U bent hier

Erfgoedbibliotheken in Vlaanderen

Fragment uit het Walvisboek van Adriaen Coenen (1584), een belangrijk handschrift uit de langdurige bruikleen van de KMDA aan de Stadsbibliotheek.

 

Een portrettengalerij


In de opwaartse beweging die het cultureel erfgoed in Vlaanderen nu al een aantal jaar beleeft, laten ook de  erfgoed- of  bewaarbibliotheken  hoe langer hoe meer van zich horen: de sector en zijn uitdagingen werden in kaart gebracht, er kwamen aanbevelingen voor het beleid, het Platform Erfgoedbibliotheken Vlaanderen bracht voor het eerst de koppen en geesten samen en er vonden enkele opmerkelijke tentoonstellingen plaats, waaronder  de succesvolle reizende, en ook virtueel te  bezoeken, tentoonstelling Het dagelijks boek, met zeventiende-eeuwse boeken en  boekjes die in  hun tijd druk werden gelezen en verspreid. Het resultaat liet niet lang op zich wachten: in het  Erfgoeddecreet van 2008 heeft de 'Vlaamse Erfgoedbibliotheek', een begrip dat zes bibliotheken uit dit themanummer overkoepelt, een  plaats (en financiële middelen) gevonden.


Wat zijn  'erfgoed- of  bewaarbibliotheken'?  In één zin: het zijn de  bibliotheken die zorg dragen voor ons documentair erfgoed: handschriften, boeken, kranten, tijdschriften en de zogenoemde 'grijze literatuur', dat is alles wat niet via boekhandels en uitgeverijen te verkrijgen is. Behalve het  intellectuele patrimonium - een begrip waar deze bibliotheken al eens onterecht toe worden beperkt- vind je er dus ook de verhalen uit la vie quotidienne.

 

Het zal  meteen ook duidelijk zijn  dat 'het veld' bijzonder ruim is en  dat 'de spelers' op dat veld  ongemeen heterogeen zijn.  Een niet-beperkende opsomming van de contexten waar deze bibliotheken thuishoren: ze kunnen deel uitmaken van een  openbare bibliotheek, van archieven, van hogescholen en universiteiten, van kloosters en  abdijen, van musea, van heemkringen enzovoort. Uiteraard kan het  ook gaan om privébibliotheken van verzamelaars, maar dat segment is al helemaal terra incognita. Een van de zwaktes van de sector was - en is nog altijd - dat het  geheel nauwelijks in kaart is gebracht. Gelukkig is daar nu stilaan verandering in gekomen, mede dankzij het  Platform. Eén ding staat vast: de sector is vooralsnog zeer versplinterd en de manieren van werken zijn dat ook.


Het besef van het belang van deze erfgoedspelers neemt dus toe, enkele decennia nadat de musea zijn wakker geschoten. Zoals met alles wat erfgoed in Vlaanderen aangaat, is het na een lange tijd van stilstand en  achteruitgang nu flink en dapper kiezen waar je prioritair aandacht aan geeft, middelen aan besteedt en voor samenwerkt. Erfgoedbibliotheken zien zich geconfronteerd met grote en  soms dure kwesties als de conservering (met  onder meer het  bekende verzuringsprobleem van alle publicaties uit ca.  18 50-1940 en van kranten; maar ook het gebrek aan opleiding  ter zake is  een groot probleem), de  digitalisering (niet alleen van de bestaande collecties maar ook wat de  bewaring van de virtuele productie in onze tijd betreft), het collectiebeleid (welke afspraken  proberen we  Vlaanderen breed te  maken? wat met een  eventueel Vlaams depot?)... Zowat al deze facetten van de  bewaarbibliotheekwerking worden ook de decretale opdracht van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek.


Onbekend is clichématig onbemind. Daarom brengen we in dit themanummer een portrettengalerij van bewaarbibliotheken in Vlaanderen.

 


Inhoud

  • Stadsbibliotheek Antwerpen en Openbare Bibliotheek Brugge
  • Het Ruusbroecgenootschap en de Abdij van Averbode
  • Kostbare Werken van de K.U.Leuven en de Universiteitsbibliotheek Gent
  • Provinciale Bibliotheek Limburg, Bibliotheca Wasiana en Stichting  de Bethune
  • Praktisch

 

De poorten van het leven - Stadsbibliotheek Antwerpen en Openbare Bibliotheek Brugge

 

 

HET GEHEUGEN VAN VLAANDEREN

 

"Ik zal nooit vergeten dat ik bij mijn indiensttreding met het personeel ging samen zitten en de vraag opwierp hoe we de bibliotheek en wat we allemaal in huis hebben 'naar buiten' konden brengen. Zowat iedereen vroeg me toen: waarom?  Ik wist niet wat ik hoorde. De omslag in mentaliteit heeft tijd gekost." Aan het woord is An Renard, sinds eind 2000 directeur van de Stadsbibliotheek Antwerpen en met 'een verleden' in de culturele sector, waar 'publiek binnenkrijgen' je bestaansreden uitmaakt. In het bonte Vlaamse landschap der erfgoedbibliotheken neemt de instelling op het intieme Conscienceplein - ze mag niet worden verward met de openbare bibliotheek, wat vaak gebeurt - een unieke plaats in: dit is een erfgoedbibliotheek pur sang die het  erfgoed om het erfgoed verzamelt, op zichzelf staat en door een  grote stad wordt gepatroneerd.


De Stadsbibliotheek bestaat bovendien al een vijftal eeuwen. Je zou haar met enige goede wil een soort mini-Bibliothèque nationale (met  de nadruk ook  op 'mini') kunnen noemen. An  Renard: " Een  nationale bibliotheek verzamelt op een  bepaald grondgebied - in dit geval: Vlaanderen - alles wat wordt gepubliceerd, zonder keuzes te maken voor een thema of een bepaald deelgebied. Dat is ook  ónze ambitie en die realiseren we goeddeels dankzij schenkingen en met financies van de stad Antwerpen.

 

De Stadsbibliotheek speelt bij de huidige ontwikkelingen in de sector een vooraanstaande rol, samen met vijf andere grote openbare spelers. Een voorbeeld van haar Vlaamse functie is een project dat inventariseert welke erfgoedinstellingen welke Belgische kranten hebben en in welke vorm (digitaal, papier, microfilm). Zulke gegevens zijn nodig om een beleid te kunnen voeren en  afspraken te maken.

 

 

OPENBAAR

 

Dát de Stadsbibliotheek Antwerpen iets in huis heeft, is genoegzaam bekend. Het bleek nog eens toen in 2002 KPMG, in het kader van een onderzoek naar mogelijke toekomstpistes voor de  bibliotheek, vergelijkende cijfers citeerde, bijvoorbeeld over de aanzienlijke tijdschriftencollectie.  Aan een aantal kenners van de domeinen waar de bibliotheek zich op richt, werd ook gevraagd om de betrokken deelcollecties te quoteren. Het gemiddelde cijfer lag rond de 4 (van maximaal 5), wat wil zeggen: het gaat stuk voor stuk om collecties die al het nodige bronnenmateriaal bevatten voor onafhankelijk onderzoek.

 

Even kort overlopen: voor Nederlandse letterkunde is de collectie volgens kenners onklopbaar, onmisbaar en uniek, bijvoorbeeld wat herdrukken en uitgaven 'in eigen beheer' betreft. Hoge cijfers zijn er ook voor de 'geschiedenis van de Nederlanden', de 25.000 oude drukken met Antwerpen als zwaartepunt, de collectie over de geschiedenis  van het  boek, en de facetten 'volkscultuur' (met veel zogeheten 'grijze literatuur') en 'kunst in de Nederlanden'. Dat ook de geschiedenis van Antwerpen hier bijzonder rijk  gedocumenteerd is, zal geen verbazing wekken.

 

An Renard: "Vlaanderen is ons verzamelgebied, en dat verzamelen is niet gericht op onderwijs of onderzoek. Wij verwerven en verzamelen eigenlijk alleen in functie van het bewaren. Of iemand dat nu direct gaat lezen, zoals in een openbare of een onderzoeks­ of  zelfs een abdijbibliotheek, interesseert ons bij manier spreken niet. Ons domein is de Vlaamse geschiedenis in al haar facetten, met letterkunde als bijzondere focus.

 

Zo'n brede collectievorming is bijzonder arbeidsintensief. We willen bijvoorbeeld ook alles wat 'in eigen beheer' is uitgegeven verzamelen. En we gaan kijken telkens als Antwerpse openbare bibliotheken boeken afvoeren. 70% van  de collectievorming zijn  vandaag de dag schenkingen, die je ook elke keer nauwgezet moet bekijken. Belangrijke schenkingen kunnen zelfs je focus mee gaan bepalen: zo kregen we een tiental jaar geleden de collectie van het oude Ministerie van Nationale Opvoeding, met een enorme schat aan schoolboeken uit de  negentiende en twintigste eeuw. Om het financieel haalbaar te houden, sluiten we sinds kort protocollen af, bijvoorbeeld met Stichting Lezen.

 

Al hun jeugdliteratuur die zij om een of andere reden niet meer gebruiken deponeren ze bij ons. Iets vergelijkbaars hebben we met Heemkunde Vlaanderen, waardoor alle heemkundige tijdschriften hier belanden, en met VCM- Contactplatform voor Erfgoedverenigingen, voor alles wat onroerend erfgoed betreft. Dat is een goede zaak vooriedereen, dankzij de ontsluiting op brede schaal. Het heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat er geen 'Vlaams depot' bestaat, waar ik sterk voor pleit. Bij dat  alles moet je bedenken dat  hier maar twee mensen bezig zijn met collectievorming: één met het hedendaagse luik en één met de oude drukken. Dat is weinig voor veel werk... "

 

 

BLOCKBUSTERS

 

De Stadsbibliotheek is prominent aanwezig op Erfgoeddagen en  Museumnachten, op  Gedichtendag... Ze organiseert met partners opvallende tentoonstellingen, bijvoorbeeld recent over de sluikpers, en ze organiseert in haar schitterende Nottebohmzaal de gelijknamige zondagochtend-lezingen. An Renard: "Ons 'gewone' publiek zijn vooral studenten en al dan niet professionele onderzoekers op het vlak van geschiedenis en literatuur. Maar met die activiteiten krijg je natuurlijk een ander publiek over de vloer, al zullen het nooit blockbusters worden. Ik vind het belangrijk zulke dingen te doen, met de middelen die er zijn. Je valoriseert er je bibliotheek en je collectie mee, je werkt bij sommige mensen misschien vooroordelen weg en je toont ook aan dat hier veel meer zit  dan 'oude boeken'.

 

Het digitaliseren van kranten bijvoorbeeld, waar de Erfgoedcel Ieper pioniers-werk heeft verricht, kan potentieel een groot publiek aanspreken. Denk aan clubs of verenigingen die een of ander jubileum vieren. Zoiets biedt belangrijke perspectieven voor de publiekswerking. Ontsluiting, digitalisering, conservering (kranten zijn erg bedreigd !) en publiekswerking  gaan bij een dergelijk project hand in hand. Ook scholen en hogescholen aanspreken wordt voor mij in de toekomst belangrijk. Je kunt met erfgoed en scholen zeer interessante dingen doen, thematisch, via  internet enzovoort. Kortom, ik  denk dat  wij ons publiek nog moeten vinden, zoals veel musea enkele decennia geleden. Dat veronderstelt een goede communicatie. Ons erfgoed is er voor iedereen en het kán ook iedereen aanspreken, daar ben ik van overtuigd. "

 


TWEE-EENHEID

 

Anders dan in Antwerpen is de Openbare Bibliotheek Brugge zowel 'stadsbibliotheek' als 'openbare bibliotheek'. De kiemen van de Openbare Bibliotheek Brugge liggen in de aanhechting van onze gewesten bij Frankrijk in 1795. Zoals elke departementshoofdplaats kreeg Brugge een Ecole Centrale waar een bibliotheek aan verbonden was. Die werd gevoed met het boekenbezit van de geconfisqueerde kerkelijke instellingen in West-Vlaanderen, toen Departement van de Leie. De  historische kern zijn de bibliotheken van de voormalige cisterciënzerabdijen Ten Duinen en Ter  Doest.

 

In 1804, onder het bewind van Napoleon, kreeg de stad Brugge deze omvangrijke en waarde-volle collectie toevertrouwd.  Samen met Gent en Brussel heeft de Brugse bibliotheek zo de grootste verzameling (ruim 700) middeleeuwse manuscripten. Ze behandelen diverse onderwerpen: van liturgie tot Romeins recht, van antieke auteurs tot humanisten. Ze getuigen van de ruime belangstellingsfeer van de cisterciënzerabdijen. Een selectie ervan was te zien op de Brugge 2002-tentoonstelling Besloten wereld, open boeken. Vlaamse cisterciënzerhandschriften en miniaturen.
 

De  Ecole Centrale annex bibliotheek waren eerst ondergebracht in de Duinenabdij. In 1819 verhuisde de bibliotheek naar de grote bovenzaal van het Brugse stadhuis. Aankopen en vooral schenkingen vervolledigden het aanbod. Zo verwierf de bibliotheek in 1874 de markante boekenverzame ling van Isaac De Meyer (1786-1861), een Brugse chirurg, gynaecoloog en kunstliefhebber. Ze bevat ruim tweehonderd  boeken. Allemaal hebben ze betrekking op  de  verloskunde of, in ruime zin, op de geneeskunde van de vrouw en het ongeboren kind. Het oudste boek in de verzameling dateert uit 1563, het merendeel is in de achttiende eeuw gedrukt. De  collectie De Meyer vormde de ruggengraat van de tentoonstelling Hoe bevalt Brugge?, die  plaatsvond in het cultuurfestival Corpus Brugge 05.
 

Doorheen de  jaren kreeg de  bibliotheek ook heel  wat schenkingen die  onder de  noemer Brugensia, alles wat van ver of nabij met Brugge te maken heeft, te klasseren zijn. Zo is er de  bewaargeving van een schat aan bloemenboeken door de Brugse Koninklijke Maatschappij voor Hofbouw en Fruitboomkunde.
 

 

GEZELLE, BRONNEN EN DE KOFFER

 

Ook het  Guido Gezellearchief is bij de Brugse bibliotheek terecht gekomen. Na zijn dood liet de dichter een indrukwekkende verzameling papieren na: stapels poëziehandschriften, brieven, talrijke filologische notities... Zijn neef Caesar Gezelle werd de wanhopige erfgenaam, die geen raad wist met het archief. Geleidelijk aan droeg hij  stukken over aan het in 1926 opgerichte Gezellemuseum. Uiteindelijk kwam het hele  archief daar terecht. Conservator  Paul Allossery breidde de  collectie uit via aankoop en schenkingen vanwege Gezelle's familieleden, oud-studenten en kennissen.

 

In 1971 werd het Gezellearchief overgedragen aan het Brugse stadsbestuur dat het onderbracht in de  Openbare  Bibliotheek. De inventaris is raadpleegbaar via de website www. gezelle.be. Er zijn  beschrijvingen van alle stukken, de volledige tekst van de briefwisseling, digitale afbeeldingen van poëziehandschriften, informatie over leven en werk van de dichter...
 

 

Het Gezellearchief is bijzonder goed ontsloten. Dat geldt ook voor de Brugse drukken (via de web-catalogus). Samen met het  Stadsarchief, de  Erfgoedcel en de Stedelijke Musea Brugge ontwikkelde de Openbare Bibliotheek www. historischebronnenbrugge.be. De site bevat digitale versies van belangrijke Brugse werken. Uit de collectie van de bibliotheek zijn dat de Franse proza­ bewerking van Ovidius' Metamorphoses  (Brugge, 1484) en de zes volumes van het achttiende-eeuwse Handschrift De Hooghe. Elk jaar worden nieuwe titels toegevoegd. De bibliotheek heeft plannen om  de uitgebreide verzameling oude drukken via de publiekscatalogus te ontsluiten.
 

De hoofdbibliotheek huist sinds 1986 in de Kuipersstraat, in de schaduw van het belfort, in een  nieuwbouw die de naam Biekorf draagt. Daar bevinden zich ook een cultuurcentrum en een theaterzaal. Daarnaast telt de Openbare Bibliotheek twaalf filialen, al spreken ze in Brugge liever over 'buurtbibliotheken' omdat ze ook een sociale functie hebben. Van de gesloten, elitaire en  burgerlijke bibliotheek uit de Franse tijd is ze geëvolueerd naar een laagdrempelige openbare bibliotheek waar 55% van de volwassen Bruggelingen de weg naartoe gevonden hebben.
 

Wel  onveranderd gebleven is het feit dat Brugge, als enige gewezen Franse departements-hoofdplaats, nog altijd zowel een openbare als een erfgoed bewaarbibliotheek is. In Brugge is de  leeszaal van de openbare bibliotheek dus ook de plek waar onderzoekers de kostbare handschriften raadplegen. En het aankoopbeleid heeft eveneens twee sporen: enerzijds schaft ze zoals elke openbare bibliotheek nieuwe literaire werken en non-fiction aan, anderzijds vervolledigt ze de  erfgoedcollectie. De twee-eenheid is terug te vinden in de Erfgoedkoffer, een initiatief van de  bibliotheek voor scholen die op bezoek komen. De koffer bevat alles wat destijds in een scriptorium aanwezig was. Na een kennismaking met enkele handschriften uit de collectie kunnen de leerlingen zelf aan het werk met ganzenveren, inkt en perkament.

 


 

Geestelijk voedsel - Het Ruusbroecgenootschap en de Abdij van Averbode


 

MEESLEPENDE JEZUÏETEN

 

De bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap kwam in een sfeer van Vlaamsgezindheid tot stand onder impuls van  drie Leuvense jezuïeten-germanisten - Desiderius A. Stracke, Jozef Van Mierlo en Leonce Reypens - en de classicus Jan-Baptist Poukens S.J. Een van hun beweegredenen was dat in de handboeken Nederlandse literatuurgeschiedenis de (middeleeuwse) ascetische en mystieke geschriften in het verdomhoekje stonden. Ook het documenteren van 'volkse vroomheid' stond centraal in hun bekommernissen. Het Genootschap en de  bibliotheek werden in 1925 opgericht. De paters die de bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap oprichten, verzamelden hun collectie primair omwille van de inhoud  en niet louter om de mooie  band.

 

Het Genootschap is genoemd naar de grote Brabantse mysticus Jan van Ruusbroec (1293-1381), die in 1909 zalig werd verklaard. Handschriften van Ruusbroec bezit de bibliotheek niet, op twee fragmenten na: de manuscripten waren in 1925 al in het  bezit van andere Europese bibliotheken.

 

Het Ruusbroecgenootschap en zijn wetenschappelijke en bewaarbibliotheek leggen zich van bij het begin toe op het documenteren en bestuderen van de geschiedenis van het godsdienstig leven. De  nadruk ligt op ascese en mystiek zoals die onder meer in kloosters werd bedreven. Het werkings-gebied zijn de Nederlanden, van de bekering tot ca. 1750.


De huidige bibliothecaris Erna Van Looveren: "De paters die vanaf het begin van de  twintigste eeuw hun schouders onder deze bibliotheek hebben gezet, waren bij manier van spreken niet geïnteresseerd in 'mooi' materiaal: hoe meer iets gebruikt was, hoe meer sporen je had naar het  gebruik van boeken en prenten. Dat vonden zij belangrijk: het waren getuigenissen van het  godsdienstig leven waar ze naar op zoek waren. Je houdt het niet voor mogelijk wat ze met hun groepje van drie/vier man in korte tijd bij elkaar hebben gebracht. "


Wat in veel andere bibliotheken als 'dubbels' wordt beschouwd, wordt hier gekoesterd. Die  allemaal bijhouden helpt om na te gaan waar een boek of geschrift werd verspreid en gebruikt,  welke aantekeningen erin werden gemaakt, waar het  werd herdrukt en hoe vaak enzovoort.

 


HET FUNDAMENT EN DE PRENTJES

 

Je kunt in de wetenschappelijke bibliotheek terecht voor de bronnen zelf en voor de 'hulpmiddelen': naslagwerken, inventarissen van handschriften en archieven, en catalogi van incunabelen. Ook de  grote collecties met bronteksten zijn er, zoals de Monumenta Germaniae Historica, het  Corpus Christianorum enz.
De monografieën van na 1800 richten zich vooral op alles wat met de studie van religie, ascese, mystiek en 'volksvroomheid' te maken heeft. De oude drukken zijn toegespitst op de ascetische en mystieke literatuur van de Nederlanden tussen 1500 en 1800. We moeten daarbij onder meer denken aan geestelijke traktaten, devotieboeken en -boekjes, preken, moraliserende geschriften, toneelliteratuur, geschiedenissen van bedevaarten, miraculeuze beelden enz.

 

Opmerkelijk is de grote verzameling prenten en prentjes. Die  is goeddeels de vrucht van de vele 'meeslepende' lezingen die pater Stracke voor Davidsfondsafdelingen over heel Vlaanderen hield. Hij  vroeg daarbij systematisch naar 'sanctjes' als uitingen van volksdevotie. Er werden ook verzamelingen gekocht en geschonken. De collectie bid- en devotieprenten telt ca. 40.000 stuks van voor 1850 en is de  grootste in Vlaanderen. De bibliotheek van de Abdij van Averbode  is bestemd voor de eigen gemeenschap. Vooral studenten en onderzoekers van het godsdienstig leven in de Nederlanden maken gebruik van de  bibliotheek. Die is misschien nog te weinig bekend bij volkskundigen, etnologen en mentaliteitshistorici.

 

In 1927 werd het tijdschrift Ons Geestelijk Erf gesticht, 'Tijdschrift voor de studie van de vroomheid in de Nederlanden van de bekering af tot ca. 1750'. Dit Vlaams-Nederlandse tijdschrift is nu aan zijn  77ste jaargang toe. Onder impuls van het Genootschap werden en worden ook wetenschappelijke bijdragen en tekstuitgaven (bv. van prekenbundels) als vulgariserende werken voorbereid over en met teksten van mystici, onder wie Jan van Ruusbroec en Hadewijch. Van Ruusbroec werd het Verzameld Werk uitgegeven.

 

Leden van het Genootschap doceren vakken in de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. De vzw Loyola is eigenaar van de collectie en het gebouw, dat door de Universiteit Antwerpen wordt gehuurd. De bibliotheek wordt ter beschikking gesteld van de universitaire gemeenschap, die het personeel bekostigt. De bibliotheek is ondergebracht in een nieuwbouw uit 1985-1988 aan de Grote Kauwenberg. Sinds 1954 bevond de bibliotheek zich in een;oude koffiebran­ derij op deze plaats, na verblijven in het Onze-Lieve-Vrouwecollege en het Ruusbroec-huis in de  Prinsstraat. Dat laatste lag naast de bewuste koffiebranderij, die kon worden aangekocht dankzij steun uit de nalatenschap van de Antwerpse industrieel Lieven Gevaert.

 

 

VOOR EIGEN GEBRUIK

 

De bibliotheek van de norbertijnenabdij van Averbode is in de eerste plaats bestemd voor de eigen gemeenschap, in het  bijzonder voor priesteropleiding, maar bevat ook unieke ensembles, zoals de deelcollectie over de geschiedenis van de orde én niet te vergeten alle publicaties van de  uitgeverijen van de groep Averbode. "Een abdij vervult veel functies. Haar bibliotheek is een instrument voor de gemeenschap. In die zin moet je de boekencollectie ook bekijken. Het is niet onze bedoeling hier grote aantallen bezoekers over de vloer te  krijgen, " stelt archivaris Herman Janssens. Een groot deel van het boekenbezit is trouwens ook elders te  vinden. De abdij verwijst bezoekers dan ook graag door, bijvoorbeeld naar de Bibliotheek Godgeleerdheid van de K.U. Leuven.


Terwijl de  abdij zelf een geschiedenis heeft die teruggaat tot de twaalfde eeuw - er was hier nooit een belangrijk scriptorium zoals in Park of Sint­Truiden -, kwam de bibliotheek vooral vanaf de achttiende eeuw tot stand. In de Franse tijd werd het boekenbezit verborgen, maar onder Willem I is de toenmalige collectie door de overheid aangeslagen en overgebracht naar de Luikse universiteits-bibliotheek, waar ze is opgenomen in het boekenbezit. Op basis van een lijst van de in beslag genomen boeken kan globaal worden uitgemaakt wat van Averbode afkomstig is, maar dat is vooralsnog niet tot in de details bestudeerd.


In de negentiende eeuw werd de bibliotheek, zoals veel kloosterbibliotheken, opnieuw opgebouwd, maar in 1942 brandde de abdij uit, samen met haar bibliotheek. De incunabelen bevonden zich elders en een deel van het oude boekenbezit bleef gelukkig bewaard. Na de oorlog werd de huidige bibliotheek gebouwd, met alweer een goeddeels nieuw boekenbestand. De huidige collectie bevat de  geredde collectie 'oude drukken', die  vooral in de negentiende eeuw is verzameld, en het moderne boekenbezit. De bibliotheek is dienstig bij de vorming van priesters en kloosterlingen, zoals dat met abdijbibliotheken van oudsher het geval is.

 

Het collectiebeleid spitst zich daar dan ook grotendeels op toe. Zoals aan de universiteit hangt de huidige collectievorming in Averbode deels af van de professoren die de priesteropleiding verzorgen en van hun respectievelijke specialismen en belangstellingssferen. Typerend voor de norbertijnen is de  verankering in de regio, wat maakt dat ook de lokale geschiedenis, met name van parochies waar de  abdij belangen had, een aandachtspunt is bij de collectievorming. Ook privé-bibliotheken van broeders die overlijden komen in veel gevallen hier terecht, zoals vanouds in het  geval van abdijbibliotheken.

 

 

DE EIGEN ORDE EN DE GOEDE PERS

 

De norbertijnenabdijen opereren zelfstandig binnen hun orde. Dit betekent onder meer dat elke  abdij haar eigen bibliotheek aanlegt, zoals dat in Averbode gebeurde en tot op vandaag gebeurt. Een  sterk en uniek punt van de collectie in de abdij van Averbode is het uitgebreide fonds over de geschiedenis van de premonstratenzers of norbertijnen. De abdij staat al een kleine eeuw mee aan de spits van de geschiedschrijving van de eigen orde.


De abdij nam deel aan de tentoonstelling met de rijke titel Een zee van toegelaten lust (eind 2004/begin 2005; met een mooi uitgegeven catalogus), over abdijbibliotheken in de provincie Antwerpen. Een honderdtal topstukken uit Averbode, Bornem, Postel, Tongerlo en Westmalle werd toen geëxposeerd, zowel handschriften als oude drukken.


Aangezien de uitgaven van de voormalige uitgeverij De  Goede Pers - sinds 2000 een eigen N.V. in  eigendom van de  abdij - hier systematisch worden verzameld, kun je in de abdijbibliotheek onder meer de hele collectie Vlaamse Filmpjes vinden, ingebonden én los. Het eerste Filmpje verscheen in 1930. De bibliotheek van de abdij bevindt zich onder de abdijrefter, aan de noordkant. Bij de recente noodzakelijke uitbreiding werd geopteerd voor een nieuwe, comfortabele en architecturaal opmerkelijke kelderverdieping (naar het voorbeeld van Kadoc en Godgeleerdheid in Leuven). De kelder, een ontwerp van bOb van Reeth, bevindt zich onder een binnenplaats.

 


 

Lezen is weten - Handschriften en Kostbare Werken van de K.U.Leuven en de Universiteitsbibliotheek Gent

 

 

DE UNIVERSITEIT EN DE GESCHIEDENIS VAN HET BOEK

 

De afdeling Handschriften en Kostbare Werken bevindt zich in de Centrale Bibliotheek van de K.U.Leuven op het Mgr. Ladeuzeplein, in het zogeheten Tabularium dat je via een wenteltrap bereikt. 'Tabularium' was al in het oude Rome de naam voor het toenmalige 'rijksarchief'.


Die afdeling bewaart wat ooit geproduceerd is door mensen die sinds 1425 met de universiteit verbonden zijn geweest én publicaties die thematisch met de universiteit te maken hebben: een aanval van Luther op Leuvense theologen bijvoorbeeld behoort tot de collectie. Deze 'Academische Collectie' - zeg maar: het eigen patrimonium - gaat tot en met de Hollandse periode. Ze omvat ca. 2400 publicaties en enkele duizenden universitaire disputen en thesissen.


De  bewaarfunctie en het documenteren van het  eigen verleden is voor een universiteitsbibliotheek heel belangrijk. Dat weten ze in Leuven maar al te goed: in 1914 werden ze als het ware afgesneden van hun roots. De geschiedenis van de huidige collectie begint inderdaad jammer genoeg pas na 1914, toen een oorlogsbrand alles verwoestte, ook de catalogus.

 

'Alles', dat betekende toen zowat duizend handschriften, 800 incunabelen en ongeveer 300.000 boeken. In 1940 herhaalde zich de geschiedenis en ging de bijna volledige collectie die intussen weer was opgebouwd (900.000 banden) opnieuw verloren. Behalve enkele handschriften en één incunabel werden ook zowat 20.000 boeken gered die zich in seminaries bevonden. Tweemaal bouwde mgr. Etienne van Cauwenbergh, die van 1919 tot 1961 bibliothecaris was, de collectie weer op.  Bij de splitsing in de jaren 1970 vertrokken boeken met een even plaatsingsnummer naar de Université Catholique de Louvain.

 

Ook vóór 1914 ging een deel van de collectie al eens 'verloren': in de Franse tijd werden de 50.000 aanwezige banden, toen nog in de  huidige Universiteitshal in de Naamsestraat, verdeeld. De beste stukken gingen naar Parijs en een deel belandde in Brussel.

 

 

OPMERKELIJKE COLLECTIES

 

De  afdeling is voor haar uitbreiding goeddeels afhankelijk van schenkingen, maar voor de zogeheten Collectio Academica voert men een actieve aankooppolitiek. Het gaat bijvoorbeeld om werken van Juan Luis Vives, Justus Lipsius, Erycius Puteanus en Cornelius Jansenius. Erasmus was nooit met de universiteit verbonden en blijft daarom buiten beeld. Bij het streven naar aankopen stoot men op de  grenzen van wat op de markt nog betaalbaar is:  incunabelen, atlassen en werken over geneeskunde zijn dat meestal niet meer.


Hoge prioriteit, ook in het collectiebeleid, gaat naar de zogeheten 'referentiebibliotheek' over de geschiedenis van alle mogelijke aspecten in verband met 'het boek': catalogi van handschriften, bibliografische werken, werken rond de boekdrukkunst, over grafiek enz. De 40 .000 banden maken van deze deelbibliotheek een zelden geëvenaard geheel. Je vindt er ook studies over de ex-Iibris, de typografie, de restauratieproblematiek, de geschiedenis van het uitgeven, de boekhandel en...  de bibliotheek. Opvallende onderwerpen zijn kookboeken, sport, erotica, kinderboeken enz.  Een bijzondere collectie is de prachtige verzameling schermboeken die Olympisch kampioen Archibald H. Corble na zijn dood (1944) aan de bibliotheek overdroeg. Ze werd aanvankelijk ook 'gesplitst', maar is nu weer integraal in  Leuven.

 

De  collectie bevat enkele belangrijke privébibliotheken, waaronder die van professor Henry de Vocht, die van groot belang is voor de periode eind vijftiende/begin zestiende eeuw en ook de  geschiedenis van de  Engelse literatuur documenteert, en die van Henri Omont, conservator Handschriften in de Parijse Bibliothèque Nationale. Ook hier staan de zestiende eeuw en de (Griekse) filologie centraal, naast  een unieke handbibliotheek  over handschriften.


Niet alles van de Oude Academische Collectie is gecatalogiseerd in het bibliotheeksysteem LIBISng; veel staat nog op steekkaarten. Vanaf februari 2008 worden de handschriften prioritair aangepakt. Die zijn nu deels ter plaatse toegankelijk gemaakt en deels ook her en der beschreven.


Geregeld worden in de Centrale Bibliotheek tentoonstellingen georganiseerd met de eigen collectie als basis. In 2006 vond een Lipsius-tentoonstelling plaats, naar aanleiding van de 400ste verjaardag van zijn overlijden.


 


Ferdinand Vander Haeghen, Gent 1830-1913, hoofdbibliothecaris UGent van 1869 tot 1911

 

Het is een gelukkige hoofdbibliothecaris van de Universiteit Gent die me in haar kantoor op de  gelijkvloerse verdieping van de Henry van de Velde's Boekentoren te woord staat. Niet zozeer omdat Sylvia van Peteghem de dag voordien haar illustere voorganger Ferdinand Vander Haeghen onverwacht in de bronzen ogen had gekeken in de kelder van het Gentse Museum voor Schone Kunsten, een mooi moment. En enkele dagen eerder werd Van Peteghem ook genomineerd voor de Cultuurprijzen Vlaanderen in de categorie Cultureel Erfgoed. Het 'goed gevoel' van de bibliothecaris - een  functie die ze sinds 2000 uitoefent - is 'structureel'.

 

Sylvia Van Peteghem: "Het lijkt soms een sprookje. Eerst en vooral: de universiteit biedt ons de jongste tijd heel veel mogelijkheden, ook op  het vlak van erfgoed, en er heerst een open sfeer. Dan: eerst hadden we vorig jaar Monumenten-strijd, die heel veel publiciteit opleverde. In het zog daarvan kregen de plannen voor de restauratie van de toren, lange tijd schijnbaar een onhaalbare zaak, concrete vorm. Dat werk, begroot op  41 miljoen euro, begint in 2010, met het schitterende bureau Robbrecht & Daem als architecten. En intussen belandde hier ook het  archief van Henry van de Velde in verband met de toren en ontdekten we onze onbekende Piranesi-collectie (zie OKV jg. 44,nr. 6). En vooral: dan is daar nog eens GoogleBook Search bijgekomen, waardoor op termijn al onze copyrightvrije boeken op het net toegankelijk zullen zijn: 300.000 stuks, door de universiteit zelf te kiezen. Eigenlijk zijn mijn dromen aan het uitkomen. Ooit de Vliegende Bladen van Vander Haeghen kunnen digitaliseren, dat zou de max zijn. "


De naam is gevallen: Ferdinand Vander Haeghen (1830-1913), ongetwijfeld de meest invloedrijke bibliothecaris van een bibliotheek die in de Franse tijd begon als schoolbibliotheek met collecties boeken uit geconfisqueerde kloosters en abdijen en in 1804 stadsbibliotheek werd. In 1818, een jaar na de oprichting van de Rijksuniversiteit Gent, werd ze in permanente bruikleen gegeven aan de universiteit. Het onderdeel 'bewaarbibliotheek' slaat de collectie van de voorbije eeuw op en beheert de erfgoedcollectie: handschriften, oude drukken, kaarten en plannen, bidprentjes enzovoort. Stuk voor stuk zijn het unieke ensembles. Het is hier dat Vander Haeghen incontournable is:  hij legde de  basis van het  enorme prentenkabinet, hij verzamelde al in zijn jeugd, naast handschriften, de  boeken die in Gent waren gedrukt en hij maakte op die basis een absoluut standaardwerk: de Bibliographie Gantoise (1858-1869). En bovenal: aan het eind van de 19de eeuw lanceerde Vander Haeghen zijn  beroemde oproep om documenten nooit weg  te gooien: na zeven jaar groeit volgens hem je belangstelling ervoor, nog eens zeven jaar later vind je het al belangrijk, na twintig jaar krijgt het waarde en na honderd jaar is het kostbaar. Hij verzamelde op die manier 1 miljoen Feuilles Volantes, Vliegende Bladen: brochures, catalogen, almanakken, brieven, affiches, reclame enz.  Een  goudmijn.


Sylvia  van Peteghem: "Het is onvoorstelbaar wat die man allemaal heeft verzameld, ook aan archieven, en welk netwerk hij had. Dat wij veel ruimer gaan dan de universiteit, is mede te danken aan Vander Haeghen en zijn privécollectie Gandavensia. Wat wij  over de stad hebben, is gigantisch. Hij was iemand met een Europese en een  wereldvisie, die over ideologische grenzen stapte, zoals ook blijkt uit zijn collectie. Zijn boeken-verzameling biedt een prachtige doorsnede van de 19de eeuw en van heel wat eeuwen ervoor... En hij heeft het ook allemaal geordend, met trefwoorden. Er gaat een verhaal dat hij een stofjas had met daarin zakken van A tot Z... Zijn frustratie was eigenlijk dat hij nooit kon weten wat er allemaal in de wereld was verschenen, een utopische gedachte die we ook kennen van zijn  jongere leeftijd-genoot Paul Otlet."

 


JUISTE KANALEN

 

Zo belanden we naadloos bij de wereldbibliotheek in wording die Google Book Search belooft te zijn. 

 

Sylvia Van Peteghem: "Google is volop aan het digitaliseren, 10.000 boeken per maand, full text. De  afspraken en de samenwerking verlopen voorbeeldig en de resultaten zijn prachtig. We zijn zelf verrast hoe mooi de boeken op het net komen. Wat ik het meest fascinerende vind aan digitaliseren? Tot nu toe kon je catalogi van bibliotheken meestal alleen maar op titel en auteur doorzoeken. Nu kun je in één beweging pakweg een familienaam opzoeken in tienduizenden boeken, op woord-niveau dus. Daar val je toch van omver? De mogelijkheden die dat geeft, zijn onvoorstelbaar. En  je geeft je erfgoed niet weg, zoals sommige critici beweren, nee, je maakt het toegankelijk! Het materiële boek verdwijnt niet, je zorgt integendeel dat het beter bewaard blijft omdat het minder wordt gebruikt. En nog iets: wat wij dankzij dit proces al teruggevonden hebben waarvan we niet wisten dat we het hadden... Je houdt het niet voor mogelijk. Er is overigens contractueel bedongen dat er altijd één vrije kopie op het net beschikbaar zal zijn, wat er met Google ook gebeurt. Nu zijn  wij voor een stukje aan het realiseren waar die  19de-eeuwse utopisten à la Otlet en Vander Haeghen maar van konden dromen: alles wat gepubliceerd is over de hele wereld, toegankelijk maken. Nu  hebben we de mogelijkheid om dat te doen. Je hoort in het erfgoed en ook in de academische wereld vaak de klacht dat er niet genoeg financiële middelen en niet voldoende mensen zijn. Het is soms een  zaak de juiste kanalen bij elkaar te brengen. Dan is er zo ongelooflijk veel dat je kunt doen. Soms moet je gewoon mensen anders inschakelen."


Sylvia van Peteghem: "Je had hier in de toren twee totaal verschillende werelden: de mensen die  werkten aan de  digitalisering en de 'bewaarders'. Ik vond dat je die twee groepen met elkaar in verband moest brengen, en de motor om dat te kunnen doen hebben we gevonden bij onze vakgroep Architectuur en Stedenbouw. Dankzij de inhoud die zij aanreiken en de nodige digitaliseringsprojecten konden we erfgoed weer bruikbaar maken voor onderzoek, wat de kerntaak is van een universiteit. Dat is hier de clou van de hele zaak geweest. De digitale bibliotheek wordt nu  gebruikt om de bewaarbibliotheek zichtbaar te maken, en de bewaarbibliotheek wordt opgenomen in het wetenschappelijke verhaal. Vroeger was je een goede bibliothecaris als je een boek kon aankopen, binnenkrijgen, een nummer geven, in de catalogus opnemen en ter beschikking stellen. Nu is er die hele digitale wereld bijgekomen. Je kunt niet langer in je toren blijven zitten."


 

Alles over de eigen streek - Provinciale Bibliotheek Limburg, Bibliotheca Wasiana en Stichting de Bethune



EEN VRUCHTBARE COHABITION

 

Het luik 'erfgoedcollecties' binnen de Provinciale Bibliotheek Limburg, die ook een openbare bibliotheek is, telt twee collecties: de Oude Drukken en de Limburgensia. Het gebouw aan de Martelarenlaan, een  ontwerp van de architecten P. Felix en G. Nolens, is in 1980 in gebruik genomen. De collectie Limburgensia bevindt zich hier sinds 1995. Tussen 1998 en 2002 werd het  complex grondig verbouwd en heringericht.


In 1938 beslist de Bestendige Deputatie om voortaan, als provincie en bij gebrek aan een  metropool, systematisch boeken van en over Limburgse auteurs, en ook publicaties over Limburg, aan te kopen. De  bibliotheek wordt pas na de oorlog geopend. In 1982 richt men het  Provinciaal Archief- en  Documentatiecentrum op,  dat de collectie Limburgensia systematisch uitbouwt. Men doet vooral in­ spanningen om  grijze literatuur te verwerven: lokale tijdschriften, brochures en ander vluchtig materiaal, regionale kranten, verkiezingsdrukwerk, prentbrief­ kaarten... In 1995 wordt het centrum in de Provinciale Bibliotheek Limburg opgenomen als de Dienst Bijzondere Collecties. In 2008 krijgt de dienst een nieuwe naam - HIPLimburg (Historisch Informatiepunt Limburg) - en wordt de dienstverlening versterkt, ook wat digitale ontsluiting betreft.


Een  aanzienlijk deel  van de ongeveer 5000 oude drukken komt uit de voormalige  Stadsbibliotheek van Hasselt. Die collectie is later aangevuld met werken van Limburgse auteurs en over Limburgse thema's. Ze wordt niet systematisch aangevuld, hoewel er blijvende aandacht is voor bv. oude drukken van Limburgse auteurs.

 

Topstukken (ook volgens het gelijknamige decreet) zijn het zestiende-eeuwse graduale uit de abdij van Sint-Truiden, dat over een  belangrijk scriptorium beschikte, en de veertiende-eeuwse aflaatbrief uit de abdij van Herkenrode.

 

Van de collectie Limburgensia maakt onder meer het archief van Heideland, de belangrijkste Limburgse uitgeverij, deel uit. Bij het faillissement werd een deel van het administratief archief aangekocht. Ook het archief van meerdere Limburgse schrijvers bevindt zich hier. De bibliotheek verzamelt alleen socio­culturele archieven van privéaard en van provinciaal belang. Zij werkt op deze wijze vooral aanvullend ten opzicht van andere archiefinstellingen.


Het collectieplan voor de Limburgensia, in de eerste plaats een documentaire collectie, is in 2007 op punt (en scherp) gesteld. De te brede focus - alles door en over Limburgers, én alles wat in Limburg werd gepubliceerd - was niet langer vol te houden. Voor de publicaties vanaf 1950 zijn de criteria nu 'strenger': wel nog alles wat over de (Belgische) provincie Limburg gaat, maar niet langer alles wat door (uitgeweken) Limburgers wordt gepubliceerd. 'Door Limburgers' blijft voortaan beperkt tot scheppende kunstenaars. Ook wat in Limburg is gepubliceerd wordt niet langer verzameld.


De erfgoedcollecties en de openbare bibliotheek zijn beide van de provincie en bevinden zich in één  gebouw. Dit 'met z'n tweeën onder één dak' betekent bijvoorbeeld dat erfgoedtentoonstellingen systematisch in de openbare bibliotheek worden geïntegreerd, wat voor de medewerkers hoge eisen stelt aan de brede toegankelijkheid, bijvoorbeeld voor jongeren. De bewaar- en de openbare functie sluiten op elkaar aan.


Nog een pluspunt van de cohabitation is dat de medewerkers in de provincie over een uitgebreid netwerk beschikken- onder meer in de openbare bibliotheken en bij heemkundigen – en mensen doorverwijzen als een belangrijke taak beschouwen. Wie over de Hasseltse Virga ]esse werkt, zal  naar het  betrokken comité worden verwezen.


Iedereen die  beroepshalve of als amateur met aspecten van de geschiedenis van Limburg bezig is,  moet via de bibliotheek passeren, al was het maar om zich te oriënteren. Gebruikers worden niet zelden door de plaatselijke openbare bibliotheken doorverwezen. En natuurlijk kan alles beter: het  erfgoedluik binnen de openbare bibliotheek wil in de toekomst een meer eigen (ook virtueel) gezicht krijgen. De inschakeling in bredere provinciale initiatieven, zoals de  Erfgoedbank ErfgoedLimburg.be, dringt zich in die context op.


Er is een  volledige catalogus van de zestiende-eeuwse drukken. Er zijn  plannen om ook de zeventiende- en achttiende-eeuwse drukken te ontsluiten. De collectie Limburgensia is deels via de geautomatiseerde bibliotheekcatalogus toegankelijk en deels via de steekkaarten.

 

De bibliotheek heeft een intensieve publiekswerking en plant voor de komende tijd twee tentoonstellingen per jaar, in de ruimte van de openbare bibliotheek. Doel is een 'gewoon' bibliotheekpubliek aan te  spreken, met de  eigen collectie als uitgangspunt. Achter de rug  is: Het dagelijks boek. 17de-eeuwse lectuur anders bekeken. De  Provinciale Bibliotheek heeft deze  reizende Vlaamse tentoonstelling, een initiatief van een aantal erfgoedbibliotheken, aangevuld met  een eigen luik (en eigen collectiestukken). De  opmerkelijke tentoonstelling  Hendrik van Veldeke herontdekt was verbonden met het festival van de stad Hasselt rond Veldeke (Vivaveldeke). Er werd ook samengewerkt met de stadsbibliotheek van Maastricht.

 

 

DE VOS EN ZIJN STREEK

 

Bibliotheca Wasiana is de bewaarbibliotheek en het documentatiecentrum van het Waasland, een geografisch en historisch afgebakende regio in het  noordoosten van Oost-Vlaanderen, 'geprangd' tussen Moervaart,  Durme en Schelde, en van oost naar west en van zuid naar noord gelegen tussen Kruibeke, Lokeren, Tielrode en Doel.


Bibliotheca Wasiana werd opgericht in 1946, maar Jozef Noens, stadsbibliothecaris van Sint-Niklaas van 1921 tot 1934, verzamelde reeds vroeger boeken en drukwerk over het Waasland. Zijn opvolger Karel de Jaeck zette het werk voort en kreeg hulp van pastoor Jozef De  Wilde, een vooraanstaand heemkundige. Dankzij hem werd de taak van het documentatiecentrum meteen zeer breed ingevuld. Zowel 'prestigieus' als efemeer documentair erfgoed werd en wordt systematisch verzameld. (Vandaag zou het begrip 'culturele biografie' worden gebruikt.) Voor die tijd was dit een  baanbrekend initiatief.


André Stoop, die in 1946 aantrad als bibliothecaris en archivaris van Sint-Niklaas, gaf het  documentatiecentrum zijn eigenlijke vorm in het kader van de Stedelijke Bibliotheek. Voorzitters  van de vereniging waren achtereenvolgens prof. dr. Prosper Thuysbaert, advocaat Willem Melis en kunstkenner George E. Demey. Sinds 2002 hanteert Hilaire Liebaut, historicus en voormalig burge­ meester van Lokeren, de voorzittershamer.


De Stedelijke Openbare Bibliotheek van Sint-Niklaas is gastheer van de vereniging. De bibliotheek bevindt zich in het centrum van de stad, bij de Grote Markt. De vereniging maakt gebruik van de leeszaal van de bibliotheek, een werkplek achter de leeszaal en het boekenmagazijn. De collectie is voor het  grootste deel eigendom van de Stedelijke Openbare Bibliotheek van Sint-Niklaas.  Een klein deel is eigendom van de vzw (schenkingen, aankoop met eigen middelen).

 

 

DANKBARE COLLECTIE

 

Bibliotheca Wasiana verzamelt alles wat gedrukt, geschreven of op band, plaat of cd is opgenomen en dat te maken heeft met het Waasland en haar bekende en minder bekende bewoners. Dat maakt de collectie bijzonder heterogeen: het gaat van handschriften, boeken en archieven tot onder meer liedteksten, puzzels, postzegels, kranten, kaarten enzovoort. Je vind er alles over bijvoorbeeld Anton van Wilderode,Tom Lanoy en Dirk Bracke bewaard. Ailestripverhalen van Neroen talloze boeken over Sinterklaas en de bekendste Waaslander, Reinaert de Vos, zijn er.


Bibliotheca Wasiana heeft een van de grootste collecties Reinardiana ter wereld en de jacht op Reinaert de Vos is nog steeds open. Dankzij het onderzoek van ]ozef De Wilde is het zeker dat Reinaert in het Waasland thuis was. Een prachtige Russische versie van Goethe's Reinke Fuchs uit 1900 werd door een medewerker gered van 'het groot huisvuil'.


Ook voor het  dagelijks leven in de streek en binnen de verenigingen kan je hier terecht. Periodieken en dagbladen worden minutieus geëxcerpeerd en zelfs pamfletten van jeugdverenigingen en affiches van theatergezelschappen krijgen er een plaats.


De bibliotheek beheert ook enkele bijzondere fondsen: Camille Melloy, Liederenfonds Robrecht Van der Spurt, Ignace De Sutter, René De Clercq, Karel Heynderickx, Filip De Pillecijn, Jozef De Wilde en de Reinaertcollectie. Het Fonds Camil Van Hulse – met o.a. partituren, handschriften, briefwisseling, drukwerken, grammofoonplaten, bandopnames, programmabrochures, foto’s en medaillons, krantenknipsels en een persoonlijke bibliotheek met 822 banden - werd per luchtpost overgebracht uit Tucson (Texas), waar de toondichter het grootste deel van zijn leven verbleef.


"Mon Reyn, de chroniqueur van de polderannexaties door de haven van Antwerpen, heeft dankbaar gebruik gemaakt van onze collectie. Volgens hem is onze volgehouden inzet om ook de minste verhalen van de polderbewoners te documenteren van onschatbaar belang: de geschiedenis mag niet alleen door de 'overwinnaar' geschreven worden, " zegt Johan De Vriendt van de Bibliotheca Wasiana.


Geschiedenisstudenten, historici, heemkundigen en genealogen zijn de 'natuurlijke' gebruikers. Met een brochure, tentoonstellingen en gerichte acties poogt de bibliotheek sinds kort ook anderen aan te spreken: journalisten, leraars en erfgoedtoeristen. Recent kreeg een  speels opgezette tentoonstelling over Sinterklaas in het plaatselijke shoppingcenter veel bekijks. Bibliotheca Wasiana wil duidelijk geen stoffige bedoening zijn. Andere tentoonstellingen behandelden verkiezingspropaganda van 1900 tot nu, grafiek in het Waasland, de bib van Sint en Piet, Tom Lanoye buitengaats (over vertalingen), ballonvaart in het Land van Waas en 150 jaar griezelen (volks-verhalen). De bibliotheek maakte eveneens een audiovisuele productie rond het Wase dialect.


Online zoeken is mogelijk ter plaatse of via www.ovinob.be. De collecties van de bibliotheek van Sint-Niklaas en die van Bibliotheca Wasiana worden op Ovinob niet apart weergegeven, maar wie in een record op de aanduiding 'niet uitleenbaar' stoot, heeft materiaal beet uit de collectie. Bibliotheca Wasiana lanceerde in 2005 www.beeldbankwaasland.be. Daar worden systematisch de collecties van 15 heemkundige kringen en andere instellingen van het  Waasland voor een groot publiek ontsloten.

 

 

PRODUCT VAN EEN 'FAMILIEZIEKTE'

 

"Bibliofilie is bij ons een  familietrek. Het grote probleem van privébibliotheken is, naast de ruimte die  je nodig hebt, de continuïteit. Erfgenamen van verzamelaars zien er vaak geld in en doen zo een  levenswerk in rook opgaan. Daarom heb ik enkele jaren geleden een Stichting opgericht voor het  onroerend en het roerend patrimonium. Zij kan dankzij de inkomsten van grond en huizen blijven  bestaan, waardoor de toekomst, ook van de bibliotheek, zo goed mogelijk verzekerd is, " zegt  baron Emmanuel de Bethune, ereburgemeester van Kortrijk en van Marke. De bibliotheek, met collecties verzameld door vier generaties de Bethune, richt zich sinds de jaren 1950 onder meer op publicaties over West­Vlaanderen enerzijds, en anderzijds over en geschreven door auteurs die in de provincie geboren zijn of er wonen.

 

Het eigenlijke verhaal van de bibliotheek begint met Jean-Baptiste de Bethune (1821-1894), de grote architecten promotor van de neogotiek. Zijn (tot op vandaag in Marke bewaarde!) collectie bevat onder meer standaardwerken over neogotiek en werken over middeleeuwse kunst. De catalogus die zijn kinderen tegen het eind van zijn leven maakten, bleef bewaard, net als al de architectuur-tekeningen van zijn hand. Drie zoons van Jean-Baptiste zijn grote boekenliefhebbers en twee van hen - Joseph (1859- 1920) en de latere gouverneur Jean-Baptiste de Bethune de Villers (1852-1907) - verzamelden systematisch ook minder belangrijk drukwerk, de ene over en uit de regio Kortrijk, de andere betreffende Brugge en de provincie West­Vlaanderen als geheel. Ook de volgende generatie bewaart en vult verder aan.

 

De toenmalige bibliotheek overleeft de oorlog in de plaatselijke Don Boscoschool en in de jaren 1940 neemt de jonge Emmanuel de Bethune de bibliotheek, het archief en de familiemicrobe over. Hij focust zich tot op vandaag op West-Vlaanderen. De bibliotheek bevindt zich sinds 1952 in de orangerie van het kasteel, die leegstond nadat de planten de Tweede Wereldoorlog niet hadden overleefd. De tijdschriften staan in een omgebouwde stal  die  nu als depot dienst doet.


Emmanuel de  Bethune verzamelt zoveel mogelijk uitgaven - boeken, tijdschriften én ook, zoals zijn  voorgangers, de vluchtige 'grijze literatuur' - door en over West-Vlaamse auteurs, over West-Vlaanderen en die vóór 1800 in West­-Vlaanderen zijn uitgegeven (Brugge, Kortrijk, leper). Ook uitgaven in eigen beheer en proefschriften worden verzameld, wat soms lange zoektochten vergt. Een opmerkelijke collectie zijn de catalogussen van openbare verkopen (vanaf 1750, vooral uit Brugge).

 

Het is een van de grootste verzamelingen in België, die onder meer de belangstelling van het Amerikaanse Getty Museum en de British Library wekte. Belang en omvangrijk is ook de collectie tijdschriften, waarin zich dankzij een continuïteit van intussen meer dan 160 jaar unieke en volledige ensembles bevinden, soms van geschiedkundige tijdschriften die uiterst bescheiden begonnen en later uitgroeiden tot belangrijke publicaties. Er is ook een groot familiearchief met onder meer de zakelijke en de privécorrespondentie. De  oudste stukken zijn eind zeventiende­ eeuws.

 

Onder meer de latere professor en rector van de VUB Els Witte maakte haar doctoraarsproefschrift over het archief de Bethune (over de Belgische politiek in de jaren 1830/1840, toen betovergrootvader de Bethune senator was). De bibliotheek en het archief worden in de eerste plaats geconsulteerd door studenten geschiedenis uit Leuven en Gent die er door hun promotoren op worden geattendeerd. De veilingcatalogi springen daarbij bijzonder in het oog. Er zijn al ca. dertig tot veertig proefschriften en doctoraten gemaakt over het archief en de bibliotheek.

 



Praktisch

 


STADSBIBLIOTHEEK ANTWERPEN

 

Hoe vinden wat je zoekt?

Ontsluiting ook via  de website:

• Publiekscatalogus
• Short Title Catalogus Vlaanderen
• Handschriften  Stadsbibliotheek Antwerpen (aanwinsten  sinds 1939)
• Het Fonds Van Tichelen
• Bibliotheek Maurice Gilliams
• Bibliotheek Michel Seuphor
• Enkel  in de stadsbibliotheek zelf te raadplegen zijn Bronco en CCB


Meer lezen
Maurice Bronselaer, Pierre Delsaerdt en Ludo Simons, Zichtbaar. Hoogtepunten uit de Antwerpse Stadsbibliotheek, 2005


Info
Stadsbibliotheek Antwerpen
Hendrik Conscienceplein 4
2000 Antwerpen

Tel. 03 206 87 10
http://stadsbibliotheek.antwerpen.be



BIBLIOTHEEK ABDIJ VAN AVERBODE

 

Hoe vinden wat je zoekt?

Het boekenbezit van de abdij wordt digitaal deels ontsloten met het programma  Bidoc.
Er is een volledige steekkaartencatalogus, die nu echter niet meer wordt bijgehouden.

 

Verwante  erfgoedinstellingen
Als bewaarbibliotheek is Averbode - uiteraard ­ vergelijkbaar met abdijen als  Bornem, Grimbergen, Tongerlo en Westmalle.


Meer lezen

•  In Een zee van toegelaten lust. Hoogtepunten uit abdijbibliotheken in de provincie Antwerpen (Provincie Antwerpen,2004) wordt het verhaal van de bibliotheek van Averbode  verteld, naast dat van vier andere  abdijen.

•  Pierre Delsaerdt en Evelien Kayaert, Abdijbibliotheken: verleden, heden, toekomst (Vereniging van Antwerpse bibliofielen, 2005). 

•  Rita  Gesquière e.a., Averbode, een uitgever apart, 1  877-2002 (Universitaire Pers Leuven en Uitgeverij Averbode, 2002).

 

Info

Norbertijnenabdij Averbode

Abdijstraat I
3271 Averbode

Tel. 013 780 439

http://www.abdijaverbode.be


OPENBARE  BIBLIOTHEEK BRUGGE

 

Hoe vinden wat je zoekt?

•  Catalogus ook op de website http://www.brugge.be/bibliotheek

•  Fotografische reproducties en microfilms van de erfgoedcollecties

•  Digitale versies van belangrijke Brugse werken via www.historischebronnenbrugge.be

•  Het Gezellearchief via http://www.gezelle.be

 

Meer  lezen

Ludo Vandamme (red.), The Faunding Fathers. Het bibliotheeklandschap in Brugge omstreeks 1800,  Brugge, 2004

 

Info

Openbare Bibliotheek  Brugge
Kuipersstraat 3
8000 Brugge
Tel. 050 47 24 00

http://www.brugge.be/bibliotheek


BIBLIOTHEEK RUUSBROECGENOOTSCHAP

 

Hoe vinden wat je zoekt?

• Het boeken bezit van het Genootschap is opgenomen in  de catalogus van Anet, het netwerk van Antwerpse en Limburgse wetenschappelijke bibliotheken.
• Voor de prenten en ander iconografisch materiaal zijn er inventarissen met klappers op plaatsgebonden devotie (bv. Poperinge, Scherpenheuvel . . . ).

 

Verwante  erfgoed instellingen

• Het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen, dat zich eveneens toelegt op de bestudering van de spiritualiteit en de mystiek en dat op een vergelijkbare wijze ingekaderd is in Radboud Universiteit.
•  Het Leuvense KADOC zou je voor een stuk de 'opvolger' kunnen noemen van deze bibliotheek, die in de eerste plaats materiaal bevat uit de tijd tot ca. 1850.
•  De bibliotheek van het bisdom Antwerpen in Wilrijk verzamelt ook alles rond hedendaagse spiritualiteit  (en is ook ingevoerd in Brocade) .
• Volkskundige musea die zich ook toeleggen op volksdevotie.
• Ook de Antwerpse Stadsbibliotheek en Museum Plantin-Moretus bezitten veel oude drukken op godsdienstig gebied.

 

Info

Bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap
Grote Kauwenberg  32
2000 Antwerpen
Tel. 03 220 43 67

http://www.ua.ac.be/ruusbroec



HANDSCHRIFTEN EN KOSTBARE WERKEN VAN DE CENTRALE BIBLIOTHEEK VAN DE K.U. LEUVEN

 

Verwante erfgoed instellingen

Binnen de K.U. Leuven zijn er nog twee bewaarbibliotheken:
• de bibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid (Maurits Sabbebibliotheek) is de grootste van alle,  met onder meer belangrijke collecties oude en kostbare werken van jezuïeten- en andere kloosterbibliotheken, uit Mechelen (aartsbisdom) enz.
• de bewaarbibliotheek in Arenberg (wetenschappen) is minder omvangrijk en bevat vooral atlassen, boeken over architectuur en losse  kaarten.

 

Meer lezen
• Chris Coppens,  Mark Derez en Jan  Roegiers (ed.),  Universiteitsbibliotheek  Leuven: 1  425-2000  (Leuven, 2005).
• Chris Coppens (ed.), Books in Leuven, Leuven in books: the oldest university of the Low Countries and its library (Leuven, 1999).

 

Info
Centrale Bibliotheek K.U. Leuven
Mgr. Ladeuzeplein  21
3000 Leuven
Tel.  016 324 660

http://www.bib.kuleuven.be


UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK GENT

 

Hoe vinden wat je zoekt?
Aleph is de online catalogus van het aanbod van de bibliotheken van de UGent. Een meer uitgebreide zoekmogelijkheid wordt geboden via MeerCat, een eenvoudige  zoekinterface die zoekt in Aleph, de gescande steekkaarten, de afbeeldingen uit de beelddatabank, de titels van e-tijdschriften, gedigitaliseerde boeken, enzovoort.

 

Info

Universiteitsbibliotheek Gent

Rozier 9
9000 Gent
Tel.  09 264 38 50

http://www.lib.ugent.be


PROVINCIALE BIBLIOTHEEK LIMBURG

 

Info
Provinciale Bibliotheek Limburg
HIP Limburg
Martelarenlaan   17
3500 HASSELT Tel.  011 29 59 22

http://www.browsbox.be/pbl


STICHTING DE BETHUNE

 

Verwante  erfgoedinstellingen

Ook de provinciale bibliotheek in Brugge richt zich op West-Vlaanderen, maar dan sinds 1830. En er is ook de bewaarafdeling van de Kortrijkse stadsbibliotheek, met enkele relevante fondsen in dit verband.

 

Meer lezen
Emmanuel de Bethune, 'De bibliotheek van het kasteel van Marke', in Vlaanderen, jg. 50 (2001), 5, p.  270-27 1.

 

Info
Emmanuel  de  Bethune
Kasteeldreef 10
8510 Marke (Kortrijk) Tel. 056 21 66 57


BIBLIOTHECA WASIANA

 

Biobibliografisch documentatiecentrum van het  Land van Waas

 

Verwante erfgoedinstellingen

De Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas

 

Info
Bibliotheca Wasiana vzw
Hendrik Heymanplein 3
9100 Sint-Niklaas
Tel. 03 760 47 65

www.ovinob.be/sint-niklaas 


AUTEUR

Patrick  De Rynck (1963)  is  redacteur-publicist. Dat betekent in zijn geval dat hij teksten schrijft over alles wat van ver of nabij met cultureel erfgoed te maken heeft. Hij werkt mee aan Open  Monumentendag en Erfgoeddag, schreef zo'n veertig audiotours voor vaste museumcollecties en tentoonstellingen in Vlaanderen en Nederland, en werkt voor individuele musea, uitgevers  en (erfgoed)instellingen. Voor Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen schreef Patriek De Rynck de  teksten  voor De Museumgids Vlaanderen &  Brussel, en voor de themanummers  over de erfgoedcollecties  van de Katholieke Universiteit Leuven en de Universiteit Gent. Verder is hij ook auteur en/of vertaler van een dikke tien boeken die alles te maken hebben met de klassieke oudheid, van Alexander de Grote tot de Styx.