U bent hier

In Flanders Fields Museum - Vernieuwd, vergroot en nog intenser

 

Midden juni opende het hernieuwde en vergrootte In Flanders Fields Museum. De confrontatie met de Eerste Wereldoorlog wordt er nog persoonlijker en intenser.

 

 

ambitieus en uniek

 

In Flanders Fields is een recent museum. Het opende op 1 april 1998. Twee jaar later ontving het de museumprijs van de Raad van Europa. En nog twee jaar later kreeg het van de Vlaamse Gemeenschap de erkenning als landelijk museum. In 2007 kon men al twee miljoen bezoekers vieren. Er liep toen een heel programma over het jaar 1917. Dat was vooruitziend. Deze zomer presenteert het Centre Pompidou in Metz ook een tentoonstelling over 1917, tussen frontkunst en avant-garde.

 

In Flanders Fields was van bij de start een museum met zin voor het leven zoals het in de vreselijke tijd van 14- 18 was én vandaag is. Dat was zeer vernieuwend. Op dat ogenblik waren er veel leger- en oorlogsmusea, grote en kleine, vol zo niet overvol met wapens, kanonnen, obussen, uniformen, vroege tanks en vliegtuigen, gas - maskers, decoraties, foto’s, monumenten allerhande. Hier en daar vond men zelfs nagebouwde loopgraven. Een toppunt was de onwaarschijnlijke, gigantische en labyrintische opstapeling van artilleriestukken, tanks, wagens en ander metaal in het Legermuseum te Brus - sel, dat echt de Eerste Wereldoorlog illustreerde als een Materialschlacht, waarin de mens bijzaak was. En men voelde dat wel zelf aan tussen zoveel stalen geweld. De presentatie is daar sedertdien helemaal veranderd.

 

Men heeft in Ieper het drama van de Eerste Wereldoor - log geplaatst in het leven, van de soldaat, de verpleegster, de families, de mensen die in de weg liepen of moesten vluchten… en zo een link mogelijk gemaakt met de mens van nu. Het was ambitieus een nieuw en groter publiek te willen aantrekken dan de bezoekers van de oorlogs - grafvelden, waaraan de streek uitermate rijk is. Het is tekenend voor het dynamisme van het museum dat men dit succesrijke concept een goede tien jaar na de opening een nieuwe dimensie geeft. Dit kan snel lijken. Vergeet niet dat het bezoek gericht is op het tot stand brengen van een persoonlijk contact tussen een levend iemand en het verleden. Dan is 14 jaar wel een periode waarin men daarover kan nadenken, te meer daar de technische mogelijkheden spectaculair veranderen.

 

 

persoonlijke verhalen

 

De grootste vernieuwing is misschien dat de bezoeker niet meer alleen is tijdens zijn bezoek. Hij wordt ver - gezeld en omringd met behulp van een persoonlijke ‘poppy’-armband met vier persoonlijke gidsen. Door het intikken van zijn adres, krijgt hij er twee zo dicht mogelijke buren bij, voorts iemand uit het andere kamp, en een toevallige getuige. Op die manier hoort men heel verschillende echo’s, van een soldaat, een verpleegster, een vluchteling enz. En zo is ook de buitenwereld steeds present in het museumgebouw. Want de hallen van Ieper zijn geen echt slagveld geweest, alleen een bommenveld tot er niets meer over was. U krijgt via dat persoonlijk contact een emotionele dimensie mee, waarvoor een oud kanon, hoe groot dan ook, of een uniform nooit kunnen zorgen.

 

Tijdens de sluiting van zeven maanden heeft men museum ook uitgebreid (met 50%) en de presentatie van de stukken herschikt. Dat laatste moet wel een groot probleem geweest zijn. In Flanders Fields Museum ontvangt zeer veel giften – wegens het internationale vertrouwen dat het geniet – en de keuze wordt dus steeds moeilijker. Er zijn spectaculaire veranderingen in de scenografie, die de bezoeker toelaten zijn parcours juister te situeren. Het hele inkomfoyer is veranderd met nieuwe liften en trappen, sanitair en lockers voor grote groepen. En verder is een groter museumcafé en ruimten voor workshops en andere educatieve activiteit. De bezoeker wordt ondergedompeld in een mix van objecten, bewegende beelden, geluid en muziek (ook hier is veel veranderd – zo is er het werk van een Britse band, Tindesticker) en kan men in een soort tunnel de zo moordende derde slag te Passendale volgen (ook met medische commentaar).

 

De hallen van Ieper zijn gelukkig groot genoeg om dat alles op te vangen zonder nieuwbouw. In de dertiende eeuw was het een van de grootste burgerlijke gebouwen in Europa en groter dan de kathedraal en het stadhuis. Dat was uniek. En daarvoor, als teken van de opkomst van de internationale handel (en het kapitalisme) in West-Europa zouden de hallen zelfs zonder de Eerste Wereldoorlog een emblematische betekenis hebben. De hallen waren – veel later – een inspiratiebron voor architect George Gilbert Scott van het nu zo bekende Saint-Pancrasstation in Londen, tenminste voor het grote neogotische hotel dat voor het station staat. De link met Engeland bestond dus al voor de rampzalige tijd van de Eerste Wereldoorlog. Vandaag is die link fundamenteel geworden. Ieper is immers het meest bezochte bedevaartsoord in het buitenland in verband met de Grote Oorlog, voor de inwoners van het vroegere Britse Rijk. En dat zijn vele bezoekers. 

 

 

meer dan een museum

 

De langzame en met fanatisme voortgezette verwoesting van de hele stad had niets te maken met enig strategisch belang. Ieper lag op een onverdedigbare plaats. De legers beschikten over artillerie in alle formaten, chemische wapens, tanks, vliegtuigen, massa’s soldaten, maar redeneerden in termen van terreinwinst in meters. Daar werden honderdduizenden jonge levens aan opgeofferd. En de omgeving van Ieper omvat, helaas, vele frappante voorbeelden van deze waanzin. Een aanzienlijk deel van de Europese jeugd van toen werd hier weggemaaid. Ongeveer alles wat op of bij de slagvelden lag werd verwoest, ook het landschap. Na de oorlog besliste men toch de vernietigde architectuur in West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk, min of meer getrouw, op te bouwen. Er is uiteraard immens veel verdwenen. Soms duikt nog een fraai architectuurfragment (sculptuur, houtwerk) op, uit Ieper of Diksmuide. Maar alleen oude gravures en foto’s geven een beeld van de vroegere rijkdom, die vele kunstenaars aantrok, zoals Victor Hugo en Rilke in Veurne. De ondergang en reconstructie van de Hallen van Ieper, kan u trouwens volgen via etsen en foto’s op de website van Flanders Fields (collectie Ieper).

 

Het museum krijgt een belangrijke nieuwe dimensie als kenniscentrum in verband met de stad Ieper en alle aspecten van de Eerste wereldoorlog via internet. Maar ter plaatse kan u uiteraard terecht in de rijke bibliotheek en het documentatiecentrum. Daar vindt u ook alle exemplaren van de interessante nieuwsbrief In Flanders Fields Magazine dat op papier verscheen, van januari 1999 tot januari 2012. Die 27 nummers worden nu gedigitaliseerd en toegankelijk via de website. Dit magazine, opvallend door de lay-out ook, is belangrijk omdat men er, bij voorbeeld, vele honderden schenkingen en dus schenkers van objecten uit 14-18 kan in terugvinden. Het weerspiegelt ook de artistieke weerslag van de oorlog, via artikels over tentoonstellingen van kunst aan het front. En geeft een getrouw beeld van de activiteit van het museum in al die jaren. Voortaan verschijnt dit magazine alleen nog maar digitaal. Het museum publiceert voortaan op papier enkel nog een Jaarboek . 

 

De bezoeker van In Flanders Fields zal nog meer dan vroeger kennis kunnen maken met de hele streek en de Westhoek. Zo kan men nu ook de toren van het Belfort bezoeken. Van daaruit krijgt men wel een goed beeld van de slagvelden rond de stad, in alle richtingen, op de hoogten. De ooit zo moordende, voortdurend gebombardeerde en chaotische moddervlaktes rondom Ieper zijn nu, een eeuw later, veranderd in vredige landbouwgrond, verkavelingen of bedrijfsterreinen. Wat ergens een hoopgevend teken is, al blijft het besef dat een wapenstilstand of terugtocht van de troepen slechts het prille begin is van een langzaam verwerkingsproces. Ook dat heeft In Flanders Fields reeds jarenlang aangetoond.

 

Joost De Geest


Info

In Flanders Fields Museum

Open:

vanaf 11 juni 2012 t.e.m. 15 november 2012 elke dag van 10 tot 18 uur;

van 16 november 2012 t.e.m. 31 maart 2013 van dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 17 uur

Lakenhallen

Grote Markt 34

8900 Ieper

Tel: 057 239 220

www.inflandersfields.be