U bent hier

Frans Masereel – Spleen

Frans Masereel – Spleen

Met het einde van de eerste wereldoorlog is er in België, niét minder dan in andere landen, een uitzonderlijk levendige bloei ontstaan op het gebied der schone kunsten. Het reeds van bij het begin der 20ste eeuw buiten onze grenzen gistend expressionisme, had ook onze schilders en beeldhouwers grondig aangedaan en wel zodanig dat aldus het specifiek Vlaams expressionisme zou opschieten en onze kunstschool verheffen tot een peil dat zij niet meer bereikt had sedert de eeuw van Pieter Pauwel Rubens. Is dit expressionisme geen loutere, aan de zelfkant van het leven ontsprongen artistieke beweging gebleven, maar neemt men er de bewogen spanningen in waar die de mens toen hoe langer hoe meer moest doormaken, dan heeft de houtsnijkunst daartoe een zulkdanig aandeel genomen, dat het in méér dan een opzicht als een geschiedkundige gebeurtenis mag geboekt worden. Dat bepaalde uitdrukkingsmiddel werd, na een vijf eeuwen lange ontwikkeling, tijdens de 19e eeuw haast nog uitsluitend aangewend voor reproducerende doeleinden, met het gevolg dat het wegens de uitvinding en snelle uitbreiding van de fotomechanische reproduktie-procédés tot verdwijnen gedoemd scheen, waren de kunstenaars er niet toe geleid geweest er de oorspronkelijk scheppende mogelijkheden van in te zien. Met het zelf ter hand nemen van mes, steekbeitel en guts hebben zij er dan uiteindelijk de integrale originaliteit van bewerkt. De betekenis hiervan ligt niet alleen in de formele vernieuwing van de houtsnede, niet alleen in de verrijking van haar onbaatzuchtig artistieke en creatieve mogelijkheden ; zij reikt veel verder omdat de houtsnede de mens - sociaal, politiek, geestelijk en cultureel - grondig gediend heeft. Het beste, het verhevendste, het duurzaamste en, derhalve, het meest verantwoorde gedeelte van de moderne xylographische produktie werd geboren uit de diepe drang de mens een boodschap te brengen ; in haar worden de getuigenissen bestendigd van de complexe en ontredderende bekommernissen, spanningen, drama's, opstanden, liefden en ontgoochelingen, van de strijd waardoor de 20ste-eeuwse mens hoopvol ondanks alles zijn vertrouwen in de toekomst wil handhaven. Ongetwijfeld is Frans Masereel dé hedendaagse houtsnijder bij uitmuntendheid om met zijn ontzagwekkend œuvre deze beweringen te staven. Hij werd te Blankenberge op 31 juli 1889 geboren en bracht zijn prilste jeugd en eerste vormingsjaren tot kort vóór de oorlog 1914-1918 te Gent door. Als Vlaming is hij uitgegroeid tot wereldburger. Hij woonde gedurende de eerste wereldtragedie te Genève, daarna te Parijs en verblijft thans te Nice. Ondertussen heeft hij grote delen van de wereld bezocht op zijn reizen naar Engeland, Frankrijk, Tunesië, Duitsland, Zwitserland, Amerika, Rusland en, kort geleden nog, in China. Zo heeft hij de meest verschillende landen leren kennen. Met de Romeinse blijspeeldichter Terentius, mag hij verklaren 'Al wat de anderen interesseert, interesseert mij', want indien hij kunstenaar geworden is dan is het weliswaar wegens zijn uitzonderlijke tekenaarsgaven, levendig compositievermogen en verbeeldingrijke scheppingsmacht, maar hoofdzakelijk toch, - althans wat zijn grafisch werk betreft en vrij van alle esthetisme, -uit solidariteit met de mens waarvan hij al het wel en wee in ontelbare houtsneden, tekeningen en illustraties - als in een onoverzichtelijke 'comédie humaine' - heeft uitgebeeld. Hij heeft de monsterachtige wreedheid en de tirannie van de oorlog, de misbruiken van het geld, de uitbuiting in de fabriek, de slenter van de bureaucratie, de overweldiging van het beton, de triestige avontuurlijkheid van het kroegleven aangeklaagd, de opzwepende geestdrift van de sport, de bezieling, de onvatbaarheden en ontgoochelingen van de liefde, al de heerlijkheden en laagheden, al de vreugden en pijnen, al de beloften en verraderlijkheden van het leven bezongen. Hij heeft de mens lief en sympathiseert met hem zowel in zijn verzuchtingen als in zijn individuele en sociale conflicten. Hij heeft de natuur en de landelijke volksgebruiken verheerlijkt ; hij heeft in machtige synthesen het beeld van de moderne - kosmopolitische - grootstad geschapen met al haar tegenstellingen en koortsachtige gejaagdheid, haar massabewegingen en overal schuilende drama's, haar kleine gebeurtenissen, hartstochten, kortstondige vreugden en tot vertwijfeling opjagende spanningen. Zijn kunst wordt bezield door ideeën, opgewekt door belevenissen en waarnemingen die hij niet onmiddellijk naar de werkelijkheid 'nabeeldt', maar in zich ronddraagt tot zij, in zijn verbazend visiueel geheugen volgroeid, aan zijn verbluffend begaafde hand de beelden 'dicteren' die aan zijn opwellingen en inzichten beantwoorden. Zo wordt hij de expressionist, die zijn innerlijk geestes-en gemoedsleven aan zijn evenmens wil mededelen, niet door gewilde vervormingen, maar door figuren en composities die, alhoewel niet door de direct waarneembare werkelijkheid opgelegd, toch zo waarachtig voorkomen dat zij echt als het leven worden. Dit betoog steunt vanzelfsprekend op de studie van het gezamenlijk œuvre van Frans Masereel, dat in het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek bewaard wordt. Het hier gekozen voorbeeld, 'Spleen', dat dagtekent uit Masereels eerste periode en wel uit het jaar 1924 - ongetwijfeld niet de minst indrukwekkende periode van zijn loopbaan - kan de gegrondheid van onze karakteristiek belichten. In het hart van een ingebeelde, moderne en overweldigende grootstad, beleeft een mensenpaar, vereenzaamd in een ouderwetse woonkamer, de uitkomst van wat het samengebracht heeft, zonder te vermoeden wat het in de toekomst moest vrezen. Het is geen melodramatisch, afzonderlijk geval. De voorstelling is zo beheerst, zo weinig uiterlijk bewogen, dat zij de dramatiek van een in de huidige samenleving geregeld voorkomende toestand des te intiemer aanvoel-baar maakt. Spleen, teleurstelling, wegens roekeloze illusies ? Spleen, ontmoediging en heimwee, wegens de onverschilligheid van de maaatschappij ten opzichte van de naar bestaansmogelijkheden hunkerende generaties ? Spleen van een mensenpaar, dat zich in het hart van een tot in de wolken opgetrokken grootstad, verlaten gevoelt ? Alles wat tot vereenzaming, diepe zwaarmoedigheid en radeloosheid in het huidig leven van een grootstad kan leiden, - dat is hier de betekenis van spleen - wordt in deze synthetisch kernachtige en machtige schepping gesuggereerd. Dat synthetisch kernachtig suggestieve is precies één der merkwaardige hoedanigheden van de houtsnede zoals Frans Masereel en, met hem ook, andere onder onze vooraanstaande moderne xylografen, als de gebroeders Jan-Frans en Jozef Cantré, Joris Minne en Henri Van Straten ze opvatten en uitwerken om haar een even rationele als sterke oorspronkelijkheid te verzekeren. Hij heeft inderdaad ingezien en aangevoeld dat de houtsnijder met zijn werktuigen - mes, steekbeitel, guts e.d.m. - die gedeelten uit het blok weghaalt die op het papier wit zullen blijven naast de uitgespaarde partijen die bestemd zijn om de inkt op hetzelfde papier over te brengen. Wat er op neerkomt dat om direct oorspronkelijk te werken, de xylograaf het wit zodanig moet uitsnijden dat bij het overdrukken van zijn blok de witte gedeelten dezelfde uitdrukkingswaarde krijgen als de uitgespaarde partijen die afwisselend zwart op het papier verschijnen. Hij mag dus niet, noch met wit op zwart, noch met zwart op een witte achtergrond het beeld scheppen, doch moet zijn compositie indenken en opbouwen met het wit tegenover het zwart en omgekeerd het zwart tegenover het wit. Uit dit gezichtspunt, naar deze opvatting is de houtsnede wellicht de moeilijkste, de meest te duchten grafische uitdrukkingswijze. Zij is ook de strengste en in haar uitwerking de meest natuurlijk decoratieve. Het mag een wonder heten, dat met ogenschijnlijk beperkte middelen - als met elkander dialogerende witte en zwarte vlakken - zo oneindig verscheiden visuele effek-ten als dichterlijke, verhalende, geestelijke, stemmige en zielkundige motieven in beeld kunnen gebracht worden. Naar gelang de aard van die middelen en zonder modelerende arceringen, kan Masereel de bewogen plasticiteit van een gedaante, in welke houding ook, raak opbouwen ; kan hij de meest gevarieerde lichtspelingen verwekken : het vals licht van een straatlantaarn, de flikkering van een elektrische lamp, de intieme atmosfeer geschapen door de vlam van een binnenhuislamp, de warm stralende helderheid van de zon ; hij kan die wit-zwarte samenspraak met een haast onstoffelijke en louter dichterlijke uitdrukkingskracht bezielen. Dat zij de houtsnijder aan geen andere werkelijkheid binden dan aan zijn innerlijk schouwen, zijn diepe gemoeds- en geestesopwellingen, zijn tot de mens gerichte boodschap, belet niet dat zij een uitzonderlijk spontane, vaardige, gehoorzame hand, een ongemene verbeeldingsrijkheid en een sterk compositorisch vermogen eisen, om te bereiken wat Frans Masereel als kunstenaar en houtsnijder tot één der universeelste getuigen onzer 20ste eeuw heeft gemaakt.