U bent hier

Museum für Zeitgenössische Kunst Eupen - Baken voor de Duitstalige Gemeenschap

Roger Greisch, Sérénité, 198 7, olieverf op doek, 150 x 150 cm, IKOB Collection.

 

Eupen is een eindstation, je komt er niet zo gauw. Het is best een leuke provinciestad met tal van gebouwen van de hand van vader en zoon Couven, barokarchitecten die in de streek van Aken bedrijvig waren, en met het IKOB. 

 

 

EERSTE, VERKEERDE, INDRUK 

 

Aankomen in het stationnetje van Eupen is een wat merkwaardige ervaring. Langs een megalomaan en halfleeg staand winkelcentrum kom je via roltrappen in de benedenstad. En dan hoef je maar de hoofdstraten te volgen om in het centrum te arriveren en op zoek te gaan naar IKOB Museum. 

 

Het centrum is gehuisvest in een gebouw dat niet bepaald een architecturaal hoogstandje is, ergens tussen het politiekantoor en de plaatselijke supermarkt. Daar waar je de ingang vermoedt is de deur gesloten en blijkt zich de ambassade van de République Libre de Clairefontaine te bevinden. Het brengt de bezoeker even in de war. .. een kunstproject natuurlijk. 

 

Wat verder is er een terras met een sculptuur van Peter Buchholz, het is hartvormig en wijst je de weg naar de hoofdingang. Wanneer ik IKOB bezoek oogt die ingang erg rommelig, het geeft de indruk dat men nog volop een tentoonstelling aan het inrichten is. Maar dat is dan wel een verkeerde indruk. Er is een tentoonstelling van de Waalse kunstenaar Jacques Lizène aan de gang en bij het binnenkomen wordt de bezoeker met de installatie Museumsdepot uit 1970 geconfronteerd. 

 

Na wat rondkijken komt er een vriendelijke dame naar de balie en even later duikt Francis Feidler op. Hij is de man die ik zoek. Joviaal en communicatief, zo kan je hem omschrijven. Hij ligt aan de basis van dit initiatief. Hij was eertijds zelf kunstenaar en vooral met 'Elastikommunikation' bezig. Hij ziet dat als iets rekbaars, elastisch, iets wat voortdurend moet aangepast worden. "Men moet ook in zichzelf geloven om een goede kunstenaar te zijn," zegt hij en gaat dan over naar ons onderwerp van gesprek: het IKOB. 

 

 

ARTISTIEKE STROMINGEN OVER DE GRENZEN

 

Het IKOB heeft als bijkomende titel 'Museum für Zeitgenössische Kunst Eupen' en heeft wel degelijk een eigen collectie. Het werd in 1993 opgericht door Feidler, samen met een groep van kunstliefhebbers. Ze stelden zich tot opdracht regelmatig tentoonstellingen van enige betekenis te organiseren én een verzameling van hedendaagse kunst aan te leggen. Het was niet de bedoeling een platform voor de kunstenaars uit de streek te creëren, wel om de aandacht te vestigen op de artistieke stromingen die over de grenzen heen kunstenaars verenigen. 

 

Een eerste initiatief in het stichtingsjaar brengt werk van Eerlinde De Bruyckere, Jacques Charlier, Patriek Corillon, Ann-Veronica Janssens, Bernd Lohaus, Guillaume Bijl en tal van anderen in de parken van Eupen. Kontakt 93, zo werd het initiatief genoemd, groeide uit tot een manifestatie die de toon zette. Het maakte meteen de bedoelingen van het nieuwe centrum duidelijk. De mensen van de Duitstalige Gemeenschap werden geconfronteerd met de belangrijke beeldende kunstenaars uit ons land. 

 

Vier jaar later volgde een nieuw initiatief. Volle Scheunen (volle schuren) was een project waarbij in twaalf schuren in twaalf verschillende dorpen een installatie werd gerealiseerd en waarbij de eigenaars van die schuren ook actief werden betrokken. Deze keer werd gekozen voor kunstenaars met een internationale renommée: Tony Cragg, U go Dossi, Gloria Friedmann, Mar ie Jo Lafontaine, Lydia Schouten en anderen waren van de partij. Het was een initiatief dat een ruime en internationale weerklank kreeg en waar ook nu nog door andere curatoren graag naar verwezen wordt.  

 

 

RUIMTE VOOR DE VASTE COLLECTIE 

 

Het is nu tien jaar geleden dat IKOB een verdieping kon afhuren in een commercieel gebouw en zo haar eigen tentoonstellingen kon realiseren. Er werd nagedacht over een programma én over de samenstelling van een eigen collectie. Francis Feidler ontpopte zich tot de drijvende kracht en begon in 2003 gesprekken met talrijke belangrijke kunstenaars om een schenking van hen los te krijgen. De Luikse kunstenaar Jacques Charlier was de eerste die positief reageerde. Niet zonder zin voor humor stelde hij zijn werk Sainte Rita et la prière des désespérés (1993) ter beschikking. Meer dan vijftig andere kunstenaars volgden zijn voorbeeld en zorgden er op die manier voor dat het museum over een representatieve verzameling ging beschikken. De vrienden van het IKOB doen eveneens een duit in het zakje en kopen werken aan of stellen fondsen ter beschikking om de productie van bepaalde werken te bekostigen. 

 

Er wordt binnenkort gestart met uitbreidingswerken dankzij de milde steun van een mecenas. Het is misschien ook belangrijk te stipuleren dat het centrum een vzwstructuur heeft, dit laat een grote flexibiliteit toe en geeft de initiatiefnemers toch een grote mate van onafhankelijkheid. Het museum kan duidelijk rekenen op de steun van de Duitstalige Gemeenschap. De inmiddels ook in Vlaanderen bekende minister-president is er een regelmatige gast. Nu is er weinig mogelijkheid om de vaste collectie te tonen, de tijdelijke tentoonstellingen nemen immers de grootste oppervlakte in beslag. Eens de uitbreiding gerealiseerd, zal uiteraard aan dit euvel verholpen worden. 

 

De verzameling kan natuurlijk niet concurreren met de grote musea in ons land, daarvoor zijn de budgetten te beperkt en ook aan de gulheid van de kunstenaars zijn er grenzen. Toch is er interessant werk te vinden van figuren die bij ons minder bekend zijn. Zo is er kunst te zien van getalenteerde, abstracte schilders als Léopold Plomteux (01920), Victor Noël (1916 - 2006) en Roger Greisch (1917- 1999). Bij de jongere generatie van schilders vinden we zowel Yves Zurstrassen, Johan Tahon, Eert De Beul, Denmark als 'onze' Ronny Delrue terug. Ook een figuur als Günther Förg ontbreekt niet op het appel. Het is duidelijk dat men tracht de betekenisvolle kunstenaars van de regio te confronteren met kunstenaars van aangrenzende regio's en op die manier een dialoog tot stand te brengen, on moetingen te creëren. 

 

 

LET OOK OP DE VOORDEUREN

 

Met betekenisvolle tentoonstellingen probeert men het eigen publiek voor de hedendaagse kunst te sensibiliseren en op de hoogte te houden van wat er reilt en zeilt in de kunstwereld. De tentoonstelling van Jacques Lizène, die zichzelf omschrijft als 'petit maître liégeois de la médiocrité', is zeker niet van die aard dat het een breed publiek zal charmeren. Het vergt enige moed om dit te doen en het getuigt van de doelstellingen die het centrum zich gesteld heeft. "Het geheel wekt de indruk dat de tentoonstelling nog in opbouw is, nog niet af is. Maar niets is af. Lizène wil juist storende kunst maken, geen blijvende," zo vertelt Francis Feidler vol vuur. "Hij wil in de Petit Larousse opgenomen worden voor één jaar en dan weer verdwijnen. Weet je, hij heeft zich vóór veertig jaar al laten castreren. Hij wil echt verdwijnen in het niets."  

 

Een volgende tentoonstelling is gewijd aan het nieuwste werk van Yves Zurstrassen. Hij experimenteert voortdurend, werkt met collages en decallages die hij tot abstracte werken sublimeert. De kunstenaar is in 1956 geboren in Verviers en woont en werkt nu in Brussel. Hij heeft er dit jaar een nieuw metrostation van zijn werk voorzien. 

 

Op stapel staat nog een project rond fotografie in het kader van de Luikse fotografiebiënnale en een tentoonstelling met werk van Kati Heek (Düsseldorf 1979). Onder de titel Barockes Denken zullen een reeks van baar schilderijen met sterk fotografische referenties gepresenteerd worden. Ze woont en werkt in Antwerpen en van haar kon het grote publiek reeds werk zien tijdens de tweede Beaufort in 2006 in de Theresiakerk te Bredene. Ze bouwt ondertussen verder aan een internationale carrière. 

 

In 2011 wil Francis Feidler een tentoonstelling realiseren rond abstractie zoals die vandaag beoefend wordt en dat is heel verschillend van de vroegere tendenzen. Onder meer het gebruik van computer en digitale media spelen hierbij een rol. 

 

Het is duidelijk: IKOB heeft een niet onbelangrijke rol te spelen binnen de Duitstalige Gemeenschap en ook daarbuiten, het museum brengt immers kunstenaars onder de aandacht die bij ons misschien wat minder in de belangstelling staan en toch de moeite waard zijn. Een verplaatsing naar Eu pen is een leuke uitstap en als u dan toch het stadje verkent, let eens op de deuren van de huizen, meestal zijn die nog authentiek. Je vindt er prachtige achttende-eeuwse exemplaren bij zoals bij de kantoren van het lokale dagblad Grenz-Echo. De mensen in de Duitstalige Gemeenschap voelen duidelijk minder die aandrang om hun voordeuren door lelijke aluminiumexemplaren te vervangen. Wij kunnen hier iets leren.

 

Daan Rau 

 


INFO

 

IKOB Museum für Zeitgenössische Kunst Eupen

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 13 tot 17 uur

Gesloten: maandag

In den Loten 3

4700 Eupen

tel. 087 56 01 10

www.ikob.be

 

Tentoonstelling

'Grid Paintings' van Yves Zurstrossen

Nog tot 10 januari 2010