U bent hier

Een kluis van een boom. Een boom van een kluis.

Een kluis van een boom. Een boom van een kluis.

 

In een zijbeuk van de Sint-Leonarduskerk in Sint-Lenaarts (Brecht) bevindt zich een laatmiddeleeuwse archiefkist, ook comme of tresoorkist genoemd. Alleen is na meer dan vijf eeuwen de kist zelf de schat geworden. 

 

 

Het is immers een van de weinige boomstamkisten in ons land. Ze kreeg in 2011 een conservatiebehandeling met de steun van de provincie Antwerpen. Vijftien jaar geleden werd ze van een zolder boven de sacristie naar beneden gehaald. Van de waardepapieren die ze bevat moet hebben, was toen al geen spoor meer.

 

Het meubel van 1,93 meter lang bestaat uit één massief stuk inlands eikenhout. De kist werd oorspronkelijk afgesloten met vier hangsloten en twee half-op-deksloten uit handgesmeed blank ijzer. Ze werd verstevigd met twaalf dwarse en vier overlangse gesmede bandijzers. Blijkbaar was ook het onderlinge vertrouwen niet al te groot want de kist kon slechts geopend worden wanneer alle sleuteleigenaars aanwezig waren. 

 

Omwille van hun primitief uitzicht, worden meubelen uit één stuk vaak gezien als de oorsprong van de meubelnijverheid. Nochtans werden al in de bronstijd meubelen vervaardigd met gesofisticeerde constructiemethodes. Hier was een massieve boomstronk van meer dan honderd kilogram gewoon de veiligste optie. 

 

Het alaam dat werd gebruikt om hem verder te zagen en uit te hollen is bekend: kort- of trekzaag, boombijl, dissel, hakbeitel, schulpzaag. Het deksel is de wankant, de eerste plank die bekomen wordt bij het overlangs zagen van een boom. De conservatie bestond in de behandeling van het gecorrodeerde ijzerbeslag en het door insecten aangetaste hout. De randen van de koffer waren er het ergst aan toe, want het spinthout mist de natuurlijke stoffen die het kernhout van een stam wel beschermen.

 

Ondanks de omvang van de kist bevat het hout toch te weinig jaarringen voor een dendrochronologische datering: slechts 53 terwijl er 60 tot 80 nodig zijn. De zeer brede jaarringen bewijzen wel dat de eik zeer snel groeide. Een minder precieze methode, de koolstof-14-datering, gaf als resultaat veertiende-vijftiende eeuw. 

 

Dankzij de conservatie kan er de volgende eeuwen weer gespeculeerd worden over de inhoud van de boomstamkist. Pastoor Philippus Wabbes verwees in 1924 alvast één legende naar het rijk der fabelen: «Omtrent haar oorsprong meldt de legende dat zij uit Spanje gekomen is met het nodige geld om de kerk te bouwen; de eikenstam zou door zeelieden op sleeptouw genomen zijn om aan alle mogelijke overvallen van zeerovers te worden onttrokken. Wat wij verder uit betrouwbare bronnen melden, omtrent de middelen die tot het opbouwen der kerk werden gebezigd, toont zeker het fabelachtige van deze geschiedenis.»

 

 

An Devroe