U bent hier

Hans Memling - Sibylla Sambetha

Hans Memling - Sibylla Sambetha

Wie aan Memling denkt, denkt aan het Sint-Janshospitaal. Dit werk, algemeen aan de meester toegeschreven, wordt er slechts toevallig bewaard. Vóór 1815 bevond het zich in het thans verdwenen Sint-Juliaans-gasthuis van deze stad. De schilder heeft deze vrouwenfiguur weergegeven met ietwat grote en brede neus, met ogen die elk menselijk contact mijden en met een mond die angstvallig gesloten blijft. En toch is deze van nature minder bekoorlijke vrouw gesmukt naar de mode van haar tijd. Aan haar handen telt men zeven ringen en de linker ringvinger alleen heeft er vier. Haar wenkbrauwen zijn geëpileerd en het haar op het voorhoofd is zo hoog uitgetrokken dat het nog maar met moeite merkbaar blijft onder het hoofddeksel. Een zijden doek bedekt op geraffineerde wijze een gedeelte van het gelaat. Erasmus van Rotterdam, die in zijn jeugd deze damesmode had gekend, hekelt deze in één van zijn Samenspraken. Doelend op de vrouwen van die tijd zegt hij : 'haar vingers hebben ze beladen met smaragden en diamanten' en 'oudtijds was het alleen een voorrecht van edelvrouwen zich de haren van het voorhoofd en de slapen uit te trekken en lang duurde het niet of de eerste de beste volgde dit na'. Het zwarte kleed dat zij draagt met slechts een vleugje rood en groen symboliseert geen wereldvreemdheid of rouw maar was éénmaal de verfijnde mode van het in pracht schitterende Bourgondische hof. De schilder heeft haar voorgesteld als staande voor een open raam. Met haar vingers overschrijdt zij even de grenzen van het paneel, de vingertoppen van de rechterhand liggen op de onderregel van de lijst, als een stenen vensteromraming opgevat. Let even op de gemarbreerde beschildering van de stijlen en regels en hoe de onderdorpel van de vensterbank heel bedrieglijk - in trompe l'œil - op het paneel is verlengd. Men wordt geïntrigeerd door deze figuur van nature eerder karig bedeeld en toch naar de mode gekleed. Men vraagt zich af waarom een personage aangewezen om binnenskamers te leven, naar buiten ziet, niet om de dingen van elke dag met aandacht te bekijken maar om er dromend over heen te staren. Staat men hier voor een gezicht dat de schilder in de eerste plaats met zijn geestesoog heeft gezien of voor een eigenlijk portret ? Wie het werk op zichzelf beschouwt en zich laat bekoren door de wijding en de ademloze stilte die over het geheel hangt, zou kunnen twijfelen. Wie echter het œuvre van Hans Memling kent en de wijze waarop die meester de ideale vrouw heeft weergegeven met ietwat gebogen hoofd en neergeslagen oogleden, met een eerder lange, fijne neus en uiterst kleine mond, weet dat deze vrouw niet behoort bij zijn gedroomde en ietwat stereotype figuren. Zij hoort integendeel thuis bij de portretten waaraan de meester telkens opnieuw de meest zorgvuldige observatie heeft weten te besteden zonder daarom ooit realistisch hard en ongenadig te zijn. Memling benadrukt het individuele wel, maar vergeet daarbij niet zijn eigen stijl en trant. Hij weet aldus aan zijn figuren een eigen charme te geven die heden nog door velen wordt gewaardeerd. Afkomstig uit Selingenstadt bij Frankfort a/d Main, vestigde Hans Memling zich te Brugge waar zijn aanwezigheid van 1465 tot aan zijn dood in 1494 te volgen is. Aan bestellingen ontbrak het de meester niet. De meeste opdrachtgevers lieten zich naar ouder gewoonte portretteren op de zijluiken van de triptieken. Jan Floreins, Jacob de Keuninc, Anthonis Segers, Agnes Casembrood, Clara van Hulsen en Adriaan Reins vindt men aldus afgebeeld op de schilderijen van het Sint-Janshospitaal. Anderen, zoals Maarten van Nieuwenhove, gaven de voorkeur aan een diptiek of tweeluik, waar zij alleen op een luik zijn weergegeven, terwijl op het andere doorgaans een Madonna met Kind is voorgesteld. Dat is echter bij dit vrouwenportret niet het geval, het werk vormt geen pendant met een godsdienstige voorstelling. In dat geval immers had de geportretteerde naar de geplogenheden van de tijd de handen in gebed gevouwen. Evenmin zijn er op de oude lijst sporen van scharnieren te vinden, detail dat er op wijst dat het werk als een afzonderlijk portret is opgevat. Wie is zij ? Men heeft haar menen te ontdekken tussen de dochters van Willem Moreel en Barbara van Vlaenderbergh voor wie Hans Memling herhaaldelijk bestellingen heeft uitgevoerd. Maria, de tweede dochter van deze Brugse burgemeestersfamilie, zoals zij is afgebeeld op de rechterluik van het bekende Christophorus-triptiek (1484) uit het Brugse Stadsmuseum, zou de persoon in kwestie zijn. Op het werk van 1484 echter staat zij jonger voorgesteld dan op dit portret dat luidens een inscriptie op de lijst in 1480, vier jaar vroeger dus, tot stand kwam. Men voelde zich aldus verplicht deze identificatie prijs te geven. Mogelijk is zij één of andere verwante van de familie Moreel. De XVIe eeuw heeft in haar één van de sibillen gezien, legendarische profetessen die de komst van de Verlosser voorspelden, doorgaans als jonge vrouwen voorgesteld. De geheimzinnige uitdrukking op haar gelaat en de schouwende blik van haar ogen hebben kennelijk tot deze interpretatie aanleiding gegeven. Dat men haar juist tot de Perzische Sibylla Sambetha heeft omgedoopt is mogelijk te wijten aan het feit dat zij op het hoofd een sluier draagt. Dat is namelijk één van de attributen van die sibille, die op gesluierde wijze de komst van de Messias voorspelde. De tekst van de profetie heeft men op een banderol geschilderd en die handig tussen de vingers van de geportretteerde geschoven. Deze Latijnse inscriptie met renaissancistisch lettertype is van dezelfde tijd als het opschrifttafeltje in de linkerbovenhoek van het paneel : staaltjes van XVIe-eeuwse pseudo-geleerdheid. Er zijn nog andere voorbeelden aan te wijzen van vrouwenportretten die tot sibillenvoorstellingen werden omgevormd. Omwille van de grote overeenkomst van de geschilderde banderol dient het Portret van de hertogin Anna van Kleef vermeld, een werk van de in Noord-Nederland werkzame meester van de Page onder het Kruis. Dit vrouwenportret, deze sibille bezit daarbij nog de kracht om ook de moderne kijker aan te spreken. De witte V-vorm op het kleed, het zwart en de vele nuances van grijs spelen er een verfijnd spel van lijn en kleur. De felle rode driehoek en de zachte groene band zijn volle noten die met de kleur van het gelaat samen klinken tot een akkoord.