U bent hier

Helmut Stallaerts - “Twijfel is mijn motief”

Helmut Stallaerts - “Twijfel is mijn motief”
Helmut Stallaerts, Es Spukt, 2005, C-print op diasec, 250 x180 cm, 4 delen.

 

Helmut Stallaerts heeft ons veel te vertellen. Zijn werk is boeiend, geheimzinnig, intrigerend, toegankelijk en gelaagd. Hij houdt ons een spiegel voor en bevraagt de maatschappij.

 

 

Meer kijken dan werken

 

Ergens in de rand rond Brussel heeft Helmut Stallaerts (°1982) zijn atelier, een plaats waar hij zich kan terugtrekken en in alle rust geconcentreerd kan werken. Slechts zelden laat hij daar buitenstaanders toe, hij heeft die plek nodig, hier krijgen zijn ideeën en gedachten gestalte. Hij schildert, maar hij is duidelijk niet gebonden aan één discipline, de discipline is het middel, niet het doel.

 

Helmut Stallaerts volgde een opleiding aan Sint-Lukas Brussel waar hij nu als docent aan verbonden is. Na zijn studies ging hij een jaar les volgen aan de Kunstakademie Düsseldorf, een instituut met een grote geschiedenis. Hij werd er toegelaten tot het atelier van de Zwitserse schilder Helmut Federle (°1944), die er van 1999 tot 2007 professor was. Het contact met deze belangrijke kunstenaar heeft op Stallaerts zeker indruk gemaakt en hij haalt het aan als een verrijkende ervaring.

 

In ons gesprek openbaart de kunstenaar zich als een fervent lezer en als een man die de stilte nodig heeft. “Ik kijk meer dan ik werk,” zegt hij met een glimlach. “Ik vertrek van uit actuele of historische situaties of afbeeldingen maar verplaats ze naar een andere context om ze te kunnen verbeteren of beter nog: om te draaien.”

 

Na zijn studie bij Federle, die hij beëindigde in 2005, liet hij zich al opmerken met een aantal foto’s op diverse tentoonstellingen, onder meer in Freestate (2006) in het oud militair hospitaal in Oostende. De foto’s tonen verklede figuren, ze lijken op sjamanen. Het zijn Klausen, eigenlijk een oeroud, heidens ritueel waarbij tijdens de winterse zonnewende ongehuwde jongemannen het oude jaar of de winter verdreven om plaats te maken voor nieuw leven, een onderdeel of een overblijfsel van een vruchtbaarheidscultus in nauwe verbondenheid met de natuur. Stallaerts nam de foto’s in Oberstdorf, een bergdorp in Zuid-Duitsland, de geboorteplaats van zijn moeder. Vooral de foto van een van de figuren in een zeer hedendaagse lift werkt bevreemdend en is grappig tegelijk.

 

 

We denken dat we vrij zijn

 

In 2008 had Helmut Stallaerts een opgemerkte tentoonstelling in Be-Part, het platform voor actuele kunst van de provincie West-Vlaanderen in Waregem. Onder de titel Pan-Optic verraste hij de bezoekers met een reeks kijkdozen omgeven door een aantal schilderijen. De sfeer ervan is beklemmend, het werk roept een gevoel van onbehagen op. De werken stellen vragen over de ideologie waarbinnen we leven. “We denken dat we vrij zijn, maar uiteindelijk is het leven een spel van poses, maskerades en machtsvertoon dat we allemaal moeten meespelen,” stelt Stallaerts. Met ogenschijnlijk eenvoudige en zeer herkenbare beeldtaal confronteert hij de kijker met zichzelf en met zijn functioneren binnen een maatschappelijke context. Het gezin, het werk, de ‘vrije’ tijd binden ons aan tal van conventies, regels, vooronderstellingen en verwachtingen.

 

Hij toont er ook een triptiek onder de titel Prophecy. Het linkse schilderij toont een groep mannen achter een hek, het zijn duidelijk te onderscheiden individuen met gevarieerde kledij. Het middelste schilderij lijkt een groepsfoto waarop alle gezichten onherkenbaar zijn gemaakt, twee figuren dragen een harlekijnmasker of zijn als zodanig geschminkt. Zijn zij misschien de narren van dit gezelschap deftige heren, allen in pak met das? En ook niet te vergeten: één van de ‘machthebbers’ houdt een herdershond aan de lijn. Het rechtse doek toont een groep mannen met ontbloot bovenlijf in shorts, strak in het gelid. Hun gezichten zijn herkenbaar en ze staan deze keer vóór het hek. Degenen die het voor het zeggen hebben zijn onherkenbaar, de anderen kunnen we wel herkennen maar ze zijn machteloos. De enigen die nog ietwat kunnen betekenen zijn de twee narren, zij kunnen nog binnen bepaalde perken iets aan de kaak stellen, de heersende orde trotseren. Alleen is de ‘heersende orde’ steeds minder herkenbaar…

 

Ondertussen is Helmut Stallaerts begonnen aan een internationale carrière. Er was werk van hem te zien in tal van buitenlandse en binnenlandse tentoonstellingen en hij is aanwezig in een aantal Belgische en buitenlandse privécollecties. Hij onderhoudt met die verzamelaars blijvende contacten.

 

Hij is nu al enige tijd verbonden aan twee belangrijke galeries: Albert Baronian in Brussel en Johnen Galerie in Berlijn. Dat is een door hem zeer gewaardeerde steun. De beide galeries hebben een groot netwerk en bieden een podium. Ze verstaan het om met hun kunstenaars door de jaren heen een goede band op te bouwen en zetten hen zelden onder druk. Hij voelt er zich goed bij want hij heeft niet zo’n grote productie. “Het is belangrijk om je werk blijvend in vraag te stellen. Ik heb veel ideeën. Ze zijn misschien conceptueel interessant maar in uitvoering soms te gemakkelijk. En er is nog altijd dat proces van het maken, het schilderen met zijn toevalligheden die je dan kan beheersen. Ik heb ook mijn twijfels over het picturale beeld.” Het denkwerk neemt dus een vrij grote plaats in bij deze kunstenaar, filosofie is voor hem belangrijk. “Is dat niet normaal voor iemand die zich afvraagt wat hij hier komt doen?”

 

Stallaerts was een van de finalisten van de Young Belgian Art Prize 2013 (de vroegere Prijs Jonge Belgische Schilderkunst) en kreeg de publieksprijs, die voor het eerst werd toegekend, voor zijn inzending The collectors, een reeks van schilderijen die eigenlijk een vierluik vormen. De verzamelaarskoppels die erop staan afgebeeld zijn slechts vaag en niet direct herkenbaar weergegeven. Hij stelt zich veel vragen over de relatie tussen kunstenaar en verzamelaar. Enerzijds is de kunstenaar in een zekere eenzaamheid bezig in zijn atelier en als het werk af is wordt het te kijk gehangen en verkocht. Het werk is geleverd, is niet meer van de kunstenaar. Hij heeft er wel nog zekere rechten op. Hij vindt dat een eigenaardige situatie. Maar het is ambigu want het is juist door de financiële inbreng en steun van de verzamelaar dat de kunstenaar het werk kan maken dat hij wil maken.

 

 

Echo van het onvatbare

 

Van Helmut Stallaerts zijn al een drietal publicaties verschenen. Ze vallen op door hun bijzondere en verzorgde vormgeving. Ze konden slechts verschijnen door de inbreng van zijn galeries en tal van steunverleners. Het eerste is een boekje in pocketformaat dat helemaal gewijd is aan zijn Pan-Optic. De vormgeving is geïnspireerd op de traditionele Japanse boeken waarvan het papier slechts aan één zijde bedrukt is en dan dubbelgevouwen wordt ingebonden. Het tweede boek verscheen in 2010 en biedt een mooi overzicht van zijn oeuvre met onder meer een tekst van Peter Verhelst. De derde uitgave is een echte parel en mag als een echt kunstenaarsboek aangezien worden. De titel 1/1 slaat op het feit dat er een reeks werken of details daarvan op ware grootte worden afgebeeld. Het boek is zodanig ingebonden dat het moet worden opengelegd in het midden waardoor er twee aparte volumes ontstaan die op hun beurt moeten worden open geplooid. Het wordt een soort van rituele handeling en het bevordert zeer sterk het bewust kijkgedrag. Aan de linkerzijde ziet de kunstliefhebber een afbeelding op ware grootte en rechts krijgt hij een beeld van het geheel.

 

Het boek opent met The Idiot uit 2012. De kijker ziet een balkvormige frame waarin vooraan een schilderij vervat zit en achterin een spiegel. De voorkant van het frame toont eigenlijk de achterkant van een landschapje dat door een amateur werd geschilderd. Die achterkant werd door Stallaerts gebruikt om er een grijsaard op af te beelden. De voorkant van het amateurschilderij wordt weerspiegeld in de spiegel in de achterkant van het frame. Het oorspronkelijke landschap is geneutraliseerd en is nu voorzien van een oude eik. De kijker wordt geconfronteerd met de gestalte van een oude man en een oude, stervende eik. Als de titel al naar de roman van Fjodor Dostojevski lijkt te verwijzen, is het eigenlijk Franz Kafka die de inspiratiebron is geweest voor dit werk. Het verhaal van de hongerkunstenaar, een man die zichzelf uithongert en waar men massaal naar komt kijken. Zijn succes is slechts tijdelijk, maar de man weet niet van stoppen. De hoofdfiguur uit deze novelle vertoont duidelijk overeenkomst met Kafka zelf die strottenhoofdtuberculose had en steeds moeilijker kon eten. Hij stierf eigenlijk aan ondervoeding. Ook de hongerkunstenaar sterft uiteindelijk aan zijn ‘kunst’.

 

De opeenvolgende reeks van werken geeft een zeer goed beeld van de grote diversiteit aan technieken en materialen waarmee deze kunstenaar overweg kan. In zijn The Tower (2011-2012) refereert Stallaerts naar de bekende toren van Babel waar de spraakverwarring de uiteindelijke constructie onmogelijk maakte. Bij hem zien we een omgekeerde toren, een spitse vorm is in een constructie gevat en via een spiegel daarboven kunnen we de binnenkant van de spits zien die als een futuristisch aandoende toren oprijst. Die binnenkant is bekleed met beenplaat van runderbot. Door het optisch effect zweeft een klein mensfiguurtje in dat spiegelbeeld. Het is een fascinerende beeldtaal van wat hij omschrijft als “een echo van het onvatbare, de spiegeling van wat aan ons denken ontglipt, een vloeiende staat van zijn”. Hij is niet enkel goed in beelden, ook zijn taal is beeldrijk.

 

Referenties naar de dood komen veelvuldig in zijn werken voor, ook letterlijk. Hij maakte gebruik van een menselijke schedel die hij van een dokter had gekregen. De schedel was afkomstig van een jonge vrouw, de schedelholte gebruikt hij als drager voor een klein schilderij van een duo acrobaten. Hij heeft het Josephine (2010) getiteld. Ook de buitenzijde van de schedelkap is beschilderd en is via een spiegel zichtbaar.

 

Voor zijn Last Supper recupereert hij - redt hij als het ware - van een begraafplaats die ontruimd wordt een reeks grafplaatjes met halfvergane foto’s. De personen heeft hij onherkenbaar gemaakt, hun is het zicht ontnomen. Voor ander werk gebruikt hij leder en beenderen, organische materialen, refereert daarmee naar het fysieke en het vergankelijke. Dat bewustzijn van onze zeer tijdelijke aanwezigheid hier is heel erg sterk.

 

Een van zijn werken is getiteld Um Mitternacht (2011- 2012). Het is geïnspireerd door het gelijknamige gedicht van Goethe waarin deze in een soort van levenslied het leven beschrijft als een wandeling onder het maanlicht. Een prachtig gedicht in de grote Romantische traditie. Het werk van Stallaerts bestaat uit een houten meubeltje met een deksel dat kan openklappen. Wanneer je dat doet zie je een halve sfeer met gaatjes waarin een mechanisme draait en af en toe een verblindende straal van licht doorkomt. Op de binnenkant van het opengeklapte deksel staat een klein, wuivend jongentje geschilderd. Het licht en het afscheid meer woorden zijn niet nodig.

 

In het tekstboekje dat in het boekwerk 1/1 vervat zit staat een zinnetje van Helmut zelf: “Doubt is my main motive.” Ik hou van mensen die twijfelen net zoals ik erg veel van René Descartes houd met zijn uitspraak “Dubito ergo cogito ergo sum” (Ik twijfel dus ik denk dus ik ben). In de humaniora hield men het veelal bij “Je pense donc je suis,” dat eerste deel werd veelal vergeten, want twijfel was niet echt gewenst. Helmut Stallaerts mag dan twijfelen, hij raakt ons met zijn werk, hij stelt in vraag en dat is erg belangrijk in tijden waar vooral one-liners het voor het zeggen hebben.

 

Daan Rau

 


Info

 

Publicaties:

  • Giovanni De Ridder, ‘Helmut Stallaerts Pan-Optic 2007’, Johnen + Schöttle
  • Björn Defreyne, Tanguy Eeckhout, Filip Luyckx en Peter Verhelst, ‘Helmut Stallaerts Works’, Baronian_Francey
  • Dirk De Wachter, Tanguy Eeckhout, Luc Haenen, Mitja Tusek en Peter Verhelst, ‘1/1’, Galerie Albert Baronian

 

Informatie over tentoonstellingen met werk van Helmut Stallaerts:

www.johnengalerie.de   

www.albertbaronian.com