U bent hier

Erasmusmuseum in Anderlecht - Haast u langzaam

Haast  U langzaam
Anoniem meester (naar Quinten Metsys), Sint-Hiëronymus, mediterend over de dood, ca. 1520, olie op hout, Collectie Erasmushuis, Anderlecht.

 

De secretaris van de stadhouders van Holland, Zeeland en Utrecht vergezelde Willem III, prins van Oranje en koning van Engeland, in 1691 tijdens diens bezoek aan het Erasmushuis. Constantijn Huygens zegt er in zijn journaal bij dat toen al de traditie bestond om deze bezienswaardigheid te bezoeken. Meer nog: zonder Erasmus zou dit huis allang gesloopt zijn. De victorie van het behoud van burgerlijke bouwkunst begint in Anderlecht.

 

 

 

EEUWFEEST

 

 
Velen kennen Desiderius Erasmus (ca.1469-1536) vooral als humanist, filosoof en schrijver, weinigen weten nog dat hij priester was en - ondanks aanvaringen met de censuur - nooit uit de Kerk is gezet. De in Rotterdam geboren wetenschapper heeft daar het oudste publieke standbeeld van Nederland, al in 1549 werd er een houten standbeeld opgericht. Het huidige bronzen, uit 1622 is van Hendrick de Keyser en het vijfde beeld in successie, en het enige uit die eeuw. Standbeelden oprichten voor nationale figuren vond pas ingang in de tweede helft van de negentiende eeuw, in Noord- niet anders dan in Zuid-Nederland.
 
 
Zijn geboortehuis bestond toen weliswaar nog (tot aan het bombardement van 1940) maar elders in Europa zijn de letterlijke voetsporen van Erasmus, afgezien van zijn graf in Bazel, vrijwel uitgewist. Behalve in Anderlecht, toen nog een plattelandsdorpje met 300 zielen, waar hij gastvrijheid genoot van Pieter Wichman, kanunnik van de collegiale kerk van Sint-Pieter en Sint-Guido, even verderop. Het grote huis is uit 1515, een tamelijke nieuwbouw in rode baksteen met zandstenen kruisvensters toen Erasmus het eind mei 1521 betrad, en op 28 oktober datzelfde jaar verliet, om nooit meer naar de Lage Landen terug te keren.
 
 
En zo is het pand opnieuw, anders dan toen nu op een boogscheut van metrostation Sint -Guido, en dankzij de restauratie die in 1988 werd voltooid, ogend als was het pas opgeleverd. De poort door komt men op een mooi geplaveide plaats, waaraan zich het pand verheft, met een kleine haakse aanbouw, het oudste deel uit omstreeks 1460. Het pand is pas sinds 1932 een museum, dat was helemaal niet de bedoeling. Ter gelegenheid van het eeuwfeest van Belgë wilde Anderlecht niet achterblijven, nodigde iemand uit als samensteller van een expositie over de geschiedenis van de plaats en die werd zo'n succes dat deze samensteller de handen op elkaar kreeg voor een veel ambitieuzere onderneming: het Erasmushuis tot museum om te vormen.
 
 
In 1931 werd het pand aangekocht en terug gerestaureerd en kon al het jaar aansluitend worden geopend, zulks dankzij de doorgedreven inspanning van één persoon, Daniël Van Damme, die tot 1953 conservator bleef. Zijn opvolger, Jean-Pierre Vanden Branden bleef veertig jaar in functie, de derde conservator, Alexandre Vanautgaerden, laat het wel uit zijn hoofd grote veranderingen aan te brengen in een museum dat door zulke zwaargewichten op de kaart is gezet. De collectie is een amalgaam, waarvan een groot deel bestaat uit kunstwerken en toegepaste kunst uit de collectie van oud-minister Jules Vandenpeereboom.
 
 

 

DOORHALINGEN

 

 
De minister van de Spoorwegen bleef kinderloos en schonk zijn bezit aan de staat, die een groot deel verkocht, enkele boeken opsloeg in de bibliotheek en de rest in depot stak in het Jubelpark. Zijn huis herbergt thans de kunstacademie, een belangrijk deel van de inventaris kon Van Damme recupereren om het Erasmusmuseum aan te kleden. Aan de schenking door een Hollandse dominee dankt het museum twintig oude drukken van Erasmus, en die gaf daarmee onbedoeld de aanzet tot een tweede poot onder de huidige collectie. Het museum bestaat uit enkele voor het publiek toegankelijke zalen in zestiende-eeuwse stijl, inclusief de complete inrichting en aankleding, 664 stuks.
 
 
Daarnaast beschikt het Erasmushuis over een internationaal befaamde verzameling vroege drukken van de humanist, inclusief exemplaren met persoonlijke annotaties en werken, die door de censor driftig zijn bewerkt, soms paginagewijs doorgehaald, soms regel voor regel onleesbaar gemaakt. Dit is een uiterst zeldzame collectie, omdat ze de ingrepen van de inquisitie of van religieuze censoren tonen. Die hebben niet de hele oplage bewerkt, maar enkel het voorliggende exemplaar. In de doorhalingen is men niet zuinig geweest, Erasmus was nog net geen ketter, maar zijn gedachtegoed stond toch op gespannen voet met de Leer. De achting voor de man was nochtans zodanig, dat slechts enkele van zijn boeken op de Index werden geplaatst.
 
 
Welke werken, die laten andere vitrines zien. Het zijn vertalingen uit het Grieks naar het Latijn, tekstcommentaren en grammaticale opmerkingen. Verder worden zeldzame drukken getoond van het Verzameld Werk, dat al kort na zijn dood in Bazel in 1540 werd uitgegeven. Tevens werken die hijzelf nog heeft gezien, zoals de vertaling van het Nieuwe Testament uit 1522, en tal van andere boeken van een benijdenswaardig productieve man. Een blik op de Adagia is aardig, maar de verhandelingen over de kunst van het briefschrijven verdienen geen blikken maar lezing. Hoewel: wie nog brieven schrijft heeft geen handleiding nodig, en wie niet anders dan e-mails verstuurt zal er geen boodschap meer aan hebben.
 
 

 

ICONOGRAFIE

 
 
Erasmus kon niet gelijk een Steve Stevaert zijn opvattingen in oneliners ventileren, ook al staan er heel wat aforismen op zijn naam: 'haast u langzaam' is er één van. Het museum onderneemt geen pogingen om de geesteswereld van Erasmus te ontsluiten, ook al biedt de bibliotheek daar wel degelijk de gelegenheid toe. Het laat vooral de omgeving zien waarin een mens op de kanteling van de vijftiende en zestiende eeuw gewoond zou kunnen hebben, mits van zekere stand vanzelf. Het museum is opgevat als een woonhuis, met tafels, stoelen, kasten en haarden, alle vertrekken zijn mooi aangekleed en ingericht. Zonder de toonkasten en met wat sofa's erbij zou je er zo in kunnen trekken, Axel Vervoordt zou er weinig werk aan hebben.
 
 
De meubelen zijn echte museumstukken, maar de schilderijen genieten geringe bekendheid. Dat is onverdiend, maar ze worden nooit uitgeleend en komen derhalve niet onder ogen van een publiek dat de weg naar Anderlecht niet weet te vinden. Nochtans hangen hier schilderijen van Jeroen Bosch, De aanbidding door de Koningen, Rogier van der Weyden, Sint-Jan de Doper en Sint-Jan de Evangelist plus de HH. Catharina en Apollonia, een Mater Dolorosa van Dirk Bouts, en tal van werken, die voorzichtiger worden toegeschreven als 'school van' of 'omgeving'. Ook daarin primeren de Vlaamse primitieven met intieme schilderwerken. Hoe kan het ook anders, maar alle zalen samen herbergen een gigantische iconografische collectie met portretten van de eregast des huizes. Schilderijen, zoniet in origineel dan toch in eigentijdse kopie, kopergravures tot en met staaldrukken en (op de gang) reproducties van de beroemdste portretten in buitenlandse verzamelingen.
 
 
Afbeeldingen van het geboortehuisje in Rotterdam en van het standbeeld aldaar ontbreken niet, maar ook negentiende-eeuwse romantische voorstellingen zijn aanwezig. Het is het stempel dat zulke schilderijen kenmerkt dat ook op dit huis is gedrukt: zo dacht men dat zo'n nette woning er wel uitgezien zal hebben. Wat in Brugge aan de buitenkanten is gepresteerd is hier in een interieur vorm gegeven. Nog net niet doorrookt, maar wel doorleefd.
 
 
Het museum is evenwel geen stilstaand water, wetenschappers mogen er de bibliotheek raadplegen, studenten kunnen er hun hart ophalen en voor een breder publiek worden er regelmatig lezingen gegeven. De heraangelegde tuin ademt de sfeer van een hof zoals Erasmus die zou kunnen hebben gekend, op het terrein daarnaast is een filosofische tuin aangelegd met hedendaagse kunstwerken die uitleg behoeven. De bezoekers aan de tuin zonnen of kwebbelen volop. Toch wordt terplekke uitleg verstrekt en al het andere is te verkrijgen in de museumwinkel. Daar zit de goede mens, die u voor hetzelfde geld ook graag het Begijnhofje laat zien, een steenworp verderop.
 
 
Bart Makken
 

AFBEELDINGEN:

(De afbeeldingen zelf zijn te vinden in het PDF-document)

 

Anoniem meester (naar Quinten Metsys), Sint-Hiëronimus, mediterend over de dood, ca. 1520, olie op hout, Collectie Erasmushuis, Anderlecht

Ingang van het Erasmushuis

De tuin van het Erasmushuis

De renaissancezaal van het Erasmushuis

Jeroen Bosch, De aanbidding der Wijzen, ca. 1485, schilderij op hout, Collectie Erasmushuis, Anderlecht

Atelier Hugo van der Goes, Piëta, 15de eeuw, schilderij op hout, Collectie Erasmushuis, Anderlecht​


INFO

 

Erasmusmuseum

Kapittelstraat 31 
1070 Anderlecht
Tel.02 5211383
 
Tentoonstelling

Erasmus en zijn drukkers

Nog tot 14 oktober 2007