U bent hier

Jean-Paul Laenen - De zonnepijl

Jean-Paul Laenen - De zonnepijl

Het is opvallend vast te stellen dat omzeggens in elk interieur een of ander kunstwerk(je) aanwezig is. Ook de kunstwereld zelf speelt zich hoofdzakelijk binnenkamers af. Kunstenaars exposeren in een galerie, steden herbergen hun kunst in musea. In de stad zelf, langs de straat, op een plein ontmoeten wij zelden een kunstwerk, tenzij een niemand aansprekend 'standbeeld' van een meestal vergeten historisch verdienstelijk man. Nochtans brengt de mens een aardig deel van zijn tijd door op de weg van zijn woning naar het werk en omgekeerd. En aangezien de behoefte bij de mens bestaat om bewust of onbewust in de aanwezigheid van de kunst te leven, kan men zich de vraag stellen of het niet zinvol zou zijn een samenspel van kunst en omgeving ook dààr zichtbaar te maken waar dagelijks duizenden mensen voorbijkomen. Daarvoor zijn verschillende oplossingen: ofwel kan men het kunstwerk invoegen in de omgeving, ofwel kan men de ervaring van de omgeving opvangen. Hierdoor zou men de visuele vervuiling van eentonige woonmilieus kunnen onderbreken. Allerlei kunstenaars houden zich op uiteenlopende wijze met dit probleem bezig, en maken hiertoe voorstel-projecten. Deze sterven echter te vaak een zachte dood in de talrijke commissies, die op last van allerlei instanties werden in het leven geroepen om over de uitvoering te beslissen. Een duidelijk voorbeeld van zo'n situatie is het ruimtelijk ontwerp dat de Mechelse kunstenaar Jean-Paul Laenen heeft gemaakt in opdracht van het Belgisch Ministerie van Openbare Werken voor een kunstobject voor het nieuw Provinciaal Gouvernementsgebouw aan de Koningin Elisabethlei te Antwerpen, waarvan de uitvoering voorzien was in 1972. Het ruimtelijk ontwerp zou ingeplant worden aan de oprit tussen de Koningin Elisabethlei en het 86 meter verder liggende torengebouw (64 m hoog) van het Provinciaal Gouvernementshotel, waarin de publieke diensten, de raad- en vergaderzalen en dergelijke over zeventien verdiepingen verspreid liggen. De ongeveer 2.000 m2 vrije ruimte tussen straat en gebouw hield voor Jean-Paul Laenen de mogelijkkheid in om een boeiende relatie, een zinvolle overgang te creëren, zowel voor de honderden ambtenaren, die daar werkzaam zijn, als voor de toevallige bezoekers. Van meetafaan was Jean-Paul Laenen bezig met deze totaalsituatie en geenszins met een losgedacht object dat een symbool zou kunnen uitdrukken van het prestige en de glorie van de provincie. Integendeel, Laenen dacht in de eerste plaats aan de mensen die daar dagelijks voorbij komen en zou dan ook zijn ontwerp in die zin uitwerken door vooreerst het voetgangersverkeer duidelijk van het wagenverkeer te onderscheiden, door de natuur in al haar facetten in te schakelen, zowel de bestaande bomen, struiken en een paar zeldzame magnolia's, als het opvangen en het uitfiltreren van het zonlicht, en tenslotte de mens zelf uitnodigend deelachtig te maken in steeds wisselende situaties. Dit bereikt de Mechelse kunstenaar door de constructie van wat hijzelf noemt: een 'zonnepijl'. Deze zonnepijl bestaat uit drie volgens de zonnestanden georiënteerde diagonaal opklimmende en tevens naar het midden toe versmallende doorgangen die elkaar in de top reiken op een hoogte van 7,75 meter. Met andere woorden zijn de drie assen van deze doorgangen op het plateau geprojecteerd respectievelijk volgens de stand van de morgenzon, de middagzon en de vroege avondzon. Bovenaan deze relatief smalle doorgangen zijn allerlei gekleurde platen in doorzichtig plexiglas of kleurfilters gemonteerd zodat de betonnen wanden en de begaanbare oppervlakte van deze doorgangen een voortdurend wisselende harmonie van weelderige kleuren ondergaat, alnaargelang de zonnestand. Vanuit de 'middagzondoorgang' wordt een as van ongeveer 36 meter ver doorgetrokken op het plateau met regelmatig verspreide, schuin opgestelde gladde betonblokken die op hun beurt opnieuw het gefiltreerde licht opvangen. Deze uitspringende diagonaal afgeknotte reliëfs zijn op zichzelf weer berekend volgens een hoek met de middagzon en daarbij nog eens volgens de zonnestanden van de verschillende seizoenen. Aldus krijgt de zonnepijl ook zijn kleuraanwezigheid op dit wijde plateau, vooral tijdens de middagpauze, wanneer de mensen voorbij wandelen, kunnen zitten of liggen, elkaar kunnen ontmoeten in alle genuanceerde kleuren van een voor hen gemaakt monumentaal kunstwerk. Althans zo bestaat het op de plannen, maquettes en foto's van Jean-Paul Laenen.