U bent hier

Kalmthout als kunstenaarsdorp - De Grijze School op de heide

De grijze school op de heide
Adrien joseph Heymans (1839 -1921), Heidelandschap met herder, waakhond en kudde schapen bij drinkplaats, olieverf op paneel, 33, 5 x 55 cm, Privéverzameling Amsterdam.

 

In de tweede helft van de negentiende eeuw trof men de avant-garde niet aan in de schaduw van kunstgalerijen en villa’s van verzamelaars. Men moest ze ver gaan zoeken, in allerlei eerder onbekende uithoeken van het land, ver van de salons en het cliënteel. Op de Kalmthoutse heide bijvoorbeeld.

 

 

 

BARBIZON ACHTERNA

 

 

In de tweede helft van de negentiende eeuw zochten kunstenaars de natuur op, om haar te schilderen zoals zij was, in volle eerlijkheid. Die eerlijkheid is een sleutelbegrip in de realistische schilderkunst van die periode en over dit onderwerp is toen veel inkt gevloeid. Het ging er niet alleen om het verfraaien en stofferen van landschappen - een gebruik in de romantische schilderkunst - achterwege te laten, maar ook de soms larmoyant moraliserende boodschappen. De schilder werd geacht weer te geven wat hij zelf geobserveerd had. En om goed te zijn moest dat alles ter plaatse geschilderd worden zodat men de natuur bij wijze van spreken nog kon ruiken. Dat schilderen in open lucht, het pleinairisme, gold dan ook als hét van hét - tenminste voor de kopers van hedendaagse kunst - in vergelijking met de burgerlijke salonkunst (historische of religieuze taferelen, familieportretten, genrestukken) die in ateliers tot stand kwam.

 
 
Het voorbeeld van de kunstenaarsdorpen en het schilderen in open lucht is het Franse dorpje Barbizon ten zuiden van Parijs, in het woud van Fontainebleau. Dat trok vanaf het midden van de negentiende eeuw heel wat kunstenaars aan, ook uit België. Men kan nochtans de vraag stellen of onze schilders dat voorbeeld echt nodig hadden; de realistische landschappen hebben in onze kunst een lange traditie. Maar de mode kwam nu eenmaal uit Parijs. Bij de Belgische schilders die Barbizon bezochten, vindt men naast Xavier en César De Cock, die in de Parijse salons naam maakten, schilders als François Lamorinière, Adrien Joseph Heymans en Isidore Meyers. Via deze drie kunstenaars bestaat er een band tussen Barbizon en Kalmthout.
 
 

 

OOK VINCENT VAN GOGH

 

 
Wat maakte van Kalmthout een speciale plek? In het midden van de negentiende eeuw was het een verloren gehucht in de Kempen ten noorden van Antwerpen. Het landschap bestond uit een uitgestrekt duinengebied, doorspekt met stukjes heide. Juist dat grote duinengebied trok de kunstenaars aan. Voor de gemeente Kalmthout had dat landschap echter geen enkele waarde en men gaf in 1888 maar liefst 600 hectaren in concessie aan baron Terwagne voor zandwinning. Zo verdwenen de meest opmerkelijke duinen. Men heeft soms de indruk dat de realistische schilders in beeld brachten wat nog over was. In Tervuren was het al niet veel beter. Toen de schilders er neerdwarrelden was men bezig het rooien van meer dan de helft van het oorspronkelijke woud te beëindigen.
 
 
De kunstenaars vertelden graag over hun expedities in wat op een wildernis moet geleken hebben voor de burgerij die kunst kocht in de salons. Maar zo erg was het nu ook niet. Bekijkt men de locatie van de meeste kunstenaardorpen in Europa, dan stelt men vast dat die zelden ver liggen van een grote stad en dat er een vorm van openbaar vervoer (spoorweg of tram) bestond. Zo werd Kalmthout in 1854 plotseling verbonden met Antwerpen (en Rotterdam) door de aanleg van een spoorlijn. In Tervuren was er een postkoets naar Brussel (die een tijd uitgebaat werd door Coosemans, die later schilder werd) en daarna kwam er een rechtstreekse tramverbinding.
 
 
Feit is dat het landschap in Kalmthout veel schilders aantrok, net als andere vergelijkbare sites in Genk en Mol. In het mooie boek De Kalmthoutse of Grijze School en haar tijdgenoten publiceren Marina Van Aert en Jean Bastiaensen het resultaat van hun opzoekingen in verband met de kunstenaars die er kwamen werken: zij komen aan een veertigtal namen, waarbij zeven buitenlanders. Bij deze laatste is de belangrijkste schilder Vincent Van Gogh, die Kalmthout (hij schreef Calmpthout) herhaaldelijk vermeldt in zijn brieven. Van Gogh was tenslotte een kind van de streek. Er waren nog andere schilders uit Nederland: Willem Roelofs en Evert Pieters. Deze laatste was een leerling van Theodoor Verstraete en vergezelde zijn meester tijdens diens tochten in een woonwagen (een verplaatsbaar atelier) in de streek. De auteurs signaleren nog de aanwezigheid van een Deen, een Spanjaard en een Amerikaan.
 
 

 

MELANCHOLIE EN MISTROOSTIGHEID

 

 
De studie van Marina Van Aert en Jean Bastiaensen heeft twee grote delen. Het eerste is de bespreking van de vijf belangrijkste schilders van Kalmthout: Jacques Rosseels, Isidore Meyers, Adrien Joseph Heymans, Florent Crabeels en Théodore Baron. Dan volgt een bespreking van het werk van dertien tijdgenoten, bij wie Lamorinière, Van Leemputten, Courrens en Van de Velde; schilders die in een losser verband staan met Kalmthout. Op die manier kunnen zij ook de positie van Kalmthout nauwer bepalen, in een tijd waarin er veel en soms maar kortstondig kunstenaarsdorpen ontstonden.
 
 
De auteurs leggen sterk de nadruk op een aspect van het realisme, als kenmerk van de Kalmthoutse school: de grijsschildering, meer bekend via de Franse term L'école du gris. De zandige ondergrond, die overal te zien was, de hemel vol wolken, de nevel, de mist zijn zoveel elementen die de schilders naar grijs doen grijpen. In Frankrijk hadden Daubigny en Corot al het voorbeeld gegeven. Het resultaat: "Hun werk roept dikwijls een melancholische stemming op, waarbij de grijze tonaliteiten een sfeer van mistroostigheid creëren." Deze grijze mode heeft niet zolang geduurd, maar het is wel een belangrijk moment geweest in de evolutie van het realisme naar het inheemse impressionisme in het werk van Franz Courtens en Isidore Verheyden, en het vroege werk van Ensor en Van Rysselberghe. De kritiek vond al dat grijs maar niets. De auteurs citeren een commentaar uit De Vlaamsche School van 1870: "Op zekeren afstand doen hunne stukken goed, maar van nabij schijnt alles geblazen, iets wat zeker niet voldoende is voor een kunstwerk; deze bemerking slaat vooral op de werken van de heeren J. Rosseels, J. Meyers, A.-J. Heymans van Antwerpen. Daarenboven schijnen deze schilders eene schaar volgelingen te hebben, iets wat de zaak nog erger maakt."
 
 
 

GEEN SCHOOL ZONDER HERBERG

 

 
Een paar kunstenaars die hetzelfde landschap schilderen volstaan niet om van een schilderschool te spreken. De auteurs leggen de klemtoon op de gemeenschappelijke manier van schilderen (het grijs) en vermelden nog een ander, ook zeer belangrijk, element: een herberg. Het aantal kunstenaarsdorpen in Europa zonder herberg moet miniem zijn. In Kalmthout was dat Het Pannenhuis, waar de kunstenaars ook konden verblijven en redetwisten of het roerend eens worden over hun manier van werken.
 
 
Maar er was nog iets beters: midden in de zandvlakte (waar de afgravingen gebeurd waren) stond een houten barak, Cambus genaamd, die door de arbeiders gebruikt was, maar nu uitgebaat werd door een zekere Cornelia Teysen, bekend als Moeder Kee. Zij maakte er een ontmoetings- en verblijfplaats voor kunstenaars van, midden in de site. Kalmthout bleef immers schilders aantrekken en de Cambus bleef bestaan tot ca 1925.
 
 
De school van Kalmthout - in de negentiende eeuw was het begrip 'school' zeer ruim - is sterk verbonden met die van Dendermonde. De landschappen zijn zeer verschillend, maar het zijn gedeeltelijk dezelfde schilders. Jacques Rosseels werd in 1865 directeur van de academie van Dendermonde en hij slaagde erin Isidoor Meyers aan te trekken als leraar. Zo liggen twee Kalmthoutse schilders aan de basis van de Dendermondse School. Men zou ook kunnen stellen dat de groep van Kalmthout geleid heeft tot het ontstaan van een kleine kunstenaarskolonie in Wechelerzande, met Adrien Joseph Heymans, Florent Crabeels, Jacques Rosseels en Henry Van de Velde (deze laatste was daar maar kortstondig bij betrokken).
 
 
Het speurwerk van Marina Van Aert en Jean Bastiaensen heeft ertoe geleid dat nu heel wat werken over Kalmthout gelokaliseerd en ten dele gepubliceerd zijn. Dat is een belangrijke bijdrage aan onze kennis van het negentiende-eeuwse realisme. Het is dank zij hun werk nu veel eenvoudiger een lijn te trekken tussen de twee zo verwante scholen, Kalmthout en Dendermonde. En het plaatst Kalmthout nu duidelijk op de artistiek kaart van de kunstenaarsdorpen in Europa.
 
 
Joost De Geest
 

 

AFBEELDINGEN:

Te bekijken in PDF-formaat.

  • Théodore Baron (1840-1899), Duinen te Kalmthout, olieverf op doek, 30 x 50 cm, Privéverzameling Kalmthout.
  • Jacques Rosseels (1828-1912), Heidelandschap, olieverf op doek, 35 x 60 cm, Privéverzameling.
  • Adrien Joseph Heymans (1839-1921),Heidelandschap met herder, waakhond en kudde schapen bij drinkplaats, olieverf op paneel, 33,5 x 55cm, Privéverzameling Amsterdam.
  • Schilders in de Kalmthoutse heide anno 1901 (postkaart)
  • Isodore Meyers (1836 - 1916), Na de regen, olieverf op doek, 61 x 100 cm, Privéverzameling Ekeren.
  • Het café op de heide, De Cambus anno 1907 (postkaart)


 

Info

 

Tentoonstelling

De Kalmthoutse of Grijze School en haar tijdgenoten

Van 15 september tot en met 11 november 2007

Open: woensdag, zaterdag, zon- en feestdagen van 14.00 tot I 8.00 uur

 

Art & Gallery De Markgraaf

Kastanjedreef 59

2920 Kalmthout

Tel. 03 666 61 01

www.demarkgraaf.be

 

Boek

Marina Van Aert en Jean Bastiaensen

De Kalmthoutse of Grijze School

112 blz.

Beschikbaar vanaf 3 oktober 2007

Prijs: 29,95 euro

ISBN 978-90-209-6805-7

Uitgeverij Lannoo