U bent hier

François-Joseph Navez, 1787-1869 Zelfportret

François-Joseph Navez, 1787-1869 Zelfportret

Zonder gevaar voor overdrijving of àl te grove vereenvoudiging mag worden gezegd dat François-Joseph Navez ten tijde van het Hollands Bewind onze enige belangrijke schilder is geweest, onze enige neoclassicist ook, wiens werk in betekenis en kwaliteit het regionale niveau oversteeg. Zijn portretkunst kon zelfs met het beste dat het buitenland toen in dat genre voortbracht de vergelijking glansrijk doorstaan. Dit 'Zelfportret' dat in 1826 werd geschilderd - de kunstenaar was toen negenendertig jaar oud - kan trouwens gelden als een model van neoclassicistische portretkunst, een model dat als het ware gestalte geeft aan de door de bekende Duitse archeoloog Johann Winckelmann (1717-1768), de profeet en de theoreticus van het neoclassicisme, vastgelegde stelregel dat ieder kunstwerk, wil het werkelijk op peil staan naar inhoud en vorm, doordrongen moet zijn van 'edele eenvoud' en 'stille grootheid', kwaliteiten die in de kunst der Antieken ten zeerste werden gewaardeerd. Die stelregel - zowat een samenvatting van het essentiële in de schoonheidsleer van het neoclassicisme - was vanzelfsprekend, zoals iedere norm en iedere strijdende esthetiek, een zwaard met dubbele snede gebleken voor de kunstenaar van die periode zowel een zegen en een stimulans als de oorzaak van schromelijk falen. Vandaar dat de hedendaagse kunstgeschiedschrijving - ook al is de laatste jaren een zekere kentering duidelijk - de kunst, en dan meer speciaal de schilderkunst van het neoclassicisme eerder met voorbehoud benadert. Er bestaat daar wel enige reden toe. Terwijl de neiging tot strenge lijn- en volumewerking, tot grootste soberheid en ook tot enthousiasme voor alles wat herinnerde aan Grieken en Romeinen vaak gunstige resultaten opleverde in bouw-, sier- en beeldhouwkunst, was dat in de schilderkunst veel minder het geval. In de eerstgenoemde kunsttakken immers betekende de reactie die omstreeks 1750 was ingetreden tegen de zich in tierlantijnen en veelal krachtloze aanminnigheid uitlevende opvattingen van de late Barok en het Rococo, een streven naar meer mannelijke kracht. In de schilderkunst echter voerde het toen gepropageerde koele academisme, waarbij de tekening de kleur verdrong, vaak tot vrij bloedarm geschilder dat voor de hedendaagse beschouwer dikwijls nagenoeg ongenietbaar wordt door de dramatische, pseudo-historische of moraliserende inhoud der toen in de mode zijnde thema's, of nog, wegens de eentonigheid en de kleurloosheid die uitgaat van de àl te groot gekozen formaten. Zelfs de grootsten onder de neoclassicistische schilders trapten herhaaldelijk in die artistieke voetangels eigen aan een door dik en door dun gehuldigde, de tijdsgeest volledig beheersende kunsttheorie. Dat was bijvoorbeeld ook het geval met de voornaamste Europese schilder van de Empiretijd, de Fransman Jacques-Louis David (1748 -1825). In het Parijse atelier van J.-L. David kwam de in 1787 te Charleroi geboren Navez, dank zij een studiegeld hem toegekend door de Brusselse Société des Beaux-Arts, zich verder in het vak bekwamen. Zijn eerste opleiding had hij genoten aan de Academie te Brussel, waarna hij in 1812 de Eerste Grote Prijs voor Schilderkunst van het Gentse Salon won. Aan de genoemde Franse meester van wie men thans zonder aarzelen, enkele uitzonderlijke doeken in de aard van 'De dood van Marat' (Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel) niet te nagesproken, de magistrale portretten verkiest boven de historiestukken - was onze schilder zeer verknocht, zozeer zelfs dat hij hem na de val van Napoleon in zijn eerste omzwervingen als banneling volgde en zich in 1816 in zijn nabijheid te Brussel vestigde. Hier werd hij na een verblijf in Italië van 1817 tot 1821, naast de beroemde oudere, zoals gezegd reeds vóór 1830, de onbetwiste aanvoerder van de herlevende Zuid-Nederlandse of - de historische term komt dan in gebruik - Belgische schilderschool. Het is bekend dat Jacques-Louis David een buitengewoon pedagoog is geweest : al huldigde hij welbepaalde en strikte beginselen aangaande de kunst van het schilderen, toch drukte hij ook zijn talrijke discipelen steeds op het hart : 'Voor een schilder blijft een idee slechts een bedoeling, een vaag plan, zolang hij haar door middel van een strenge en kundige uitvoering geen gestalte kan verlenen en haar niet zintuiglijk waarneembaar en begrijpelijk maakt'. Steeds hield hij de jongeren voor de natuur tot voorbeeld te nemen en uit haar rijke vormenschat het werkelijk schone te kiezen : voor hem was het Schone identisch met het Waarachtige, de Schoonheid werd gezien als de glans der Werkelijkheid. Kunnen zulke artistieke opvattingen, die ook gedeeld werden door Navez, wel beter worden geïllustreerd dan door de schitterende portretten die ongetwijfeld de roem uitmaken van Navez' produktie en waartussen verschillende hoogtepunten zijn van onze herboren schilderkunst voor en na 1830 ? Het portretstuk dat hierbij wordt gereproduceerd draagt het jaartal 1826. Dit 'Zelfportret' ontstond dus eigenlijk op het ogenblik dat de picturale romantiek -voorlopig nog enkel te Parijs - merkbaar begon door te breken, dat weldra Wappers en Gallait ten onzent met lawaaierige composities de gunst van het salon-publiek zouden gaan winnen en in hoge mate de aandacht zouden afleiden van Navez' strengere kunst. Dat zou met grotere intensiteit inderdaad het geval worden na 1830, toen de jongeren zich met revolutionair enthousiasme en nationalistisch gekleurde hartstochtelijkheid opwierpen als de enige en ware erfopvolgers der roemrijke Vlaamse schilderschool en toen de polemieken vaak ten overstaan van Navez door gebrek aan nuancering kwetsend werden. Hoe dan ook, op het gebied van het portret was Navez de grootste en hij was zich daarvan terdege bewust : 'het portret is mijn specialiteit', schreef hij in de jaren twintig in één van de aan zijn vrienden gerichte brieven. Toch schemert hier en daar door dat hij eigenlijk meer belang hechtte aan de gelegenheden om grotere composities te schilderen met veel figuren, taferelen dus in de aard van zijn latere 'Spinsters van Fondi', thans in de Neuè Pinakothek te München. Navez' portretten worden vooral gekenmerkt door oprechtheid en voornaamheid in de benadering en de uitbeelding van het model. Zijn 'Zelfportret' is wat dat betreft een voortreffelijk werkstuk. De schilder bekijkt en ziet hier zichzelf, scherp, ontledend, het beeld der uiterlijke werkelijkheid niet verfraaiend naar wel louterend en alle bijkomstigheden - men zie de naakte achtergrond - genadeloos werend. Dit 'Zelfportret' blijkt bij nader toezien in de eerste plaats een geconcretiseerde poging van de schilder om langs zijn onderwerp zichzelf te vatten en te veruiterlijken. Zintuiglijk waarneembaar en intuïtief naspeurbaar in deze artistieke weergave, deze schilderkunstige openbaring van het eigen wezen, geeft Navez ons een rijkdom aan aanduidingen en aanwijzingen prijs over de complexe totaliteit van het onvervangbaar, 'einmalig', zichzelf observerend individu. Het model, tot even boven het middel afgebeeld, en op de linkerschouder bekeken, houdt de armen voor de borst gevouwen en het hoofd in driekwart de toeschouwer toegewend, oog in oog met deze laatste. Alleen de krijthouder, zichtbaar in de rechterhand onder de linker opperarm, duidt op de praktijk van de kunstenaar, wiens figuur, in fiere houding oprijst tegen de koloristisch gevoelig geschakeerde achtergrond. Ook de kledij, een strakke groenlaken redingote met fluwelen kraag, waarboven de soepel geschilderde, met discrete argeloosheid over de witte das neerstaande vadermoorders een heldere noot vormen, heeft niets van de in portretten zo vaak pronkerige aanduiding van de liefst zo hoog mogelijk gesuggereerde sociale status van het model. Alles in deze figuur is gericht op het hoofd, het kalme gezicht met de doordringende blik, bewust en trots, en met een ietwat verbeten trek om de wilskrachtige mond en om de lippen een vleug verbittering. Enkel dit... maar bij een langer en aandachtiger beschouwing een blijvend getuigenis van een dwingende menselijke aanwezigheid, een psychologisch vergezicht, een opening op een wereld vol geïndividualiseerde gevoeligheden. Is de 'inhoud' van dit schilderij, de intense uitdrukkingskracht van de weergegeven gestalte, hoogst authentiek en oorspronkelijk uniek, ook de vormelijke uitwerking van het motief biedt in dit stuk als het ware de verstoffelijking van de overtuiging van de kunstenaar zoals hij die in een van zijn brieven onder woorden bracht : 'originaliteit is niets anders dan waarachtigheid, dan de weerschijn en de afglans van de idee en de gesteldheid van de artiest die deze waarachtigheid slechts bereikt ten koste van inspanning en arbeid en via een onder de druk van het gevoel nagestreefde strenge nabootsing van de natuur'. Al te systematisch, al te lichtvaardig, verft men de classicistische schilderkunst dood als 'gelikt' en es-sentieel-onpicturaal. Ook al zijn de bezwaren - zoals gezegd - soms gegrond, toch blijft in deze aangelegenheid onbevangen kijken en bekijken geboden. Navez' 'Zelfportret' is alleszins van aard om een dergelijk wit-zwart oordeel te nuanceren : in een technisch uiterst bekwame, zoniet volmaakte uitvoering ziet men hier werk van een schilder die in de beste zin van het woord de verworvenheden van eeuwenoude atelier-ervaring en kunstdidactische tradities tot de zijne had gemaakt in functie van de onmiddellijke picturaal-plastische benadering van de zichtbare werkelijkheid der vormen, een benadering waarvan de essentiële elementen of instrumenten zijn : de tekening en het modelé. De tekening mag feilloos worden genoemd : zij omschrijft zonder de geringste aarzeling de volumes, levert voor de afbeelding der vormen het geraamte, legt de omtrekken en de structuur vast van het driedimensionale. Wat in het bijzonder dit laatste aangaat doet het modelé de rest : een modelé dat treft door de ongemeen gelukkige overgangen tussen af- en toenemende tonen, gezien op het in een welbepaalde belichting - van rechts boven invallend - opgestelde model. Al bij al een portretstuk dat door zijn eerlijke directheid, door zijn paradoxale, bij vermijding van alle opgeschroefdheid zo opvallend sterke 'présence' en door zijn psychologische diepgang één der meest geslaagde is, in onze gewesten in die tijd ontstaan. Met reden heeft men van Navez, die heel merkbaar - via zijn vele leerlingen - zijn stempel heeft gedrukt op de schilderkunst in het jonge België omstreeks het midden der 19de eeuw, gezegd dat hij de werkelijke vader is geweest van het beste dat het latere Belgische realisme zou voortbrengen.