U bent hier

OKV plus 2002.4

OKV plus 2002.4
 
Beste lezers, 
 
 
Na 23 jaar trouwe dienst verlaat directeur Rudy Vercruysse Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen. Wij willen van deze gelegenheid gebruik maken om hem uitdrukkelijk te bedanken voor de jarenlange inspanningen die hij leverde voor ons tijdschrift. Dankzij zijn onafgebroken inzet kregen talloze Vlaamse musea de kans om zichzelf aan het grote publiek te presenteren. Met kwaliteitsvolle teksten en een aantrekkelijke vormgeving zorgde hij ervoor dat u telkens uitkeek naar onze nieuwe nummers. Het succes van onze jaarlijkse opbergbanden bewijst hoeveel mensen hun tijdschrift koesteren en ook nadien nog dikwijls doornemen. 
 
 
Maar OKV beperkte zich niet alleen tot het tijdschrift. Talloze kunstenaars en erfgoedinitiatieven konden rekenen op een oprechte belangstelling van Rudy Vercruysse wat dikwijls uitmondde in mooie publicaties. 
In naam van de Raad van Bestuur wens ik hem veel succes in zijn nieuwe functie. Tegelijkertijd verwelkomen wij Peter Wouters die Rudy Vercruysse binnen Openbaar Kunstbezit opvolgt. Wij zijn ervan overtuigd dat hij zal waken over de kwaliteit van ons tijdschrift en de bijhorende website. Tesamen met de andere medewerkers zal hij oog hebben voor alles wat reilt en zeilt binnen de erfgoedwereld om dit op een zo boeiend mogelijke manier aan onze lezers en websitebezoekers aan te bieden. 
We wensen hem en de hele ploeg veel succes toe met hun spannende maar niet altijd even gemakkelijke opdracht. 
 
 
Voorzitter Raad van Bestuur Openbaar Kunstbezit Vlaanderen vzw 
 
J.-P. VAN DER MEIREN 
 
 

 

Edito 

 
 

Rechters en de media

 
 
Sommigen wachtten al maanden in spanning. De pers besteedde er al weken aandacht aan. Naarmate 4 oktober naderde werd de website steeds meer en meer bezocht.
 
Ze crashte zelfs een paar keer.
 
Maar helaas.
 
Ze werden niet teruggevonden, de Rechtvaardige Rechters. Meneer Arsène had het nochtans mooi aangekondigd. Op 1 oktober zou de bergplaats bekend gemaakt worden. Er ontstond een drukke correspondentie tussen hem en de talrijke bezoekers van de website. Af en toe werden er hints gegeven omtrent de bergplaats, maar er werd wel snel bijgezegd dat er ook dwaalsporen tussen zaten.
 
Zo heb je natuurlijk altijd gelijk.
 
Maar niettemin, het bleef storm lopen. De discussie werd hevig en gepassioneerd. Er verschenen filmpjes op de site die ons een inzicht moesten geven in hoe het paneel destijds was ingepakt. Echt overtuigend was het niet, maar het was wél professioneel gedaan.
 
Al snel had je het in Vlaanderen ondertussen welbekende verschijnsel van believers en non-believers. En telkens die erbij komen kijken lopen de zaken slecht af.
 
Ook in deze affaire.
 
Eén oktober werd nog in extremis vier oktober. Vergeefs.
 
Niks Rechters, een anticli max van formaat.
 
Het bleef akelig stil achteraf. Zeker ook op de website, die werd sindsdien niet meer aangepast. 'De ontknoping nadert...' staat er.
 
Nog steeds.
 
Sommigen hebben zich duidelijk laten gaan, en dan is een vergissing inzien of toegeven uiteraard niet zo prettig. 'Het zit er' werd opeens 'het zat er maar nu is het weg'. Tja. De volgende stap is een tv-serie.
 
En dit is géén grap!
 
Dit had Van Eyck nog moeten meemaken!
 
 
MICHEL PEETERS 
 

 


INHOUD

  • Musea

Een parel in Eindhoven

Het abdijmuseum Ten Duinen 1138 te Koksijde 

  • Expo 

Goud, goud en nog eens goud

Tweelingen 

7000 jaar Perzische kunst

Van Bakeliet tot composiet

Van Pietje Bel! tot Harry Potter

  • Informatief 

www.tento.be

Boekennieuws 

In de kijker

Wat ons niet is gelukt... 


EXPO Goud, goud en nog eens goud

 

 

Het moet zowat de meest waardevolle museumschat zijn die ooit in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel te zien is geweest.

 

 

Goud van de Thraciërs

 

Het is een beperkte Europalia uitgave dit jaar. Slechts een drietal tentoonstellingen worden ingericht. De grootste en belangrijkste daarvan is 'Goud van de Thraciërs'. Hoewel de tentoonstelling  al verschillende plaatsen aandeed, en dus niet echt exclusief kan  worden  genoemd, is het een mooi overzicht geworden van wat Bulgarije aan Thracische kunst te bieden heeft. En dat is heel wat.

 

 

ldooltjes

 

De tentoonstelling opent met voorwerpen uit het Thracische Nolithicum  (7000-6000 v.Chr.). Die zijn wél exclusief voor deze tentoonstelling. Deze artisanale productie, waaronder vele voorwerpen in aardewerk, getuigt van creativiteit en visie. De Thraciërs ontplooiden een eigen zin voor beeldende decoratie en een originele vormgeving die op geen enkele oudere bron lijkt terug te gaan.

 

Een  belangrijke plaats wordt ingenomen door talrijke, kleine, vrouwelijke idooltjes. Mogelijk is dit een verwijzing naar ene vruchtbaarheidsgod in, die het middelpunt vormde van een religieus systeem rond vruchtbaarheid en voorspoed.

 

 

Het eerste goud

 

Vanaf 5500-4000 v.Chr. (het Chalcolithicum) doen er zich belangrijke evoluties voor. Naast de traditionele voorstellingen  in terracotta krijgen we nu ook koperwinning en bewerking.  Ook goudbewerking komt nu vaak voor. Uit deze periode zijn er een aantal zeer mooie vondsten, waarvan de schat uit de necropool van Varna. Dit in 1972 ontdekte graf werd ontdekt tijdens bouwwerken. Het bevat een uitzonderlijk ensemble van voorwerpen en juwelen in goud, 222 in totaal, voor een gewicht van 1092 gram.

 

 

Nieuwkomers

 

Vanaf 4500 v.Chr. vestigen zich nieuwe volkeren rond de Egeïsche zee, waaronder de Thraciërs. Die stammen beheersen de legering van koper en tin: het brons.

 

Dat brengt ongekende veranderingen mee in de materiële cultuur. Er ontstaat nu een levendige handel in onbewerkte metalen en de verkoop van wapens en gereedschap zorgt voor een sterke economische ontwikkeling. Grafheuvels of 'tumuli' bewijzen, alleen al door hun aanwezigheid maar ook door de rijkdom van de vele voorwerpen die ze bevatten, het belang en de grote macht van deze volkeren.

 

Heel belangrijk is hier de schat van Valcitran, een geheel van 12,5 kg goud. Een vaas, vier koppen, zeven deksels en een soort van driedelige lepel vormen samen een uitzonderlijk en indrukwekkend  geheel.

 

 

Woekerwinsten

 

Zo rond  1000 v.Chr. begint er een periode van grote bloei voor de Thracische vorstendommen. Samen met de Griekse steden trouwens.  De uitwisselingen tussen beiden wordt trouwens steeds intensiever. De Grieken voeren een intense koloniepolitiek, waar de Thracische vorsten grote winsten uithalen.

 

De verkoop van tarwe, mineralen, hout, vee en slaven levert hen woekerwinsten op.

 

Vanaf dan hebben we ook geschreven bronnen, daar de handelsovereenkomsten nu op schrift gesteld worden. Heel mooi is hier de vondst van drie kommen in goud. Ze werden samen gevonden  in 1969, maar dateren uit verschillende perioden. Vermits ze niet in een graf lagen, zou het kunnen dat ze ooit verstopt werden en nooit meer teruggevonden of opgehaald.

 

 

Bijzondere verfijning!

 

Met  de  5de eeuw v.Chr. breekt een periode van grote bloei aan. Uit deze periode zijn er veel tumuli gevonden. De Thracische koningen, met name de Odrysen, vervullen een belangrijke rol in de culturele en economische ontwikkeling van het rijk en bij het ontstaan van de eerste steden.  Door hun politieke en militaire macht worden ze onvermijdelijke belangrijke spelers - als vriend of als vijand - in een internationale context die beheerst werd door de tegenstrijdige ambities van Meden en Scythen en van het Macedonische expansionisme. Bij vele van die conflicten vormde Thracië de inzet.

 

De expansionistische drang van de dynastieën van de Odrysen en de Trybalen was daar vaak niet vreemd aan.

 

De vondsten zijn nu zeer rijk en zeer divers. Het in Borovo in 1974 ontdekte geheel is een geschenk van de Odrysische vorst KotysI. Het gaat om vijf drinkbekers in verguld zilver.

 

Het allerrijkste geheel is absoluut de schat van Panaguyrishte. Opgegraven in 1946, is dit een uitzonderlijk geheel van zo maar liefst 6 kilogram goud! De voorwerpen vertonen de typische kenmerken va n de Hellenistische periode en zijn van bijzonder verfijnde makelij.

 

 

De Romeinen

 

Hoewel de Romeinen Thracië inlijven en omvormen tot de provincie Moesia, blijft men tot het midden van de 1ste eeuw n.Chr. vrij autonoom functioneren. Weliswaar binnen een bondgenootschap met Rome. Toch is de invloed van het Keizerrijk vrij groot. Vormen en modellen worden overgenomen, al blijft de beeldtaal sterk onderhevig aan de Tracische traditie. Zo is het ruitermotief alomtegenwoordig.

 

 

Conclusie

 

De tentoonstelling geeft een mooi en vrij volledig overzicht. Het blijft vrij bijzonder dat dit allemaal bij elkaar te zien  is.

 

De opstelling in het Paleis voor Schone Kunsten is mooi en soms zeer sober.  Maar dat komt deze voorwerpen alleen maar  ten goede. Ze liggen overzichtelijk uitgestald en zijn mooi  belicht. De  duiding is helder en niet overmatig, dus zeker niet storend. Leuk zijn ook de citaten op de muur, van o.a. Homeros.

 

Eén puntje van kritiek toch. De eerste drie zaaltjes zijn mooi, maar ook heel  erg smal. Hoe je hier doorheen moet als er twee of drie groepen  in de zalen staan, is een compleet raadsel.

 

Maar laat het je niet tegenhouden.  De zalen die volgen zijn ruim en bieden een absoluut kijkcomfort

 

Michel Peeters

 


Praktisch:

HET GOUD VAN DE THRACIËRS               

Nog tot 5 januari 2003

Paleis voor Schone Kunsten

Ravensteinstraat 23      

1000 Brussel     

02/507.85.94     

www.europalia.be        


EXPO - TWEELINGEN

 

Klonen, erfelijkheidsonderzoek bij psychische aandoeningen, scheiden van Siamese tweelingen, in-vitrofertilisatie: tweelingen staan in de belangstelling.

 

Er worden er ook steeds meer geboren: de kans om een meerling te krijgen is nu zelfs één op de  zeventig. Oorzaak?

 

Moderne medische technieken, maar ook de hogere leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen zijn als factoren aan te duiden.

 

 

Een monsterlijke geboorte

 

Wanneer in 1703 in Gent een Siamese tweeling geboren wordt is dat meteen een gebeurtenis! Het stadsbestuur geeft de opdracht tot het maken van een schilderij en de bekende heelkundige Jan  Palfyn wijdt er een studie aan. Op de tentoonstelling 'Tweelingen' is de tweeling zowel door het oog van de wetenschapper als door dat van de kunstenaar te volgen.

 

De tweeling is te zien in oude medische en verloskundige verhandelingen, als anatomisch model, in beelden, op  affiches, prenten, schilderijen.

 

Tweelingen vormen een inspiratiebron voor vele mythen, sagen en verhalen: denken we maar aan Castor en Pollux, Romulus en Remus, Janssen en Janssen, Rosemieke en Annemieke. 'Tweeling' is een sterrenbeeld in de astrologie.

 

 

Twee keer hetzelfde

 

De tentoonstelling toont ook video presentaties: getuigenissen van leven als tweeling. Er is een interactief computerprogramma dat ingaat op erfelijkheid, tweelingenonderzoek en psychische aandoeningen.

 

Het is bekend dat erfelijke factoren, naast omgevingsinvloeden, een rol spelen bij het ontstaan van psychische ziekten.

 

Bij het opsporen van de invloeden speelt het tweelingenonderzoek een voorname rol. Wat leren onderzoeken in verband met schizofrenie, manisch depressieve stoornis of autisme ons over het relatief belang van erfelijkheid versus milieu?

 

De tentoonstelling toont de stand van zaken van enkele belangrijke wetenschappelijke onderzoeken.

 

De fascinatie voor 'twee keer hetzelfde' vinden we ook terug in het dubbelganger­ motief in film, literatuur en psychoanalyse. Aantrekking en afstoting: twee kanten van dezelfde medaille.

 

Maar ook in niet-westerse culturen is men geboeid door meerlingen.

 

In sommige  culturen bijvoorbeeld worden tweelingen tegelijk bewonderd en gevreesd. De moeder geniet een hoge status maar heeft een zeer moeilijke taak te volbrengen. Over dubbelzinnigheid gesproken. We maken een reis langsheen andere culturen op zoek naar hun appreciatie.

 

 

Gevreesde tweelingen

 

Hedendaagse fotografen vinden meerlingen een geliefd thema. Tweelingen duiken op in film en reclame.

 

Zelfs modeontwerpers laten zich  inspireren door Siamese tweelingen. Kortom, 'Tweelingen' neemt je mee in dubbel/­ zinnige wereld .

 

De tentoonstelling kwam tot stand dank zij de medewerking van het Teylers Museum uit Haarlem. Ook de Vlaamse vereniging ter ondersteuning van het wetenschappelijk onderzoek bij en voor meerlingen werkte eveneens mee aan het initiatief.

 

Michel Peeters

 


Praktisch:

TWEELINGEN

Nog tot 30 maart 2003

Museum Dr. Guislain

Guislainstraat 43

9000 Gent

09/216.35.95

info@museumdrguislain.be

www museumdrguislain.be


IN DE KIJKER ‘Wat ons niet is gelukt zal door anderen volbracht worden’

Mala Zimetbaum, Auschwitz, 6 juli 1944

 

 

Op 4 augustus 1942 vertrok vanuit de Mechelse Dossinkazerne het eerste konvooi gedeporteerden. Nog 27 andere konvooien zouden volgen… Nu bevindt zich hier het Joods museum van deportatie en verzet.  

 

Als je vandaag het binnenplein van de Dossinkazerne oploopt, doet alles een beetje onwezenlijk aan. Van hieruit vertrokken tussen augustus 1942 en juli 1944 welgeteld 25.257 joodse mensen, waaronder 3000 kinderen, naar de uitroeiingskampen, voornamelijk naar Auschwitz. Ook 351 zigeuners vertrokken hier naar de dood. Vandaag ziet alles er hier vredig uit en is het grootste deel van de kazerne een groot woonerf geworden. Op een deel na. Een deel dat bewaard is om te getuigen. Om een verhaal te vertellen dat niet mag worden vergeten. Een actueel verhaal.

 

 

Slechts een tussenhalte

 

Het museum toont ons vooral de geschiedenis van de Belgische joden. Of beter, de in België levende joden . Want de meesten waren inwijkelingen, vaak afkomstig uit Oost-Europa en Duitsland. Het merendeel onder hen was arm . Ze hadden vaak alles achtergelaten, op zoek naar een beter leven.

 

Aan die droom komt op 10 mei 1940 plots een einde. Ons land wordt bezet en vrijwel meteen worden de Duitse rassenwetten ook hier van kracht. Op twee jaar tijd verliezen de joden elk beetje vrijheid en wordt hun alle rechten ontzegd.

 

Op  basis van de 'verordnung' zich als jood in het jodenregister te laten inschrijven, hebben de nazi's het vrij makkelijk om massaal mensen te arresteren, en naar de Dossinkazerne over te brengen.

 

Sommigen komen zelfs vrijwillig naar Mechelen, gelovend in de leugen dat ze in Duitsland tewerkgesteld zullen worden. Zodra er genoeg gevangenen zijn, worden ze op transport naar Duitsland  gezet. De reis duurt drie dagen en drie nachten. In beestenwagens, met één klein venstertje en een één emmer als toilet. Daarna volgt dan de onbeschrijfelijke gruwel van de kampen.

 

 

Neutraal blijven

 

Het joods museum van  deportatie en verzet is chronologisch opgevat. Zo zijn de eerste zalen als algemene inleiding bedoeld . Je leert er de verschillen binnen de joodse bevolking kennen, waarmee meteen enkele vooroordelen de wereld uit zijn. Niet alle joden waren rijk, niet alle joden zien er hetzelfde uit. Gewapend met deze indrukken kan je dan naar de vitrines waar de nazidoctrines worden uitgelegd, doctrines die zich nu net baseren op algemeenheden, kromme redeneringen, verdraaiingen van de realiteit en valse wetenschappelijkheid. De boekverbrandingen, de rassenwetten, het legaliseren van racisme ('tegen decadentie en moreel verval'), de opkomst van deze extreme ideeën in België: het is allemaal heel helder en duidelijk uitgelegd .

 

Heel neutraal ook. Dat is trouwens één van de hoofddoelstellingen van dit museum: men probeert niet bepaalde denkbeelden kracht bij te zetten maar men getuigt, men vertelt een geschiedenis.

 

De geschiedenis van een volkerenmoord.

 

 

Machteloosheid

 

Als  museum blijft men neutraal, als bezoeker zeker niet. Want eens in de zalen waar de razzia's, de pesterijen, het wegvoeren naar Mechelen en de soms beestachtige behandeling in de kazerne aan bod komen, blijf je niet meer rustig observeren en registreren. Dit is zo onrechtvaardig geweest, zo koud en afstandelijk en het systeem zo pervers perfect.

 

De  getuigenissen van de gevangenen zijn ontroerend in hun moedigheid en soms ook in hun naïviteit.  De keuze om sommige voorwerpen en  teksten naast de foto's van de beulen in kwestie te plaatsen is zeer confronterend. Niet dat je kwaad wordt, neen, je voelt je machteloos in de toenmalige slachtoffers hun plaats. Hoe zwak ben je niet als mens tegenover de systematiek van dit systeem?

 

 

Een blik op een sokkel

 

Via een zaaltje waar op eenvoudige maar overzichtelijke wijze de konvooien naar Auschwitz nader belicht worden, daal je via een trap af naar de kelder. Deze trap vernauwt naarmate je lager komt en geeft zo een zeker gevoel van beklemming.  Een gevoel dat blijft eens je de museumzaal binnentreedt. Hier wordt getoond wat er zich in de kampen afspeelde, en zoiets laat zich niet beschrijven. Grote foto's laten zien waartoe een racistisch systeem in staat is. Midden in de zaal staat, op een sokkel, een blik Zyklon B.

 

Misschien wel de meest aangrijpende zaal is die, waar de kinderen van Auschwitz herdacht worden. Grote foto's met kindergezichtjes, vaak met nog onbezorgde blik, niet wetende welk gruwelijk lot hen wachtte. Geen enkel kind onder de 13 keerde immers terug naar België.

 

Via deze tot bezinning uitnodigende ruimte, kom je dan via een trap terug op het gelijkvloers, in de filmzaal. Opmerkelijk is een kleine wand, waar artikels over recente anti-joodse acties worden  bewaard. De tijden zijn veranderd, sommige slogans blijkbaar niet.

 

 

Uniek in Europa

 

Een belangrijk deel van dit museum beslaat ook het archief. De inhoud is uniek in Europa. Het volledige jodenregister van België bleef bewaard, en wordt hier onderzocht.

 

Ook de toenmalige lijsten per provincie zijn hier aanwezig. De steekkaarten van de Sicherheitsdienst (SD)  kwamen in 1944 per toeval in geallieerde handen en vormen eveneens een waardevolle bron van  informatie. Voeg daarbij nog de dubbels van de transportlijsten en je hebt meteen een zeer volledig  overzicht van alle mensen die in België op transport gezet zijn.

 

Steeds meer en meer mensen doen een beroep op deze documentatie. Elke keer wordt er een dossier geopend (in 2002 al zo'n 430 tot hier toe). Het archief is in principe door iedereen te raadplegen, al is men toch een klein beetje voorzichtig geworden. Sensatiezoekers heb je namelijk overal.

 

' Ik breng deze getuigenis uit eerbied voor al diegenen die in de kampen zijn gestorven, in naam van al diegenen die vandaag niet  meer kunnen getuigen. Ik doe het omdat wij, de kampoverlevenden, willen  dat wat eens gebeurd is, nooit meer zal gebeuren. ' REGINE BEER

 

 

Het belang van het verhaal

 

Het museum heeft gemiddeld 25 à 30.000 bezoekers per jaar, waarvan zo'n 8o % uit het middelbaar onderwijs. Tijdens mijn bezoek waren er twee groepen en ik kon het niet laten even mee te volgen. Snel werd duidelijk hoe belangrijk het is dat dit verhaal doorverteld wordt. Dàn pas gaan de voorwerpen en de foto's in de vitrines echt leven. Wat verteld werd was het verhaal van iets dat hier maar 60 jaar geleden gebeurd is.

 

En elders nog steeds gebeurd, steeds weer. Maar de holocaust is en blijft, zoals conservator Ward Adriaens het uitdrukt, een ijkpunt. Alle gruwelen worden hieraan getoetst, afgemeten. Dat maakt de andere volkerenmoorden niet meer of minder belangrijk, integendeel. Het maakt ons op indringende wijze duidelijk dat de mens niet van zijn fouten leert. Als diegenen die dit museum bezoeken dat wel doen, of ertoe bereid zijn,  dan is het lijden van zovelen niet voor niets geweest.

 

Michel Peeters


Praktisch:

JOODS  MUSEUM VAN DEPORTATIE EN VERZET

Goswin de Stassartstraat 153

2800 Mechelen

015/29.06.60

infos@cicb.be

www2.cipal.be/cicb

Open van 10 tot 17 uur, vrijdag van 10 tot 13 u. Gesloten op vrijdagnamiddag en zaterdag, tijdens de joodse feestdagen Rosj Hasjana en Jom Kippoer, op kerst- en nieuwjaarsdag, en de 2de en 3de week van augustus.


INFORMATIEF Tentoonstellingen Tentoon Tento         www.tento.be

 

Aan de vooravond van de 40ste verjaardag van Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen vzw lanceren we, en niet zonder enige trots, een gloednieuwe tentoonstellingswebsite www.tento.be

 

Deze nieuwe en verbeterde website kwam tot stand in samenwerking met de afdeling Beeldende Kunst en Musea van de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Gemeenschap beschikte over de "museum site", een website waar 290 Vlaamse en Brusselse musea zich gezamenlijk voorstelden. OKV publiceerde reeds het u allen bekende "okvweb", een website met een uitgebreide tentoonstellingsagenda. Beide partijen waren het er over eens dat u, het publiek, beter gediend zou zijn mochten  beide websites versmelten tot één geheel. Zo hoeft u slechts één plaats te bezoeken om alle informatie over tentoonstellingen, musea en aanverwanten te bekomen.

 

In januari 2003 lanceren we ter gelegenheid van onze 40ste verjaardag de volledig nieuwe, geïntegreerde en uitgebreide website www.tento.be. Met nieuwe informatie, uitgebreide zoekmogelijkheden en nog veel meer.

 

Maar om de voorbije 39 jaar in schoonheid af te ronden krijgt u dit najaar reeds een nieuwe versie van het huidige "okvweb.org" met de gebruikelijke tentoonstellingsagenda en alle informatie over en rond Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen.

 

Op de volgende pagina krijgt u reeds een voorsmaakje van hoe het er allemaal zat uitzien.

 

Tenslotte nog dit, u hoeft de instellingen van uw favoriete website www.okvweb.org niet te wijzigen. Wanneer we www.tento.be lanceren zal u automatisch naar de nieuwe site worden doorverwezen.

 

Nog veel surfgenot en tot binnenkort op www.tento.be!


MUSEA: Een parel in Eindhoven!

 

 

Op 19 januari 2003 opent het Eindhovens Van Abbemuseum terug zijn deuren voor het publiek. De verbouwing is echter al zo goed als klaar en wij mochten al eens een kijkje gaan nemen.

 

Na een ingrijpende renovatie en  nieuwbouw beschikt het nieuwe Van Abbemuseum nu over vier keer zoveel tentoonstellingsruimte, nieuwe werkplaatsen, depots en kantoren, een multimediale bibliotheek, auditorium en restaurant en een educatieve ruimte. Ook is speciaal voor het museum een gedeelte van de rivier de Dommel verbreed, zodat het nu gelegen is aan een 'binnenmeer'; een mooie stedenbouwkundige verbetering van de Eindhovense binnenstad.

 

De Nederlandse architect Abel Cahen ontwierp de nieuwbouw. De Belgische vormgever Maarten van Severen heeft het interieur van een aantal nieuwe publieksvoorzieningen ontworpen.

 

Blikvanger van de nieuwbouw is de 26 meter hoge toren met schuine wanden. Deze toren is de spil van het gebouw waarop alle verdiepingen uitkomen. Daarnaast worden een 15-tal nieuwe tentoonstellingszalen gebouwd, verspreid over 3 etages.

 

De gevel van de nieuwbouw is bekleed met grijze leisteen uit Lapland en vormt een prachtig contrast met de lichte, verrassende ruimten in het gebouw.

 

De tentoonstellingsoppervlakte van 2425 m2, biedt nu voldoende ruimte om collectiepresentaties tegelijkertijd met wisseltentoonstellingen te houden, waardoor voortaan de befaamde internationale collectie van het Van Abbemuseum (toch zo'n 2500 werken!) actief bij het beleid  kan worden betrokken.

 

De  toegang tot het museum blijft waar hij was; in het oorspronkelijke gebouw uit 1936 en ontworpen door architect A.J. Kropholler. Ook dit gebouw werd door Cahen volledig gerenoveerd en aangepast. De centrale hal leidt de bezoekers naar de nieuwe tentoonstellingsvleugel en de publieksvoorzieningen, zoals het auditorium, de museumshop en het schitterende restaurant met terras aan de Dommel.

 

De museumbibliotheek, met 120.000 titels één van de belangrijkste vakbibliotheken in Nederland, beslaat drie verdiepingen en is voortaan vrij toegankelijk voor de bezoekers.

 

De eerste tentoonstelling in het museum wordt 'Over Wij/About We', die de belangrijkste werken uit de unieke collectie van het Van Abbemuseum zal tonen, evenals nieuwe aanwinsten en opdrachten die door de diverse kunstenaars speciaal voor de nieuwbouw worden gerealiseerd.

 

Michel Peeters

 


MUSEA: Het abdijmuseum Ten Duinen 1138 te Koksijde een project dat van onder het zand verrijst

 

 

Op 8 juni 2003 dient het nieuwe museum rond de abdijsite Ten Duinen zijn deuren te openen. Het is een project geworden met verschillende invalshoeken.

 

De beslissing tot de volledige heropwaardering werd door het gemeentebestuur van Koksijde in 1996-1997 genomen na het overnemen van alle beheersengagementen die vroeger een vzw probeerde in te vullen. Een extern projectbureau, Monument in Ontwikkeling bvba, kreeg de opdracht om een totaalconcept uit te werken en de verschillende fases verder vorm en inhoud te geven.

 

 

Restauratie van  de ruïnes

 

Toen in 1627 de cisterciënzermonniken hun kloosterhoeve Ten Bogaerde verlieten om in Brugge een nieuwe abdij te betrekken, was hun Onze-Lieve-Vrouw ten Duinenabdij grotendeels ontmanteld en in de loop van de 17de eeuw werd zij volledig bedolven door de Hoge Blekker, toen een wandelende duin die reeds in de 16de eeuw een deel van de gronden van het abdijdomein had in genomen. Buiten een herinneringskruis ter hoogte van de vroegere  kapittelzaal werd er geen bijzondere aan dacht aan de site meer geschonken.

 

Dat veranderde pas toen in 1894 ldesbald van der Gracht canoniek zalig werd verklaard en er in  1896 in Brugge ter zijner ere een jubelstoet uitging. Een aantal geestelijken en oudheidkundigen gingen daarna op zoek naar de abdij van de in Brugge en Koksijde aanbeden abt en vonden sporen van de kerk. Stijgend grondwater deed de werken stoppen.

 

In het Interbellum zocht de lokale geoloog Karel  Lappens vooral naar de lokalisatie van de eerste abdij. De aanzet tot doorgedreven archeologisch onderzoek kwam  er in 1949, toen men voor restauratiewerken aan de Duinenabdij te Brugge bouwmateriaal  zocht op de abdijsite te Koksijde. Van het een kwam het ander en in de loop van de volgende jaren werd het grootste deel van de abdijkerk, de pandgangen, het lavatorium, de keuken, de lekenbroederstraat, delekenbroedervleugel en het abtskwartier opgegraven. Van het gastenkwartier werd een klein stukje bloot gelegd.

 

Er werd vooral met jongerenkampen gewerkt tijdens de vakantieperiodes. In het enthousiasme van  het moment werden met verspreid gevonden  bouwmaterialen muurstukken gereconstrueerd.

 

In de loop van de jaren 1970 en 1980 werden verschillende van die muuropstanden hersteld. Het verval was in de jaren 1990 zo groot geworden, dat er dringend diende ingegrepen te worden. Park en ruïnes werden eind 1998 dan ook voor bezoekers gesloten.

 

De restauratie van de site is momenteel bezig. De dreiging van de te hoge grondwatertafel werd gekeerd door een lokaal pompsysteem te gebruiken, terwijl de oude stenen beschermd worden door nieuwe afdeklagen. Wanneer dit werk afgerond zal  zijn, worden de ruïnes geïntegreerd in een natuurpark. Nieuwe opgravingen, met een zachte restauratie en zonder reconstructies, zullen de site vervolledigen.

 

Het gastenkwartier werd dit jaar volledig opgegraven en recent werden de graven in de laatste bedolven stuk pandgang blootgelegd.

 

 

Een ander museum

 

Toen in de jaren 1950 gestart werd met de bouw van een museum dat de bezoekers aan de archeologische site meer informatie moest verschaffen, ontstond er vrij snel een verdere invulling  die niet onmiddellijk iets met het hoofdonderwerp te maken had. De flora en fauna van de Westhoek was wel een thema dat de talrijke zeeklassen die een weekje te Koksijde verbleven, kon bekoren, maar paste niet echt bij de site. Noodzakelijke investeringen in het museumconcept werden niet uitgevoerd. In 1993 kende het museum nog een voltreffer naar aanleiding van de tentoonstelling rond het latrinair gebeuren. Daarna deemsterde het museum verder weg.

 

De keuze van een noodzakelijke inhaalbeweging noopte ook tot een totaal sluiten van het museum. Het gebouw werd volledig leeg gemaakt en de lokalen werden voor het nieuwe museale concept van het projectbureau Monument in Ontwikkeling verbouwd. Het nieuwe abdijmuseum focust nu volledig op het thema van de geschiedenis van de Orde van Cîteaux in de Middeleeuwen, waarbij zowel de algemene informatie als details over de Orde in de Lage Landen en in de specifieke abdijsite Ten Duinen, aan de orde zijn.

 

De indeling volgt vooral het leven van de monniken in een abdij: bidden en werken, eten en ontspanning, sterven en begraven worden. Een normale tentoonstellingsopbouw (wandteksten,  begeleidende iconografie, objecten) zal  dit verhaal vorm geven, aangevuld met enkele decors, kaarten en informatie die via computers opvraagbaar zijn.

 

De site heeft een automatische internationale uitstraling. De gewijzigde staatsrechterlijke indeling van West-Europa heeft er immers voor gezorgd dat de sporen van het vroegere abdijdomein verspreid liggen over Frankrijk, België en Nederland. Daarbovenop had de abdij ook nog bezittingen in Engeland. Die internationale dimensie wordt dan ook doorgetrokken in de museumwerking.

 

 

Nieuwe museumwerking

 

Waar er de voorbije jaren vooral veel tijd besteed werd aan het bezorgen van achtergrondinformatie aan het projectbureau, wordt vanaf september 2001 de werking van het nieuwe museum voorbereid. De hele werking dient immers vanaf nul opgestart te worden. Eind 2001 verscheen het eerste museum jaarboek, Novi Monasterii. Dit jaarboek dient vooral bijdragen rond de jaarlijkse thematentoonstelling te bundelen. Het eerste nummer bracht artikels van het colloquium van september 2000 dat als thema de cultuurtoeristische input van cisterciënzersites in West-Europa behandelde.

 

De volgende thema's hadden het verder archeologisch onderzoek (2002) en Sint­Bernard (2003) als leidraad.

 

In de loop van zijn geschiedenis maakte de abdij  talrijke contacten met andere abdijen van de Orde. Vanuit die  optiek, en aansluitend bij een vraag van het Europees Charter van cisterciënzersites en  abdijen, werd in mei 2002 een Vlaams ­ Nederlandse koepelvereniging opgericht, de vzw Stichting Vlaams-Nederlands Cisterciënzercharter. Het abdijmuseum was initiatiefnemer en neemt momenteel het secretariaat waar.

 

Om bij de opening te kunnen beschikken over goede gidsen, werd ondertussen ook gestart met een specifieke gidsencursus die startte met het Erfgoedweekend 2002 en tot Pasen 2003 loopt. Met de cursisten werden de Waalse cisterciënzersites van Villers en Aulne bezocht en een deel van de cursisten bezocht de cisterciënzersites van Byland, Rievaulx, Kirkstall, Sawley, Whalley, Jervaulx en Fountains in Engeland en kregen er nog de kartuizersite van Mount Grace bovenop.

 

In het verlengde van deze gidsencursus werd in juni 2002 een vriendenkring van het museum opgericht. Deze vzw Familiares de Dunis werkt nu vooral aan een randprogramma voor 2003. Een educatief programma wordt losgelaten op het Canon Leermeestersproject van het Departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.

 

Om de communicatie met de buitenwereld en alle geïnteresseerden te stroomlijnen, wordt sinds juni 2002 een maandelijkse elektronische nieuwsbrief verzonden.

 

Mits eenvoudige aanvraag is die gratis te bekomen. Voor het toekomstig museumbezoek zal  uiteraard wel een kleine toegangsprijs gevraagd worden.            

 

Harry Van Roven


Praktisch:

ABDIJMUSEUM TEN DUINEN 1138

Koninklijke Prinslaan 8

tel 058/52.16.85

fax 058/51.00.61

e-mail: tenduinen@koksijde.be

In mei 2003 zal er bij Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen over dit museum een themanummer verschijnen.


EXPO: 7000 jaar Perzische kunst - Meesterwerken uit het Iraans Nationaal Museum in Teheran

 

 

Ruim twee decennia na de islamitische revolutie van 1979 hebben bijna 180 kostbare voorwerpen het Iraans Nationaal Museum in Teheran verlaten, om het Europees publiek kennis te laten maken met de betekenis van de pre-islamitische cultuur van Iran.

  

Heel wat van de tentoongestelde meesterwerken waren nooit eerder aan het publiek voorgesteld. De tentoonstelling was al te zien in Wenen en in Bonn.

 

 

De prehistorie en de vroegste geschiedenis van Iran

 

Uit de huidige stand van het archeologische onderzoek blijkt dat in alle Iraanse regio's van het 7de tot het 4de millennium afbeeldingen va n dieren, vooral runderen, maar ook roofdieren en slangen, te vinden zijn. Ornamentele diervormen fungeren als decor op vaatwerk of als kleine sculpturen. Afzonderlijke elementen, zoals de horens, worden vaak bijzonder benadrukt of ornamenteel vervormd.

 

 

De Achaemenieden

 

Volgens de huidige opvattingen stond de kunst van de Achaemenieden ten dienste van de staat. De  koning gaf opdracht tot het maken van kunstwerken waarin zijn heerschappij werd bevestigd en verheerlijkt. Of het nu  ging om architectuur of kleine kunstvoorwerpen, religieuze kunst of versiering van privé-vertrekken, al  deze kunstvormen moesten steeds tegemoet komen aan de eisen van de  koning.

 

Het omzetten van een idee in een kunstwerk was een belangrijke taak, die uitgeoefend werd door hoge hofbeambten. Zij stonden bovenaan in de hiërarchie en legden rechtstreeks aan de koning verantwoording  af. De ambachtslui die nadien voor de praktische uitwerking instonden, kwamen vermoedelijk uit verschillende satrapieën van het uitgestrekte rijk. Behalve over de hofkunst is er ook een en ander bekend over het dagelijks leven van de gewone burgers. Al bij al is dit echter niet zoveel, gezien woonhuizen meestal werden opgetrokken in leemtegels die in de zon gedroogd werden.

 

 

Iran voor de periode van  de Parthen

 

Voor we nader ingaan op de schaarse overblijfselen van de Seleucidische kunst in Iran, dient er op gewezen dat reeds bij de aanvang van het Achaemeniedenrijk de Griekse invloeden zeer sterk waren. Bloeiende Griekse steden aan de Klein­Aziatische westkust en volkeren uit Klein­Azië zelf, zoals de  Lydiërs, de (ariërs en de Lyciërs stonden reeds vanaf 546 v.Chr. of enkele jaren later onder Perzische heerschappij. Er zijn heel wat bronnen bewaard over beeldhouwers, steenhouwers en timmerlui uit het westen van Klein-Azië, die betrokken waren bij de bouwwerkzaamheden in Persepolis, Pasargadae en Susa.

 

Kunst werd ook 'geïmporteerd' na de Ionische opstand  in het westen van Klein­Azië, vanaf 499 v.Chr. en ook tijdens de erop volgende Perzische oorlogen tussen 492 en 479 v. Chr. De Perzen namen toen namelijk heel wat Griekse beelden en andere voorwerpen mee naar Iran .

 

Het beeldje van Apollo Philesios uit Didyma, dat door beeld houwer Kanachos werd ontworpen en dat behoorde tot het grote Apollo-heiligdom, kwam op deze manier in Susa terecht. Didyma ligt immers niet ver van Milete, waar de Ionische opstand  tegen de Perzen begon. Bijna  twee eeuwen later, in 300 of 299 v. Chr. werd het beeld door Seleucus I teruggegeven aan de stad Milete. Samen met de  tempelschatten werd uit Didyma ook een grote nabootsing van een astragaal uit de 6de eeuw v.  Chr.  meegenomen . Een astragaal is het middelvoetsbeentje van een schaap of een geit. Ze werden gebruikt als dobbelstenen,  in het spel, maar ook bij het maken van voorspellingen. De  astragaal waarvan hier sprake is, bleef ook tijdens de periode onder Alexander en de Seleucieden in Iran en werd pas teruggevonden tijdens opgravingen in Susa.

 

 

Culturele vernieuwing onder de Parthen

 

ln de Iraanse geschiedenis is de Parthentijd  een periode van belangrijke culturele vernieuwing. Hoewel deze periode vrij  lang geduurd heeft, zijn de vondsten uit die tijd echter weinig talrijk. Niettemin kunnen we een doorlopend ontwikkelingsproces vaststellen.

 

De periode begint in het midden van de 3de eeuw, toen de Arsacieden in de Seleucidische provincie Parthië binnenvielen en daar hun nieuwe staat vestigden, en loopt tot aan de definitieve onderwerping van Artabanus IV, de laatste heerser van de Arsacieden, door Ardashir I, de eerste heerser va n de Sassanieden- dynastie. Het feit dat de archeologische vondsten uit de Parthentijd zo schaars zijn, is deels een gevolg van het vernietigingsproces van de tijd en van het toeval dat ook in moderne archeologische ontdekkingen niet weg te denken is. Het is echter ook te wijten aan de toen historisch-politieke heersende omstandigheden.

 

De  Laat-Sassanidische  propaganda negeerde immers met opzet het belang van de Arsacieden, in een poging om ideologisch een culturele, politieke en historische continuïteit met de Achaemenieden tot stand te brengen. Daarbij  sloeg ze ongegeneerd de heerschappij van de Arsacieden, die bijna vijfhonderd jaar had geduurd, over. De Sassanieden, vorsten van Persis, waanden zich de rechtstreekse opvolgers van de Achaemenieden, die hen in hun eigen land en in West-Iran waren voorgegaan. De Arsacieden echter waren oorspronkelijk afkomstig uit de Eurazische steppen en vertegenwoordigden totaal andere Iraanse tradities, namelijk die van Parthië en Oost-Iran.

 

 

Nog niet veel van bekend: het Sassaniedenrijk             

 

Ondanks nieuw onderzoek is over het begin van de Sassaniedendynastie nog maar weinig bekend. Ze ontleende haar naam aan de stamvader Sassan. Deze was vermoedelijk een opperpriester van het vuurheiligdom van Anahita in lstakhr bij Persepolis  (Persis; Zuid-Iran) en volgens de legende een directe opvolger van de Achaemenieden.

 

In de verschillende invloedssferen van de islam getuigt de islamitische kunst van een grote verscheidenheid.  Daarvan is Iran - in de breedste zin  - ongetwijfeld een van de belangrijkste gebieden .

 

Het begrip 'islamitische kunst' is eigenlijk niet echt adequaat. We spreken immers ook niet van 'christelijke kunst' als zodanig. Na de agressieve en deels destructieve beginperiode ten tijde van de veroveringen, kwam een nieuwe cultuur tot stand, die de voorgaande culturele waarden niet radicaal verving, maar voor zover ze bruikbaar waren, hun inhoud en expressievormen overnam. De twee grote culturen waarmee ze in contact kwam, waren de Byzantijnse cultuur in het westen en de Sassanidische in het oosten.

 

Pabag, eveneens opperpriester van het vuurheiligdom van Anahita in lstakhr, was zijn afstammeling.  Persis (Fars), ooit het centrum van het Achaemenidische wereldrijk, werd toen geregeerd door een lokale vorst die de koningstitel voerde, eigen munten sloeg, maar niettemin een onderdaan van de Arsacidische grootkoning was. Pabag kwam in opstand  tegen deze 'deelkoning' en riep zichzelf uit tot koning van Persis. Pabag duidde zijn oudste zoon Shapur aan als opvolger van de troon van Persis. Diens jongere broer Ardashir weigerde hem echter te erkennen. Eer het tot een strijd kwam tussen de twee broers, werd Shapur als het ware door 'goddelijke tussen komst' door naar beneden vallende stenen gedood.  Nadat Ardashir Persis en de aangrenzende gebieden met tal van kleine vorstendommen onder zijn heerschappij had gebracht, kwam het in 224 na Chr. tot een beslissende slag tegen de Parthenkoning Artabanus IV. Ardashir overwon en beëindigde zo de Arsacidische heerschappij over Iran, die bijna vijfhonderd jaar had geduurd.

 

 

Vroeg-islamitische kunst

 

De  islam als religieus fenomeen heeft ­ vooral door het ontbreken van een iconografie van het goddelijke - de kunst niet in dezelfde mate ingezet ter verbreiding van zijn ideeën als bijvoorbeeld het christendom of het boeddhisme. Toch heeft hij de architectuur en de houding van de kunstenaars tegenover hun eigen werk sterk beïnvloed.  Hoewel één van de belangrijkste aspecten van de islamitische kunst haar homogeniteit is, mogen we dit niet met eenvormigheid verwisselen.

 


Praktisch:

Nog tot 5 januari  2003

KUNSTHAL SINT-PIETERSABDIJ

Sint-Pietersplein 9

9000 Gent

09/243-97-30

drr.sintpietersabdij@gent.be

www.gent.be/spa/

Open van 10 tot 18 uur, maandag gesloten


BOEKENTIPS

Dirk De Vos - De Vlaamse Primitieven: De Meesterwerken

 

Het Mercatorfonds vroeg aan Dirk De Vos om een twintigtal meesterwerken uit de 15de eeuw te bespreken. Het leverde een boeiend en mooi boek op. Het werd een imaginair museum waarbij elk schilderij uitvoerig beschreven werd en ook toegelicht: hoe het is ontstaan, waar het zich situeert in het oeuvre van de schilder, de verklaring van het onderwerp en de symboliek.

 

Je kan alle hoofdstukken onafhankelijk van elkaar lezen, wat bepaald handig is. Van alle schilderijen zijn vele details opgenomen.

 

De keuze van de werken is uiteraard niet echt vernieuwend. Het gaat echt wel om de absolute meesterwerken. Misschien dat de lezer die ook wel verwacht, maar verrassen doet het boek dus niet echt.

 

Wél mooi en leerrijk is de dvd die bij het boek hoort. 'De visione dei' heet het schijfje en het biedt ons de kans een virtueel bezoek te brengen aan de Vijdt-kapel en er het Lam Gods te ontdekken in zijn oorspronkelijke omgeving.

 

MP

 

ons oordeel:  ***

Dirk De Vos,

De Vlaamse Primitieven: De Meesterwerken,

216 blz., 245 ill. in kleur, 38 in zwartwit, linnen band,

ISBN 90 61535 182 (nederlands).

 

Thierry De Cordier - De wijnjaren (1982-2002)

 

Wie  is Thierry De Cordier? Hoewel hij door een kleine groep bewonderaars op handen wordt gedragen, kent het grote publiek hem nauwelijks. Daar probeert uitgeverij Ludion nu verandering in te brengen met een lijvig boek, waarin zijn werk toegelicht wordt. Niet uitgelegd, er is een verschil. Het is een poëtisch-filosofische reis doorheen een hoogst eigenzinnig oeuvre geworden.

 

Een aantal sleutelwerken en performances worden uitgebreid besproken, met veel aandacht voor de illustraties die altijd baden in een bijna melancholische sfeer. Bij het lezen van de teksten kom je stapje voor stapje dichter bij de 'kunstenaar' Thierry de Cordier, maar besef je ook dat je hem nooit zult leren kennen.

 

'Je n'ai absolument rien à voir avec le vingtième siècle' zegt De Cordier.

 

Maar via dit boek komt hij wél met grandeur de 21ste eeuw binnen  !

 

Een aanrader, zeker weten.

 

MP      

  

ons oordeel:  ****

Thiery De Cordier,

De Wijnjaren (1982- 2002),

274 blz., 260 ill. in kleur en zwartwit, linnenband,  ISBN  90 5544 227

 


EXPO : Van Bakeliet tot Composiet

 

 

Het verhaal van composieten is zo oud als dat van huizen van stro. Het stro is vandaag vervangen door glas-, koolstof-, aramide- of cellulosevezels, het bindmiddel is kunststof.

 

 

'Van  Bakeliet tot Composiet' is een tentoonstelling over de geschiedenis en de ontwikkeling van  vezelsterke materialen. Sinds de ontwikkeling van bakeliet (o .a. gebruikt voor luidsprekers en radio's) in het begin van de vorige eeuw, nam de ontwikkeling van deze materialen een hoge vlucht.

 

 

Sterk en veel variatie

 

Vooral kunststoffen als polyesters en epoxyharsen, maar ook natuurlijke harsen en lijmen, ontwikkelden zich in de jaren vijftig tot ideale bindmiddelen voor vezels en weefsels.

 

Gecombineerd met glas-, carbon-, natuurlijke of hoogtechnische vezels voor ruimtevaarttoepassingen zijn composieten bij ingenieurs, ontwerpers en designers zeer geliefd.

 

Niet alleen hun sterkte, lichtheid en grote mogelijkheden in vormvariatie en design, maar ook hun  energiezuinige en milieuvriendelijke kwaliteiten dragen bij tot hun gebruik in nieuwe producten. Zowel de sport- als meubelindustrie, de ruimtevaart, het transport en de kunstproductie maken uitvoerig van deze materialen gebruik.

 

 

Rugzakken en een ferrari

 

De tentoonstelling geeft een beeld van de ontwikkeling van composieten sinds de jaren vijftig in meubelen, verlichting, bouw, huishoudartikelen, fietsen, auto's, sportartikelen, gezondheid en veiligheid. Royale sofa's uit de sixties, sportartikelen uit de seventies, technische ontwikkelingen uit de jaren tachtig en innovaties van de laatste decennia worden in de expositie opgenomen naast een zweefvliegtuig, een ferrari, golfplaten, kogelvrije vesten, rugzakken, meubelen e.a. Meer dan 300 objecten die  laten zien  hoe anders composieten zijn: sterk, stijf, duurzaam en  licht.

 


Praktisch:

Nog tot 23 februari 2003

DESIGN MUSEUM GENT

Jan Breydelstraat 5

9000 Gent

09/267.99.99

museum.design@gent.be

design.museum.gent.be


EXPO: Van Pietje Bell tot Harry Potter

 

 

De Kunsthal Rotterdam en de Koninklijke Bibliotheek presenteren de grootste kinderboekententoonstelling die ooit gehouden is.

 

 

De grootste hal van de Kunsthal wordt omgetoverd tot een waar Wonderland, omsloten met een enorme muur van boeken - 160 meter lang en ruim 4 meter hoog. De bedoeling is dat je je als  volwassene ten opzichte van zo'n oppervlak weer kind gaat voelen! In deze wand wordt in ruim 6o vitrines een chronologisch overzicht gegeven van het kinderboek in Neder land, waarbij het vertaalde kinderboek ook tot de Nederlandse uitgaven wordt gerekend.  Dus ook Pieter Konijn van Beatrix Potter en Winnie-de -Poeh van AA Milne .

 

De tijdlijn begint met een aantal vroege leerboekjes. Hierna is er aandacht voor Hieronymus van  Alphen's 'Proeve van kleine gedigten voor kinderen' uit 1778, door velen gezien als het allereerste kinderboek in het Nederlands. Met een speciaal computerprogramma kunnen  de bezoekers pagina voor pagina door de soms zeer kwetsbare boeken bladeren.

 

Daarna volgt veel aandacht voor 19de eeuwse uitgaven (met o.a. Jules Verne). De 2oste eeuw komt dan eveneens ruimschoots aan bod, met o.a. Pietje Bell,  Ot en Sien en Nijntje.

 

Deze hal eindigt met de huidige Harry Potter-hype.

 

In twaalf spannende paviljoens worden in Wonderland oude en nieuwe thema's ui t kinder- en jeugdliteratuur met beeld en geluid tot leven gebracht.

 

Bezoekers kunnen reizen naar verre landen, griezelen in een donker bos, mijmeren over lang vervlogen tijden en dingen doen die normaal niet mogen. In één van de paviljoens voeren verhalenvertellers het publiek mee naar exotische werelden. Ze dragen bijzondere verhalen voor uit het Midden Oosten, Afrika, Azië, Suriname en de Nederlandse Antillen.

 

In de twee etages hoge Kinderboekenfabriek kan de bezoeker zijn eigen boek maken om zo te ontdekken hoe het is om schrijver, tekenaar, drukker of uitgever te zijn. Tijdens de tentoonstelling worden speciale activiteiten voor jong en oud georganiseerd. Die staan op de speciale website (www.kb.nl/wonderland) waar ook een virtueel bezoek aan de tentoonstelling mogelijk is.

 


Praktisch:

Nog tot 5 januari  2003

WONDERLAND

Kunsthal  Rotterdam

Museumpark

Westzeedijk 341

3015 Rotterdam

0031-440.03.00

www.kunsthal.nl