisbak die om kauwgom smeekt. Kwestie van tijdens het bezoek niet voor kleverige verrassingen te staan?

 

Via televisieschermen boven de kassa wensen de sponsors ons een leuke dag en krijgen we meer informatie over de prijzen. Rechts op de hoek prijst Lucy Botjes, het geraamte, terecht de tentoonstelling "van kop tot teen" aan.

 

Te warm want drie jassen op mijn arm, zoek ik de vestiaire.  De kapstokken in de hal zijn voorbehouden voor groepen. Huurbuggy's en kastjes waar je met twee euro eigenaar voor één dag van wordt,  maken het bezoek comfortabel.

 

Het eerste experiment maakt ons alvast enkele eurocenten lichter. De gravitatieput waarin het muntstuk rondjes moet draaien, slokt het onze tot twee maal toe gulzig op. We testen onze kennis van de euro en worden overstelpt met weetjes zoals de diepste plek op aarde en het snelheidsrecord op de maan, die we al even snel vergeten zijn. Het scherm verandert trou­wens te snel voor Jules (7j) die zijn honger naar kennis zo niet kan stillen!

 

 

Lucht en wind

 

Het wordt snel duidelijk dat Jules en Ona (5j) meer geïnteresseerd zijn in het doen dan in het weten.  Hun fantasie wint het van de wetenschap.

 

Bij de "wolkenmaker" wanen ze zich indianen die een boodschap seinen. Ze gaan snel van de ene opstelling naar de andere en maken ruzie over wie het eerst de golvende spiraal mag laten bewegen. Dat dit een voorbeeld is van transversale en longitudinale golven, laat hen volledig koud.

 

"Kouder dan koud" staat op het bordje naast een soort diepvries waar je de werkelijke en gevoelstemperatuur kan vergelijken. Ona wantrouwt het donkere gat waarin ze haar hand stopt om deze proef te ondervinden.

 

Jules is in de wolken als hij zelf een vliegtuig mag besturen. De cockpit zit echter te vol, het wachten duurt te lang.

 

Verder leren we hoe een vliegtuig vliegt en zien we de invloed van de wind op de vleugels.

 

 

Bouwstenen

 

Soms lijkt het alsof we ons in een veredelde binnenspeeltuin bevinden.  Kinderen en hun begeleiders lopen over bruggen met verschillende buigkracht. Ze bouwen een brug met houten blokken, een constructie met steunberen of een vakwerkligbrug.

 

We worden geconfronteerd met een aantal hersenbrekers zoals misleidende tegels, een bollentetraëder, de torens van Hanoï, twee- en driedimensionele puzzels. Centraal in deze ruimte staan kleurrijke blokken opgesteld waar we een blik in de toekomst kunnen werpen.

 

Een vrouw schrikt wanneer ze op het compu­terscherm ziet hoe haar man er als 70plusser uitziet. Ik schrik nog meer als ik mijn vriend zie na een plastische ingreep. Het decor waar gestructureerde zeepbellen worden geblazen is volledig aan deze activiteit aangepast. Op de novilonvloer staan mooie houten volumes met ingewerkte metalen potten die een zeepoplossing bevatten.

 

Naast het "kunstwerk in zeep" dat me aan een rolgordijn doet denken, hangt een handdoek aan een haakje.

 

 

Waterkant

 

Helemaal achteraan op deze verdieping staat een waterparadijs opgesteld waar een te luid "blub-blub" van het muziekaquarium ervoor zorgt dat we niet lang blijven. De geur hier doet  me denken aan de zeeleeuwenshow in de zoo. De enige levende dieren zijn enkele vissen die door de lens van het water groter en kleiner lijken te worden. Proefondervindelijk leren we over het "breken van het licht", hoeveel water ons lichaam bevat, de schroef van Archimedes, het drijven van schepen, enz. Met magneten veroorzaken we turbulenties in het water.

 

Ona kijkt gefascineerd naar het bloed dat op het hartritme uit het lichaam van een witte pop omhoog spat. We bezoeken de opvallend propere toiletten met "spaarpot" en begeven ons  naar de cafetaria voor een lekker vers belegd broodje.  Dit is niet het moment om je hersenen even op non-actief te zetten want op de muren en onderleggers staan wetenschappelijke  proeven, vraagstukken en weetjes.

 

 

Huis

 

In de keuken wikken en wegen we, herkennen geuren en ontleden de voedingsdriehoek op de computer.

 

Kencho Choju vertelt dat gezonde darmen de basis zijn voor een lang leven. Als je aan het juiste schuifje trekt hoor je zijn darmen borrelen of laat hij een luide boer of wind. Deze laatste horen we de hele tijd weerklinken, gevolgd door kindergelach.

 

Op de bovenverdieping kan je de computer raadplegen om je naamgenoten of verschillende dialecten op te zoeken.

 

We spelen piano zonder toetsen, luisteren naar muziek op de radioteletijdmachine en zien de golfpatronen van trillende gitaar­snaren.

 

In de slaapkamer rusten we uit op een spijkerbed en in de badkamer zien we dat Jules (25kg) op de zon 680 kg weegt.

 

Ook de tuin is origineel en leerrijk met een hefboom, katrol en wipplank. Als we hier naar buiten kijken, zien we een mooi stukje natuur.

 

 

Actie Reactie

 

Jules en Ona zijn niet sterk genoeg om een ritje te maken in de auto met vierkante wielen en de test "glaasje op, kun je rijden?" is spijtig genoeg aan herstelling toe.

 

We worden gestoord door een steeds weerkerend, te luid applaus dat weerklinkt wanneer iemand tegen één of ander dier spurt.

 

We testen hoe snel we lopen, hoe hoog we springen, hoe diep we kunnen buigen en hoe snel onze reacties zijn.

 

Jules en Ona dansen in de "omgekeerde disco" waar muziek de beweging volgt en we bewonderen de grote ballenbaan.

 

 

Het grote (s)eksperiment

 

De streepjeskode op onze armband activeert elke opstelling waar niet alleen wetenschappelijke en technische vaardigheden worden getest, maar waar ook biologische verschillen aan bod komen. Het is de bedoe­ling dat we via meer dan dertig interactieve opstellingen uitzoeken of mannen en vrouwen verschillend of gelijk zijn en of alle clichés over mannen en vrouwen kloppen. Deze opzet is niet voor jonge kinderen bedoeld en neemt nogal wat tijd in beslag maar is wel leuk om te doen. Vals spelen kan niet, want je kan maar éénmaal aan een test deelnemen.

 

 

Wetenschappe-leuk

 

"Goed, leuk, plezant" zo vat Jules zijn bezoek aan Technopolis samen. Ona vond vooral het spijkerbed leuk.

 

De door de organisatie aanbevolen drie uren om Technopolis te bezoeken waren voor ons niet voldoende, zodat we niet alles hebben kunnen zien. Dit is natuurlijk een goede reden om nog eens terug te komen.

 

De technishe uitleg op de plexiplaten is heel duidelijk, mede door de symbolen (hand, oog, lamp) die steeds herhaald worden, en staat op een hoogte die bereikbaar is voor kinderen en rolstoelgebrui­kers. Met deze laatste groep heeft men zeker rekening gehouden bij de opbouw van het geheel.

 

De "edutainers", overal in Technopolis aanwezig en herkenbaar aan hun kleding zijn vriendelijk en hulpvaardig.

 

Lena Van De Wijngaert

 

TECHNOPOLIS

Technologielaan

2800 MECHELEN

015/34•20.00

www.technopolis.be

ateliers workshops cursussen rondleidingen wandelvoordrachten

 


Africalia '03 - Een Afrikaans seizoen in België

 

Africalia '03 laat u zeven maanden lang op verrassende wijze kennismaken met de pracht en diversiteit van de hedendaagse Afrikaanse cultuur. Resultaat van evenwichtige en duurzame ontwikkelingssamenwerking.

 

 

Kan cultuur de wereld redden?

 

Cultuur inzetten als voornaamste middel in het streven naar menselijke en duurzame ontwikkeling.  Een concept dat werd voorgesteld tijdens de akkoorden van Conotou (juni 2000) en Belgisch staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking Eddy Boutmans heeft het ter harte genomen.

 

In 2001 richtte hij Africalia op, een project dat zich toespitst op de ondersteuning van creatie en cultuur in Afrika. Cultuur in de ruime betekenis van het woord.  Het begrip omvat werkingsmiddelen, gebruiken, personen en kennis die de transformatie van de Afrikaanse maatschappijen in goede banen kunnen leiden. Essentieel is ook dat Africalia een volwaardig partnership wil zijn. België treedt dus niet op als promotor of geldschieter, maar als partner die op een vruchtbare wijze wil samenwerken met de Afrikaanse culturele actoren.

 

Uitwisselingen stimuleren en het mogelijk maken voor intellectuele en artistieke producties om te circuleren doorheen landen, regio's en subregio's van Afrika. Reële behoeftes en Africalia wil ze realiseren.

 

In 2002 werden reeds een zestigtal projecten in verschillende artistieke disci­plines ondersteund. Naast facetten als doorstroming en uitwisseling, moeten de projecten duurzaam zijn en aangeboden worden door een culturele operateur die in Afrika werkt.

 

In 2003 worden structurele initiatieven voortgezet. Het project moet ook in België zichtbaar worden, want deze evenredige verrijking van Noord en Zuid levert ons een Afrikaans  seizoen op.

 

 

Afrikaanse verrassingen

 

Het zeven maanden durende seizoen biedt ons een uitgebreide multidisciplinaire staalkaart van de hedendaagse Afrikaanse cultuur. Er is het hedendaags dansplatform dat de nieuwe generatie van Afrikaanse choreografen een erkend podium aanreikt en zo wil meewerken aan het openbreken van de Europese markten.  Een overzicht van nieuwe vormen van theater, dat zich losmaakt van Westerse logheid en folkloristisch erfgoed. De universele taal van de muziek maakt intense samenwerking tussen Europese en Afrikaanse muzikanten mogelijk.

 

Het is ook uitkijken naar de multidiscipli­naire evenementen.  "De karavaan" is een heus containerdorp dat 12 weken lang in 12 Belgische steden zal opgesteld worden. Acteurs, vertellers, dansers, muzikanten, zangers, plastische kunstenaars, schrijvers en koks uit Afrika geven de inwoners van elke stad de kans het Afrika van vandaag te ontdekken. De culturele activiteiten, voor­stellingen en workshops vormen een mooi tegenwicht tegen het exotische of stereo­type beeld, dat wij vaak nog van Afrika hebben.  Een overzicht van historische films, hommages aan regisseurs en de ontdekking van nieuw Afrikaans filmtalent maken deel uit van het filmluik, evenals "mwanza", een filmprogramma in bioscopen in heel België.

 

En verder zijn er nog het salon van de Afrikaanse literatuur,  een overzicht van striptekenaars en cartoonisten, colloquia rond culturele netwerken en een platform voor nieuwe partnerschappen.

 

 

Hedendaagse Afrikaanse kunst

 

Sinds de jaren '90 van vorige eeuw is de hedendaagse Afrikaanse kunst niet meer weg te denken uit de internationale artistieke scène.  Het einde van de apartheid, globalisering en het nomadisme in de kunst; het zijn allemaal bepalende factoren geweest voor de ontsluiting van het internationale kunstcircuit.

 

De aanwezigheid van niet-westerse kunst heeft een vurig debat en een boeiend discours opgeleverd. Kijken naar kunst in een mondiaal perspectief betekent immers herbezinning op een esthetisch oordeel.  Het betekent vooronderstellingen en uitgangspunten kritisch onder de loep nemen. Het dominante westerse referentiekader als ijkpunt in vraag (durven) stellen. Zo ontstaat er ruimte voor dialoog en is er uitwisseling met andere kunstbegrippen mogelijk.

 

Eén van de tentoonstellingen die van grote invloed is geweest voor het debat was Okwui Enwezor's "The short century: Independence and Liberation Movements in Africa, 1945-1994". De curator van de voorbije Documenta toonde er mee aan hoezeer eurocentrisme het ontwikkelen van expertise op het gebied van niet-westerse kunst verhindert. Hij besteedde ruime aandacht aan de context waarin de Afrikaanse kunst tot stand kwam en komt. Kunst kan immers niet los gezien worden van machtsverhoudingen, politieke verhoudingen en economi­sche en sociale feiten.

 

 

Transferts

 

Ook de grootste tentoonstelling van Africalia alludeert met haar titel op de politiek-sociale verhoudingen van onze huidige wereld, gekenmerkt door voortdurende pendelbewegingen van mensen, geld- en goederenstromen en ideeën.

 

Met het eerste thema 'de dood van de ander" wordt bewust provocerend verwezen naar het hedendaagse vertoog omtrent globalisering. Het tweede thema "de versnelling van de geschiedenis" vertrekt vanuit de vaststelling dat rampen, terroristische aanslagen en oorlogen ruime media-aandacht krijgen en zodoende een soort aanhoudende noodtoestand scheppen. In hoeverre zijn zij echter bepalend voor het verloop van de geschiedenis?

 

"Transferts" toont een reeks gevestigde namen en jonge kunstenaars die zich van diverse media bedienen. Sommige onder hen waren reeds eerder in België te gast, Bili Bidjocka, Pascale Marthine Tayou en Minette Vari bijvoorbeeld. Bidjocka (geboren in Kameroen, maar ondertussen wereldburger) toonde in het Muhka installaties vol metaforen en referenties  naar Afrika. Ook Vári's thematiek is onlosmakelijk verbonden met de recente geschiedenis van haar land. Kwesties als identiteit in relatie tot uiterlijke kenmerken krijgen betekenis in het licht van de sociaal politieke context van Zuid-Afrika. Ook zij toonde reeds videowerk in het Muhka. De Marokkaanse kunstenaar Hicham Benohoud, aanwezig op "Heden­daags Marokko",  plaatst massa's fotografi­sche portretjes repetitief op muren en refereert aan een traditioneel islamitisch decor. Het is uitkijken naar het performance en videowerk van de jonge lngrid Mwangi. Met de inzet van haar eigen lichaam zoekt ze grenservaringen op en bevraagt ze stereo­typen.

 

In haar video "Neger - don't call me", getoond op de voorbije biënnale van Sao Paulo, gebruikt ze haar eigen haar om abstracte maskers te creëren.

 

Een sterke referentie naar de traditionele Afrikaanse kunst en tevens een uithaal naar de (westerse) blik op exotische vrouwen. Verder op "Transferts" ook nog werk van Brahim Bachiri, Godfired Donkor, Abdoulaye Konaté, Otobong Nkanga, Aimé Ntakiyica, Keith Piper en Tracey Rose.

 

 

Pascale Marthine Tayou's taudisme

 

De bekendste naam op "Transferts" is die van Pascale Marthine Tayou. Een kunstenaar die het voorbije decennium aanwezig was op talrijke internationale tentoonstellingen, waaronder de voorbije Documenta  in Kassel. Hij studeerde rechten,  maar brak die studies af om kunstenaar te worden. Tayou is autodidact en werd naar eigen zeggen opgeleid aan "de universiteit van de straat en van het Afrikaanse leven." En die band met het Afrikaanse straatleven is sterk voelbaar in de chaotisch geïmproviseerde installaties die hij maakt. Ze bestaan uit alledaagse, gevonden en afgedankte objecten, parafernalia met een bepaalde geschiedenis, graffiti, en dies meer. Labyrinthen die sporen van stedelijke omgevingen en diverse territoria bevatten. "Taudisme" is het woord dat hij zelf er voor bedacht, het isme van de verkrotting, het "sloppenwijkisme". Eerder dan kunstenaar noemt hij zichzelf "maker", iemand die "dingen fabriceert". Tayou's ruwe en elementaire kunst doet nadenken over postkoloniale migratie en culturele ontwrichting.

 

 

Monografische tentoonstellingen

 

Aanvullend op TRANSFERTS, wordt aan 5 belangrijke hedendaagse kunstenaars uit Afrika een monografische tentoonstelling gewijd.

 

Santu Mofokeng en Andrew Tsabangu zijn beiden Zuid Afrikaanse fotografen.

 

Als anti-aparteidsmilitant, straatfotograaf en reporter is Mofokeng sinds het begin van de jaren '90 één van de markantste figuren van de hedendaagse Afrikaanse fotografie. Zijn bekendste werk is wellicht 'the black photo Album /Look at me" uit 1997.

 

Als onderzoeker verbonden aan de faculteit sociale wetenschappen van de universiteit van Witwatersrand verzamelde hij originele private foto's van zwarte families uit de arbeidersklasse, periode 1890-1950. Hij maakte nieuw afdrukken van deze vergeten, anonieme portretten. Een document van onschatbare waarde. Mofokeng positioneert zijn praktijk als een alternatief op de collectiviserende en inhumane operaties van "het archief'. Een herbezinning op de notie van culturele identiteit, geconstrueerd door concepten als "Soweto" en "townships".

 

Andrew Tshabangu, opgeleid en gesteund door zijn stadsgenoot Santu Mokofeng, maakt deel uit van de jonge generatie Zuid Afrikaanse fotografen die zich engageren om de complexe  situatie van de post-apartheid in beeld te brengen.  Zijn beklijvende foto's getuigen van een sterke sociale bewogenheid.

 

Met Donald Odili Odita is ook de heden­daagse Afrikaanse schilderkunst vertegenwoordigd.  Zijn abstracte composities van fel gekleurde, horizontaal zigzaggende vlakken roepen een mysterieuze ruimtelijkheid op. De suggestie van uitdijende landschappen. Pulserende ritmes die de blik van de toeschouwer meezuigen.  Odita integreert in zijn oeuvre tal van Euro-Amerikaanse en Afrikaanse invloeden, gaande van traditioneel Afrikaans textiel, referenties naar Hard Edge schilderkunst tot digitale beelden en elektronische muziek.

 

Sue Williamson, een multimediakunstenares uit Kaapstad engageerde zich tijdens de jaren '70 en '80 voluit in de strijd tegen de apartheid. In haar oeuvre grijpt ze regel­matig terug  naar thema's als de vergankelijkheid van herinneringen, de vervalsing van de geschiedenis, en de huidige noodzaak van verzoening tussen zwart en blank. Williamson is eveneens actief als auteur en critica. Naast de talrijke kunstboeken die ze uitgeeft, is ze tevens de oprichtster van het welbekende ArtThrob, een internetmagazine gewijd aan de hedendaagse kunst in Zuid-Afrika.

 

 

De stad van de toekomst

 

Ook de Congotese autodidactische kunstenaar Bodys lsek Kingelez krijgt een monografische tentoonstelling. Zijn veelkleurige dynamische architecturale modellen hebben reeds de hele wereld afgereisd. Zorgvuldig gedecoreerde stadslandschappen die minutieus opgebouwd zijn uit papier, karton, lijm, en gerecycleerd materiaal uit de verpakkingsindustrie.  Het zijn ontwerpen voor een "ideale stad", schommelend tussen urbanistische utopieën en futuristische deliria van een toekomstig Afrika. Een Afrika dat rijk, weelderig en democratisch  zal zijn. Kinshasa  in het derde Millenium (1997) bijvoorbeeld, wordt een plaats zonder raciale, sociale of ethische vooroordelen, zonder misdaad, zonder politie, zonder gevangenis. Een welvarende stad die een werkelijke sociale politieke en economische gelijkheid kan garanderen. Kunst is voor Kingelez "superieure kennis". Ze biedt de mogelijkheid nieuwe modellen van denken te ontwikkelen.  In Kingelez' project is de architectuur drager van sociale betekenis, en met zijn visionaire steden creëert hij een utopisch ideaal.

 

 

En verder nog

 

"Kin Moto na Bruxelles"  brengt een getui­genis van de culturele vitaliteit van Kin la Belle (Kinshasa) aan de hand van werken van 14 populaire schilders. Hun schilderijen schetsen een kleurrijke en humoristische kroniek van het dagelijkse leven in Congo: prostitutie, aids, corruptie, politieke wederwaardigheden ...

 

"Africa Screams", in het kader van "Transferts", toont een duivelse selectie van vermaarde homevideos en handgeschilderde videoaffiches uit Ghana en Nigeria. "Plasticiens en Mouvement" brengt werk van hedendaagse kunstenaars uit Afrika samen met werk van kunstenaars uit België. Africalia steunde dit initiatief van Atelier Graphoui voor de Biënnale van Dakar in 2002. Men toonde er werk van bekende kunstenaars als Meshac Gaba, Aimé Ntakiyica, Narcisse Tordoir, Michel Francois, Philip Aguirre, Soly Cissé, Gérald Dederen, Kan-Si, Birame Ndiaye, Ndary Lo en Barthélémy Toguo. Verscheidene kunstenaars hebben speciaal voor het vervolg van dit project nieuwe werken gecreëerd.

 

Els Nouwen

 


Het nieuwe Groeninge. Memling op tafel!

 

Sinds 1 maart is het Brugse Groeningemuseum terug open, na een grondige opknapbeurt.

 

 

Een oude liefde

 

Het Groeningemuseum is een begrip voor al wie Brugge bezoekt. Altijd als ik er kom, loop ik even binnen. Naar 'mijn' Primitieven kijken. De werken van Jan Van Eyck, Hugo Van der Goes en Hans Memling. Even stil­ staan bij die oude meesters.

 

Velen deden dat met mij, zodat de Stedelijke Musea beslisten het museum opnieuw in te richten, wegens niet meer aangepast aan de noden van deze tijd. De stilte na de storm van Culturele hoofdstad 2002 leek een gepast moment. Het museum sloot enige tijd zijn deuren.

 

 

Een geheel nieuw concept

 

Architectengroep 51N4E stond in voor de vernieuwing. Ze hebben het over het belang van de publieke binnenruimte en over veel aandacht voor zowel inspanning als ontspanning. Architect Peter Swinnen wilde dat niet langer het gebouw, maar de werken zelf zouden bepalen hoe de ruimte moet worden gebruikt. De chronologie zou bewaard blijven, maar toch zou elke kamer op zich een andere, boeiende wereld moeten oproepen. Met veel interactie tussen bezoeker en werk.

 

 

Wazig achter plastic

 

Je komt het gebouw binnen via een nieuwe ingang. De toegang is veel ruimer, de vestiaire toegankelijker en een groot doek in de ruimte zorgt voor een moderne vloeiende lijn.

 

De architecten wilden de starheid van de vroegere opstelling doorbreken, en dat lukt hier al aardig. Veel licht en ruimte dus, het is niet altijd even evident.

 

Het eerste wat je echter van de nieuwe zalen te zien krijgt is een wazig beeld,  doorheen een gordijn van plastic lamellen.

 

Leuk is het wel.

 

En dan ... Verbazing!

 

 

Waar is hier de logica?

 

Werken van Gerard David en Lanceloot Blondeel. Dat zijn vroeg 16de eeuwse mees­ters! ln zaai 1? Waar zijn de Primitieven gebleven?

 

In zaal 2 zo blijkt al snel, en alleen daar, met de werken van Memling en David op twee tafels in het midden van de zaal! Primitieven op tafel. Origineel, dat wel. Maar het oogt voor geen meter en is ronduit lelijk.

 

Het topwerk van dit museum, 'de Maagd met kanunnik Joris van der Paele', van Jan Van Eyck hangt ook in deze zaal.

 

Wegens veiligheidsredenen achter glas. Alle begrip daarvoor, mensen doen nu eenmaal rare dingen. Maar witte muren en een witte, getegelde vloer!

 

Voeg daarbij nog het glazen dak en je ziet niks meer van dit werk. Tenzij je er heel dicht bij gaat staan. Wat dan weer slecht is voor het werk. Zou dat die interactie zijn?

 

 

Van de ene schok in de andere

 

In zaal 3 wacht mij weeral een schok. Hier hangen de werken van Pieter Pourbus en enkele anderen. Mooie werken, maar waar zijn al die Primitieven van vroeger gebleven? Voorheen hingen hier tientallen van die werken, nu nog een selectie daaruit.

 

Dat men dat een beetje inkrimpt, alle begrip daarvoor, maar het was gewoon zinnig de grote meesters te kunnen vergelijken met de kleinere, maar daarom niet minder waarde­volle werken.

 

Zaal 4 werd ingericht voor de 17de en 18de eeuwse meesters. Ze zijn opgehangen volgens het historische model, dus vrij dicht bij en boven elkaar.  Dat is verdedigbaar maar slechts weinig origineel. Andere musea deden dat al enkele jaren geleden. Maar goed, het werkt wel en niet alles moet anders.

 

 

Zwarte zalen

 

Het meest opvallend zijn de zalen met de 19de eeuwse werken. Ze werden opgehangen tegen een zwarte muur. Ook het plafond werd zwart geschilderd, en het resultaat is verrassend en mooi. Nooit eerder gezien, eerlijk gezegd. Deze originele vondst herhalen in de zaal ernaast, met 20ste eeuwse sculpturen is echter teveel van het goede. Een beeld van Rik Wouters in een zwarte ruimte?

 

Het is dan misschien interactief, maar het gebouw primeert hier zodanig op de getoonde werken dat men voorbijgaat aan de primaire functie van een museum: werken tonen.

 

 

Reserve kijken

 

Er is ook gezorgd voor een spraakmakende overgang van het ene deel van het gebouw naar het andere. Door een gang met stukken uit de reserve. Hier zien we dan grote metalen  hekken waaraan reservestukken hangen en nieuwe aanwinsten.

 

Goed gevonden, maar ik heb het ondertussen al op tal van andere plaatsen kunnen zien . Trouwens, wie komt er nu kijken naar de reserves? Wat is de zin hiervan?      

 

Je collectie inkrimpen, tot daar aan toe. Maar als je dan al weinig plaats hebt, je bezoekers nog eens door lelijke en slordige zalen loodsen, je moet het maar doen.

 

Eens hier doorheen kom je in het tweede deel van de collectie, en krijg je moderne en hedendaagse kunst.

 

Hallo?

 

Een museum met een publiek dat voor 90 percent naar de 15de en 16de eeuwse werken komt kijken, krimpt dat deel van de collectie in en toont voor de helft modernen?

 

 

Goeie werken?

 

Vooral omdat bij die modernen weinig tot geen interessante werken zijn. Van deze kunstenaars kan je elders (pakweg in het PMMK in Oostende en Latem is ook niet echt ver) beter en representatiever werk bekijken. Jammer om te zien dat men ook hier weer Museum voor Schone Kunsten wil spelen. ledere stad zijn museum met van alles wat.

 

Het slaat nergens op en dat is hier pijnlijk duidelijk. Het Groeninge heeft geen collectie modernen die goed genoeg is om zo over­weldigend mee uit te pakken. Dit museum heeft naam en faam door zijn collectie Oude Meesters.

 

Als dat sommigen tegen de haren strijkt, jammer dan. En blijkbaar denkt het publiek er ook zo over, want in dit tweede deel van de collectie zie je gewoon niemand. ledereen snelt erdoor op weg naar de uitgang.

 

Vernieuwend, dat wel. Bovendien zijn de architecturale ingrepen hier gewoon heel zwak. Wit, wit en nog eens wit. Terwijl men wereldwijd al zo'n 25 jaar teruggekomen is van wit, omdat het gewoon heel vermoeiend is voor de ogen, past men hier deze kleur zowat overal toe.

 

De ophanging van de werken is soms ook heel bizar. Een halve zaal leeg laten en aan de andere zijde alles op zijn negentiende eeuws bij elkaar hangen.  Het getuigt van twee dingen: een sterk ego van de architect en een gebrek aan respect voor de werken.

 

 

Van sfeer naar badkamer

 

Je zal mij niet snel horen zeggen dat vroeger alles beter was, maar als ik deze nieuwe opstelling bekijk kan ik het voor één keer niet ontkennen.  In een brochure stelt WillyLe Loup, conservator, dat deze herschikking er gekomen is omdat het publiek vroeger niet verder kwam dan de zalen met de oude meesters. Men had zich dus vele kosten kunnen besparen, want nu dus ook niet.

 

Er is echter nog een verschil. Daar waar het Groeningemuseum voordien een zeker sfeer had is het nu een koele, badkamerachtige bedoening geworden. Oude werken confronteren met het hedendaagse is een goede zaak. We leven nu eenmaal in de 21ste eeuw. Maar je moet die werken wél in hun waarde laten, en ze niet opofferen aan een concept. Het museum  moest ook terug herkenbaar worden voor de lokale mensen. Dat is dus kiezen voor flauw provincialisme in plaats van internationale uitstraling.

 

Ik ben hier verweesd buiten gekomen. Het zijn 'mijn' primitieven niet meer. Het zijn plankjes aan de muur geworden. Of op tafel...

 

Doodjammer.

 

Michel Peeters

 

GROENINGEMUSEUM

Dijver 12

8000 BRUGGE

050/44.87.11

musea@brugge.be

www.brugge.be

Alle dagen open van 9.30 tot 17u

 


Doeken voor de glorie, portretten voor de soep

 

In de schaduw van het Europees Parlement ligt het Antoine Wiertzmuseum.

 

 

Geduld kan nuttig zijn

 

Wie zin heeft dit museum te bezoeken, moet er wel wat voor over hebben. Geduld bijvoor­beeld.  Parking vinden is een hel en het openbaar vervoer is niet echt een alternatief voor deze bestemming. Onbegrijpelijk eigenlijk, vooral als je weet dat het Museum voor Natuurwetenschappen in dezelfde straat ligt. Maar goed, na een tijdje sta je dan toch voor het Antoine Wiertzmuseum.

 

De vraag is alleen of je erin kan.

 

Het museum maakt deel uit van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, maar heeft nogal te lijden onder het personeelstekort. In de week valt het nogal mee met de openingsuren, maar wie in het weekend wil langskomen, doet er goed aan even na te vragen of het wel open is. 

 

.

Franse amateurs

 

Antoine Wiertz was van bescheiden afkomst. Hij werd  in 1806 geboren te Dinant, als zoon van een cavalerist en een dagloonster. Zijn vader  hield hem echter constant voor beter te worden  dan hijzelf, om te gaan  studeren. Hij koos voor het schildersvak en ging aan de Antwerpse academie studeren. Daar kwam hij in aanraking  met het werk van Rubens en raakte hij ervan overtuigd dat deze stijl onovertroffen was.  In 1822 wint hij de Prix de Rome en krijgt hij en geldprijs van 10.000 frank. Via Frankrijk reist hij dan af naar Italië. In Parijs komt hij aan de kost met portretschilderen en bestudeerde hij in het Louvre de meesterwerken. De Franse mees­ters  zoals  David en Géricault vond hij 'irri­tante amateurs'!

 

 

 

Een tempel voor de schilderkunst

 

In  1837 is hij terug. Na enkele jaren in Luik verhuist hij in 1845 naar Brussel. Hij had er verschillende ateliers tot hij van Charles Rogier, Minister van Binnenlandse Zaken, een eigen atelier in handen  krijgt. Beter nog, het wordt voor hem gebouwd! De enige voor­waarde is dat hij na zijn dood zeven van zijn grote werken zou nalaten aan de staat. In 1851 was het klaar.

 

Dit atelier was geen willekeurige ruimte. De tuinzijde was een kopie van de tempel van Paestum, overwoekerd met slinger­planten, klimop en wilde wingerd. De schil­derkunst moest meer zijn dan een decoratief element in paleizen en kathedralen, dus verdiende zij een tempel!

 

Dodelijke experimenten

 

In 1852 werkte hij een nieuw procédé uit, de 'peinture mate' (matte schildering). Hiermee wilde hij een oplossing bieden aan de vaak hinderlijke glans van olieverf.

 

Wat hij niet besefte was dat al deze doeken gedoemd zijn om te verdwijnen. Zijn 'pein· ture mate' deugt scheikundig niet. De verf vreet zich gewoon doorheen het doek. En in Wiertz longen, want hij zou later, in 1865, aan de gevolgen van zijn experimenten sterven. 

 

 

Zijn glorie onwaardig

 

 

Het meest opvallend in het museum is het waanzinnig grote atelier, met de waanzinnig grote werken erin. Toch zag Wiertz deze werken niet als een eindpunt, ze waren nog maar het 'voorwoord' van zijn oeuvre! Ze waren nog onvolkomen, zijn 'glorie onwaardig'. Op sommige van deze doeken is nog te zien hoe hij er later het woord 'ebauche' (ontwerp) op schilderde, en zelfs één keer 'mauvais' (slecht). 

 

Wiertz was ook zeer ongelukkig door het feit dat hij deze doeken niet verkocht kreeg; Hij moest leven van de portretkunst. 'Doeken schilderen voor de glorie, portretten voor de soep, dat zal de onveranderlijke bezigheid van heel mijn leven zijn' zei hij in 1859. 

 

De doeken zijn enorm, maar stralen soms een zekere dofheid uit. Dat is het scheikundige gevolg van zijn experimenten. Uiteindelijk zullen ze uit elkaar vallen. 

 

 

Soms ook gruwelijk 

 

Maar er is genoeg te zien. Van grote heroï­ sche taferelen tot kleinere, vrij gruwelijke scènes. Verbrande kinderen, monsters, levend begraven mensen, kinderen die insecten in brand steken, je kan het hier allemaal bekijken. Leuk zijn ook de woorden die Wiertz op de grote atelierdeuren heeft geschreven. 'Bescheidenheid: staat grote creativiteit in de weg' en 'Trots: verheft de mens tot grootse dingen'. Het vat deze kunstenaar wel samen, bescheiden was hij inderdaad niet. 

 

 

Uniek 

 

Maar dit museum is beslist uniek. Het straalt nog de sfeer van de 19de eeuw uit en lijkt onaangeroerd. Verlichting is er niet, de glazen daken lossen dat probleem wel op. 

 

Als het niet te donker is buiten natuurlijk, anders zie je hier geen steek. In de winter ­ maanden kom je dus best niet in de late namiddag. Onbegrijpelijk is wel dat er niet eens een kleine publicatie te koop is over deze kunstenaar. Het minste wat je van hem kan zeggen is dat hij een van de kleurrijkste figuren uit zijn tijd was. Dit museum bewijst dat ten volle. Het lijkt wel of Brussel zich nog steeds schaamt om deze man, die Michelangelo een 'beloftevolle schilder' noemde.  

 

Michel Peeters

 

PRAKTISCH:

ANTOINE WIERTZMUSEUM

Vautierstraat 62

1040 BRUSSEL

02/648.17.18

info@fine-arts-museum.be

www.fine-arts-museum.be

Open van 10-12u en van 13-17u

Maandag gesloten 

Voor de openingstijden in het weekend bel je best naar 02/508.32.11 

 


 

Rik Delrue en de 'intellectual gnome'

 

 

Rik Delrue werd in 2000 uitgenodigd voor het 24ste internationale syposium van keramisten in het Poolse Walsbrzych. Wanneer hij met de wagen de Duits-Poolse grens passeerde, werd hij vooral getroffen door de onnoemelijk veel tuinkabouters die langs de weg te koop werden aangeboden.

 

 

Ze waren er in alle vormen en formaten, voorzien van tal van attributen. Zijn keramisch oeuvre, zoals ik het ken, was eerder wars van het anekdotische, eerder het conceptuele werk. Maar blijkbaar werd hij door de massale aanwezigheid van tuinkabouters sterk geïnspireerd en hij besloot om in samenwerking met de lokale porseleinindustrie een witporseleinen kabouter te ontwerpen. De kabouter werd 45 cm groot en daarbij voorzien van een pancarte. Op deze pancarte kwam een uitsnede - geen steekhoudend fragment, geen citaat - van een filosofische, kunstkritische of psychoanalytische tekst. De 'lntelligente krasnale" of de intellectuele kabouter was geboren. 

 

Ogenschijnlijk staat deze creatie helemaal buiten zijn vroeger oeuvre. Toch is dat niet zo. Psycho-analyse heeft Delrue geholpen om een beter inzicht in zijn eigen persoonlijkheid te verwerven. "Ik heb me beter kunnen situeren in de maatschappij en in mijn leefomgeving", zegt hij zelf. Vanuit het inzicht dat je persoon mee bepaald wordt door je verleden, heeft hij belangrijke data uit zijn levensloop in tegels geprent. Hij waakte erover om als werkmateriaal juist die elementen binnen de keramiek te gebruiken die als niet zo waardevol worden beschouwd, zoals tegels en bakstenen.

 

 

 

Ook kabouters zijn een consumptieproduct. Delrue was aangesproken, zeg maar ontroerd, door de liefde en de zorg waarmee de volksmens omgaat met de kabouter. Hij geeft een vingerwijzing naar diegenen die met geringschatting neerkijken op die mensen en hun tuinkaboutercultuur. Hij ontwaart iets van echtheid en eenvoud, iets ontwapenends en naïef in die zogenaamde "low culture". Hier zijn dan ook de foto's te kaderen die hij maakte met mensen van zijn dorp, die met zijn kabouter poseren.

 

Vanaf het prille begin was het zijn bedoeling om met deze nieuwe creatie een participatieproject op te zetten. Hij contacteerde keramisten van overal ter wereld en zond hen een kabouter op met de vraag om die naar eigen inzicht en vermogen te bewerken. Praktisch alle aangesproken kunstenaars reageerden enthousiast op zijn voorstel en in de loop van tijd kwamen de uitgezonden boodschappers terug. Van serieproduct van één kunstenaar zijn ze uitgegroeid tot individuen met een eigen leven, een schitterend voorbeeld van een multiculturele kaboutermaatschappij! 

 

Terwijl het project lopende was en de kabouters uitgezonden, werd Rik Delrue, mede op instigatie van ondergetekende, uitgenodigd om mee te werken aan een origineel en interessant project van het Gentse Huis van Alijn, het voormalig Museum voor Volkskunde. De nieuwe jonge ploeg van dat museum wou een tentoonstelling wijden aan de kabouter maar duidelijk niet alleen bij de kneuterigheid blijven. Ze deden daarom ook beroep op kunstenaars die met die kabouters enige verwantschap bezaten. Het project van Rik Delrue inspireerde op zijn beurt de enthousiaste museummedewerkers. Er werd besloten om in Gent op een drietal data kabouterinvasies te organiseren. Hiervoor heeft Rik Delrue vele duizenden afgietsels van zijn oorspronkelijk ontwerp in verkleinde vorm en in gips gegoten. Ze werden door tal van medewerkers en vrijwilligers in de loop van drie nachten in de binnenstad verspreid. De mensen die bij het ochtendgloren met kabouters werden geconfronteerd konden die meenemen en op een of andere manier beschilderen of bewerken. Die met veel liefde geadopteerde kabouters werden in het museum geëxposeerd naast tal van historische beeldjes. De invasies haalden de nationale media én de bezoekers naar het museum. 

 

 

De designkabouter werd een individu 

 

Sommige participerende kunstenaars hebben hun ingreep sterk beperkt, wat niet wil zeggen dat die ingreep niet veelzeggend kan zijn. 

 

Jos Devriendt ging hierin misschien wel het verst. Hij raakte de kabouter niet aan maar greep in op de pancarte, die werd gewoon zwart geschilderd. Kunstkenners zullen hierbij onwillekeurig aan het bekende zwarte vierkant van Malevich denken, tenslotte een mijlpaal in de geschiedenis van de schilderkunst. 

 

Het lijkt me een referentie naar het resultaat: van een doorgehouden denken over schilderen, een quasi puur intellectuele ingreep, iets wat je van een intellectuele kabouter mag verwachten. Toch moet ik hier ook een beetje denken aan de "Schilderijenoptocht" van Roger Raveel waarbij in zijn concept schilderijen die van grote betekenis zijn voor de (zijn) kunstgeschiedenis publiekelijk worden rondgedragen. 

 

Marc Verbruggen knakte de draagstok van het tekstbord en maakt hiermee een niet mis te verstane verwijzing naar de veelvuldig voorkomende 'vissende kabouter'. Aan de vislijn hangt een afdruk van het oog van de kunstenaar, op de achterzijde staat een vraagteken. De muts, de jas en de schoenen zijn wellicht ook met afdrukplaatjes van Verbruggen bewerkt, maar de afbeelding is onherkenbaar geworden. 

 

Rik Vandewege, één van de belangrijke keramiekkunstenaars in Vlaanderen, heeft zijn kabouter met goudglazuur bekleed, enkel de ogen krijgen een accent door de zwarte stippen. Hij verwijst met zijn ingreep naar het vele nepgoud, naar de valse chic, de voorliefde voor glitter en glamour, de oppervlakkige rijkdom die in het rijke Vlaanderen bestaat. Door de goudkleur wordt de kabouter hier een beetje een idool in de oorspronkelijke betekenis van het woord. 

 

Achiel Pauwels geniet een grote bekendheid in Vlaanderen omwille van zijn typerende figuren in keramiek. Hij heeft de kabouter een groene en een zwarte kant gegeven. Er zijn vegetale motieven te bespeuren in zijn 'Ecologische kabouter'. Maar opgepast, niet alles is positief aan deze figuur! 

 

Kris Campo heeft de kabouter opnieuw gebakken in raku, een techniek die zij meesterlijk beheerst. Hierdoor krijg je de indruk dat het hier om een oud, gepatineerd stuk gaat met een lange geschiedenis. De ogen benadrukken de hoge leeftijd van de kabouter, de mond heeft een wat clowneske grijs gekregen, een wijze kabouter met binnenpretjes lijkt het wel. 

 

Philippe Bouttens, schilder en keramist, zit nooit verlegen om fantasie. Hij gebruikt optimaal de gegeven vorm en accentueert die hier en daar vanuit zijn schildersachtergrond met gevoelige toetsen. De puntmuts wordt voorzien van een wellustige slang. Vrouwelijke wezens voor en achter maken van deze kabouter een vriendelijke verleider, niet echt te vertrouwen lijkt me. De kunstenaar heeft zich beperkt tot zwart en grijswaarden en laat hierdoor het witte porselein nog sterker tot zijn recht komen. 

 

Vincent Kempenaers maakt meestal porseleinen figuurtjes met zwarte beschildering, nu deed hij niet anders. Hij verwerkt in zijn beschildering tal van herkenbare motieven die zich evenwel verschuilen in het lijnenspel en een aandachtiger beschouwing vragen. Huisjes, ogen, tot een erectie toe, het is allemaal te zien voor wie wil kijken. 

 

Patrick Picarelle laat een steeds weerkerend motief van rond- en spitsboogjes die boven elkaar groeien de figuur innemen als een woekerplant. Hij heeft een deel van de kabouter onbewerkt gelaten maar het zal niemand verwonderen als mettertijd de hele kabouter door boogjes is ingenomen of hoe een architecturaal motief een vegetatie wordt. 

 

Het is verrassend om vast te stellen tot welke diversiteit aan interpretaties het kabouterproject aanleiding was. (Ik somde nog maar de Belgische participanten op.) En dat is natuurlijk waar het hier in wezen om ging en om gaat in heel dit project: het stimuleren van de fantasie om te komen tot creatie die op haar beurt weer bron kan zijn van nieuwe invallen, nieuwe zoektochten en groeimomenten, nieuwe contacten en verdiepte ontmoetingen. Zowel met het 'intellectual gnome'-project als met de activiteiten rond de tentoonstelling in het Huis van Alijn is Rik Delrue daar op overtuigende wijze in geslaagd. Het project kent trouwens een vervolg want de Nederlandse Stichting Kunst in de Openbare Ruimte wil een tweede reeks kabouters de wereld rond zenden. En zoals de 'intellectual gnomes' momenteel het Nederlandse Keukenhof ingepalmd hebben, veroveren Delrue's scheppingen de wereld, zij het dan op een erg vreedzame wijze...

 

Daan Rau

 

Praktisch:

Het 'intellectual gnome'-project wordt getoond in het STEDELIJK MUSEUM TE KORTRIJK van 9 tot 31 mei 2003.

Er verschijnt eveneens een publicatie bij de tentoonstelling, hierin gaat Daan Rau nader in op het verschijnsel kitsch en de betekenis van de kabouter binnen de tuin. 

 


 

Vier Zomerse Momenten van Gust De Smet

 

 

Sinds het nieuwe museumdecreet moedigt de overheid de musea aan om samen te werken. Waar vroeger vele musea in hun hoekje bleven zitten en amper omkeken wat het naburige museum uitspookte is samenwerking nu het nieuwe motto.

 

 

Het Samenwerkingsverband Kunstmusea Leiestreek illustreert die nieuwe trend. Het startte in 2002 tussen het Museum DhondtDhaenens, het Museum voor Deinze en de Leiestreek, het Raveelmuseum, het Gemeentelijk Museum Gustaaf De Smet en het Gemeentelijk Museum Gevaert-Minne. Naast algemene promotie en samenwerking wensen de deelnemende musea jaarlijks een zomerfestival te organiseren. Dat is een goed idee want vele musea schroeven hun aanbod in de zomer gevoelig terug. Voor 2003 viel de keuze op Gust De Smet naar aanleiding van zijn 60-jarig overlijden. Gust De Smet (1877-1943) was het vierde kind in de familie De Smet en vier jaar ouder dan zijn broer Leon De Smet. Dikwijls wordt hij in één adem geroemd met Frits Van den Berghe (1883-1939) en Constant Permeke (1886-1952) als "de meesters van het Vlaams expressionisme". Binnen het Samenwerkingsverband Kunstmusea Leiestreek is het podium gevonden om het oeuvre van De Smet voor het voetlicht te brengen. Het festival kiest niet voor een bepaalde volgorde of een strikt historische lijn. De vier deelnemende musea presenteren vier 'momenten' uit het werk van de kunstenaar, om er dan elk vanuit een eigen invalshoek mee om te gaan. 

 

Stil geschilderde leven 

 

Het Raveel Museum in Machelen had al enige tijd het idee voor de tentoonstelling 'Het stilleven van het schilderij'. De titel verwijst niet enkel naar het thema van het stilleven, maar ook naar het bijna meditatieve leven van het medium schilderkunst binnen het schreeuwerige kunstgebeuren. 

 

Gust De Smet past perfect in deze plannen. Het Raveel Museum plaatst het stilleven van de kunstenaar in de context van werken van Braque, Morandi, Léger, Raveel e.a. Daarbij hoeft -ook wat Gust De Smet betreft- niet noodzakelijk enkel het stilleven aan bod te komen. Want is niet heel zijn oeuvre een stilleven, of op z'n minst een uiting van verstild leven? Ook andere onderwerpen van De Smet hebben die specifieke kracht die bij anderen uitsluitend in het klassieke genre terug te vinden is. 

 

 

Bedachtzaam kubisme 

 

Het Museum voor Deinze en de Leiestreek toont de geleidelijke ontwikkeling die Gust De Smet doormaakt na de kennismaking met het kubisme. De invloed van de Franse stijl gebeurt bij hem heel bedachtzaam. 

 

Omstreeks 1915, als de schilder samen met zijn vriend Frits Van den Berghe in Nederland verblijft, duiken de eerste sporen van het kubisme op in zijn oeuvre. Stilaan krijgt de nieuwe kunststroming greep op zijn doeken, maar nooit op zo'n manier dat De Smet zijn aard verloochent. Hij zoekt vooral naar vormvastheid. Hij probeert zijn gevoeligheid meer en meer in constructieve banen te leiden, zonder in de geometrie te vervallen. En waar het kubisme een teveel aan strengheid zou opleveren, is er altijd de correctie door het volle gamma van warme, aardgebonden kleuren. 

 

 

De meester en jonge schilders van nu 

 

De Gust De Smet van de jaren '30 is te zien in het Museum Dhondt-Dhaenens te Deurle. Na zijn terugkeer naar de Leiestreek in 1922 stopt De Smet het formele experimenteren. De weg naar de voldragen schilderstijl ligt open. Het inzicht is gerijpt, het vakmanschap gegroeid.

 

Aanvankelijk is in de grondvorm de erfenis van het kubisme nog herkenbaar, maar de vastheid verdwijnt langzaam. Voortaan vindt de opbouw hoe langer hoe minder in de geest plaats. De tekening wordt vager, onvast, bewogen. De elementen van de compositie verbrokkelen tot zacht genoteerde kleurovergangen. Wat vroeger werd teruggedrongen achter een strenge schriftuur, vloeit uit in een vrije, losse toets. 

 

Van 1921 neemt in het oeuvre van De Smet de menselijke figuur een prominente plaats in. Dat zal ook in de dertiger jaren zo blijven. Hij realiseert een onvergetelijke serie figurencomposities die de zuivere beheersing van de vorm overtuigend bewijzen. Naast het werk van Gust De Smet stelt het Museum Dhondt-Dhaenens, onder de titel 'Constructie', twee jonge schilders voor: Vincent Geyskens, die woont en werkt in Brussel, en Tina Gillen, een Luxemburgse die zich in Antwerpen heeft gevestigd. 

 

In de tuin van het museum wordt een beeldhouwwerk van Louis De Cordier opgesteld. In het Gemeentelijk Museum Gustaaf De Smet te Deurle vindt de bezoeker de kunstenaar thuis, in zijn atelier en temidden van zijn meubilair en schilderijen. Het Festival Gust De Smet krijgt hier de educatieve afsluiting en de bezoeker kan hier in alle rust zijn moment met Gustaaf De Smet beleven. 

 

Mark Vanvaeck

 

Praktisch:

FESTIVAL GUST DE SMET

Van 5 juli tot 28 september 2003

Toegangskaart voor de vier deelnemende musea (6 euro)

HET RAVEELMUSEUM Gildestraat 2-8, 9870 Machelen-Zulte, www.rogerraveelmuseum.be

MUSEUM VOOR DEINZE EN DE LEIESTREEK Lucien Matthyslaan 3-5, 9800 Deinze, www.museumdeinze.be

MUSEUM DHONDT-DHAENENS Museumlaan 14, 9831 Deurle, www.museumdd.be

GEMEENTELIJK MUSEUM GUSTAAF DE SMET Gustaaf De Smetlaan 1, 9831 Deurle 

 


 

Africalia, Aguirre Philip, Alma Tadema Lawrence, Bachiri Brahim, Bara Theda, Baudrexel Florian, Beardsley Aubrey, Beaufort, Benohoud Hicham, Bidjocka Billi, Biënnale van Sao Paulo, Bisky Norbert, Braeckman Dirk, Brooks Louise, Brusselmans, Brussels Filmmuseum, Bussman Klaus, Charlier Jacques, Cissé Soly, Courbet, Cracking Art, David Gerard, De Bruyckere Berlinde, De Climax, de Jong Leen, de Maagd met kanunnik Joris van der Paele, De menselijke driften, de Smet Gust, Dederen Gérald, Delvoye Wim, Dietrich Marlene, Documenta, Donkor Godfired, Elias Etienne, Ensor, Enwezor Okwui, Esser Helger, Fabre Jan, fatale vrouwen, Fleck Ralph, François Michel, Fuchs Rudi, Gaba Meshac, Gormley Antony, Hard Edge schilderkunst, heksen, Hörbelt Berthold, Huan Zhuang, Impact Revisited, Inca's, Johannes de Doper, Kan-Si, Katz Alex, Kiefer, Kingelez Bodys Isek, Klinger Max, Koch Matthias, Konaté Abdoulaye, Lambeaux Jef, Le Loup Willy, Lentink Gerhard, Liebermann Max, Lo Ndary, M HKA, Mach David, Marcaccio Fabian, Martin Jean-Hubert, Memling Hans, Meynen Christian, Mofokeng Santu, Monet, Moreau Gustave, Munch Edvard, Muyle Johan, Mwangi Ingrid, Ndiaye Birame, Negri Pola, Nkanga Otobong, Nouwen Els, Ntakiyica Aimé, Odili Odita Donald, Odysseus, Pairier Anne, Pairier Patriek, Panamarenko, Pease Allan, Pease Barbara, Peeters Michel, Permeke, Piper Keith, Pourbus Pieter, Prinzie Valère, Raveel Roger, Richter, ridders, Rijksmuseum Amsterdam, Roosen Maria, Rose Tracey, Ruff Thomas, Salomé, Samson en Delila, Sauwen Rik, Scythen, sfinxen, Siltberg Lars, sirenen, Spoerri Daniel, Sui Jiangguo, Sweetlove William, Tahon Johan, Tayou Pascale Marthine, the black photo Album Look at me, Thraciërs, Toguo Barthélémy, Tordoir Narcisse, Tsabangu Andrew, Turner, Tuymans Luc, Ullrich Jens, Van de Wyngaert Lea, Van den Bussche Willy, Van der Goes Hugo, van Eyck Jan, van Os Henk, Vanhove Jean-Paul, Vanmechelen Koen, Vari Minette, Visch Henk, Vitali Massimo, Vlaamse Primitieven, wetenschap, Williamson Sue, Winter Wolfgang, Wolvens Henri, Wouters Rik, zee, OKV2003, Blondeel Lanceloot, OKV2003.2+