U bent hier

Nieuw stadsmuseum in Luik - Le Grand Curtius

Le Grand Curtius

 

We hebben (heel) lang moeten wachten op de opening van Le Grand Curtius maar het loont de moeite en je vergeet algauw de ergernis voor die jarenlange gesloten musea en verzamelingen, eens je kan genieten van het vele moois wat er nu te zien is. 

 

 

GESCHEIDEN EN WEER SAMEN

 

De trein is altijd een beetje reizen. Dat is het zeker wanneer je aankomt in het nog steeds in aanbouw zijnde station Guillemins in Luik. Het bouwwerk van Santiago Calatrava is op zijn minst imposant te noemen. Het is een mooie entrée naar een levendige en historisch boeiende stad die blijkbaar een nieuw élan heeft gevonden. 

 

Wie langs de Maas wandelt ziet zeker het schitterende en opvallende gebouw in rode baksteen, typisch voor de Maaslandse architectuur van de zeventiende eeuw. De vele verdiepingen, de grote kruisramen omrand door kalksteen en het hoge dak bedekt met leisteen laten meteen een belangrijke bouwheer vermoeden. Het was Jan de Corte of Curtius, een rijke industrieel, die op het einde van de zestiende eeuw opdracht tot de bouwwerken gaf. Wat we nu zien en wel eens het 'palais Curtius' wordt genoemd, zijn in feite het gastenverblijf en de opslagruimten van dat complex. 

 

Het werd gebouwd op de plaats waar vroeger het kapittelhuis van de Sint-Bartholomeuskerk stond. Na de dood van Jan Curtius in 1628 splitste men het domein in twee delen. Het gastenverblijf en de opslagruimten werden afgestaan aan de Berg van Barmhartigheid, terwijl de eigenlijke residentie, de talrijke bijgebouwen (paardenstallen, personeelsverblijven, enz.) samen met de tuin in handen bleven van de familie. 

 

Dat blijft zo tot 1734. Nadien komen diverse onderdelen in het bezit van verscheidene eigenaars. In het begin van de twintigste eeuw koopt de stad Luik de delen weer op en herstelt zo, driehonderd jaar nadien, het oorspronkelijke eigendom. Van de originele familieresidentie is niet veel meer over. De diverse eigenaars hebben immers hun eigen bouwplannen doorgevoerd. Men benoemt de delen naar hun belangrijkste bezitters na Curtius: het hotel de Hayme de Bomal, het hotel Brahy en het huis De Wilde. 

 

Het hotel de Hayme de Bomal is op zich al de moeite waard. Het is een elegant neoclassicistisch gebouw geheel in de traditie van de Franse stadspaleizen. Het werd in de achttiende eeuw door Barthélemy Digneffe gebouwd voor Jean-Baptiste de Hayme de Bomal. In de Franse periode was het de prefectuur voor het departement van de Ourthe en verschafte onderdak aan diverse personaliteiten zoals Napoleon die er twee keer kort verbleef. 

 

 

VIJF MUSEA SAMENGEBRACHT 

 

Het totale project heeft een kleine vijftien jaar in beslag genomen. Bouwvergunningen werden afgeleverd en weer ingetrokken, werken werden stilgelegd en meer van die dingen. Het is voor de architecten geen sinecure geweest om van dit gegeven van zeer diverse gebouwen en niveauverschillen één geheel te maken.

 

Het museum blijft een ingewikkeld complex van volumes, gangen en verdiepingen. Het is voor de bezoeker niet altijd even duidelijk in welk onderdeel van het geheel hij zich bevindt. Dat is niet altijd noodzakelijk maar het is toch fijn om je ergens te kunnen situeren. De bouwmeesters hebben er rekening mee gehouden. Regelmatig wordt de bezoeker aangenaam verrast door een doorkijkje hier of daar. Het laat toe om je te situeren in de omgeving en even de ogen te laten rusten op de buitenwereld. 

 

In zo'n ingewikkelde constellatie is een goede signalisatie zeer belangrijk. Daar wordt op twee manieren voor gezorgd. Eerst is er inderdaad een goed uitgekiend net van aanwijzingen die de bezoeker een parcours laat volgen en anderzijds is er het vriendelijk en duidelijk opgeleid personeel dat u met de glimlach de weg wijst. De vriendelijkheid aan de balie en bij de suppoosten is trouwens opvallend en maakt het bezoek nog zo aangenaam. 

 

Het Grand Curtius is eigenlijk een samenbrengen van vijf musea: de gerenommeerde wapencollectie, de bekende en rijke glasverzameling, de archeologische verzameling, de collectie kunstnijverheid en de bijzonder rijke verzameling van Maaslandse kunst. Vanuit die vijf ongemeen rijke schatkamers kunnen de conservatoren een stadsmuseum presenteren dat een internationaal publiek kan aantrekken. 

 

Ze hebben gekozen voor een chronologisch parcours dat ze aanvullen met enkele galerijen die een aspect verder uitdiepen: de glas- en de wapencollecties worden op die manier in aparte onderdelen gepresenteerd. 

 

Zoals het past begint het chronologisch parcours bij de prehistorie met tal van menselijke en dierlijke restanten, vuistbijlen en andere vondsten. Alle inleidende teksten zijn viertalig, de labels bij de voorwerpen enkel in het Frans. Dat lijkt me een goede oplossing omwille van de veelheid aan voorwerpen en aan informatie. 

 

De archeologische collectie van Luik is niet van de minste en wordt door wetenschappers hoog ingeschat. Het oorspronkelijke museum werd in 1909 geopend en kreeg enkele uitzonderlijke schenkingen van tienduizenden stuks. De schenking door Marcel De Puydt was het resultaat van de ontdekkingen en opgravingen in Spy en Hesbaye die van grote betekenis waren voor de studie van de prehistorische mens. 

 

We volgen de loop der geschiedenis en komen bij de Gallo-Romeinen waar heel wat boeiend materiaal wordt getoond. Een topstuk is de vaas van Jupille. Een vaas in terracotta met de bustes van zeven personages in hoogreliëf uitgewerkt. Deze vondst van 1872 heeft haar geheimen nog steeds niet prijsgegeven. Men denkt dat het de afbeelding van de zeven goden en planeten is die hun naam aan de zeven dagen van de week gaven. De echte betekenis van deze rituele vaas uit de omgeving van Bavay, de oude stad van de Nerviërs, blijft een raadsel. 

 

Zeer interessant is de cel die gewijd wordt aan de voormalige Sint-Lambertuskathedraal die de inwoners in 1794 afbraken. Vergeten we niet dat Luik bestuurd werd door een prins-bisschop en de kathedraal werd dus beschouwd als een symbool van de wereldlijke macht van de deze vorst. Het was één van de eerste gotische kathedralen na de Notre-Dame van Parijs, een reusachtig bouwwerk dat eind de twaalfde eeuw werd aangevat en pas voltooid werd in de vijftiende eeuw. 

 

 

EVANGELIARUM VAN NOTGER EN DE MAAGD VAN EVEGNÉE 

 

Op de tweede verdieping begint het parcours met de Maaslandse kunst en het evangeliarum van Notger, één van de topstukken van het museum. Het evangelieboek komt uit de collegiale kerk van Saint-Jean-l'Evangéliste in Luik waarvan bisschop Notger (980-1008) de stichter was. De band van het boekwerk is samengesteld uit verschillende elementen. Een ivoren plaket (eind tiende eeuw) toont een Christus Pantaerator (heersende Christus) de voeten steunend op de aardbodem en omgeven door de symbolen van de evangelisten. 

 

Onderaan knielt de schenker, zonder twijfel is dat Notger, voor een altaar. In de rand van het plaket lezen we in het Latijn: "En ik, Notger, die gebukt gaat onder het gewicht van de zonde, buig de knie voor U, die het universum doet beven." 

 

Rond het ivoor zijn acht plaketten in smaltwerk bevestigd, ze dateren van 1160 en in de tussenruimten werden nog eens vergulde platen aangebracht die dateren uit de vijftiende eeuw, Het manuscript zelf werd waarschijnlijk rond 930 geschreven. 

 

Niet ver van deze bijzondere schat bevindt zich nog een topstuk van het museum: de maagd van Evegnée. Het is een lichtbeschadigde sculptuur in eik van rond 1160 en daarmee één van de oudste 'sedes sapientiae' (zetel der wijsheid) van het Maasland. De Maagd houdt het kind Jezus op de schoot en vormt op die manier voor hem een zetel. De zetel van de wijsheid verwijst naar de troon van de wijze koning Salomon en de appel in de hand van de maagd verwijst uiteraard naar Eva, zij is de nieuwe Eva, zij is de moeder van de Christus, de redder die de schuld van de erfzonde aflost. De collectie hier verdient op zich al een uitstap naar de stad. 

 

 

GRANDEUR EN NAPOLEON 

 

Wanneer de renaissance aan bod komt, wordt er uiteraard en terecht aandacht besteed aan de figuur van Lambert Lombard, de man met de baard die vroeger op de briefjes van honderd Belgische frank figureerde. Deze schilder, architect en humanist was hofschilder bij de prins-bisschop en is onder meer bekend voor zijn reeks schilderijen 'Deugdzame Vrouwen' gemaakt in opdracht van de abdij van Herkenrode, nu her en der verspreid. Vier ervan worden nu op een mooie wijze gepresenteerd in het museum. 

 

We komen inmiddels in de periode van de zeventiende eeuw en zijn aanbeland op de tweede verdieping van het hotel de Hayme de Bomal. Er worden nogal wat meubels getoond, prachtige exemplaren overigens. De presentatie is niet altijd even gelukkig en de architectuur van het gebouw wordt er enigszins door gestoord. De beelden van Jean Del Cour zijn natuurlijk van een bijzonder hoge kwaliteit en doen dat euvel enigszins vergeten. 

 

We komen in de majestueuze traphal en kunnen nu helemaal genieten van de oorspronkelijke grandeur van het paleis. Het is bijzonder vakkundig gerestaureerd met veel oog voor detail en afwerking. Het einde van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw worden geëvoceerd in ruimten van die tijd. Hier worden in de representatiesalons van de eerste etage een bijzondere collectie klokken en serviezen getoond. Een schenking van baron en barones François Duesberg. 

 

De figuur van Napoleon wordt niet vergeten. Hij schonk de stad bij zijn tweede bezoek, als keizer dit keer, een portret dat van hem als consul was gemaakt door Dominique Ingres. Merkwaardig is dat het schilderij gemaakt werd bij de terugkeer van zijn eerste bezoek in 1803 en dat het op de achtergrond de citadel van Luik toont én de Sint-Lambertuskathedraal die in die periode al was afgebroken. 

 

 

TIJD TEKORT

 

De chronologische wandeling staat natuurlijk ook stil bij de negentiende eeuw met de art nouveau van Gustave Serrurier-Bovy, nog één van Luiks bekende zonen. Van hem wordt een volledig ensemble getoond dat meteen een andere Luikenaar een hommage brengt: Eugène Ysaye, de grote Belgische violist. Hij liet zijn studio te Brussel door Serrurier inrichten. Het geheel werd na zijn dood (1931) door de stad aangekocht en is hier nu op een zeer zinvolle wijze opgenomen in het parcours. Misschien zouden een paar koptelefoons met muziekopnames van de gevierde componist hier een fijne aanvulling zijn? 

 

De tocht door de tijd vraagt heel wat aandacht en ook fysiek uithoudingsvermogen. Het is dus niet onterecht dat er ook een fijn cafetaria in het museumcomplex is voorzien met een terras op één van de binnenkoeren. 

 

Wie komt om het glas of de wapens te zien heeft ook nog wat tijd nodig. Beide collecties zijn uitermate gestoffeerd. De glasverzameling kent haar oorsprong bij de grote voorliefde voor dat materiaal van vader Alfred en zoon Armand Baar. Uiteindelijk brachten ze ruim 2.400 objecten van hoog niveau bij elkaar. Na de dood van Armand Baar werd de collectie ondergebracht in het museum en later door de stad gekocht en gestaag uitgebreid. De verzameling bevat nu circa 10.000 voorwerpen en geldt als één van de vijf grootste ter wereld. Het oudste object stamt uit de Egyptische periode. De variatie en kwaliteit zijn van een uitzonderlijk niveau. Uiteraard wordt er aandacht besteed aan de kristalproductie van Val Saint-Lambert, sterk verbonden met de stad en de regio, maar ook hedendaagse glascreaties zijn er te zien. 

 

Het Grand Curtius is een museum dat je best meerdere keren gaat bezoeken, het heeft immers zoveel te bieden dat je er misschien anders een culturele indigestie aan overhoudt. Vergeten we niet dat er in het voormalige gastenverblijf ook nog plaats is voor tijdelijke tentoonstellingen. Daar waar ooit wapens en buskruit werd gestockeerd zal de kunst nu heersen. Kan kunst dan toch de wereld redden?

 

Daan Rau

 


INFO

 

Le Grand Curtius

Open: woensdag t.e.m. maandag van 10 tot 18 uur

Gesloten: dinsdag

Féronstrée 136

4000 Luik

Tel. 04 221 68 17

www.grandcurtiusliege.be