U bent hier

OKV plus 2003.1

OKV plus 2003.1

 


Inhoud

  • Edito
  • Patrick Merckaert
  • Musea - Een museum met één werk: Een Da Vinci-Museum in Tongerlo (Nobertijnenabdij)
  • Kunst en toerisme - Ontdek Vlaanderen-aan-de-Leie
  • Boekenkennis - "Geheime kennis" David Hockney
  • JongTalent - Hans Op de Beeck. Tussen verlaten en naderen
  • Actueel
  1. Baardmannen en puntneuzen
  2. Hedendaags Marokko
  3. Stap in de verandering - Het Kindermuseum te Brussel 
  4. Maria Magdalena. De geschiedenis van een vrouwenbeeld
  5. Centrum Ronde van Vlaanderen

 

Edito

 

Beste lezers,

 

Dit jaar bestaat Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen 40 jaar! In 1963 startte Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen naar Nederlands model op initiatiefvan de Kultuurraad voor Vlaanderen, de latere Interprovinciale Cultuurraad voor Vlaanderen. 

 

In de loop der jaren evolueerde ons tijdschrift enorm. Stonden de eerste jaargangen telkens stil bij verschillende kunstwerken, dan kwamen er later nummers rond kunsthistorische thema's of m usea. Het voortdurende groeiende tentoonstellingsaanbod in Vlaanderen gaf aanleiding tot onze Mededelingen, een uitgebreide tentoonstellingsagenda met allerhande achtergrond informatie. 

 

De Mededelingen evolueerden tot een volwaardig tijdschrift OKV-Plus. 

 

Om ons tentoonstellingsmagazine bekender te maken heet het nu OKV-tento wat een verwijzing is naar onze kersverse website. Nieuwe rubrieken staan op stapel zoals jonge kunstenaars in Vlaanderen, multimedia en kunst en toeristische kunstarrangementen in onze eigen Provincies. Daarenboven zullen we regelmatig extra bijdragen leveren rond specifieke thema's zoals kunst en gehandicapten en kinderen en kunst. 

 

Dit jaar willen we u dus extra verwennen. Vele abonnees zijn al  decennia lid en we wensen hen hiervoor graag te danken. Wat hebben we voor u allemaal in petto? Een abonneedag op zaterdag 15 november in het Legermuseum in Brussel dat zelf zijn 80ste verjaardag viert van de inplanting in het jubelpark waarop we u allemaal uitnodigen en een publicatie rond veertig jaar Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen. Aan veertig bekende Vlamingen van verschillende leeftijden vragen we iets te schrijven over hun lievelingswerk in een Vlaams m useum. We verwachten veertig interessante ontboezemingen die onze veertig jaar geschiedenis treffend illustreren. 

 

2003 kondigt zich trouwens aan als een jaarvol kunstactiviteiten. Het kunstenfestival Europalia keert terug naar haar eerste liefde van de allereerste editie namelijk Italië. Aan de kust trekken ze deze zomer resoluut een krachtige hedendaagse kunstkaart met het festival Beaufort. Het Samenwerkingsverband Kunstmusea Leiestreek organiseert naar aanleidingvan het 60-jarig overlijden van Gust De Smet een zomerfestival waarin het werk van deze schilder prominent aanwezig is. Kortom, genoeg kunst om een héél jaar te vullen. Maar we hopen u nog jaren te kunnen dienen en samen met u onze 50ste verjaardag te vieren binnen tien jaar.

 

Peter Wouters


 

Patrick Merckaert

een man van betekenis 

 

Het was ergens in 1991 toen ik door een groep Vlaamse en Franse kunstenaars uitgenodigd werd om hun tentoonstelling in de Saint-Ouen, een schitterende gotische abdijkerk in Rouen, te gaan bekijken.

 

 

Twee werken hebben bij mij een onlosmakelijke indruk nagelaten. Het ene was een uitgepuurde en fragiele constructie van wilgentakken van Jean-Georges Massart, gewoon subliem in zijn eenvoud en zo juist geplaatst in een zijkapel. Het andere werk was van Patrick Merckaert, het heeft mij hevig ontroerd. Zijn 'Deposition' speelde zo exact in op de hemelgerichte gewelven en de sublieme architectuur van het kerkgebouw. Het beeld was de foto van een man, het hoofd ten hemel geheven en vanuit kikvorsperspectief gezien, een beeld van exaltatie en overgave, een beeld dat doet denken aan mystici als Johannes van het Kruis en aan schilders als El Greco. Het was een ervaringsmoment dat ik niet licht vergeet en ik blijf er de kunstenaar dankbaar voor. Ongetwijfeld heeft ook het moment meegespeeld, het licht van die dag was zo wonderlijk mooi, Saenredam zou het zo hebben vastgelegd. 

 

Eigenlijk haal ik hier drie elementen aan die voor Merckaert van wezenlijk belang zijn: architectuur, beeld en licht. Later komt daar ook nog het woord bij. 

 

Eind de jaren '70 tot halverwege de jaren '80 was Patrick Merckaert vooral bezig met fotografie. Hij maakte beelden in verlaten fabriekspanden, had veel oog voor het architectonisch detail, voor de materie en de tastbare weergave ervan in zijn abstraherende foto's.

 

Zijn werk presenteerde hij als drieluiken of polyptieken, ze refereerden naar een werkelijkheid maar waren er ook een abstractie van. "Foto's zijn meer dan een zuiver verslag van de realiteit", zegt hij. 

 

Hij maakt foto's van tv-beelden en sprokkelt op die manier een persoonlijk foto-archief samen met voornamelijk beelden van vrouwen en mannen, van lichamen en gezichten. Die beelden zijn nooit perfect, maar ze hebben wel iets extra: het raster, de onscherpte. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de monumentale, haarscherpe en niets verhullende portretten van Thomas Ruff, hebben de foto's van Merckaert steeds een mysterieuze kant, ze houden altijd vragen in. Ze zijn soms beladen met erotiek, soms zeer neutraal, soms spiegelen ze sterke emoties af, tot en met agonie. Het raadselachtige blijft. Het zijn ook nooit portretten in de echte zin van het woord, het zijn beelden van naamloze mannen en vrouwen van wie je soms niet eens ziet óf het wel mannen/vrouwen zijn.

 

De foto's van deze kunstenaar zijn bijna nooit een autonoom kunstwerk, ze horen thuis in een ruimte, ze worden zelfs meestal voor die ruimte gecreëerd. Merckaert herschept de ruimte, hij accentueert en leidt uw blik, hij laat u de ruimte - ook al zou je die door en door kennen - opnieuw beleven en ontdekken. Ik ondervond toen ik een tijd geleden terug de Saint-Ouen bezocht, hoe het werk van Merckaert zo'n sterke aanwezigheid in die ruimte was geweest, dat ik het - ondanks de schitterende architectuur ­ eigenlijk een beetje miste. De installaties ­ Patrikc Merckaert noemt ze liever integraties - grijpen over het algemeen sterk in op de architectuur zonder die architectuur geweld aan te doen. Hij geeft die architectuur, die ruimte een vernieuwde betekenis, hij belaadt ze met geschiedenis, met drama, met betekenis. 

 

Hier is iets gebeurd, hier gebeurt iets, hier gaat iets gebeuren. De bezoeker is ongewild participant wan neer hij of zij de ruimte betreedt. 

 

Ruimte kan totaal verschillen al naargelang het licht. Soms verduistert de kunstenaar de ruimte om er met black light de foto of foto's uit te lichten. De beelden krijgen daardoor een dimensie meer, ze lichten op als het tvscherm waar ze ooit figureerden, ze zijn ook minder tastbaar, ze worden bijna virtueel. In andere gevallen wordt het licht gefilterd, zo ontstaat een gekleurde omgeving, wordt net als in het theater een drama opgevoerd dat niet het leven is maar een afspiegeling ervan om ons h et leven beter te doen begrijpen. Steeds is er aandacht voor afwerking en detail, een element dat wellicht niet vreemd is aan een kunstenaar die opgeleid werd als restaurateur. 

 

In de loop der jaren is ook het woord een belangrijke rol gaan spelen in het werk van Merckaert. In een interview met Thierry Heynen zegt hij zelf: "Ik heb het moeilijk om woorden te gebruiken. Ik probeer woorden te gebruiken die afzonderlijk geen betekenis hebben. Wanneer ik 'ALTIJD' gebruik, kan dit betekenen: 'ik ben altijd ziek' of 'ik ben altijd gezond'. Dus juist het tegenovergestelde. Het zijn bijwoorden die op zich geen bestaan hebben. Alles hangt af van de zin waarin men ze plaatst. Alles hangt af van de betekenis die de bezoeker hen geeft."

 

Ondertussen is hij al wel verder gegaan dan het gebruik van bijwoorden alleen. In de Campo Santo-kapel in Sint·Amandsberg laat hij vier woorden zien, verspreid over de ruimte: 'we', 'are', 'not' en 'afraid'. 

 

Ook twee foto's worden getoond: een close-up van een man en een vrouw die vredig bij elkaar liggen en een zwarte man die een blanke man in de armen draagt als een piëta. 

 

Er is ook geluid: aanzwellend lawaai van overvliegende vliegtuigen lijkt het wel. je kan dit werk op zoveel verschillende wijzen gaan interpreteren en beleven en dat maakt juist de sterkte ervan uit. De participerende kracht die ervan uitgaat, voor iemand die zich daarvoor wil openstellen, is ongemeen groot en kan niet anders dan je beroeren. 

 

Iemand die zo kan werken met architectuur, die zo kan vertrekken vanuit een gegevenheid, is natuurlijk een gedroomde partner voor een ruimtelijke integratie in een nieuw gebouw. En een opdrachtgever die de kunstenaar al van vóór de aanvang der werken bij het project wil betrekken is niet a lleen wijs maar ook echt met kunst begaan. SD Worx was aan uitbreiding toe en kocht een bestaand gebouw uit de jaren '60 om dat te renoveren en uit te breiden. Architect Paul van de Poel liet het fantasieloze, anonieme gebouw ontmantelen en gaf het een gezicht. De Havenbuilding - zoals het nu heet - bepaalt nu mee het beeld van de Brouwersvliet en het Van Schoonbekeplein te Antwerpen. Patrick Merckaert heeft er met zijn integratie een voorbeeld geschapen van hoe het kan. Hij maakte kennis met een structuur ontdaan van alle overbodigheid. Wat hem ter beschikking stond was een skelet. Geen hoge en brede wanden voor monumentaal werk, wel ramen rondom, pijlers en een bescheiden wand in de circulatieruimte met de liften. 

 

Hij werkte een project uit met drie gelaagdheden, drie bewegingen. Een eerste gelaagdheid is de horizontale beweging. Op elke verdieping bracht hij op een identieke hoogte woorden aan. je kan ze vinden op de ramen en op de pijlers, ze zijn er onopvallend alsof ze er altijd al waren. Het zijn Engelse woorden, ze moeten het internationaal karakter van het werken in een wereldhaven beklemtonen. De woorden zijn niet zomaar woorden, ze hebben een expliciete betekenis. Ze hebben een betekenis an sich maar ook door de context van waaruit ze komen. Het zijn met name allemaal termen uit de frenologie, de pseudowetenschap die in de 19de eeuw grote bloei kende en die bepaalde delen van de hersenen verbond met verschillende cognitieve en emotionele vermogens (wat juist is) en dat zou dan op zijn beurt gevolgen hebben voor de vorm en de omvang van de schedel (wat onjuist is). Nogal wat mensen hebben daar de niet altijd plezierige gevolgen van ondervonden. Het aanbrengen van al die menselijke eigenschappen op ramen en pijlers brengt de menselijke inhoud van het gebouw naar voor. Het zijn de mensen die hier werken die het kapitaal van de firma uitmaken. 

 

De horizontale beweging is opgebouwd rond het mentale, de hersenen. 

 

De tweede gelaagdheid noemt Merckaert de interactieve beweging, ze speelt zich af rond het intieme, het hart. Ook hier gaat het om woorden, het zijn woorden neergelegd in een mooi ingebonden boek, te vinden in een met glas afgedekte bergplaats in het bureau van elke werknemer. Hier werd het Nederlands gebruikt, het boek is immers naar de persoon gericht. Elk woord wordt voorafgegaan door 'mijn', het gaat om 'mijn verlangen', 'mijn onthechting', 'mijn harnas'. Het boek kan door de betrokken werknemer steeds uit de bergplaats worden genomen en dienen tot reflectie en bezinning. 

 

Van elk van de boeken is een duplicaat gemaakt en die zijn verankerd in een glazen zuil die precies wat achteloos tegen een balustrade is gezet in een vide tussen twee verdiepingen.

 

Tenslotte is er een verticale beweging, een gelaagdheid opgebouwd rond het gezicht, het uiterlijke. Hiervoor gebruikte de kunstenaar een reeks opnamen van een man die diverse gezichtsuitdrukkingen weergeven, hij gaf die een plaats in de ruimte waar de liften zich situeren. De foto's schuiven als het ware per verdieping mee terwijl ook hier een woord steeds op dezelfde hoogte blijft. Het werk dat Patrick Merckaert hier gepresteerd heeft is van een uitzonderlijke klasse, het is nergens opdringerig en overal aanwezig. Hij betekent de ruimte. Hij maakt gebruik van de beperkte mogelijkheden maar weet dat op zo'n perfarmante en creatieve manier te doen dat je er even stil bij wordt. En dat is ongetwijfeld ook zijn bedoeling: het even stil te laten worden, je in de gelegenheid stellen om te reflecteren, om je leven te betekenen. En dat kán, ook in een kantoorgebouw. Daarom is Merckaert zonder twijfel een man van betekenis.

 

Daan Rau


http://www.patrickmerckaert.be/


 

Musea - Een museum met één werk

 

 

Sinds het midden van de 16de eeuw bezit de Abdij van Tongerlo een bijna exacte kopie van het door Leonardo Da Vinci geschilderde Laatste Avondmaal.

 

 

Een Da Vinci in de tuin?

 

Een Da Vinci-museum in België, geef toe, vanzelfsprekend is het allemaal niet. Wat alles nog wat verwarrender maakt is dat er zelfs helemaal geen werk van Da Vinci te zien is!

 

Na wat speurwerk op de website (gods wegen zijn nu ook elektronisch ondoorgrondelijk!) drong een bezoek zich dan ook op. Ik trok er op uit en bracht een namiddag in het klooster door. Voorwaar lang geleden! De prachtige abdij van Tongerio is werkelijk een oase van rust en eens je het grote binnenplein oversteekt, waan je je even in een andere wereld. Hier is het Da Vincimuseum gevestigd, zowat het enige museum in ons land met slechts één kunstwerk erin. 

 

Ik had me een groot doek voorgesteld in een refter. Uitgaande van de idee dat het onderwerp dan zou passen bij de dagelijkse maaltijden. 

 

De realiteit is enigszins anders. Je bent het museum nog niet binnen of je staat al meteen ... terug buiten! In de tuin! 

 

 

Een nieuw museum 

 

Na een grondig onderzoek van het schilderij in 1958 werd door de abdij besloten dat het beter was het doek in een aangepaste ruimte te bewaren. Aan architect Theo Vijverman werd gevraagd een gebouw te ontwerpen, dat het doek helemaal tot zijn recht zou doen komen. 

 

Het staat nu achteraan in de kloostertuin. Toegegeven, het is even wennen. De stijl van het kleine museum staat haaks op deze van de abdijgebouwen. Maar het gebouw is zeer nederig, mooi in zijn eenvoud en tegelijk functioneel. Met een grondplan dat even groot is als deze van de refter in Milaan, waar het originele werk is ondergebracht, krijg je als bezoeker een perfect kader aangeboden om dit uitzonderlijke werk in optimale omstandigheden te bekijken. 

 

 

Wie is wie? 

 

In gezelschap van Broeder Michiel, de conservator van het museum, bezocht ik eerst een kleine fototentoonstelling, waar kort de geschiedenis en de betekenis van het werk wordt toegelicht. Handig om als niet ingewijde die apostelen uit elkaar te kunnen houden. 

 

Nu ja, op dat gebied was ik natuurlijk in prima gezelschap. 

 

Gezien de condens op de foto's begon ik echter wel te vrezen dat er bij het Laatste Avondmaal deze keer wel héél veel water zou worden gedronken. 

 

 

Mooi!

 

Na deze introductie kreeg ik dan het werk zélf te zien, en eerlijk, hier word je wel stil van.

 

Wat mooi! 

 

Meestal sta ik nogal wantrouwig tegenover kopieën, maar deze is prachtig. Heel sober tentoongesteld, prima belicht en je kan het werk vrij dicht benaderen. Wat ook wel nodig is, want er is veel op te zien. Hier zijn de details, die in Milaan verloren zijn gegaan, wél nog zichtbaar, en het zijn er heel wat. 

 

Het werk had ook een zekere faam in de Nederlanden, want zowel Rubens als van Dyck kwamen het ooit bekijken. David Teniers kreeg van de Oostenrijkse Aartshertog zelfs de opdracht er een kopie van te schilderen. Ergens is dit misschien wel logisch, want van het origineel was op dat moment al niet veel meer over. 

 

 

Een woelige historie 

 

0 ja! Géén condens op het schilderij, het wordt prima bewaard! De staat van het werk is zeer goed. Dat is ooit anders geweest. Tussen 1796 (sluiting van de abdij als gevolg van de Franse Revolutie) en 1840 (het hernemen van het kloosterleven in Tongerlo) werd het op verschillende plaatsen bewaard. Het werk bleef enkele jaren onaangeroerd, maar vanaf 1868 probeerden de monniken het werk te verkopen. Het doek werd telkens opgerold. Uiteraard zorgde dit voor ernstige beschadigingen. 

 

 

Snij eens in een schilderij 

 

De klap op de vuurpijl (vrij letterlijk dan) kwam er in 1929 toen er brand uitbrak in de abdij. Men sneed in allerijl het doek van de omlijsting, waarbij het ook nog eens scheurde. Het duurde dan nog eens drie jaar vooraleer het gerestaureerd werd. In 1932 werd het dan uiteindelijk gerestaureerd. 

 

Maar een grotere ingreep was nog nodig. In 1958 ging het werk voor 8 jaar naar Brussel, naar het Kunstpatrimonium. 

 

In tussentijd was men in Tongerlo begonnen aan de bouw van het nieuwe museum. Sinds 1966 hangt het schilderij er, in zijn volle glorie. Maar minder veilig dan gedacht. 

 

Toen men in 1982 een tentoonstelling van Servaes inrichtte, met 12 van zijn werken, kreeg men onverwacht bezoek. Er werd ingebroken in het zaaltje achter het doek. Om toegang te krijgen tot de werken van Servaes, sneed men zich een weg dwars door het schi lderij! 

 

 

Beter dan Da Vinci? 

 

Het zijn verhalen die tot de verbeelding spreken, zoveel is zeker. Het werk zélf spreekt tot de verbeelding. Broeder Miehiel trouwens ook! De man heeft enorm veel te vertellen over het werk en zijn geschiedenis. 

 

Zo veel zelfs dat ik een vol uur heb staan luisteren en me daarna realiseerde dat het lang geleden is, dat ik zolang bij één werk heb stilgestaan. Het is iets wat blijkbaar meer voorkomt hier, want aan toeschouwers heeft men absoluut geen gebrek. Het museum krijgt jaarlijks zo'n 12.000 bezoekers over de vloer, wat redelijk indrukwekkend is. 

 

Nu ja, het is in elk geval logischer dan de vele duizenden die in Milaan staan aan te schuiven om het origineel te kunnen bekijken, terwijl men op voorhand al weet dat er al 350 jaar bijna niets origineels meer te zien is. 

 

Al mag je zoiets waarschijnlijk niet al te luid zeggen. 

 

Maar goed, de feiten liegen niet, dat wordt in Tongerlo wel heel erg duidelijk gemaakt. 

 

Michel Peeters


Praktisch

Da Vinci-Museum

Norbertijnenabdij

Abdijstraat 40

2260 Tongerlo

abdij@tongerlo.org

http://www.tongerlo.org/


 

Kunst en Toerisme - Ontdek Vlaanderen-aan-de-Leie

 

 

Een mooi alternatief 

 

Een frisse neus halen, de batterijen opladen, zorgeloos genieten ... het is allemaal mogelijk langs de kronkelende oevers van de Leie tussen Wervik en Gent. Zowel voor een dagje uit, een weekendje weg of zelfs een korte vakantie biedt deze regio talloze mogelijkheden. Waar wacht u op om Vlaanderenaan-de-Leie te ontdekken? 

 

Bijna honderd kilometer slingert de rivier zich door een aantrekkelijke regio die zich profileert als een nieuwe, beloftevolle toeristische regio. 29 gemeenten en steden uit West- en Oost-Vlaanderen hebben de krachten gebundeld in de vzw Toerisme Leiestreek om toerisme en recreatie in de Leievallei te promoten. 

 

 

De Leie als rode draad 

 

Rode draad in dit nieuwe toeristische verhaal is de Leie. Deze "Golden River", een bijnaam die verwijst naar het vlas, dat geroot werd in het Leiewater en de streek welvaart bezorgde, stroomt traag door een brede vallei met een rijk verleden en een sterke economische traditie. De rivier inspireerde niet enkel talloze kunstenaars, vooral in het groene, pittoreske gedeelte tussen Deinze en Gent, maar lonkt nog steeds uitnodigend naar watersporters, fietsers en wandelaars. 

 

 

Het aantrekkelijke Leieland biedt voor elk wat wils 

 

De cultuurminnaar kan er tientallen musea bezoeken. ln Sint-Martens-Latem, Deurle en Deinze bijvoorbeeld zijn de collecties van de Leieschilders prominent aanwezig. Roger Raveel, een van de belangrijkste hedendaagse kunstenaars, heeft een eigen museum in Machelen-aan-de- Leie. 

 

Zevenhonderd jaar na de Guldensporenslag zijn het Kortrijkse Broelmuseum en het museum in de Groeningeabdij een bezoek overwaard. Overal getuigen kerken van een eeuwenoude bouwtraditie. Zelfs kastelen zijn nooit ver weg. 

 


 

Boekenkennis - "Geheime kennis" David Hockney

 

 

Hockney's boek belooft de herontdekking van geheime en verloren gegane technieken van de oude meesters. Enkele kanttekeningen bij de controverse.

 

 

Hockney's hypothese 

 

Het begon zeer persoonlijk. Begin 1999 bezocht pop-art kunstenaar David Hockney een expositie van lngres' portretten in de National Gallery te Londen. Hij werd getroffen door de onnatuurlijk kleine schaal van de accurate tekeningen. Bijna fotografische zuiverheid in het begin van de 19de eeuw. De lijnvoering deed hem denken aan tekeningen van Warhol, die geprojecteerde beelden "overtrok". Misschien, dacht Hockney, gebruikte Ingres een camera lucida. Dit draagbaar optisch instrument, waarbij een projectie door een prisma/lens tot stand komt, laat de kunstenaar toe de essentiële trekken van het onderwerp te markeren. 

 

Vervolgens vroeg Hockney zich af sinds wanneer kunstenaars gebruik maken van optische instrumenten. Opnieuw leverden zijn eigen ogen het bewijs. Hij bedekte de muur van zijn atelier met reproducties van Europese schilders -chronologisch- en stelde vast dat de Noordelijke schilderkunst rond 1420 zeer plots fotografisch-realistisch werd. De uitvinding van het lineair perspectief alleen zou de kunstenaar niet in staat gesteld hebben tot het schilderen van patronen die plooien volgen, noch van de glinstering op een harnas, betoogde Hockney. Optische instrumenten wel. 

 

Spiegels en lenzen die projecties naar het leven tot stand kunnen brengen. Hockney benadrukt dat optische instrumenten geen schetsen "maken". Alleen de hand van de kunstenaar kan dat doen, en het vereist een grote bekwaamheid. "Toch schrokken vele kunsthistorici van mijn suggesties", zegt hij. 

 

"Hun hoofdbezwaar was dat het gebruik van optische hulpmiddelen door een kunstenaar 'bedrog' zou zijn, dat ik hoe dan ook het idee van een aangeboren artistiek talent aantastte". Steun kreeg hij, met enige reserve, van kunsthistoricus Martin Kemp (Universiteit Oxford), maar vooral van fysicus Charles Falco (Universiteit Arizona). Hij verschafte de wetenschappelijk gegevens die Hockney's argumenten onderbouwen. 

 

 

Bewijzen 

 

Dat bepaalde kunstenaars (Vermeer bv.) met een camera obscura geëxperimenteerd hebben, daar bestaat weinig twijfel over. Nieuw echter is Hockney's stelling dat optische instrumenten reeds veel vroeger gebruikt werden en dat ze wijdverspreid waren. 

 

Hoe is het mogelijk dat de oude meesters zelden melding gemaakt hebben van hun toepassing van lenzen of spiegels? Het gebruik moet, volgens Hockney, deel geweest zijn van een geheime traditie. Geprojecteerde beelden, bedrieglijk levensecht, hadden een magisch effect. 3 instrumenten komen aan bod: de reeds vernoemde camera lucida, de camera obscura en de concave spiegel. 

 

De camera obscura is een donkere kamer met een klein gat (eventueel lens), dat licht doorlaat. Dat licht creëert een projectie van het omgekeerd gespiegeld beeld van de buitenwereld in die donkere ruimte. Een handig hulpmiddel om een tafereel op doek te zetten. Een holle spiegel heeft alle optische kwaliteiten van een lens en kan beelden op een plat vlak projecteren. 

 

Het grootste deel van de bewijzen komt van het "kijken naar". Het eerste deel van het boek heeft als titel "visueel bewijsmateriaal" en toont meesterwerken vanaf 1420. Hockney speurt naar de aanwezigheid van spiegels en lenzen. Hij onderzoekt mysterieuze fenomenen zoals de vervormde schedel in Holbein's "Ambassadeurs". 

 

De imperfecties van bepaalde schilderijen - onscherpte, verschillende verdwijnpunten, vertekeningen, ... - tonen aan dat de kunstenaar steeds opnieuw moest focussen. Immers, spiegels en lenzen hadden maar een beperkte scherpte-diepte. Hij ontdekt collage-achtige aspecten in panelen van de Vlaamse primitieven. Ontstaan door het apart tekenen van de verschillende elementen -met behulp van een spiegellens- en vervolgens op het paneel bij elkaar te zetten. Verder beweert Hockney dat het gebruik van optica een diep chiaroscuro veroorzaakt. Je hebt immers fel licht nodig om een projectie tot stand te brengen. En kan de overvloed aan linkshandigen in Caravaggio's tijd anders verklaard worden dan vanuit gespiegelde projecties? 

 

 

Bedenkingen 

 

Om zijn stellingen nog meer kracht bij te zetten maakte Hockney een documentaire waarin hijzelf de geheimen van de optische instrumenten demonstreert. De reconstructies lijken vaak plausibel, maar zijn ze dat ook? 

 

In december 2001 werd in New York een conferentie gehouden, waar theoretici uit verschillende domeinen zich bogen over Hockney's hypothesen.

 

De voornaamste kritiek betrof -zoals te verwachten- Hockney's methodologie, die alles behalve traditioneel is. De optische procedures zijn veel te weinig getest om tot dergelijke verregaande conclusies te komen. Teleurstellend ook dat Falco's eenvoudige berekeningen, die hij gebruikt om zijn stellingen te staven, niet eens in het boek zijn opgenomen. Het blijft bij lyrische foto's van opstellingen. Gedetailleerde reconstructies, zoals Philip Steadman ze toont in zijn erudiete boek "Vermeer's camera", kunnen hier als voorbeeld dienen. jarenlang onderzoek naar Vermeer's werkmethoden en kennis van de reële dimensies van Vermeer's studio leidden tot een gefundeerde studie.

 

Op de website kan men het tekst- en studiemateriaal van de aanwezige academici terugvinden. Een ongemeen boeiende discussie rond interpretatie en methodologie. Veel van Hockney's "vondsten" worden genuanceerd of ontmaskerd. Dat het boek deze kruisbestuiving tussen kunst en wetenschap oplevert is verdienstelijk.

 

"Als kunsthistorici zich ooit hadden beziggehouden met optica hadden we het al jaren geleden geweten", beweert Falco. Een stelling die een grond van waarheid bevat. 

 

 

Media 

 

Hockney's project kreeg van in het prille begin enorme mediabelangstelling. Een verklaring voor die interesse heeft te maken met de sfeer van het onderzoek, dat de kunstgeschiedenis uitspeelt tegen populair begrip. 

 

Nog voor er sprake was van het boek, publiceerde schrijver Ren Weschler een artikel in "The New Yorker". Hij sprak er zijn afkeuring uit voor de kunstgeschiedenis, die niet openstaat voor Hockney's ontdekkingen. In bijna alle krantenartikels die volgen wordt de discipline afgeschilderd als reactionair. 

 

Tegenover de moeilijke begrijpbare interpretaties van de kunstwetenschap, lijkt dit boek de oude meesters te willen "verklaren", ze toegankelijk te willen maken. Het speelt in op de enorme wens van de toeschouwer om de oude meesters en hun technieken te begrijpen. De optische "trucs" lijken dat te beloven. Het mysterie en de betekenis worden nauwelijks aangeraakt. Wat de oude meesters interessant maakt, zo lijkt het, is hun gebruik van optische instrumenten. Schilderijen worden in dit boek vertaald in puzzels, die opgelost moeten worden. Met Hockney als Sherlock Holmes, levert de metafoor van de puzzel misschien wel spelplezier, maar de betekenis van het schilderij wordt vervlakt. 

 

Even problematisch is de impliciete belofte het modernisme en de hedendaagse kunst te kunnen verklaren. Mensen die gefrustreerd zijn door de moderne kunst, zullen zich gesteund voelen door Hockney's negatie van anti-optische tendensen in de 20ste eeuw (abstracte kunst bijvoorbeeld). Hij vermijdt het reële probleem dat gesteld werd door de moderne kunst, namelijk het verlaten van het realisme. 

 

 

De kunstenaar als onderzoeker

 

"Ik ben er zeker van dat de optische kenmerken alleen door een kunstenaar gezien konden worden, een maker van "afdrukken", die niet zo ver van de praktijk of van de natuurwetenschap afstaat als een kunsthistoricus", zegt Hockney in zijn inleiding. 

 

Een schilder heeft inderdaad beter zicht op technische aspecten, maar in dit onderzoek is het oog van de kunstenaar aanwezig als een orakel, te pas en te onpas. 

 

Hij kan met het blote oog zien dat in Rubens' schetsen "geen spoor aanwezig is van het gebruik van optische instrumenten". Een onfeilbaar oog? 

 

Eerder een subjectief oog, dat het verleden interpreteert vanuit de hedendaagse visuele cultuur en de eigen kunstenaarspraktijk. Het Lam God's vergelijkt hij met zijn eigen "Pearblossom Highway". "Beiden vertonen meervoudige gezichtspunten, en die creëren een veel grotere ruimte dan er bereikt kan worden met één", beweert Hockney. 

 

Behalve pretentieus is deze stelling ook simplistisch. Zijn obsessie met (post-)kubistische schilderstijlen spookt doorheen het boek. 

 

Merkwaardig dat hij -als schilder- de rol van nieuwe materialen in de schilderkunst onderschat. 

 

Uiterst gedetailleerde en verfijnde gemodelleerde voorstellingen werden pas mogelijk door het gebruik van olieverf. Een traagdrogende, plastische verf met een veel grotere verzadiging en toonwaardeschaal dan de traditionele fresco. 

 

 

Een breder perspectief 

 

Volgens Hockney is het ontstaan van de realistische weergave geen geleidelijk proces geweest. "De optische manier van zien kwam plots (binnen enkele jaren!) en was direct coherent en compleet. 

 

Waarom zouden Campin en Van Eyck ineens beginnen met het maken van veel modernere schilderijen, die eruitzien als foto's?" Hockney vindt het antwoord in het gebruik van de optische instrumenten.

 

Maar ook kunstenaars in Italië beschikten over spiegels en lenzen, hoe is het dan te verklaren dat de ontwikkeling zich in het Noorden voordoet? 

 

In haar standaardwerk "The art of describing" houdt Svetlana Alpers zich bezig met deze vraag. In tegenstelling tot de "verhalende" kunst van Italië, definieert ze de Noordelijke schilderstraditie als "beschrijvende kunst". Met veel aandacht voor lichteffecten, details, kleuren en texturen: een schilderij als "vervanging voor het oog". 

 

Alpers beschrijft in haar boek de pas ontwikkelde technologieën van de lens (zoals de microscoop), die een nieuwe kennis letterlijk zichtbaar maakte. Ze spreekt dan ook over een specifiek visuele cultuur. Een tijdperk van observatie, waarin "het oog het belangrijkste middel van zelfweergave was en visuele ervaring de belangrijkste vorm van zelfbewustzijn". Deze context maakte het mogelijk om in de schilderkunst de werkelijke gewaarwording van het zien toe te voegen aan het perspectiefsysteem van de Italianen. 

 

 

Tussen de lijnen 

 

Projecties met lenzen en spiegels brachten een nieuwe, intense manier van kijken teweeg. Ongetwijfeld van invloed op de beeldvorming en representatie van de werkelijkheid. Het optische beeld werd bron voor een nieuwe stijl. Lenzen en spiegels behoorden tot het geliefde studiomateriaal van schilders, dat weten we. Dat deze instrumenten wijd en zijd toegepast werden in de schilderkunst, in geheime en ondertussen verloren gegane technieken, is met dit boek nog onvoldoende bewezen. Verder fundamenteel onderzoek is vereist. 

 

Tot slot schilder Phillip Pearlstein.

"Het gebruik van optische instrumenten, of het nu prisma's, lenzen of foto's zijn, helpt de kunstenaarenkel in hetomzetten van 3 dimensionale objecten naar het platte vlak. Het is echter juist die opgave, die de schilder grote voldoening geeft". Hij voegt er laconiek aan toe: "Het is de schildering tussen de contouren die het verschil vormt tussen competente en echt betekenisvolle kunst. " 

 

 

Voor meer info

 

"Secret Knowledge", David Hockney, Thames and Hudson, de Nederlandse vertaling "Geheime Kennis" werd uitgegeven bij Ludion, 2002.

"Vermeer's camera: Uncovering the truth behind the Masterpieces", Philip Steadman, Oxford University Press, 2001.

www.artandoptics.com Verslag van de conferentie in het 'New Vork institute of Humanities' december 2001.

www.artkrush.com Persoonlijk relaas van Lawrence Weschler, de schrijver die Hockney's hypothese voor het eerst in de openbaarheid bracht. Via deze website een link naar het oorspronkelijke artikel in "The New Yorker". 

 

Els Nouwen

 


 

Jong Talent: Hans Op de Beeck - Tussen verlaten en naderen

 

 

Hij is gefascineerd door tijdelijke verblijven, transitzones en onbestemde plaatsen. Onderweg-zijn, zowel mentaal als fysiek, is van vitaal belang voor kunstenaar Hans Op de Beeck. Een portret.

 

 

Letterlijk onderweg

 

Momenteel is Hans Op de Beeck (°1969 Turnhout) vaak letterlijk onderweg. Hij verblijft voor een jaar in New York. Na zijn studies aan Sint-Lukas Brussel, het HISK Antwerpen en de Rijksacademie Amsterdam, heeft hij nu een atelier in PS 1, een 'international studio program' onder de vleugels van het MoMA. De internationale erkenning is er al langer, getuige de solo- en groepstentoonstellingen in binnen- en buitenland. In 2001 ontving hij de prestigieuze Prijs Jonge Belgische Schilderkunst voor zijn reusachtige maquette van een verwoeste stadswijk. De ruimtelijke installaties vormen echter maar een deel van zijn beeld productie. Op de Beeck fotografeert ook, tekent, en maakt video-installaties. 

 

Het medium wordt zorgvuldig gekozen, op basis van geloofwaardigheid en in functie van de beeldinhoud.

 

 

 Representeren 

 

"Een geruim aantal jaren had ik een bepaald beeld in mijn hoofd. Een zicht op een totaal verlaten kruispunt in een koud nachtelijk landschap. Het moment waarop je 's nachts moederziel alleen voor dat rood licht staat. 

 

Tijdens de dag is zo'n plek een mengelmoes van activiteiten, ze is dan quasi onzichtbaar. Als het verkeer en de dagdagelijkse kleurrijke realiteit afwezig zijn, verschijnt een absurd soort "no man's land". De functionaliteit verdwijnt. Het wordt decor voor een totaal andere ervaring. Aanvankelijk heb ik getracht dat beeld te filmen, maar bij die videobeelden kwam het accent te veel liggen op het bedreigende karakter van de scene, zoals in een horrorscenario. 

 

Omdat de absurditeit en het 'non-event' karakter van het beeld erg belangrijk voor me waren, vond ik dat videobeelden mijn oorspronkelijk idee te veel vernauwden.

 

Ik bouwde tenslotte een monumentale maquette in een donkere ruimte ("Location 1", 1998), belicht met enkel een klein beetje zacht blauw maanlicht. Als toeschouwer zie je direct dat het hier gaat om een representatie." 

 

Op de Beeck's nauwkeurig nagebauwde sculpturale installaties zijn meestal onbestemde of oninteressante plekken. Desolate landschappen, verlaten speeltuinen en woonwijken bijvoorbeeld. Plaatsen waar de mens de natuur naar zijn hand heeft gezet. Gedomesticeerde ruimtes die talrijke codes in zich dragen, en intrigeren door een complex sluimerend potentieel aan betekenissen. Het is een oproepen van een stilstaande parallelle wereld, zo zegt hij zelf, een soort tijdloos nergens. Verwarrend, onbehaaglijk en kantelend naar het absurde. 

 

 

Ensceneren 

 

In tegenstelling tot de ruimtelijke modellen waar de mens afwezig is, wordt hij in Op de Beeck's video's meestal nadrukkelijk aanwezig gesteld. Vaak fragmenten uit het dagelijkse leven, uitvergroot of bewerkt, waardoor een vervreemdend beeld ontstaat. Zo registreert hij een echtpaar zwijgend achter een kop koffie in een wegrestaurant ("Coffee", 1999). Schijnbaar hebben ze elkaar niets meer te vertellen. 

 

Het woordeloos samenzijn evoceert een tergende leegheid. De locatie is niet toevallig. Op de Beeck is gefascineerd door plaatsen waar je -maar- een moment halt houdt. 

 

Onderweg is ook het jonge koppel in "Determination 4"(1998). Samen met hun 2 kinderen lopen ze naar ons toe in een ijle, monochroom witte omgeving. Zonder aanwijsbare reden, duidelijk gehaast naar een onbekende bestemming. Ze raken vermoeid (8 minuten real time), maar blijven absurd uitzichtloos ter plaatse trappelen. Hans Op de Beeck ensceneert Beckettiaanse taferelen. Situaties, tragisch en komisch, onttrokken aan de werkelijkheid. Zijn kunst refereert aan het leven zelf en reflecteert over de huidige menselijke conditie. Hij observeert, registreert en interpreteert. In "Situation I" (2000) trekt de camera droogweg naast een ellenlange rij kassa's in een supermarkt zonder één enkele klant. Enkel de caissières zijn op post gebleven. 

 

Ze staren, als tentoongestelde wassen figuren, doelloos voor zich uit. De volkomen bewegingloosheid staat in schril contrast met de normale drukke vloed van mensen, goederen en geld in een supermarkt. Door bepaalde aspecten te isoleren of lichtjes uit de context te halen stelt Op de Beeck bepaalde maatschappelijk mechanismen in vraag.

 

 

Jonge Belgische schilderkunst 

 

Het bekroonde werk, een maquette van acht bij acht meter, vulde een volledige zaal in het PSK. Een getrouwe weergave van een stadswijk uit de jaren '50, de tijd van de wederopbouw. 

 

De hele wijk is echter verwoest, de straten zijn verlaten en de speeltuinen onbespeeld. Alles is grauw en er lijkt een lichte nevel te hangen. Het fonteintje spuit nog steeds water, maar de menselijke aanwezigheid lijkt hier enkel nog in de herinnering te leven. 

 

"Het was mijn bedoeling om door de architectuur een typisch kleinburgerlijk optimisme op te roepen", zegt Op de Beeck. "Er is een ramp gebeurd, maar het wordt niet duidelijk wat dat precies was: oorlog, een aardbeving, een neergestort vliegtuig. Wat mij interesseert, is de intense vervreemding van een plaats waar plots alle leven uit verdwenen is."

 

Het artificieel en bijna surrealistisch karakter van het tafereel wordt benadrukt door h et feit dat de maquette is opgevat als een soort van kijkdoos. je kijkt naar de stilstaande enscenering als door een raam. Schaal- en tijdsgevoel vervagen, de scène trekt je als het ware naar zich toe. 

 

Tussen een complex geheel van decorelementen en spotlights, vertellen de acteurs en de camera, die een soort choreografische bewegingen maakt, een verhaal. 

 

Het wordt een zwart-witfilm waarvan een deel animatiefilm. Bij het filmen van de vertelling, wil ik grote zorg besteden aan het in beeld brengen van kleine details, bewegingen, gelaatsuitdrukkingen. Het werk draagt de titel 'My brother's gardens'. Verder toon ik in beide galerieën naast de video ook nieuw sculpturaal werk en tekeningen." 

 

We zijn benieuwd. 

 

Els Nouwen

 


 

ACTUEEL

 

1. Baardmannen en puntneuzen - Pre-industrieel design in steengoed

 

 

Een kruik met een baard 

 

Baardmankruiken en puntneuskruiken zijn fascinerende objecten uit de late Middel eeuwen en Renaissance. Deze kruiken, die in veel historische verzamelingen voorkomen maar ook nog steeds worden gevonden bij archeologisch onderzoek, behoren tot het gebruiksgoed uit het verleden. Ze hebben een functionele vorm, zijn gemaakt van een steenharde keramieksoort en zijn steeds weer gedecoreerd met een bebaarde kop op de hals.

 

 

Wat moet je ermee ?

 

Baardmankruiken zijn objecten die tot de verbeelding spreken. Deze bebaarde kruiken, die vanaf de 16de eeuw in het Duitse Rijnland werden vervaardigd, zijn bekend over de hele wereld en worden ook vrijwel overal bij archeologisch onderzoek, op land en in het water, gevonden. Het op de hals afgebeelde menselijke gelaat roept doorgaans vele vragen op. Waarom zit die kop op de hals? Stelt het iemand voor? 

 

Waar werden de kruiken voor gebruikt? 

 

En door wie? Wat zat erin? Waar werden ze gemaakt en hoe oud zijn ze? In de tentoonstelling Baardmannen en Puntneuzen, Pre-industrieel design in steengoed wordt antwoord gegeven op al deze vragen. 

 

 

Kruiken uit Rotterdam 

 

In de tentoonstelling, die in samenwerking met Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam wordt georganiseerd, worden ruim 200 baardmankruiken en puntneuskruiken (de voorlopers van de baardmankruiken) geëxposeerd, voornamelijk uit de voormalige privé-verzameling Van Beuningen-de Vriese die sinds 1986 onderdak heeft gekregen in Museum Boijmans Van Beuningen. De diversiteit en de ontwikkeling van vorm en decoratie van de kruiken wordt getoond, de verschillende productiecentra worden behandeld en vanzelfsprekend wordt er aandacht besteed aan materiaal (steengoed) en productieproces. Enkele bijzondere archeologische vondsten zijn in deze tentoonstelling extra uitgelicht. Zo wordt er bijvoorbeeld aandacht besteed aan baardmankruiken die in wrakken zijn gevonden. 

 

 

Paters met baarden

 

'Baardmannen en puntneuzen' vertelt op een duidelijke en onderhoudende manier waar, hoe en wanneer deze kruiken zijn vervaardigd, wat de functie was en waarom er een gezicht op de hals is aangebracht. Slechts bij weinigen is bekend dat de kruiken in de 17de eeuw zijn gebruikt voor de verscheping van kwikzilver naar Azië. Nog minder bekend is dat baardmankruiken in Engeland zijn gebruikt bij magische rituelen (de zogenaamde 'heksenflessen'). Op basis van onderzoek naar schilderijen en prenten met baardmankruiken wordt ingegaan op het gebruik van baardmankruiken in de16de en 17de eeuw. Daarnaast wordt ook ingegaan op het waarom van het bebaarde gezicht op de hals van de kruik. 

 

Zo zou volgens één van de theorieën het gezicht van de jezuïet Bellarminus op de kruiken zijn afgebeeld omdat deze geestelijke zich fel uitliet tegen overmatig drankgebruik. 

 

Praktisch

Nog tot eind augustus 2003

MUSEACTRON

Lekkerstraat 5

3680 Maaseik

089/56.58.90

 


 

2. Hedendaags Marokko

 

 

Tijd om ons beeld van Marokko te actualiseren. Vanaf halfweg april kan u in Antwerpen, Turnhout en Mechelen kennismaken met eigentijdse Marokkaanse creativiteit.

 

 

De voorbije Documenta presenteerde zich als het beeldend geweten van de wereld. Niet in het minst door de prominente aanwezigheid van zogenaamde "niet-westerse kunst". 

 

Het is voor velen nog wennen aan de verhalende kunst die niet-westerse kunstenaars meebrengen. Ze eist van ons een betrokkenheid die niet altijd correspondeert met de esthetische blik. Met haar klemtoon op morele, sociale of politieke inhoud hoopt ze een mondiaal wereldbeeld te kunnen uitdragen waarin cultuur niet enkel als zoethoudertje fungeert. Deze nieuwe praktijken en denkwijzen vormen een alternatieve traditie in de hedendaagse kunst. 

 

De integratie van niet-westerse kunst in het reguliere culturele circuit verloopt nog moeizaam. Het vergt een open beleid. 

 

Wederkerige netwerken zijn onontbeerlijk. Hedendaags Marokko is een multidisciplinair festival dat zeer bewust deze factoren in acht neemt. Centraal staat het werken met co-curatoren en allochtone adviseurs. En dat resulteert in een diepgaande dialoog, die essentieel is voor de betrokken partners. 

 

 

Podia en partners 

 

"Het project is ontstaan vanuit signalen van de Marokkaanse gemeenschap zelf", zegt Wim Viaene, drijvende kracht achter "open culturele centra" en coördinator van het project. "Naar aanleiding van de tentoonstelling "Magisch Marokko" merkten ze op dat de beeldvorming rond Marokko altijd in de richtingvan folklore en traditie ging. Terwijl je ondertussen toch zag dat jonge kunstenaars reeds bezig waren met hedendaagse media." 

 

Samen met Jamal Kazza en An Sijsmans, beiden cultuurfunctionaris in cultuurcentrum de Warande, trok hij naar Marokko voor een prospectie. Ze ontmoetten er Sylvia Belhassan, directrice van de Villa des Arts. Zij werd co-curator voor het luik beeldende kunst in de cultuurcentra van Turnhout en Mechelen. "Maar het is echt bijzonder belangrijk dat ook de Marokkaanse gemeenschap in België betrokken is bij dit project", aldus Jamal Kazza en Wim Viaene. 

 

"Moussem vzw is een platform in wording van Marokkaanse culturele uitingen in Vlaanderen. Zij organiseren, samen met Jasmina Van Kersschaever van de Koningin Fabiola Zaal Antwerpen, een tentoonstelling van Marokkaanse vrouwelijke beeldende kunstenaars." 

 

Het was al vrij snel duidelijk dat er een aanbod dans, muziek, mode en literatuur zou aan vastgekoppeld worden. Met het Modemuseum, Open Doek-filmfestival en het cultuurcentrum van Berchem als volwaardige podia.  

 

 

Hedendaagse beelden 

 

Het huidige Marokko ondergaat een politieke, sociale en culturele omwenteling. "Toch kregen we tijdens onze prospectie meestal hetzelfde verhaal te horen.", zegt An Sijsmans, tentoonstellingsverantwoordelijke in de Warande. "Weinig of geen middelen voor hedendaagse kunst. Het is niet evident om voor nieuwe media en beelden te kiezen en jonge kunstenaars grijpen dan ook elke kans om in het buitenland te werken of te exposeren. Om die reden hebben we ons niet vastgehouden aan de grenzen van Marokko en komen in onze tentoonstelling ook in het buitenland verblijvende Marokkanen aan bod."

 

De installaties, foto's, videowerk en schilderijen van de jonge kunstenaars roepen vragen op over identiteit, engagement en cultuur. 

 

De Garage, ruimte voor actuele kunst van cultuurcentrum Mechelen, toont het werk van Safäa Erruas, Faouzi Laatiris, Fatima Mazmouz en Hassan Darsi. In de Warande zijn Hicham Benohoud, Hassan Echaïr, Batout S'himi, Mounir Fatmi, Younès Rahmoun en Ben Benaouisse te gast. h+m wil naast een presentatie- ook een creatieplatform zijn. Studenten uit de academies van Tetouan en Casablanca zijn uitgenodigd om samen met Vlaamse studenten te werken in het grafiekcentrum Frans Masereel. De resultaten zullen later in Marokko te zien zijn in een reizende tentoonstelling.

 

 

Tussen 2 werelden 

 

Mounir Fatmi studeerde in Rome en heeft al een internationaal tentoonstellingsparcours op zijn naam. Hij beschrijft zichzelf als een kunstenaar die balanceert tussen de Westerse en de Maghrebijnse traditie. 

 

"Ik stel me, net als vorige generaties Marokkaanse kunstenaars, vragen over onze identiteit, maar tegelijkertijd ook over onze relatie met moderniteit, technologie en religie. Hedendaagse kunst is een exclusief westers begrip. Ik behoor tot een Afrikaans-Arabische moslimcultuur, met alle contradicties en limieten die deze cultuur met zich meebrengt. Het is maar door, vandaag de dag, deze limieten te verleggen, dat we ons kunnen aansluiten bij een hedendaagse praktijk die niet noodzakerlijkerwijs westers is." 

 

In Turnhout toont Fatmi de video-installatie 'Thérapie de groupe', bestaande uit beelden van manifesterende mensen in Marokko en elders, gedrag dat hij associeert met groepstherapie. 

 

Ook Ben Benaouisse, een Belg van Marokkaanse afkomst, gaat in totaalinstallaties op zoek naar zijn culturele identiteit. Er ontbreekt hem, zegt hij, een Belgisch geheugen en een Marokkaanse toekomst. Benaouisse begon zijn artistieke carrière als danser-acteur bij het Gentse theaterhuis Victoria. Al doende ontwikkelde hij naast theatrale, ook beeldende kwaliteiten, die zijn uitgemond in zijn installatie 'lnvasif'.  

 

De eerste delen van dit totaalproject toonde hij reeds in het Caermersklooster in Gent en de Brakke Grond in Amsterdam. 'lnvasif' is een verzameling van allerlei voorwerpen die hem herinneren aan de 2 culturen waaruit hij voortkomt. Een dubbel referentiekader met zowel typisch Arabische als typisch Belgische zaken, zowel persoonlijke als collectieve herinneringen. Opgebouwd als een scène, waar de bezoeker vrij kan rondwandelen en zijn eigen verhaal kan uitstippelen. 

 

 

Momu  

 

Ook het gloednieuwe Modemuseum participeert in h+m. Concepten werden uitgewerkt door Frieda Sorber (Momu) in samenwerking met Moussem vzw.

 

Om te beginnen is er de grote overzichtstentoonstellingvan Marokkaanse mode. Presentaties van volledige ensembles traditionele kostuums met een overzicht van de kaftan de voorbije 50 jaar, aangevuld met het werk van hedendaagse Marokkaanse ontwerpers.  

 

Van Tami Tazi, de ontwerpster die eind jaren '60 aan de wieg stond van wat we nu kennen als hedendaagse Marokkaanse mode, wordt een modeshow georganiseerd. Van een totaal andere orde is de tweede tentoonstelling in het Momu. Charif Benhelima, een jonge Belg met Marokkaanse roots, toont een overzicht van zijn fotowerk. Bijzondere beelden, getuigend van een integere en gedreven betrokkenheid. Benhelima is een fotograaf van de maatschappelijk marge. 

 

Hij maakt beelden van illegalen en asielzoekers in het Klein Kasteeltje en San Damiano, van ontheemde kinderen in een stedelijke omgeving, van vluchtelingen in ex­ Joegoslavië en Roemenië.

 

Krachtige confrontaties, vaak schrijnende documenten. Benhelima heeft oog voor kwetsbaarheid en ontreddering. Met zijn foto's stelt hij essentiële vragen. "Ik wil in dit project geen politieke boodschap uitdragen", zegt hij. "Ik wil gewoon ontworteling tonen. Hoe het is te leven zonder thuis. Tegelijk is dit voor mij een onderzoek naar mijn eigen identiteit. Psychologisch ben ik zelf iemand zonder papieren." 

 

Benhelima studeerde aan Sint Lucas Brussel, het HISK en het International Centre of Photography New Vork. Hij heeft inmiddels een uitgebreid internationaal cv. Ludion verzorgt een publicatie met een uitgebreid overzicht van zijn oeuvre. De presentatie gebeurt bij de opening van de tentoonstelling in het Momu. 

 

 

Film en podiumkunsten 

 

Marc Boonen van Open Doek engageerde de jonge cineaste Yasmine Kassari om mee te werken aan de selectie voor het filmfestival. De cinema in Marokko is nog jong en Open Doek wil geen historisch overzicht presenteren, maar legt de focus op de nieuwe generatie Marokkaanse filmmakers.

 

Heel wat

 

van die jonge cineasten leven buiten Marokko. De selectie wordt niet alleen in Turnhout getoond, maar ook op verplaatsing, tijdens het Moussemfestival in Antwerpen (Cartoons). 

 

Mohamed lkoubaan, artistiek leider van Moussem vzw en Marc Goossens van het cultuurcentrum Berchem verzorgden het luik podiumkunsten. Zij opteren radicaal voor h+m als een creatiefestival, eerder dan een presentatieplatform. "Les baliets du Grand Maghreb" staan geprogrammeerd, en ook het theatercollectief "Chahoula". 

 

 

Nazorg 

 

"Het verhaal dat zich ginder afspeelt, speelt zich ook hier af", zegt Jamal Kazza. "Het is belangrijk dat we de Marokkaanse gemeenschap in Vlaanderen bereiken. h+m heeft vele inspanningen geleverd om blijvende communicatiekanalen op te zetten." 

 

Wim Viaene gaat verder. "Zo zal Moussem het archief van dit festival krijgen. Als platform voor de Marokkaanse cultuur in Vlaanderen zullen zij in de toekomst, door de vele contacten die gelegd zijn, gemakkelijker aanspreekbaar zijn voor culturele centra. 

 

Verder heeft het project de discussie over internationale en culturele samenwerking aangezwengeld. Hoe bouw je dat uit, die culturele akkoorden. Tot slot is er het engagement van de betrokken cultuurcentra en musea om na het project werk te blijven maken van het cultureel diversifiëren van hun regulier aanbod. Met andere woorden, een engagement om dit soort van samenwerkingen te continueren." 

 

Wij hopen alvast dat de cultuursector deze wens ter harte neemt. Maar eerst moet "Hedendaags Marokko" nog beginnen.

 

Wij kijken er naar uit. 

 

Els Nouwen

 

Praktisch

www.hplusm.be

of:

OPEN CULTURELE CENTRA

Arenbergstraat 28

2000 Antwerpen

03 202 46 17 


 

3. Stap in de verandering

 

 

Flux, de kameleon, nodigt kinderen en hun begeleiders uit om mee op ontdekkingsreis te gaan in het kindermuseum in Brussel. Het reisplan telt zeven landingsplaatsen verspreid over drie verdiepingen. We zullen overrompeld worden door leerijke verrassende en leuke items.

 

 

"Door middel van aantrekkelijke en levendige tentoonstellingen rond aantrekkelijke thema's uit het dagelijkse leven, heeft het kindermuseum als doel kinderen de mogelijkheid te geven om zichzelf, zowel als de mensen uit hun omgeving, beter te leren kennen en de wereld rondom zich beterte begrijpen." 

 

Deze doelstelling wordt bekrachtigd in het Chinese spreekwoord:"lk hoor en vergeet; ik zie en herinner me; ik doe en begrijp." Bij de uitbouw van de tentoonstelling "Stap in de verandering" werd de werkgroep van het museum geadviseerd door externe raadgevers en specialisten uit verschillende disciplines (ethnologen, psychologen, biologen, folosofen, historici, natuurkenners, kunstenaars, ... ) 

 

 

Een ballonvaarster

 

Het is druk als wij op een druilerige zondagmiddag aan de luchtballon als kassa komen. Enkele kinderfeestjes en een jeugdbeweging bevolken reeds het museum. Om overbevolking te voorkomen meldt een bordje dat het maximum aantal bezoekers beperkt wordt tot 250. 

 

Een vriendelijke Franstalige ballonvaardster verwelkomt ons in duidelijk verstaanbaar Nederlands. Met de "paspoort-gids voor ouders en kinderen" beginnen we aan onze reis. Jassen worden weggehangen aan haakjes in het bos. Alles op kinderhoogte! 

 

 

Opdracht rpx 3

 

Voordat we het ruimteschip langs een stijle ladder betreden, kunnen we onze schoenen ruilen voor witte pantoffels die in een grote koffer bewaard worden. In het ruimteschip zien we computers, en een glazen kast met alledaags materiaal dat waarschijnlijk onze samenleving aan buitenaardse wezens moet verduidelijken. 

 

Via een smal, kronkelig gangetje komen we in een onderwaterachtige wereld. Hier kunnen kinderen de omgeving voortdurend veranderen. De waterplant bevat voorwerpen in verschillende materialen die van plaats verwisseld kunnen worden. Aan het plafond hangen rijen touwen, uitnodigend voor slinger- en verstopspelletjes. 

 

Jules (7j) en Ona (5j) doen spontaan hun schoenen uit om op een indrukwekkend bouwwerk te klimmen dat opgetrokken is uit grote schelpvormige volumes. 

 

In het centrum leggen ze zich neer op zachte kussens en kijken naar een soort enorme aardappelen die aan het plafond hangen. Dan is er nog een spiegelhoek waar je jezelf in veelvoud tegenkomt. 

 

 

Landing in polen 

 

De kinderen willen langer spelen en genieten maar we moeten verder want de bezoektijd is beperkt en de trein naar Polen staat te wachten. 

 

Het authentieke treinstel biedt plaats aan een tiental personen. Er hangt een kaart waarop de reisroute uitgetekend werd. We schuiven het gordijn met de geschilderde treindeur opzij en stappen binnen in een Poolse winkel en een Pools klaslokaal. Alles is zo natuurgetrouw mogelijk weergegeven, behalve dan dat de kinderen op de schoolbanken en achter de win keltoog frans spreken. 

 

Vervolgens komen we door een kralengordijn in een gezellige Poolse huiskeuken waar kinderen onder begeleiding aan het koken zijn. Aan de muur hangen familiefoto's. Ona en Jules wilden zich niet inschrijven voor de kookkursus dus gaan we naar de eerste verdieping. De cafetaria hier is niet echt gezellig. 

 

 

Landing in de natuur

 

Tijd voor een plaspauze in de propere, kleurrijke toiletten. 

 

Met behulp van verschillende didactische materialen en technieken leren we een heleboel over de natuur. De gebruikte materialen zijn stevig en mooi afgewerkt! 

 

Door tekstballonnen bij de juiste honden te hangen, zien we dat deze zich uitdrukken met geluiden, mimiek of houdingen. 

 

Bladsoorten als puzzelstukken passen in de juiste boom. Kleurrijke vissen zwemmen in hun aquarium en de leefruimte van de cavia's is zo gemaakt dat de kinderen er via een tunnel onderdoor kunnen kruipen. 

 

Wat er met het pick-nickafval van de familie gebeurt na 1 week, 1 maand, 1 jaar en 10 jaar, zien we in verschillende bakken. 

 

Natuurlijke selectie wordt verduidelijkt met witte en zwarte magnetische vlinders op witte en zwarte bomen. Met handschoenvogels pak je dan de opvallende vlinders van het bord. 

 

In een aanpalende kamer wordt vlijtig geknutseld. 

 

 

Landing in de evolutie

 

Rode lichten gaan aan als we door de deur van de tijdmachine gaan. We surfen doorheen de tijd en herleggen de weg van het schrift. De bakjes die hiervoor bedoeld zijn worden door de aanwezige bezoekertjes niet gebruikt. Waarschijlijk komt veel van dit materiaal meer tot zijn recht tijdens een klasbezoek, als het in een opdracht verwerkt zit. Nu is er te druk. 

 

Langs twee met landschap beschilderde wanden staan zeven kinderen, poppen welteverstaan, met naam en geboortenaam opgesteld. Thor, geboren in 12.350 v.Chr., is de oudste en Emilie werd als jongste in 1918 geboren. Ze dragen allen de kleding uit hun tijd en we zien ook op welke manier ze aan water geraakten: pomp, put, hevelsysteem uit de rivier. 

 

De volgende kamer verbeeldt een steppelandschap. Een bizon lijkt achteromkijkend in de muur te verdwijnen, zijn geschilderde soortgenoten achterna. 

 

In het atelier van de toekomst boetseren kinderen een dier uit de toekomst en tekenen ze hoe onze betovergrootouders zich het jaar 2000 voorgesteld zouden hebben. 

 

 

Landing in het toverbos

 

We zijn nu op de derde verdieping. Achter de deur van het theateratelier, waarvoor ingeschreven kan worden, bevindt zich het fluweelrode theater. Een Bourla op kinderformaat waar je verwacht dat elk moment de twee kritische figuren van de Muppetshow uit hun loge kunnen opduiken. 

 

De volgende kamer is omgetoverd tot een bos met een oude eik, het decor voor het vertellen van sprookjes. Grote en kleine kinderen zitten op boomstronken te luisteren naar een verhaal waarvan het verloop bepaald wordt door een volgorde van houten prenten waarop de personages, het onverwachte, de afloop en het doel vermeld en getekend staan. Dit alles wordt op de daarvoor bestemde plaatsen in een reusachtig boek gepuzzeld. De aanwezige kinderen lijken erg geboeid. Spijtig genoeg wordt er alleen Frans gesproken zodat we door de holle boom kruipen op zoek naar nieuwe uitdagingen die we vinden in de blauwe kamer die we via de open haard betreden. 

 

Hier is bijna niets wat het lijkt. De ene deur bedekt verschillende spiegels. Een andere, met drie sloten, verbergt nog twee kleiner wordende deuren en luiken waarachter een klein ventje achter glas staat te kijken. 

 

Langs een wenteltrap kan je in het hemelbed klim men, door een luikje in de grond (!) de sterrenhemel bewonderen, door een raam naar de volle maan kijken. 

 

Schuif je het gordijn open dan kom je in de controlekamer van een duikboot waar steevast het van films bekende "ping" weerklinkt. 

 

 

Landing bij de familie Vandermus 

 

Deze tweetalige houten ouders en drie kinderen kijken weerloos toe hoe bezoekers hen hobby's, eigenschappen en emoties toekennen. Al fietsend zet Jules een systeem met tandwielen in werking zodat de seizoenen voorbijdraaien. Als je samenwerkt kan je hier zelfs de tijd manipuleren. Jules zorgt voor de aandrijving van de grote wijzer van een klok met de voet van een oude naaimachine, terwijl Ona de kleine wijzer voortstuwt door aan een wiel te draaien. 

 

 

Landing in de groei 

 

Hier worden de verschillen in ontwikkeling van 1 tot 13 jaar van drie kinderen voorgesteld. We zien op welke leeftijd ze op twee wielen fietsen, hun eerste tand verliezen, zwemmen, enz. Ernaast hangt een spiegel waar je je eigen ontwikkeling kan overlopen. "Elkeen groeit volgens zijn eigen ritme" is de boodschap die hier geschreven staat.. 

 

Verder zien we nog hand- en voetafdrukken van klein naar groot waarnaast je je eigen afdruk in een gelvorm kan maken ter vergelijking. 

 

 

Terugblik 

 

Ons bezoek aan het kindermuseum was boeiend en leerrijk. Voor verschillende aktiviteiten moet vooraf ingeschreven worden, maar als je alles wil doen is de bezoektijd te kort. Het is dus aan te raden eerst het hele museum te doorlopen om een keuze te maken en een plaats te reserveren. 

 

Tijdens ons bezoek werd de blauwe kamer bijna afgebroken door enkele lawaaierige kinderen, waar waren hun begeleiders? 

 

De voertaal in Brussel is duidelijk nog Frans, zodat Jules en Ona als bijna enige Nederlandstalige aanwezigen niet echt aangesproken waren om iets mee te doen.

 

De dame in de luchtballon verzekerde ons ervan dat de begeleiders echt wel Nederlands spreken. 

 

Lea Van de Wyngaert

 

PRAKTISCH

KINDERMUSEUM

Burgemeesterstraat 15

1050 Elsene - Brussel

02/640.01.07

childrenmuseum.brussels@skynet.be

www.kindermuseum.be 


 

4. Maria Magdalena - De geschiedenis van een vrouwenbeeld

 

 

Amarum Mare, 'bittere zee', is de betekenis van haar naam. In het Gentse museum loopt nu een thematentoonstelling rond haar figuur.

 

 

Meer traditie dan feiten

 

En die figuur is boeiend en moeilijk tegelijkertijd. Enkele interpretaties maken dat zeer snel duidelijk.

 

Maria Magdalena was het voorbeeld van de boetvaardige in de christelijke kunst vanaf de Middeleeuwen, maar vooral vanaf de Contrareformatie, toen de Kerk de devotie van de sacramenten, in het bijzonder van de biecht, begon te cultiveren. Van de vrouw die Christus' voeten zalfde, aan wie het beeld van de berouwvolle zondares is ontleend, wordt de naam overigens niet genoemd. Johannes vereenzelvigt haar met Maria, de zuster van Marta en Lazarus, maar het is slechts de traditie die haar vereenzelvigt met de Maria Magdalena bij wie Christus zeven duivels uitdreef, en die aanwezig was bij de Kruisiging. 

 

 

Ook een drie-eenheid 

 

De oosterse Kerk beschouwde hen als drie verschillende personen, maar de westerse Kerk, en daarmee de westerse kunst, behandelde hen als één. Maria Magdalena's vaste attribuut is de kruik of vaas met olie, in haar hand of aan haar voeten, waarmee ze Christus' voeten zalfde. Haar haren zijn los, lang en golvend, en bedekken soms haar hele lichaam. In dit opzicht lijkt zij op Maria van Egypte, eveneens een type van een tot inkeer gekomen courtisane. 

 

Zij wordt op twee verschillende manieren afgebeeld. Voor haar bekering is zij rijk gekleed, met juwelen en handschoenen, het type van de Aardse Liefde. Op deze wijze komt zij voor in twee niet-bijbelse thema's: dat van Marta die haar berispt om haar ijdelheid, en het populairdere thema waarin zij afstand doet van wereldse ijdelheden. 

 

Als boetvaardige draagt zij een eenvoudig gewaad. Vaak ook is zij naakt, slechts bedekt door haar lange haar. Zij leest of mediteert; in de schilderkunst van de barok kan zij haar betraande ogen opslaan naar een visioen van engelen in de hemel. De scène kan zich afspelen bij de ingangvan een grot, naar de legende die wil dat zij zich in haar latere leven terugtrok in een grot te Sainte-Baume in Frankrijk. Verhalende scènes zijn ontleend aan de evangeliën en aan middeleeuwse Franse legenden. 

 

 

Maria Magdalena in de Provençaalse legenden  

 

Het verhaal van Maria's pelgrimsreis naar de Provence, waar zij jarenlang als kluizenares geleefd zou hebben, ontstond in Frankrijk en is opgenomen in de Legenda aurea. Het was gebaseerd op legenden over een andere boetelinge, Maria van Egypte, die in Frankrijk al veel vroeger verteld werden. De ontdekking in de 13de eeuw van Maria Magdalena's vermeende overblijfselen leidde tot een snelle groei van haar cultus. 

 

Haar merkwaardigste monument is wellicht de Madeleine-kerk te Parijs, een pseudoklassieke tempel die enige jaren gewijd was aan de verheerlijking van Napoleon. 

 

 

De reis naar Marseille 

 

Maria, Marta en Lazarus voeren met een aantal metgezellen uit in een boot zonder zeil, riemen en roer, en landden tenslotte, geleid door een engel, veilig in Marseille. Maria preekte er tot de heidense inwoners en bekeerde velen van hen. Het onderwerp komt voornamelijk voor in aan Maria Magdalena gewijde kerken. 

 

 

De hemelvaart van Maria Magdalena

 

Op een eenzame plek in de bergen, bij de tegenwoordige bedevaartplaats Sainte-Baume, bracht zij dertig jaar door, vastend en boetend. Zevenmaal daags daalde een engel neer die haar omhoogvoerde naar de hemel, waar zij een blik mocht werpen op de heerlijkheid die haar wachtte. Op een dag zag een kluizenaar dit bij toeval gebeuren, en hij ging naar Marseille om het nieuws te vertellen. Het onderwerp komt voor in de kunst van de renaissance, maar vaker vanaf de latere 16de eeuw, de tijd van de Contrareformatie. Op vroege versies is zij gedeeltelijk gekleed en zweeft zij in een devote houding omhoog. In de barok is zij naakt, of wordt zij bedekt door lang haar, en kan zij als Venus achteroverrusten tussen de wolkenbanken. Zij wordt omhooggevoerd door talrijke engelen, van wie er één haar kruik met balsem draagt. De kluizenaar kijkt soms toe vanaf de grond. 

 

"Ik weet nog dat je vaak verwonderd was: 'Waarom kijkt u naar de splinter in het oog van een ander, en merkt u de balk niet op in uw eigen oog?' Ik had het je wel kunnen vertellen, hoe groot de angst is. Maar ik was pas twintig jaar. En een hoer."

Marianne Frederikson, Volgens Maria Magdalena, 1997  

 

Michel Peeters

 

Praktisch

Nog tot 6 april 2003

MUSEUM VOOR SCHONE KUNSTEN

Citadelpark 9000 Gent

09/240.07.00 

museum.msk@gent.be

www.gent.be  


 

5. Centrum Ronde van Vlaanderen. De ziel - De helden - Het epos

 

 

Kruip in de huid van de helden en voel de emoties die elkjaar weer opborrelen bij Vlaanderens mooiste wielerklassieker. Dat is zo een beetje de slogan waar het nieuwe Ronde van Vlaanderenmuseum zich in de kijker wil werken.

 

 

Het Centrum Ronde van Vlaanderen wordt een multifunctioneel toeristisch project opgebouwd rond het Belevingsmuseum Ronde van Vlaanderen. Het Centrum beschikt over een sterk uitgebouwde infrastructuur - een auditorium, tentoonstellingsruimte, vergaderzaal, toeristische infobalie, Ronde-brasserie, Ronde-shop - die mogelijkheden biedt voor activiteiten van culturele, toeristische, sportieve, educatieve, en commerciële aard. Het wordt gebouwd in het hart van h et historische Oudenaarde (Oost-Vlaanderen) en maakt deel uit van het stedenbouwkundig project Droesbeke waarmee de stad Oudenaarde het stadsweefsel tussen de Schelde en de Sint-Walburgakerk wenst in te vullen.

 

De opening van het Centrum Ronde van Vlaanderen is gepland voor 27 februari 2003. Het Belevingsm useum zelf mikt op 65.000 bezoekers per jaar. Het Centrum zal ook open staan voor bedrijven, instanties en verenigingen die activiteiten willen opzetten (studiedagen, tentoonstellingen, persconferenties, ... ). Het Belevingsmuseum heeft tot doel de ziel van de Ronde van Vlaanderen en de brede waaier van emoties, die elk jaar ter gelegenheid van de wedstrijd weer opborrelen, te vatten, te analyseren en te delen met de bezoeker. De Ronde van Vlaanderen bevat alle elementen voor de uitbouw van een pakkend museum: een sterke traditie, sport van de bovenste plank, helden en heroïek, drama en vreugde, spanning en sensatie. 

 

Die elementen zijn gevat in het unieke beeld- en archiefmateriaal dat de VRT, Het Nieuwsblad en tientallen archivarissen ons ter beschikking stellen. 

 

Het museum is geen klassiek collectiemuseum, wil geen uitstalraam zijn met oude fietsen, truien en trofeeën. Het is een belevingsmuseum. De aanpak is dynamisch, informatief en animerend. Er wordt gebruik gemaakt van hedendaagse multimediatechnieken waarin beeld, geluid, computertechnieken, speciale projecties, wedstrijdsimulaties, ... zullen worden geïntegreerd. Een introductiefilm in het auditorium opent het bezoek aan het museum. Aan de hand van een dag Ronde van Vlaanderen 'van start tot finish' beleef je als bezoeker álle aspecten van de Ronde, van vroeger en nu, niet chronologisch maar thematisch. 

 

De boeiende thema's liggen voor het rapen: het parcours, de deelnemers, de helden en winnaars, de m eteorologische en andere ellende, de kasseien, de hellingen, de aanpak van radio en tv, de organisatie vandaag, de toekomst van de Ronde, de socio-historische achtergrond van de Ronde, de Ronde tijdens oorlogsjaren, alle statistische informatie, ... 

 

De betrokkenheid van de bezoeker zal worden opgedreven door hem bij middel van een digitale badge in de huid van een 'levensechte' Ronde-figuur te laten kruipen: een renner (Van Lerberghe, Schotte, Merckx, Museeuw, ... ), een volger, een journalist, een verzorger, een cameraman op de motor. Hij beleeft als dusdanig zijn of haar specifiek verhaal tijdens een Ronde-wedstrijddag.  

 

Er is nog meer. Men wil in het Centrum de Ronde ook gebruiken als venster op de Vlaamse Ardennen, een landschappelijke parel en dus een toeristische magneet. Via het Ronde-verhaal worden bovendien allerhande wetenschappelijke, ecologische, sociale en cultuurhistorische aspecten aangeraakt, die het Centrum nog interessanter moet maken, in de eerste plaats dan voor jongeren en scholen. Hoe zijn de hellingen in de Vlaamse Ardennen ontstaan? Wat zijn de specifieke kenmerken van flora en fauna? Welke soorten kasseien bestaan er en hoe werden ze aangelegd? 

 

Is er een verklaring voor het typische Ronde van Vlaanderen-weer? Wat gebeurt er in een fietskader die over kasseistenen dokkert? Welke krachten werken op een renner die met zestig per uur een bocht neemt? 

 

Wat speelt zich allemaal af in een rennerslichaam tijdens een barre tocht als de Ronde? 

 

Hoe verloopt de communicatie tussen de renners en de ploegleiding? Hoe wordt de Ronde in beeld gebracht? 

 

Bij het uitwerken van de thema's en zijthema's speelt interactiviteit een belangrijke rol. Dankzij de nieuwste simulatietechnieken zal jong en oud zijn eigen Ronde kunnen voelen, zijn limieten kunnen bepalen: hij of zij kan de strijd aanbinden met Johan Museeuw op de Muur, kan 'afzien' op de Koppenberg, kan in dialoog treden met Flandrien Briek Schotte, ...

 

Omdat men ook kinderen en de schoolbevolking tot doelgroep rekent, zullen de onderwerpen op een speelse manier aan de man worden gebracht. Dit betekent ook: veel doe-attracties, veel interactiviteit, veel evocatie en beleving. 

 

Michel Peeters

 

Praktisch

Openingsweekend: 28 februari - 1 en 2 maart 2003

CENTRUM RONDE VAN VLAANDEREN

Markt 43

9700 Oudenaarde

055/33 99 33

www.crvv.be