U bent hier

Meester van de H. Lucia - H. Lucia

Meester van de H. Lucia - H. Lucia

Dit beeld van de H. Lucia is zeer mooi en toch blijkt er iets geheimzinnigs aan. Is het u niet opgevallen dat de naam van de heilige in de titel tweemaal vermeld wordt ? De reden is dat wij de naam van de beeldhouwer niet kennen. Naar de bestaande gewoonte zouden wij dus kunnen gewagen van een anonieme, een onbekende meester, maar te Parijs waar het kunstwerk enige jaren geleden tentoongesteld werd, heeft men het anders gedaan. Men heeft hem naar het beeld zelf de Meester van de H. Lucia geheten. Over de kunstenaar en zijn leven weten wij alleen dat hij dit beeld gemaakt heeft. Niettemin mogen wij veronderstellen dat het niet zijn enig werk is. Een kunstenaar met een plastisch uitdrukkingsvermogen als hij te genieten geeft is niet aan zijn proefstuk. Als wij zijn H. Lucia bekijken, wordt het duidelijk dat hij de visie had van een rasecht beeldhouwer en ongetwijfeld gewoon was met fijner werktuigen dan hamer en beitel om te gaan. Ook de geschiedenis van het beeld blijft in het duister gehuld. Wie heeft het besteld ? Welke bedoeling had de opdrachtgever ? Was het beeld bestemd voor een bedevaartplaats, een kerk of kapel ? Hoe kwam het in de parochiekerk van Oostham terecht ? Daarover is niets bekend. Er staat zelfs nergens geschreven dat het beeld de H. Lucia voorstelt. Alleen de traditie wil dat zij het is, al zijn er ook andere gegevens die de toeschrijving schijnen te wettigen. De H. Lucia was een maagd uit Syracuse, die in 304 de marteldood is gestorven. Volgens de legende zou zij de gruwelijkste folteringen ondergaan hebben. Veroordeeld om naar een bordeel te worden gevoerd, kon een span van vier ossen haar niet verplaatsen. Om zogenaamd de boze geesten uit haar te verdrijven werd ze in een bad van kokende urine ondergedompeld. Haar oren werden vol gesmolten lood gegoten, haar tong en tanden uitgerukt en haar ogen uitgestoken. Tenslotte werd zij tot de brandstapel verwezen ; maar ook dat overleefde zij, zodat zij uiteindelijk met een zwaard werd onthoofd. In de volksmond leven nog andere versies over haar marteldood. Maar dat alles is legende. Toch verschaft de legende voldoende bijzonderheden om de naam van het beeld te rechtvaardigen. Weinige jaren geleden hield het nog in zijn linkerhand een houten geschulp-teerde palmtak : kenteken van de maagdelijkheid. In zijn hals gaapt een opening, waarin vroeger naar alle waarschijnlijkheid een zwaard was gestoken. Vooral dat laatste detail is een overtuigende aanwijzing. In de schilder- en beeldhouwkunst zijn nog voorstellingen bekend van de H. Lucia waarvan de hals met een zwaard is doorboord en die verder zoals het beeld van Oostham een boek en palmtak dragen. Vrouwelijke heiligen afbeelden was in de 15e eeuw erg in de mode. De heilige Lucia was met de heilige Barbara, Goedele, Catherina, Margaretha, Agnes en vanzelf sprekend ook de heilige Maagd, een zeer geliefd onderwerp in de beeldhouwkunst. In de eerste helft van de 15e eeuw, de periode waarin naar algemeen wordt aangenomen, het beeld van Oostham vervaardigd werd, ging de voorkeur van talrijke kunstenaars en opdrachtgevers nog naar dezelfde populaire heiligen, die door het volk in het bijzonder vereerd werden omdat hun hulp tegen bepaalde kwalen en ziekten werd ingeroepen. Men kan in die periode hoofdzakelijk twee strekkingen in de beeldhouwkunst onderscheiden : de vooruitstrevende renaissancistische, de moderne stroming van toen, die uit Italië in onze streken was doorgedrongen en de traditionele, die het schoonheidsideaal van de gotiek nog niet had prijsgegeven. Beide richtingen hebben in de 16e eeuw enige tijd naast elkander bestaan. Het beeld van de H. Lucia behoort tot de traditionele stroming en sluit dus aan bij de kunst uit het einde der 15e eeuw. Voornaamste kenmerk van die richting is de zogenaamde gotische S-lijn, die we terugvinden in de houding van de figuren. De H. Lucia van Oostham vertoont eveneens die S-lijn, zij het ook in spiegelbeeld. De figuur steunt op het rechterbeen. Onder het kleed is het linkerbeen zichtbaar, doordat de knie licht gebogen en de voet een weinig naar voren geplaatst is. De rechterheup is daardoor wat hoger dan de linker. Om niettemin het evenwicht in de houding te bewaren, laat de beeldhouwer bovenlichaam en hoofd in tegengestelde richting neigen. Dat geeft het beeld een uitzonderlijke gratie en sierlijkheid. Het evenwicht wordt beklemtoond door het boek, dat de heilige in haar uiterst verfijnd gesculpteerde maar te grote hand draagt. Die hand met het boek vindt in de compositie van het geheel haar tegengewicht in het grote vlak van linkerdij en knie. Beide compositorische vlakken liggen in de curve van de vermelde S-lijn. De compositie wordt links en rechts begrensd door de wijde afhangende mouwen en daaronder door de rustige en sierlijke plooien die het gehele beeld binnen twee denkbeeldige verticale lijn sluiten. De plooien zijn met elkander verbonden door de zoom van het bovenkleed, dat in een halve cirkel boven het scheenbeen hangt. Daarentegen is de ruimte tussen de mouwen door ietwat onrustiger plooien gevuld. Ze schenken aan het grote middenvlak van het beeld zijn plastische waarde. De variatie door de verticale en horizontale lijnen teweeggebracht maakt van het kunstwerk een harmonisch geheel. Wellicht is dat alles spontaan onder de hand van de kunstenaar gegroeid even spontaan als men het ontdekt wanneer men voor het beeld plaats neemt en alleen maar kijkt zonder vragen te stellen. Men geraakt gewoon niet uitgekeken. Besteden wij even onze aandacht aan het hoofd, de zorgeloos naïeve expressie, het hoge voorhoofd, de wenkbrauwbogen, de luikende oogleden en de mond die glimlachend geopend is. Roept dit gelaat ons niet plotseling, een der zingende engelen van Van Eycks 'Lam Gods' voor ogen? Vergeten wij ondertussen niet dat wij een houten beeld bewonderen 1 De materie lijkt wel vergeestelijkt. Dat meesterschap over de stof bewijst de vakkennis en bezieling i'an de kunstenaar. Nog hebben wij de H. Lucia alleen van de voorzijde bekeken. Typisch voor een beeld is nochtans dat het rondplastisch is, dat men het langs alle zijden kan waarnemen. Hier evenwel niet ! De rondplastiek is in de West-Europese kunst niet altijd in de mode geweest. De Meester van de H. Lucia heeft blijkbaar bewust een beeld gemaakt dat wij van voren moeten bezien. Alleen het hoofd is drie-diemensionaal. Van onder een eenvoudig hoofddeksel, dat met een band onder de kin vastgemaakt is, hangen twee zware haarvlechten op de oren. Achter op het hoofd komen de vlechten samen. Vandaar valt het haar los en omlaag op de rug. Als wij het beeld volledig van terzijde bekijken, menen wij op het eerste gezicht anatomische fouten te ontdekken. De figuur heeft namelijk geen armen. Dat is echter geen gevolg van onkunde. Integendeel, want de kunstenaar heeft een beeld gemaakt dat tegen een muur zou geplaatst worden. Hij wist derhalve dat men het zelden van terzijde zou bekijken, maar gewoonlijk wel van voren. Van die kant uit gezien en evenmin van driekwart links of rechts, valt het ontbreken van die armen op. Ook daardoor wordt bewezen dat de beeldhouwer de visie had van een rasecht kunstenaar. Wanneer men als toerist, als toevallig bezoeker, het beeld van de H. Lucia in de kerk van Oostham ziet, zal men er wellicht zonder belangstelling aan voorbijlopen. Het grijsgroene kleed maakt een stofferig vuile indruk ; het leidt dermate de aandacht af dat men de kleur niet meer ziet, al zit er nog een groot deel van de oorspronkelijke polychromie op en verder ook geen oog heeft voor de sculpturale details, de compositie en artistieke waarde van het beeld. Voor wie het zien wil, ligt hier nochtans onder stof en ouderdomskwet-suren een onvermoede schoonheid en rijkdom te ontdekken.