U bent hier

Dirk Bouts - Het laatste avondmaal

Dirk Bouts - Het laatste avondmaal
Dirk Bouts (Haarlem ca. 1415-Leuven 1475) Het laatste avondmaal, Middenpaneel van een drieluik - 180 x 150 cm - niet gesigneerd - niet gedateerd, Sint-Pieterskerk, Leuven.

 

Het ontstaan van 'Het laatste avondmaal', een van Bouts' meesterwerken, is nauw verbonden met bepaalde omstandigheden te Leuven. Wanneer Dirk Bouts, die te Haarlem in Holland werd geboren, zich omstreeks het midden van de XVe eeuw te Leuven kwam vestigen, trof hij er niet alleen de intellectuele bedrijvigheid van de pas opgerichte universiteit aan maar ook een artistieke werkzaamheid. Zij was onder meer vertegenwoordigd door talrijke legwerkers, glazeniers en edelsmeden, evenals door twee belangrijke bouwwerven in het midden van de stad. Het sierlijk stadhuis en de Sint-Pieterskerk, twee parels van de Brabantse gotiek, werden er opgetrokken. Voor de zinvolle verfraaiing van beide zou op de schilder een beroep gedaan worden. Hij genoot in de Dijlestad immers spoedig achting en aanzien, zowel door zijn huwelijk met een meisje uit een welgestelde Leuvense familie, als door de bezittingen die hij weldra verwierf en niet in mindere mate door zijn kunstzinnig talent. De stadsmagistraat vertrouwde hem dan ook het schilderen van een drieluik en enkele grote panelen toe ter uitrusting van het nieuwe stadhuis.

 

Inmiddels was het nieuwe koor van de Sint-Pieterskerk klaar gekomen. De uitrusting ervan was niet alleen de taak van de Leuvense geestelijkheid, maar ook van de corporaties en godvruchtige genootschappen die er een kapel toegewezen kregen. Hieronder bevond zich de Broederschap van het H. Sacrament, opgericht in 1432, die over een paar kapellen in de kooromgang beschikte. Het was de bedoeling van deze confrerie de godsvrucht tot het H. Sacrament te bevorderen. Om dat oogmerk te bereiken heeft zij door de eeuwen heen herhaaldelijk kunstenaars aangesproken.

 

Wanneer de Sacramentsbroederschap zich in 1464 tot D. Bouts wendde en op 15 maart met hem een contract afsloot voor het schilderen van een drieluik, bleef zij dan ook haar zending getrouw. Zij legde de schilder een welomschreven programma voor. Het contract voorzag dat het middenpaneel 'den avontmael-tyt Ons Liefs Heren met syne XII apostelen' zou voorstellen. Op de zijluiken moesten vier taferelen uit het Oud Testament afgebeeld worden : de inzameling van het Manna, de ontmoeting van Abraham en Melchisedech, de spijziging van profeet Elias in de woestijn en het Joods Paasmaal. Die bijkomende taferelen golden als voorafbeeldingen van de Eucharistie en werden blijkbaar ingegeven door een paar godgeleerden, professoren aan de universiteit, Jan Vaerenacker en Gillis Bailluwel. Het contract bepaalde overigens dat meester Dirk zich bij de uitbeelding van de opgelegde onderwerpen naar de aanduidingen van beide theologen te schikken had. - Dergelijk optreden van godgeleerden was te Leuven geen uitzondering en viel Bouts zelf nog te beurt bij de uitvoering van zijn opdracht voor het stadhuis. - Hoewel de schilder geen enkel ander werk mocht aanvaarden vooraleer het drieluik van de Broederschap voltooid zou zijn, kwam het pas in 1467 of zelfs ten laatste in februari 1468 klaar.

 

Het middenpaneel, dat vandaag onze aandacht boeit, stelt dus, zoals aan Bouts was opgelegd, 'Het laatste avondmaal' voor. De evangelisten leren ons dat het 's avonds plaats greep. Zoals veel andere schilders heeft Bouts het tafereel nochtans bij dag gesitueerd. Het daglicht valt schuin binnen door de vensters van de linkerwand waarvan de luiken open staan en die op een zonnig stadsplein uitkijken. Het wordt opgevangen en weerkaatst door de binnenmuren en vooral door het helderwitte tafelkleed, zodat men de indruk krijgt dat het interieur als van binnen uit met een mild, diffuus licht doorstroomd wordt.ntlen Aan die lichtbehandeling ontlenen de rechtlijnige componenten van de binnenruimte hun gestalte terwijl de kleinste details er door bezield worden, zoals het koperen kroontje aan het plafond en de glazen bekers op de tafel.

 

Meteen hebbben we kunnen vaststellen dat Bouts het bijbels tafereel in een interieur van zijn eigen tijd heeft uitgebeeld. Het is een rijk gotisch interieur waarbij rechts nevenruimten aansluiten waarachter een welverzorgd tuintje ligt. Met een nauwkeurigheid, die de Vlaamse schilders vóór hem niet vermochten te bereiken, heeft Bouts die binnenruimte volgens de regels van het perspectief opgebouwd, zoals men bij voorbeeld duidelijk kan aflezen uit de ligging van de eiken balkjes van het plafond en de richting van de geometrische figuren van de veelkleurige tegelvloer. Deze ruimtelijke ordening is evenwel ondergeschikt aan het gebeuren dat Bouts moest vertolken : 'den avontmaeltyt Ons Liefs Heren'.

 

Christus heeft met zijn apostelen plaats genomen aan een grote rechthoekige tafel die in het midden van de zaal gedekt is. Nauwkeurig in de verticale as van het schilderij zit de rijzige Christusfiguur, in paars gewaad, tussen de jeugdige Johannes en de reeds bejaarde Petrus. De leerlingen zitten in groepjes van twee of drie symmetrisch links en rechts van hun Meester. Aan de voorzijde van de tafel zitten echter maar twee apostelen zodat vóór Christus een grote ruimte vrij blijft. Onze blik valt dan ook onmiddellijk en ongehinderd op de centrale Christusfiguur, op Zijn zegenende hand boven de hostie en de kelk. Hier, in het geometrisch midden van het paneel, ligt trouwens het historisch en psychologisch brandpunt van de voorstelling : de instelling van de H. Eucharistie. Christus zegent het brood vooraleer het aan zijn discipelen uit te delen. Zijn gestalte wordt sober doch waardig omlijst door de monumentale schouw die als een baldakijn achter Hem oprijst en waarop de perspectivische vluchtlijnen denkbeeldig samenlopen. Hij is het ongestoorde middenpunt van een evenwichtige compositie. Ook de harmonische schikking van de hoofdkleuren draagt hier in grote mate toe bij, zoals bij voorbeeld de spreiding van de rode mantels in de kring van de apostelen.

 

Om Christus heen heerst een diepe stilte. Zijn leerlingen delen als het ware in de wijding van de goddelijke handeling door hun bescheiden houding, hun sobere gebaren of gevouwen handen. Hun mond is gesloten en zij staren beschouwend voor zich uit of hebben de ogen neergeslagen. Met ingetogenheid luisteren ze naar de woorden van deze eerste consecratie. De serene atmosfeer wordt slechts in geringe mate verstoord door Judas wiens donkere figuur en hoekig armgebaar op het voorplan afsteken tegen het witte tafelkleed. De voorgangers en tijdgenoten van Bouts plachten het verraad van Judas als dramatisch gegeven veel meer in het licht te stellen dan hier het geval is. Door de nadruk te leggen op de instelling van de Eucharistie en het scheppen van een eerbiedige stilte bracht Bouts dan ook een vernieuwing in de behandeling van het Avondmaal-thema. Dat is blijkbaar te danken aan de bijzondere bedoeling van de Sacramentsbroederschap en de tussenkomst van een paar theologen. Het schilderij van Bouts is werkelijk een eucharistisch tafereel, zo door de treffende keuze van het onderwerp als door de kunstzinnige verwerking ervan. Het was bovendien als retabel bedoeld en werd derhalve door de Broederschap op het altaar van haar kapel in de Sint-Pieterskerk geplaatst. Hier had de celebrerende priester dan ook steeds als voorbeeld en spiegelbeeld Christus' zegenend gebaar voor ogen.

 

Benevens de bijbelse figuren zijn bij deze Avond-maalsvoorstelling nog enkele andere personen betrokken. Zij bevinden zich buiten de groep van de apostelen en onderscheiden er zich overigens van door hun kledij die hen als gegoede burgers uit de tijd van Bouts kenmerkt. Een van hen staat vlak achter Petrus, een tweede bevindt zich bij het aanrechtkastje onder de galerij uiterst rechts en twee andere ontwaart men door een opengeklapt valluik links van de schouw. Zij werden weleens beschouwd als de gastheren in wier woning Christus met zijn leerlingen het Paasmaal at. De man onder de galerij werd ook voor een zelfportret van de schilder gehouden, terwijl men zijn beide zonen meende te herkennen achter het valluik. Thans is men terecht geneigd in bedoelde personages de vier meesters van de Broederschap te zien die met Bouts het contract voor het drieluik afsloten en er trouwens in vermeld worden : Raas van Baussele, Laureis van Wynge, Renier Stoep en Stas Roelofs. De waardigste onder hen, R. van Baussele, die meier was, kreeg de ereplaats achter Petrus. Door hun eerbiedige houding en ingetogenheid storen de vier confreriemeesters geenszins de gewijde stemming.

 

De Leuvense Broederschap van het H.Sacrament heeft in Dirk Bouts werkelijk een uitstekend vertolker van haar opdracht gevonden. Hoewel de schilder in zijn vroegere werken de invloed onderging van Rogier van der Weyden, overleden in het jaar zelf dat meester Dirk de bestelling van de broederschap aanvaardde, bleef hij onontvankelijk voor Van der Weydens dramatische bewogenheid. Onder de Vlaamse primitieven is Bouts bij uitstek de schilder van de beheerste gevoelens, de stille ernst en de ingekeerdheid. Zelfs wanneer hij een gruwelijke marteling moest voorstellen bleef hij die visie getrouw zoals duidelijk blijkt uit zijn drieluik met de marteling van de H. Erasmus dat eveneens in de Sint-Pieters-kerk te Leuven bewaard wordt. Hoeveel te meer kwam zijn temperament dan in aanmerking voor de behandeling van een sacramenteel thema. Hij heeft zijn statische personages met de binnenarchitectuur van het cenakel verbonden in een merkwaardig afgewogen compositie. Deze evenwichtige opstelling, gedragen door een harmonische kleurenweelde, schept mede de serene atmosfeer waaraan alle aanwezigen deel hebben en die ze tevens bewerken. In die wijdingsvolle stilte komt het liturgisch gebaar van Christus tot zijn volle recht. Het drieluik van 'Het laatste avondmaal', tot stand gekomen dank zij de mildheid van vele Leuvenaars, de religieuze bedoeling van de Sacramentsbroederschap en de bemiddeling van een paar theologen, werd door de geniale interpretatie van Dirk Bouts tot eeuwige schoonheid opgevoerd.

 

Prof. Dr. F. Van Molle.

Hoogleraar aan de Kath. Universiteit te Leuven.