U bent hier

Ger van Elk en zijn keuze het Stedelijk Museum in Amsterdam

Ger van Elk en zijn keuze het Stedelijk Museum in Amsterdam
Willem de Kooning (Rotterdam, 1904 - New York, 1997 ) Rozevingerige dageraad op Louse Point, 1963, olieverf op doek, 203,5 x 178,5 cm, Stedelijk Museum Amsterdam.
 
Een stuk parketvloer in de was gezet en glanzend opgewreven; sculpturen van gestolde klodders poly-urethaanschuim; een cactus ingezeept met Old Spice en geschoren; een muur aan de onderkant afgebiesd met fluweel en franje; een stilleven met vis, van Paul Klee, in het echt nagemaakt en toen opgegeten; een echt houten schuttinkje van waarachter de kunstenaar, op film, plotseling opduikt; getruceerde foto's die het deftige protocol van de diplomatie laten zien; de verstilde esthetiek van een stilleven van Giorgio Morandi getoetst aan de werkelijkheid; de vorm van de pianist aan zijn vleugel onderworpen aan de driehoekige vorm van de afbeelding; vanuit een rubberbootje de rimpels van een meertje gladstrijken - sinds het begin van de jaren zestig heeft Ger van Elk kunstwerken gemaakt die er niet om liegen, en die steeds verschillend van karakter zijn.
 
 
Is Kunst het kiezen en ontwikkelen van een methode van vormgeving, afgebakend door specifieke principes die de handelingen van de kunstenaar regelen, - of is Kunst per definitie ondoorgrondelijk: de zichtbare maar geheimzinnige uitkomst van een strict persoonlijke Verbeelding ?
 
 
Het één noch het ander, zou ik zeggen. De kunstenaar, echter, kan met zulke theoretische nuanceringen en slagen-om-de-arm niet zo veel aanvangen; hij moet toch ergens beginnen, en waar hij begint kan nauwelijks ter discussie staan. Als Van Elk vindt dat hij zich niet hoeft op te houden met het probleem van vormgeving (zoals dat sinds Cézanne of toch minstens sinds Mondriaan een zelfstandig probleem in de kunst is geworden), dan is dat zijn zaak - voor ons om aan te nemen.
 
 
Hij begint bij een onderwerp. Hij ziet, bijvoorbeeld, een stilleven van Morandi, verfijnd opgezet en in zachte pastelkleuren uitgevoerd, en stelt zich voor hoe de schilder andere voorwerpen die ook op de tafel stonden niet 'mooi' genoeg vond, - en de 'werkelijkheid' opzij schoof om plaats te maken voor de 'kunst'. Wat hij daarbij aan vormgeving uitdenkt, is direct aan dat onderwerp gekoppeld. De vormgeving is er om helder vorm te geven aan een moment van Verbeelding, - zoals de typografie er in de eerste plaats is om het lezen van een tekst te vergemakkelijken.
 
 
Van Elk is geïnteresseerd in persoonlijke verbeelding; subtiliteiten in de vormgeving zijn slechts van belang voor zover ze de directe presentatie van de verbeelding betreffen. In zijn keuze van tien kunstwerken uit de verzameling van het Stedelijk Museum, Amsterdam, en in de manier waarop hij over die keuze praat, vinden we die interesse terug, op een discrete manier.
 
 
Van Elk is een beeldend kunstenaar, maar heeft ook een sterk bewustzijn voor historische, artistieke tradities; vroeger heeft hij nog enige tijd kunstgeschiedenis gestudeerd, en ook van de orde van een wetenschappelijke aanpak vindt men iets in zijn commentaren terug. Sommige van de gekozen kunstenaars zijn goede vrienden; ook dat blijft niet verborgen in wat hij zegt. Dat maakt zijn toelichting erg levend; er is een directheid van ervaring die bij de afstandelijke kunsthistoricus dikwijls ontbreekt. Natuurlijk, als de kunsthistoricus het over kunst heeft, dan weet hij ook waarover hij spreekt. De kunstenaar weet echter op een andere manier van kunst. Hij staat dichter bij de producent; en hij staat ook dichter bij zichzelf. 'De kwaliteit die ik eraan wil toevoegen is de kwaliteit van de abstractie, van het volstrekt oncontroleerbare, de kwaliteit van het mystieke. Wat me uiteindelijk interesseert is dat het ding, desnoods op volstrekt romantische gronden, een prachtig ding is'. - Bij zo'n opvatting, over zijn eigen werk, staat Van Elk, ook in deze keuze, toch het dichtst.
 
R. H. Fuchs 
 

 

Giorgio Morandi - Stilleven

 
 
Wanneer men zich verdiept in het werk van de latere Morandi, komt men tot de conclusie dat hij zich voortdurend en streng heeft geconcentreerd op het maken van zeer bewust gearrangeerde stillevens op tafels.
 
 
Steeds op een zelfde manier, zij het met wisselende glazen en potjes, en met variaties in de schaduwpartijen.
 
 
Voor mijn gevoel maakt het ook niet zo veel uit welk schilderij men uit die latere periode voor zich ziet. De gevoelsexpressie is steeds synoniem.
 
 
Ik vind het heel mooi als iemand zich zo wil vervolmaken in gevoelsuitdrukking, op een thema dat hij zich door ervaring steeds meer schijnt toe te eigenen. Dit zijn geen stillevens meer, maar nog duidelijker 'portretten' van een sfeer.
 
 
Ik vraag mij steeds af... probeert hij te onderzoeken hoever hij hierin kan gaan ? Hij lijkt mij niet een absolute vorm of schoonheid te zoeken. Het onbereikbare daarvan is denk ik het echte onderwerp.
 
 
Zelf heb ik een werk gemaakt over de mentaliteit van de schilder Morandi, het 'abstracte' element van zijn kunst, door een portret van Morandi's realiteit te maken.
 
 
Toen ik steeds weer die uitsnede uit zijn atelier-situatie zag, die tafelrand met potjes enz., ben ik verder gaan fantaseren, heb de tafel afgebouwd, en op die manier verder gekeken over de rand van zijn stilleven in zijn atelier.
 
 
Zo ontstond mijn Realiteit van G. Morandi.
 
 

Willem de Kooning - Rosy-fingered dawn at Louse Point

 
 
Ik vind dit werk in de eerste plaats mooi, omdat het verrukkelijk is om naar te kijken en ten tweede omdat ik het gevoel heb dat het zeer goed gelukt is. Lang niet alle schilderijen van De Kooning kunnen zo lyrisch geïnterpreteerd worden, bieden de mogelijkheid voor eigen projecties. Het is jammer als hij gaat neigen naar figuratie en er delen in een schilderij zijn, die zo dwingend aan andere dingen doen denken.
 
 
Het is heel intensief geschilderd, de verfbehandeling is zeer beheerst. Het lijkt alsof De Kooning die intensiteit in andere werken via een directe expressie trachtte te bereiken. Maar dat is een heel ander verhaal: in een echt abstract-expressionistisch schilderij gaat het ook voor een deel om de handeling, die 'verfknoeierij' wordt er met opzet als een formeel element ingebracht, om de geestelijke intensiteit die erachter zit te laten zien. Maar er is dan niet altijd sprake van een wonderschoon werk in traditionele zin. Dat vind ik van dit schilderij wèl, het is klassiek. Als ik naar de compositie kijk, heeft het iets heel landschappelijks: ik kan er diagonalen en horizonten in denken, het heeft voor mij bijna de rust van een Van Goyen-landschap.
 
 
Het lijkt mij dat hij met vijf borstels, die in vijf verschillende potten verf gedoopt zijn, op een heel kalme manier over het doek geverfd heeft. Maar met dat verklaren van verfbehandeling is het oppassen. Ik kan wel zeggen: 'hoe meer kwaststreken, en hoe meer verfspetten, des te woester is het schilderij', maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn. Ik kan mij voorstellen, dat je een uiterst saai en rustig schilderij maakt, dat uit duizenden verfspatten en lijntjes bestaat, zoals bijvoorbeeld bij Pollock: dat zijn bepaald geen woeste schilderijen, daar ontstaat een patroon.
 
 
De kleur in dit schilderij is opvallend essentieel. Bij de eerste aanschouwing, jaren geleden, gaf ik het schilderij nog een extra kwaliteit: de voor die tijd opzienbarend 'verboden' kleurstelling. Die was brutaal, en verbonden met een andere kracht in de kunst: 'het ontraditionele', manifest in de combinatie van dat rose met dat geel en dat groen. Ik vond die dùrf prachtig.
 
 

Ellsworth Kelly - White triangle with black curve

 
 
Dit schilderij is op het eerste gezicht totaal het tegenovergestelde van dat van Willem de Kooning, maar ze hebben toch met elkaar te maken. Het gaat ook hier weer over verhoudingen. Weliswaar is er hier geen sprake van kleur, en is het vlak, zonder enige emotionele penseelstreek geschilderd, maar de gebeurtenis in beide schilderijen komt wel degelijk overeen: het is een op dezelfde wijze, zij het met een andere techniek, oproepen van spanningen en emoties door abstracte informatie.
 
 
We zien hier een witte driehoek met een zwarte curve erin. Eigenlijk moet men zeggen: een witte curve, want de curve wordt gemaakt door het wit op het zwart. Dat wit is een deel van een grote cirkel, die zich in een zwart vierkant bevindt. Het is als het ware een hapje uit een cirkel dat desondanks een heleboel informatie over de totale grootte van die cirkel geeft. Dat is ook het onderwerp: het is niet anders dan als een abstract schilderij te interpreteren.
 
 
De kwaliteit van het schilderij bestaat uit het idee. En het aardige van dat idee is, dat hier met heel weinig middelen heel veel wordt verteld over dat wat niet zichtbaar is. Een schilderij van een witte cirkel op een zwart vierkant, zou visueel een geweldig saai resultaat opleveren, omdat dat een informatie is, die iedereen wel honderdduizend keer gezien heeft. De kracht van dit schilderij zit juist in het feit dat delen worden uitgesloten; het totaal wordt slechts gesuggereerd. Daardoor krijgt het spanning en is het ook een fantasierijk schilderij.
 
 
Ik vind eigenlijk al die nieuwere Kelly's zo mooi, omdat ze zo simpel zijn en tegelijkertijd een grote mogelijkheid tot verbeelding geven. Voor mij intensiveert het de abstracte vormbeleving.
 
 

James Rosenquist - Frosting

 
 
Er zijn mensen, die dit schilderij duidelijk 'dualistisch' vinden, door zijn sterke vergroting van een realistisch detail, de pot met geklopte room. Natuurlijk, hoe sterker men iets uitvergroot, hoe abstracter of onherkenbaarder wordt de vorm. Maar ik geloof er niets van, dat dat Rosenquists bedoeling zou zijn geweest. Integendeel. De spatel speelt een heel duidelijke rol in het schilderij, het suggereert de beweging van kloppen, van schoonkrabben, en is ook heel duidelijk als zodanig herkenbaar. Het benadrukt ook de volheid en dimensie van de room.
 
 
Het onderwerp is heel duidelijk 'Pop' - erg ordinair, alledaags en zijn rijkheid overluid propagerend. Het heldere blauw adverteert het schilderij voor een kunstbeschouwer per fiets.
 
 
Het schilderij is niet erg fraai geschilderd, het heeft geen 'mooie huid'. De techniek van schilderen is wel helemaal gelijk aan het onderwerp. Snel en handig en traditioneel oppervlakkig. De benadering van een reklame-illustrator. De enige wijze voor het onderwerp, vind ik. Voor mijn gevoel is hij ook duidelijk een voorloper van het hyperrealisme van bijvoorbeeld Richard Estes: plastisch en illustratief, zonder persoonlijke stellingname (voor zover dat eigenlijk mogelijk is).
 
 

Martial Raysse - Spring morning

 
 
Ik kan me voorstellen dat het grote groene oppervlak moet verwijzen naar een gazon en dat die plastic rand met blaadjes een 'border', een symbolische afgrenzing van een grasveld moet verbeelden. Die neonbuis fungeert als een ridiculiserend element in het geheel, onderstreept het kunstmatige karakter. Het is ook een satire (Raysse is een Franse Pop-kunstenaar), een satire op de 'moderne, heldere en frisse kijk op het leven' van de zestiger jaren.
 
 
Ik heb ook eens iets dergelijks gemaakt: A well polished floor-sculpture (een goed geboende vloer-sculptuur). Dat was een in het extreme doortrekken van die schoonheidsmaniakkenmaatschappij. In Nederland bestaan toch ook dames die ochtenden en ochtenden lang op een stukje glas staan te boenen zodat het helderder dan helder wordt ? Ik geloof dat dit een heel realistisch schilderij is. In Los Angeles, in Californie, heb ik dergelijke tuinen gezien, die een perfect gemaaid graslandje hebben, waar wérkelijk plastic planten in de tuin staan en het dak bovendien met een randje neon wordt verlicht of de muren met rose lampjes worden beschenen. Raysse is een tijd in Amerika geweest, maar in Nice, waar hij woont, komt deze opvatting van de natuur ook voor.
 
 
Afgezien van het onderwerp, vind ik het ook heel mooi door de eenvoud van compositie: ik heb van elk onderdeel het gevoel dat het volstrekt doeltreffend is, er is niets teveel en niets te weinig. Dat neonbuisje onderstreept het kunstmatige karakter van het geheel, maar bij een zuiver formele analyse van het schilderij blijkt dat felle groene lijntje perfect die missende driehoek te compenseren en het schilderij weer in evenwicht te brengen.
 
 
Ik vind dat een werk zo simpel als dit een grote ruimte tot interpretatie laat. Als iemand in een kunstwerk teveel gaat schoolmeesteren, mij precies vertelt hoe dat kunstwerk in elkaar zit, houdt het voor mij op een kunstwerk te zijn. Dan is het een bericht in codes.
 
 

Richard Long - Zigzag/Stadtisches museum Munchen-Gladbach

 
 
Dit is een kunstwerk van Richard Long. Long is een Engelse 'land-art'-kunstenaar, dat wil zeggen dat hij werken maakt met substanties van aarde, variërend van groeisels als gras (waar hij vroeger sculpturen mee maakte) tot het met leem over een stuk vloer lopen. Het lopen op zichzelf, als fenomeen, evenzeer als het fietsen en het buitenleven, zijn elementen die in de kunst van Richard Long voorkomen. Zo heeft hij een aantal kunstwerken gemaakt die gingen over fietstochten, waarbij de gefietste tracé's op de kaart werden aangegeven en een grote imaginaire sculptuur zichtbaar maakten.
 
 
In dit werk wordt een figuur gelopen over de langwerpige vloer van een zaal in het museum van München-Gladbach. Om het zichtbaar te maken heeft hij gebruik gemaakt van leem, dat zo'n beetje vochtig onder je voeten blijft zitten. Ik begrijp niet direkt waarom hij een zigzag gekozen heeft, maar ik kan mij voorstellen dat ik dat zelf ook gedaan zou hebben: zo'n langwerpige zaal geeft eerder aanleiding tot een zigzag dan tot een cirkel. Het werkt heel sterk perspectivisch op de foto: je ziet dat er een pad op je af komt en een van je weggaat.
 
 
Ik vind dit werk in de eerste plaats zeer poëtisch en heel veel aanleiding geven tot bezinning op de vorm en op de omgeving waar men zich in bevindt. Het is duidelijk een sculptuur: het heeft een drie-dimensionale vorm, misschien minimaal, maar er is met plastisch materiaal gewerkt. Het is een uiterste manier om een sculptuur te maken. En het maakt niets uit of dit nu het kunstwerk is of de registratie daarvan: het kunstwerk zoals het daar was, was de monumentale uitvoering, dit is de schets. Meestal maak je een schets om te zien hoe iets gaat worden, in dit geval is er sprake van een soort 'andersom-schets'.
 
 
Hij geeft in zijn werken een eigen visie op zijn handelingen als wandelaar, als beeldhouwer en daar kun je in een museum heel adequaat getuigenis van afleggen. Hij beschouwt zichzelf echt als een beeldhouwer en dat vind ik ook heel duidelijk. De vraag of hij kunstenaar is, of wat hij maakt kunst is, interesseert hem waarschijnlijk niet zoveel.
 
 

Jan Dibbets - Universe/World's platform

 
 
Dit werk van Dibbets heb ik uitgekozen omdat het voor mij een van de raarste concepties bevat van eigenzinnige hantering van de werkelijkheid.
 
 
Het zijn een aantal kleurenfotootjes die in een boog zijn geplakt en samen een panorama vormen van een Flevoland-polder, een drooggelegd gebied dat de aarde in zijn puurste vorm vertoont. Een heel elementaire vorm, heel Hollands, - maar ook een stukje natuurkunde-les.
 
 
Wat mij zelf echt boeit, is het idee dat de aarde op z'n kop staat in de compositie en als het ware boven onze hoofden zweeft.
 
 
Misschien interpreteer ik dit werk geheel onjuist, maar dat vind ik mijn vrijheid. Zo staan er op de tekening vele gradenverdelingen waar ik niets van snap (wellicht is dit het andere deel van de natuurkunde-les). Dit werk van Dibbets staat voor mij in relatie tot De sokkel van de wereld (of de aarde als kunst) van de Italiaan Manzoni. Hij maakt een foto van een klassieke marmeren sokkel met inscriptie die in het land staat. Doordat de sokkel omgekeerd is geplaatst (de tekst staat op z'n kop), lijkt zij de aarde te dragen: de aarde op een sokkel als kunst. Een ander werk van Dibbets heeft ook iets wonderlijks door een soortgelijke kleine ingreep. Ik bedoel Dutch Mountain: een benadrukken van een essentieel Hollands beeld, het platte landschap. Een serie kleurenfoto's van Hollandse weiden wordt tot een groot panorama aan elkaar geplakt. Elke foto is onder een steeds schuiner wordende hoek genomen, waardoor bij het aan elkaar plakken de horizonlijn een golfbeweging gaat maken en aldus een Hollandse 'berg' ontstaat.
 
 
Je kunt de kunstwerken van Dibbets met hun dwingend theoretische kant op verschillende wijze bekijken. Op klassieke wijze, lettend op de esthetische kwaliteiten, in de traditie van de Hollandse landschapskunst, of modern-theoretisch en dan maar kijken of de informatie klopt. Voor mij hoeft de informatie niet te kloppen, er blijft genoeg eigenzinnige opvatting en verbeelding over.
 

 

Reinier Lucassen - Het verder binnendringen in de zevende cirkel

 
 
Dit schilderij van Lucassen is een combinatie van een aantal typisch surrealistische voorwerpen en vormen, die door surrealistische schilders bij herhaling werden gebruikt. In de titel is dat ook duidelijk: het verder binnendringen in de zevende cirkel heeft iets van de magie en het mystieke dat het surrealisme altijd heeft gehad. 'Het licht', zoals die kandelaar, heeft te maken met vergankelijkheid en met de droomwereld. Je ziet ook een dikke rose spierbundel, waarvan ik mij voorstel dat het een oogspier is en waar de adertjes met blauw geschilderd zijn, midden op die steen liggen. Zo'n enkel oog is een heel formeel surrealistisch element: met de rode gesprongen adertjes en de iris als centrum, doet het mij sterk denken aan een klok. zoals Dali gebruikt als tijdssymbool. Er zit een Magritte-achtig element in de manier waarop de stenen geschilderd zijn en in de plant die daar doorheen groeit: een heel weke vorm die door zijn anti-natuur gaat.
 
 
Het schilderij is een commentaar, waarvan de inhoud is: het uitproberen van de mogelijkheid om met een aantal afgekauwde symbolen een nieuw schilderij te maken met een eigen identiteit. Het gebruik van het ongeprepareerde canvas als achtergrond accentueert de slechts uit enkele elementen opgebouwde compositie en stelt bovendien de leegte voor. Vooral door die rustige, simpele compositie vind ik dit een mooi schilderij.
 
 
Het is heel intensief geschilderd, daarmee bedoel ik geconcentreerd, met aandacht. Weliswaar enigszins schematisch, maar dat moét je ook doen als je duidelijk wilt maken waar je het over hebt. Als je zegt: dit schilderij gaat over de formele aspecten van het surrealisme, kun je natuurlijk niet àl te realistisch gaan werken, want dan wordt het te aanvaardbaar en ziet het er al gauw uit als een echt surrealistisch schilderij. Het surrealisme wordt hier door hem geciteerd, net zo goed als het fenomeen Donald Duck door hem in beeld gebracht, geciteerd wordt.
 

 

Bruce Nauman - My first name as though it were written on the surface of the moon

 
 
Ik vind dit een heel mooi kunstwerk door z'n onderwerp: het gebruiken van de maan als beeldmateriaal. Het is bijna een gedicht. Eigenlijk haalt hij een stukje maan naar de aarde. Het neon heeft hetzelfde vibrerende licht dat de volle maan heeft: een zo briljant licht, dat men er nauwelijks zijn ogen op kan fixeren, dat het lijkt alsof alles trilt en verschuift. Een naam, op de maan geschreven, zou ook niet goed te zien zijn. Wel scherp, maar dubbel, zoals die b's en c's hier over elkaar heen schuiven. Vooral de onderwerpen van Bruce Naumans werken vind ik zo boeiend. Het heeft verwantschap met dada, met Duchamp.
 
 
Nauman heeft trouwens een tentoonstelling gemaakt in de Castelli-galerie in New-York, die een ode aan Duchamp was. Hij heeft eens een kunstwerk gemaakt dat heet: A device to hold a box a straight angle, een werktuig om een doos onder een hoek van negentig graden neer te zetten. De doos zelf is niet zichtbaar, je ziet alleen een stukje hout, waar een rechte hoek uit is gezaagd. Visueel heeft dat ook te maken met 'vorm en tegen-vorm'. Hij heeft ook een afdruk gemaakt in neon, van de plaatsen waar zijn ribben zitten: een afdruk van zijn lichaam als sculpturaal materiaal.
 
 
Zijn werk is 'autobiografisch' te noemen: hij gebruikt zijn lichaam als uitgangspunt voor het maken van een kunstwerk. Dat is heel duidelijk het geval in Selfportrait as a fountain, een foto waarop hij niets anders doet dan keurig een straaltje water uit zijn mond spuwen. En een filmpje waarin hij langdurig viool speelt, lopend in een ruimte. Hij wordt wel in de categorie 'concept' of 'land-art' geplaatst, maar hij is te individueel om daar in te passen. Hij is uniek, omdat hij heel realistische elementen uit de werkelijkheid kan halen, die anderen zelden opvallen.
 
 

Gilbert & George - 16 part photo-piece

 
 
Dit is een beeldhouwwerk bestaande uit zestien foto's waar op vijf daarvan Gilbert en George tussen de mossige sparren wandelen. Je hebt het gevoel in een door de jaren overwoekerd bos te zijn terechtgekomen. Het is een heel opzettelijk romantische omgeving: de Prachtige Natuur. Gilbert en George poseren als twee zondagse wandelaars, conform aan het beeld van de typische ingetogen Engelsman. Ze zijn het 'Gilbert & George-sculpture': in beige tweed pakken met een streepje als uit de vijftiger jaren.
 
 
Ze noemen zich opzettelijk beeldhouwers, omdat ze vinden dat zij zelf kunst zijn: ze gebruiken de drie-dimensionaliteit van hun lichamen voor hun kunst. In hun vroegere 'sculptures' hebben ze hun gezichten met bronstinten beschilderd en zijn een hele middag als beeldhouwwerk, doodstil, gaan poseren. Ze noemen zich ook 'the living sculptures'. Ze zijn opzettelijk gestyleerd, om duidelijk te maken dat zij 'als beelden' willen zijn.
 
 
Het onderwerp is vrij simpel: ze visualiseren hun poëtische gevoelens, hun eigen verhouding ten opzichte van de natuur in dit geval. Ze zijn uit op een romantisch-decadente kwaliteit, maar met ironie. Een ironie, die ze als een serieus en belangrijk onderdeel van het kunstwerk beschouwen: het bewustzijn is van groot belang.
 
 
Ik geloof, dat ze expres formeel willen zijn in de symbolen die ze gebruiken bij hun expressie. Dat zie je ook in het soort foto's: die onscherpe kwaliteit gebruiken ze bewust om er een alledaagsheid aan te geven. Hun firmanaam is Art for All, 'Kunst voor Allen'. Ze drukken hun foto's zelf af, maken zelf de lijstjes, dat wil zeggen: ze plakken er een randje plakband omheen. Het is een volkomen 'home made'-produkt, er komt geen vakman aan te pas.
 
 
Dit werk is een reportage van een gevoel. Het heeft voor mij allerlei kwaliteiten: ik vind het mooi, ik vind het leuk, maar ik vind vooral dat het geen intellectuele aspecten heeft. Daar moeten zij ook niets van hebben, ze houden niet van bedachte kunst, ze houden alleen van spontane kunst. Dit is ook niet ingewikkeld: men hoeft zich niet af te vragen waarom het juist zestien foto's zijn, het hadden er net zo goed veertien of achttien kunnen zijn.
 

Biografie

  • 1941 geboren in Amsterdam 9 maart
  • 1959-61 opleiding aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam.
  • 1961-62 Sticht samen met Wim T. Schippers de A-dynamische groep; schrijft het 'A-dynamische Manifest', in Vrij Nederland 30/12/61.
  • 1961-63 Studeert kunstgeschiedenis aan het 'lmmaculate Heart College' in Los Angeles.
  • 1965-66 Studeert kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Groningen.
  • 1967 Weer terug in Amsterdam, waar hij met Jan Dibbets en Reinier Lucassen het Internationaal Instituut voor de Heropvoeding van kunstenaars opricht.
  • 1972-73 Geeft les aan de Ateliers '63 in Haarlem.