U bent hier

Museum Hôpital Notre-Dame à la Rose - Wat ge aan de minsten der mijnen hebt gedaan

De allegorie van het kloosterleven, olie op hout, tweede helft 16de eeuw.

 

Het Museum Hôpital Notre-Dame à la Rose in Lessen won in 2010 de Museumprijs voor Wallonië. In dit boeiende museum kan je bijna aan den lijve ondervinden hoe zieken de voorbije eeuwen met bedenkelijke geneeskunde en de beste bedoelingen werden verzorgd.

 

 

IN HET AANSCHIJN VAN DE DOOD

 

Wie de kracht niet meer had om te bedelen, werd in het Hôpital Notre-Dame à la Rose in Lessen ontvangen als de heer des huizes. De arme drommel die de zusters Augustinessen binnenkregen, mocht niets geweigerd worden. Het kon wel eens Christus in eigen persoon zijn, want: "Wat ge aan de minsten der mijnen hebt gedaan, hebt ge aan Mij gedaan," zo staat het bij Mattheus. Van 1242 tot 1980 waren in Hôpital Notre-Dame à la Rose onafgebroken zusters Augustinessen aanwezig, al was het beheer vanaf de Franse Revolutie in handen van de Commissie voor burgerlijke godshuizen. De laatste decennia onderging dit 'Uitzonderlijke Erfgoed' van het Waalse gewest verschillende restauraties maar dat hield de tweetalige rondleidingen en initiatieven niet tegen. Zo worden jongeren aangezet om de geschiedenis van de plek te helpen doorgeven. De Museumprijs Wallonië 2010 bewijst alvast dat het museum daar ook mee bezig is.

 

Een duik in de geschiedenis gebeurt hier letterlijk onder de oude ziekenzaal. Naast geraamtes en funeraire offers vond men in de funderingen van de vroegere kapel een liggend grafbeeld. "In stukken," zegt wetenschappelijk medewerkster Elise Bocquet: "Lessen werd vernield in 1304, een uitloper van de Guldensporenslag. Rode en gouden kleurresten wijzen op de heren van Lessen. Het is dus waarschijnlijk een beeld van Arnold IV van Oudenaarde, heer van Lessen en grootbaljuw van Vlaanderen, die behalve de stadswallen van Lessen en de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Pamele (Oudenaarde) ook dit hospitaal op zijn conto heeft. Toen hij zestig was, een respectabele leeftijd in de middeleeuwen, riep de Franse koning Lodewijk IX de hulp in van de Vlaamse heren tegen de Engelsen. Arnold had waarschijnlijk een voorgevoel dat hij zich weldra voor de Heer zou moeten verantwoorden, want hij maakte zijn testament op waarin hij de armen niet vergat. Arnold kwam niet terug van het slagveld en zijn weduwe Alix de Rosoit vervulde zijn wens door in 1242 een hospitaal en een religieuze gemeenschap te stichten. Het is een typisch fenomeen in de twaalfde en dertiende eeuw: de stad lonkte met haar vrijheden, maar eens haar inwoners te oud of te ziek waren om te werken, ontbraken de sociale vangnetten van het platteland."

 

De voorlopers van de openbare ziekenhuizen waren zelfbedruipend. Het hospitaal van Lessen beschikte ooit over 550 hectare land waaronder visvijvers, bos- en weiland en ook hoeves die verpacht werden, want de ziekenzorg zelf was kosteloos. Naast het klooster ligt nog steeds een grote hoeve, die momenteel omgebouwd wordt tot cultureel centrum, met nog een stal en duiven­til uit de zeventiende eeuw. De ommuurde kruidentuin, met de ijskelder en sporen van de stokerij, staat terug vol geneeskrachtige kruiden voor de eigen apotheek.

 

Bocquet toont ons 'geneesblaadjes' (weegbree), papaverhoofdjes met verdovende werking en het bij verkeerde dosis zeer giftige belladonna of wolfskers voor de behandeling van bijvoorbeeld zenuwziektes. Vrouwen verwijdden er hun pupillen mee om zich mooi (bella) te maken. "Een bijkomend voordeel was waarschijnlijk dat de vrouw ook niet meer goed zag met wie ze te ma­ken kreeg," zegt Bocquet.

 

 

BARMHARTIGE MARKETING-VROUW

 

Aan het vierkante hoofdgebouw valt de homogene stijl op, ondanks verbouwingen van de zestiende tot de achttiende eeuw. Al die tijd werd de Vlaamse renaissancestijl aangehouden. Eén vleugel was ziekenboeg, drie vleugels waren privé voor de zusters, die we aan de hand van hun gesigneerde zilverwerk, gebedenboeken, farmopees of apothekershandboeken tot hun grafstenen kunnen volgen. De moeder-oversten geven acte de présence in de voormalige slaapzaal. Zowel de priores, die instond voor de materiële gang van het klooster, als de spirituele leider, de meesterpriester, staan afgebeeld met een schedel, die moest herinneren aan de vanitas, de ijdelheid en tijdelijkheid van ons bestaan. In de keuken, omwille van de toevoer gelegen in de vleugel langs de Dender, staat het Doornikse porselein uitgestald. De zusters nuttigden de maaltijden in stilte terwijl uit heiligenlevens werd voorgelezen. De spirituele voeding was even belangrijk. De vier wanden van de refter zijn bekleed met Passieschilderijen van de zestiende eeuw tot 1760, waarop telkens het portret van de schenker is bijgeschilderd.

 

De apotheek met de pillen- en sirooppotten is heropgebouwd zoals ze er in de jaren 1870-1880 bijlag. Potjes met zilver- en goudpoeder om 'de pil te vergulden' of een toestelletje in krokodilvorm om kurken soepel te maken. Krokodil zat er ook in theriak, een oeroud tegengif dat al gekend was in de oudheid, bewaard in een pot met slangenhandvatten: "Letterlijk betekent theriak 'woest beest': alles samen een zestigtal ingrediënten waaronder slang en bever, en mengstoffen als honing, wijn en opium. Het is twijfelachtig of je ervan genas, maar het zal de pijn verdoofd hebben. Om er zeker van te zijn dat de apotheker er zijn afval niet in dumpte, werd theriak in het openbaar klaar gemaakt," zegt Bocquet. Een van de beroemdste zusters uit de hospitaalgeschiedenis is zuster Marie-Rose Carouy. Zij vond namelijk het wondermiddel Helkiase uit. Tijdens een visioen zou het recept door Christus zelf in haar oor gefluisterd zijn. Dit product werd gepatenteerd, verspreid op missionariskalenders tot in India en Afrika, en gepromoot met dramatische voor-en-na-foto's. Bij het medicijn werd karmijn verwerkt om het een roze kleur te geven, en zelfs de verpakking, met een roos op, was roze. Zuster Marie-Rose hielp bovendien het zoveelste 'Notre-Dame' hospitaal aan zijn naam 'à la Rose' door de stichtster Alix de Roisot weer onder de aandacht te brengen. Bocquet besluit: "Ze was niet zozeer een visionair in geneeskunde, tenslotte bevatte Helkiase kwikzouten die in de jaren 1940 verboden werden, maar ze was zeker een visionair in marketing."

 

 

HUMOREN EN HYGIËNE

 

Ziek zijn is een gevolg van begane zonden, zo was de middeleeuwse opvatting, ziekenzaal en kapel lagen daarom in elkaars verlengde. Wie het bed moest houden, kon toch de mis volgen. Religieuze decoraties herinneren eraan dat alle hoop hier op het geloof werd gericht, eerder dan op de geneeskunde. De oudste ziekenzaal van het Hôpital Notre-Dame à la Rose is gereconstrueerd zoals ze er in 1715 uitzag. Aan de alkoven hangen rode gordijnen die de bloed­vlekken moesten camoufleren. En bloed vloeide er nogal in de tijd van de humorale geneeskunde, waarbij het evenwicht tussen de aanwezige humoren of lichaamssappen werd hersteld door aderlatingen en lavementen. De scherpe vlijmen, laatkoppen in glas om bloed af te tappen en klisteerspuiten zijn maar al te aanschouwelijk. De koperen emmertjes waarin wierook en kruiden werden verbrand, moesten de stank tegenhouden. Pestlijders werden volgens de statuten niet toegelaten, maar tijdens de pestepidemieën in de zeventiende eeuw stonden de zusters noodgedwongen wel een deel van hun kerkhof af. "Aandoeningen als cholera en tyfus zullen in het hospitaal wel verzorgd geweest zijn, maar het waren toch vooral de arme, verzwakte mensen die hier kwamen aansterken met vlees, wit brood, wijn en bier," aldus Bocquet.

 

De snel groeiende bevolking van het porfierstadje Lessen vroeg in 1830 om een tweede ziekenzaal, la salle des hommes, die achter de oude ziekenzaal en boven de Dender werd gebouwd, handig om de pispotten te ledigen. In deze 'hygiënistische zaal' staan nu individuele, ijzeren bedden, ramen op ooghoogte, een autoclaaf om instrumenten te steriliseren, allemaal een gevolg van de ontdekking van ziektekiemen en micro-organismen door Louis Pasteur. De rondtrekkende arts Horace Wells ontdekte het lachgas als verdovingsmiddel, zodat ook de heelkunde er in de negentiende eeuw op vooruit ging. Toen ontstond ook de vakgeneeskunde zoals de tand-, heel-, oog-, of verloskunde waarvan het museum heel wat attributen laat zien zoals valse ogen, een papfles met tuit - echte killers omdat het rubber slangetje vol bacteriën zat - maar ook de karbolzuurverspreider van Pasteurs leerling Joseph Lister waarmee men plaatselijk kon ontsmetten en veel leed besparen. Ons vege lijf, dat is ook het thema van de ingrepen in het hospitaaldecor door de hedendaagse kunstenaar Alain Bornain. Een neonlamp knippert elke seconde 2.500.000.000", de gemiddelde levensverwachting van een kind dat vandaag in Europa geboren wordt.

 

 

DE BOCHTIGE WEG

 

Het voormalige hospitaal is gevuld met reliekschrijnen, schilderijen, kofferbanken en credenskasten, bedoeld om gerechten op voor te proeven, uit de vijftiende tot negentiende eeuw. Het waren ooit de bruidsschatten van intredende kloosterzusters of schenkingen van rijke families die hiermee hun hemel afkochten. Populair waren didactische en moraliserende werken die de kloosterlingen op het juiste pad moesten houden, zoals het schilderij De allegorie van het kloos­terleven. "In ware stripverhaalstijl," zegt Bocquet: "Het gaat over de keuzes die je maakt in het leven. Bij een vrouw in bontjas en met een gitaar, frivole attributen, staat de duivel al te zwaaien met de zandloper. Een novice die lonkt naar het buffet, wordt ook al door hem aangepord. Op een smallere en veel bochtiger weg naar zielenrust hebben de zusters het knap lastig met het dragen van het zware kruis dat het kloosterleven soms is, maar Christus, met een aureool als een trouwring, helpt met dragen."

 

Op het schilderij Bewening van Christus door de heilige vrouwen is een zeldzame androgyne Christus, met baard én borsten, afgebeeld. Bocquet spreekt over een zeldzaamheid in de iconografie: "Tal van godsdienstige teksten wijzen wel op Christus' vrouwelijke kenmerken van zelfopoffering en zorg, en hebben het over Gods woord dat via Jezus tot bij de mensheid werd gebracht, zoals moedermelk. In de negentiende eeuw werd Jezus' boezem overschilderd. Ook vandaag zijn er nog altijd bezoekers die de moderne boodschap niet weten te appreciëren."

 

An Devroe

 


ILLUSTRATIES

De allegorie van het kloosterleven, olie op hout, tweede helft van de 16de eeuw

Helkiase: pakjes, flessen en reclamebord

Tuin met geneeskrachtige kruiden

De ziekenboeg van de kloosterzusters

De leeszaal en de bibliotheek van het Hospitaal

De luxueuze vertrekken van Monseigneur

Autoclaaf voor ontsmetting, eind 19de eeuw

De hoeve van het Hospitaal

Tinnen vaatwerk op de eettafel in de 18de-eeuwse ziekenzaal


INFO

Museum Höpital Notre-Dame à la Rose

Open tussen begin april en einde oktober op zaterdag, zondag en feestdagen van 14 tot 18.30 uur

Place Alix de Rosoit

7860 Lessen (Lessines)

Tel. 068 33 24 03

http://www.notredamealarose.com/?lang=nl