U bent hier

Giorgio Morandi in Bozar - Tot de essentie teruggebrachte stillevens

Giorgio Morandi, Landschap, 1963, olieverf op doek, Unicredit Art Collection.

 

In Bozar loopt de eerste uitgebreide overzichtstentoonstelling van Morandi in ons land. Ze omvat een honderdtal werken in diverse technieken: olieverf op doek, tekeningen, etsen en aquarellen.

 

 

Icoon

 

Afgelopen zomer waren er topwerken van de Italiaanse schilder Giorgio Morandi (1890-1964) te zien in het ‘brein’ van de Documenta 13 in het Fridericianum in Kassel. Echo’s van zijn werk waren terug te vinden bij tal van hedendaagse kunstenaars op deze Documenta. Een groter eerbetoon aan de vaak vergeten twintigste-eeuwse meester is moeilijk in te denken.  De grote overzichtstentoonstelling in Bozar sluit ongetwijfeld goed aan bij de belangrijke Morandi-tentoonstellingen die sedert het begin van de eenentwintigste eeuw in Europa, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika zijn opgezet en die het werk van Morandi in een nieuw daglicht hebben gesteld.

 

De kleinschalige stillevens met banale alledaagse objecten en landschappen van Morandi hebben een groot icoongehalte. Hoewel de onderwerpen eenvoudig zijn en zich continu herhalen, zijn de doeken buitengewoon complex in hun organisatie en subtiel in uitvoering. De grens tussen figuratie en abstractie, tussen materie en transcendentie is flinterdun. Morandi positioneert voorwerpen zo in de ruimte dat er een rustige aanwezigheid van uitgaat en een sterke verstilling. Hij creëert een gevoel van eeuwigheid, een toestand die onveranderlijk en tijdloos is. 

 

 

in zichzelf gekeerd

 

Giorgio Morandi bracht bijna zijn hele leven door in zijn geboortestad Bologna, in zijn vertrouwde habitat: een bescheiden atelier en appartement, dat hij deelde met zijn drie zusters. Morandi was een in zichzelf gekeerde, kleine man, die zich heel weinig in de publieke ruimte begaf. Hij verliet de stad enkel voor een paar occasionele trips naar Venetië, Firenze en Rome om er tentoonstellingen met zijn werk te bezoeken of voor zomerexcursies naar Grizzana in de Apennijnen. Naar Parijs is hij nooit gereisd, ook al wist hij dat de avant-garde van zijn tijd zich daar afspeelde. Pas eind juni 1956 onderneemt Morandi zijn enige buitenlandse reis. Hij gaat naar het Kunstmuseum Winterthur in Zwitserland om er een tentoonstelling met zijn werk en de collectie Reinhart te bezoeken. Zijn leven verloopt in eenzaamheid, zonder grote gebeurtenissen. Dit weerhoudt hem er niet van toch een open blik te hebben op de wereld, contact te hebben met andere kunstenaars en zich te meten met hun ervaring.Morandi voert ook een intense dialoog met de kunstgeschiedenis: met oude Italiaanse meesters als Giotto (1266/67-1337) en Masaccio (1401-1428), moderne Franse meesters als Jean-Baptiste Corot (1796-1875), Gustave Courbet (1819-1877), Paul Cézanne (1839-1906), Georges Seurat (1859-1891), Claude Monet (1840-1926) en de Italiaan Carlo Carrà (1881-1966), grondlegger van het futurisme en de ‘pittura metafysica’, zijn een belangrijke inspiratiebron voor zijn werk.

 

Ondanks zijn low-key publieke profiel wordt zijn werk toch zeer snel omarmd door een intellectuele elite van bekende Italiaanse schilders, prominente schrijvers, uitgevers en kunsthistorici. In 1934 erkent Roberto Longhi, professor van renaissancekunst aan de universiteit van Bologna en cultuurpaus van Italië, hem als misschien wel de grootste levende schilder van zijn land. Het duurt echter tot midden jaren vijftig – het moment dat de abstracte kunst de dominante trend is – voordat Morandi een internationale reputatie verwerft. Zijn deelname aan de belangrijke tentoonstelling Twentieth-Century Italian Art (1949) in het MoMA in New York heeft hier zeker toe bijgedragen. In 1957 ontving hij de Grand Prize for Painting, naast Jackson Pollock (1912-1956) en Marc Chagall (1887-1985), aan de Sao Paulo Biënnale in Brazilië. Toch is hij er niet in geslaagd tijdens zijn leven het grote publiek te bereiken. Dat was te wijten aan de aard van zijn persoon en van zijn werk, dat kleinschalig, ingetogen en contemplatief is. Meer extraverte en radicale tijdgenoten uit Frankrijk en Amerika weten meer aandacht naar hun werk toe te trekken. Bovendien begrijpen velen het herhalende karakter van zijn werk niet. Ze interpreteren dit slechts als variaties op een gefixeerde beeldtaal.  

 

 

een open kruispunt

 

Na Morandi’s dood in 1964 wordt er tot midden jaren 1980 niet kritisch nagedacht over zijn werk. Zijn plaats in de kunstgeschiedenis bleek vast te staan. Morandi werd aan de hand van zijn vroege werk gemakshalve bij de Italiaanse kunstbeweging pittura metafysica (1917-1920) gerekend. In het najaar van 1993 opent in het Palazzo d’Accursio in Bologna het Museo Morandi. Dit zorgt voor de ontsluiting van 254 werken, waaronder schilderijen, aquarellen, tekeningen en etsen. Vanaf midden jaren 1990 ontstaat terug een diepgaande belangstelling voor zijn oeuvre. Wetenschappers bekijken de karakteristieken van zijn later werk met nieuwe aandacht. Nieuwe inzichten leren dat Morandi een belangrijke rol heeft gespeeld in de kunst van de twintigste eeuw.

 

Er komen solotentoonstellingen in Europa, onder meer in het Museo Morandi en het Teylers Museum in Haarlem in 1996 en in de Tate Modern in Londen en het Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris in 2001. Voor deze tentoonstellingen werd vooral laat werk geselecteerd uit de jaren vijftig en zestig. Tate Modern presenteerde de werken in afzonderlijke ruimtes, waardoor de nadruk kwam te liggen op de subtiele variaties in zijn gelijkaardige, consistente oeuvre. Terwijl de werken in het Musée d’Art Moderne in één lange ruimte werden getoond, wat het seriële karakter van zijn werk benadrukte. Recent vonden succesvolle retrospectieve tentoonstellingen plaats in de Verenigde Staten en Zuid-Amerika. De Morandi-retrospectieve, gecureerd door Morandi-experte Maria Cristina Bandera, in het Metropolitan Museum of Art in New York in 2008, was een poging om zijn constante zoektocht en denkwijze te analyseren. De huidige retrospectieve over Morandi in Bozar in Brussel, eveneens gecureerd door Bandera, wil ook de lange artistieke reis van Morandi weergeven aan de hand van veel kw liteitsvolle werken uit belangrijke collecties en musea.

 

De terugkerende thema’s van zijn schilderijen, de stillevens, de landschappen en de bloemen, worden telkens chronologisch gepresenteerd. Wat benadrukt wordt, is hoe het onderwerp van zijn schilderijen steeds hetzelfde blijft, zich oneindig veel herhaalt, terwijl de vormelijke parameters subtiele variaties ondergaan. Morandi vindt verschillende doch zeer gelijkaardige oplossingen voor schilderkundige probleemstellingen. Het centrale belang van Morandi ligt volgens Maria Cristina Bandera in de continuïteit die zijn werk garandeert in de traditie van de figuratieve schilderkunst. Morandi wordt gezien als de laatste vertegenwoordiger van de moderne figuratieve schilderkunst, maar er is meer. Hij is ook diegene die in staat is de crisis van de schilderkunst te ervaren en te interpreteren, terwijl hij terzelfdertijd ook naar alternatieve oplossingen zocht zonder de consistente opbouw van zijn oeuvre te doorbreken. De ontwikkeling van zijn oeuvre vertoont dan ook volgens Marilena Pasquali, de Italiaanse Morandi-specialiste, geen paraboolvormige lijn – met een opgang, een hoogtepunt en een onvermijdelijke neergang – maar kent eerder een voortdurende groeibeweging, die naar het einde van zijn leven in een climax eindigt. Maria Cristina Bandera vergelijkt het werk met een open kruispunt waarop verschillende artistieke benaderingen uit de twintigste eeuw op uitkomen. Vooral werk met een serieel karakter, zonder connotaties en verhaal, dat grenzen overschrijdt in tijd en ruimte. 

 

Hedendaagse kunstenaars als Tacita Dean (°1965), Alexandre Hollan (°1933), Wayne Thiebaud (°1920), Tony Cragg (°1949), Lawrence Caroll (°1954) en Luc Tuymans (°1958) gaan vandaag de dialoog aan met Morandi’s werk. Velen prijzen zijn eigenzinnige kunstenaarspositie als einzelgänger. Tuymans introduceert in zijn tekstbijdrage voor Bozar het woord ‘lafaard’ omwille van Morandi’s schaamteloze a-politieke houding, de niet- geplaatste dispositie en de kleine fysieke afmetingen van zijn werk, maar prijst de schitterende, irriterende stilte die er vanuit gaat.

 

 

Isabelle De Baets

 


 

Info


Tentoonstelling

 

Giorgio Morandi

Van 7 juni tot 22 september 2013

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur, donderdag tot 21 uur

Gesloten, maandag

 

Paleis voor Schone Kunsten

Ravensteinstraat 23

1000 Brussel

Tel. 02 507 82 00

www.bozar.be


OKV-archief

 

Ger van Elk en zijn keuze uit het Stedelijk Museum in Amsterdam OKV, januari-maart 1975, blz. 30-31

Dan Van Severen kiest schilderkunst OKV, januari-maart 1976, blz. 22-23

www.tento.be