U bent hier

Jean Brusselmans in het Mu.ZEE - Een schilder die je ziet nadenken

 

Van bij zijn aanstelling in het Mu.ZEE te Oostende liep Phillip Van Den Bossche met het plan rond om een tentoonstelling te maken rond Jean Brusselmans. Toen hij conservator was in het Van Abbemuseum te Eindhoven was hij al gefascineerd door het werk van Brusselmans dat daar een prominente plaats innam: ‘Le bain des vagabonds’. In Oostende wordt Brusselmans in 2011 de man van het jaar.

 

 

Zoon van een anarchist

 

Bij het grote publiek is Jean Brusselmans misschien niet zo bekend, ten onrechte. Het is een kunstenaar die nog steeds een grote moderniteit uitstraalt. Hij is geboren te Brussel in 1884 als tweede van vier kinderen in een eenvoudige maar boeiende familie. Zijn vader was een overtuigd anarchist en baatte samen met zijn vrouw een klein kleermakersatelier uit in een volkrijke buurt in Brussel. De kinderen worden zeer vrij opgevoed en groeien op in een familie waarvan verschillende leden bij de kunsten betrokken zijn. In zijn lagere schooltijd ontpopt de kleine Jean zich al als een goede tekenaar en zingt hij mee in het kinderkoor van de Munt.

 

Hij is pas veertien als hij moet gaan werken. Hij wordt leerjongen bij de Société Belge de Lithographie, iets wat hem niet bepaald weet te boeien. Ondanks de lange werkuren gaat hij nog avondlessen tekenkunst volgen in de academie. Zijn leraar is er Jean Delville. Als zeventienjarige kan hij zijn ouders bewegen om hem uiteindelijk ook cursus schilderen te laten volgen bij Isidore Verheyden aan dezelfde academie. Hij behaalt een eerste prijs voor landschapschilderen. We zijn inmiddels al in de twintigste eeuw aanbeland. In hetzelfde jaar, 1904, verlaat hij de academie, stopt als steendrukker en wijdt zich volledig aan de schilderkunst. Hij gaat in de musea de oude meesters bestuderen, komt via een tentoonstelling van La Libre Esthétique in contact met het werk van de Franse impressionisten en figuren als Cézanne, Seurat en Van Gogh.

 

Hij huurt met een oud-studiegenoot, Rik Wouters, een atelier op een zolderverdieping in de Twaalf Apostelenstraat in Brussel. In 1907 wordt zijn inzending voor de Godecharleprijs door de jury afgewezen. Jean is woedend en snijdt het behoorlijk grote schilderij in stukken, iets wat hij later zeer betreurt. Gelukkig is er een vriend van zijn broer, de criticus René Lyr, die zijn werk waardeert en hem steunt. In de volgende jaren verblijft Brusselmans meerdere keren aan de Belgische kust en dat zal zijn sporen nalaten in zijn oeuvre. De marine en het kustlandschap zijn een thema dat veelvuldig terugkeert.

 

 

Niet de minste concessie

 

Na de geboorte van een zoon, Armand, trouwt hij in 1911 met Marie-Léonie Frisch, een echte zielsverwante. Hun huwelijk is harmonisch, zijn vrouw is zijn steun en toeverlaat en blijft in de loop der jaren zijn uitverkoren model.

 

Hij kan in 1912 voor het eerst aan een salon deelnemen in de Galerie Georges Giroux te Brussel. Hij krijgt een zeer gunstige kritiek maar verkoopt bijna niets. Om hem en zijn gezin te onderhouden, komt hij aan de kost door reclameborden te schilderen.

 

Pas op het einde van 1921 kan Brusselmans zijn eerste individuele tentoonstelling houden en dan nog in Antwerpen in de Galerie Breckpot.

 

Het is dankzij de steun van zijn vrouw en de belangstelling en aanmoediging van tal van andere kunstenaars en vrienden dat hij verder schildert en werkt, zijn kunst wordt door de meesten niet begrepen of gewoon afgewezen. Hij is een buitenbeentje, iemand die moeilijk onder te brengen is bij de in zwang zijnde stromingen.

 

In de periode 1926 tot 1930 is hij ongemeen productief, hij legt hier eigenlijk de basis voor zijn beste composities. Er in beperkte kring duidelijke waardering voor zijn werk, getuige daarvan is een retrospectieve expositie in het Paleis voor Schone Kunsten in 1931. Verkopen is echter iets anders. Zijn vrouw staat in feite in voor het levensonderhoud met borduurwerk en passementerie en Jean helpt haar hierbij af en toe.

 

Gelukkig krijgt hij ook enkele niet onbelangrijke opdrachten zoals een muurschildering voor de Wereldtentoonstelling van 1935. In januari 1937 kan hij op zijn individuele tentoonstelling in het PVSK eindelijk een zevental werken verkopen. Hij wordt door de correspondent van een Nederlandse krant beschreven als iemand die “onversaagd is blijven voortwerken aan de uitbouw van zijn picturaal heelal, zonder ook maar de minste concessie te willen doen aan de smaak van het publiek.”

 

Tijdens de oorlogsjaren is de financiële situatie van de familie nog altijd even precair en het noodlot slaat helemaal toe wanneer in 1943 zijn vrouw overlijdt.

 

Brusselmans werkt verder maar hij voelt zich eenzaam en na de oorlog ontmoet hij een tekenlerares die zijn vriendin wordt. In 1947 heeft hij zijn eerste tentoonstelling in het buitenland, in de Galerie de France te Parijs. De Franse kunstcritici zijn unaniem lovend over zijn werk. Dat heeft uiteraard enige invloed op de perceptie hier te lande.

 

In 1953 komt de kunstenaar schielijk te overlijden door een hartaanval.

 

In 1952 heeft hij nog een korte toelichting bij zijn werk gegeven op een presentatie bij Tony Herbert, de Kortrijkse verzamelaar uit wiens nalatenschap de meeste werken van Brusselmans in de collecties van het Groeningemuseum te Brugge en het Mu.ZEE te Oostende afkomstig zijn. Ook de musea van Antwerpen en Gent bezitten aardig wat werk van de kunstenaar.

 

In 1980 werd trouwens te Brugge een grote en belangrijke retrospectieve tentoonstelling aan deze kunstenaar gewijd. Het is één van de vele verdiensten van de vroegere Brugse conservator Dirk De Vos en zijn medecurator Norbert de Dauw.

 

 

Bewust geen overzichtstentoonstelling

 

De tentoonstelling in Oostende is anders opgevat. Naast Le bain des vagabonds, in feite een stadsgezicht, wordt een aantal andere belangrijke thema’s van de kunstenaar belicht. Er zijn de portretten, de interieurs, de stillevens, de landschappen en de zeezichten. Door thematisch te werken willen Phillip Van Den Bossche en zijn medecurator, kunstenaar Koenraad Dedobbeleer, een zekere eenheid creëren. Het is trouwens wellicht de meest aangewezen methode om het publiek vertrouwd te maken met de instelling van de kunstenaar. Brusselmans was immers een zeer bedachtzame schilder en dat uit zich onder meer in de vele herhalingen in zijn werk.

 

“Ik vertel al jaren dat Brusselmans’ werk nog steeds actueel is. Zijn manier om werk op doek samen te stellen spreekt nog altijd een publiek van jonge kunstenaars aan. Mijn eerste diepgaande kennismaking met het werk van Brusselmans was in het Van Abbe.” Sedertdien heeft het werk Phillip Van Den Bossche niet losgelaten en van bij zijn aanstelling als directeur en conservator van het museum in Oostende is er voorbereid aan de komende tentoonstelling. “We hebben een groot werk kunnen aankopen, een Zeezicht met baadsters, een werk dat onaf gebleven is, maar ook heel interessant is. Daarnaast hebben we ook een lot van om en bij de vijftig tekeningen kunnen verwerven.”

 

“Brusselmans is een schilder die je ziet nadenken op het doek. Hij werkt heel veel met herhalingen en dat is ook één van de rode draden in de tentoonstelling. Het wordt geen overzichtstentoonstelling, het is een expositie die valt of staat met de selectie van de werken. De nadruk ligt op het oeuvre van de jaren 1930, alles staat in functie van die kern.” Het is geen makkelijke opdracht, er zit aardig wat werk in openbare collecties maar ook nogal wat is in privéhanden. Er is veel verkocht en doorverkocht en het vereist dus heel wat speurwerk om de huidige eigenaars op te zoeken. De tentoonstelling zal een vijftigtal schilderijen omvatten met daarnaast toch ook ruime aandacht voor de tekeningen en aquarellen. Ze laten de toeschouwer toe om het werk beter te begrijpen, de gedachtegang van de kunstenaar te volgen, zijn aanhoudende zoektocht te begrijpen.

 

Rudy Fuchs (voormalig directeur van het Van Abbemuseum, later achtereenvolgens van het Gemeentemuseum in Den Haag en het Stedelijk Museum in Amsterdam) is een Brusselmanskenner en hij maakte ooit samen met de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets een tentoonstelling rond de tekeningen en aquarellen van de kunstenaar. Phillip Van Den Bossche: “Zij waren gefascineerd door de mathematische opbouw van Brusselmans werk. Een jongere generatie, mijn generatie, kijkt daar op een andere manier naar, maar even gefascineerd. Het is bijvoorbeeld erg merkwaardig hoe de positie van de handen overeenkomt met die in schilderijen van Memling.”

 

De tentoonstelling te Oostende zal niet enkel werk van Brusselmans omvatten maar de curatoren zorgen ook voor enkele betekenisvolle confrontaties met werk van actuele kunstenaars zoals Rodney Graham, Manfred Pernice en Jean-Luc Moulène. Allemaal artiesten die zich binnen de internationale kunstwereld situeren. En dat is een blijvende bekommernis van Phillip Van Den Bossche: de Belgische kunst blijven tonen maar ook confronteren met en situeren in een internationale context. En wat nog boeiender is: de tentoonstelling van Brusselmans bestaat eigenlijk uit twee delen, de zonet beschreven expositie zal in het najaar worden opgevolgd door een tweede tentoonstelling van actuele kunst die dan in omgekeerde zin zal geconfronteerd worden met een reeks werken van Brusselmans.

 

Een jaar Brusselmans: een kunstenaar wordt recht gedaan.

 

Daan Rau


Info

Tentoonstelling

Jean Brusselmans

Nog tot en met 4 september 2011

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot18 uur

Gesloten: maandag

 

Mu.ZEE

Romestraat 11

8400 Oostende

Tel. 059 50 81 18

www.west-vlaanderen;be

In het najaar, bij de start van de tweede tentoonstelling zal een publicatie over de kunstenaar worden voorgesteld.