U bent hier

De Mindere Franciscus Museum - Ze kwamen op blote voeten

Locatie

Capucienessenstraat 1-3
3800 Sint-Truiden
België
50° 48' 49.9176" N, 5° 11' 11.6268" E
© Filip Naudts - Guarda La Fotografia

 

Het Museum Vlaamse Minderbroeders, bestaat sinds 1988. Deze lente krijgt het een nieuwe benaming, 'DE MINDERE', ondersteund door een nieuw logo voor een nog betere publiekswerking.

 

 

Sporen van grof geschut

 

De ligging van het museum is een meevaller. Het is ondergebracht in een deel van het minderbroederklooster dat met één hoek uitkijkt op de Grote Markt van Sint-Truiden, pal in het hart van de stad. De imposante minderbroederkerk vormt een waardige tegenhanger voor het beroemde uitzicht aan de overkant: het stadhuis geflankeerd door drie historische torens. De kerk van de minderbroeders heeft geen toren en dit is volledig in de traditie van de bedelorden. Achter de sobere barokgevel gaat wel een opmerkelijk ruim gebouw schuil. Het loont de moeite even binnen te lopen om zich rekenschap te geven van de royale afmetingen ervan; eenbeukig, helder en niet overladen. Ook zo kan barok er uitzien.

 

De toegang tot het museum ligt in een zijstraat. Van aan de markt hoeft de bezoeker enkel de kloostermuur te volgen. Onderweg ontdekt hij al een ongebruikelijk kunstwerk. In de muur hebben zich drie stenen kanonskogels geboord; die zitten daar al enkele eeuwen, als brutale herinneringen aan de bewogen geschiedenis van Haspengouw in de pruikentijd en ervoor. Bovenaan zit een andere kogel: een bronzen exemplaar, verguld en omzwermd door kleurrijke vogels in bas-reliëf. Het is een ingreep van Truienaar Hugo Duchateau die als tegengewicht voor de agressieve krijgssouvenirs een symbool van vrede heeft bedacht, een stralende wereldbol verwijzend naar de universele vredesboodschap van Franciscus van Assisi. Het geeft al een voorsmaakje van de sfeer van het museum om de hoek.

 

 

Lege kloosters, overvolle musea?

 

De oorsprong van het museum ligt in het verlengde van een initiatief van een verlichte geest binnen de orde, die de nefaste bijwerkingen van de liturgische hervorming van het Tweede Vaticaans Concilie tijdig doorzag. Hij liet in onbruik geraakte parafernalia in het klooster van Sint-Truiden bijeenbrengen. Deze eerste aanzet had een waar aanzuigingeffect, een beweging die door vergrijzing van de orde in het laatste kwart van de vorige eeuw nog werd aangezwengeld. Toen sloten meer en meer kloosters hun deuren met een nog grotere toestroom van potentiële collectiestukken tot gevolg.

 

Conservator Christa Engelbosch: “Het museum openden de deuren in 1988 en sindsdien is de evolutie nog versneld. Het is nooit de bedoeling geweest hier een willekeurig museum van religieuze kunst in te richten. Het gevaar bestond natuurlijk dat wij door objecten zouden overspoeld worden. Wij beperken ons tot die dingen die tot de franciscaanse ‘familie’ behoren.” Dan nog zijn de selectiecriteria uiterst streng: alleen hetgeen echt tot de verrijking van de collectie bijdraagt wordt weerhouden.

 

 

Franciscus achterna

 

Wat mogen wij verwachten in het museum van een orde dat armoede tot een ware deugd heeft verheven? Iets over de historische figuur van Franciscus van Assisi (1182-1226) en ook informatie over een bedelorde, wellicht. Hoe maak je uit dit gegeven een geheel dat het publiek van de eenentwintigste eeuw kan boeien?

 

Uit de toelichting van conservator Engelbosch blijkt dat het museum een aantal doelstellingen consequent nastreeft. “Het Museum Vlaamse Minderbroeders beheert en ontsluit het franciscaans erfgoed in Vlaanderen. Dit slaat dus zowel op het materieel als op het immaterieel erfgoed. Anderzijds, en dat is even belangrijk, wil het de belangstelling levendig houden voor het gedachtegoed van Franciscus, met de klemtoon op de actualiteit ervan.”

 

Om Franciscus draait het allemaal, een logisch uitgangspunt voor het bezoek. Zijn levensloop wordt weergegeven aan de hand van het beste stripverhaal dat ooit over hem gemaakt werd, met name de fresco’s uit de kerk te Assisi, met Giotto in de rol van meester-verteller. Grote borden rijgen de episodes aan elkaar in een spiraalvormige beweging; de bezoeker verlaat de kern van de spiraal via een omgekeerde beweging en in dit tweede luik maakt hij kennis met de spirituele boodschap van Francisus. Het valt mij op dat alle informatie op zeer bevattelijke wijze en niet belerend gebracht wordt. Zo blijkt dat het personage zelf tot de verbeelding blijft spreken, ook als bezielde voorbeeldfiguur. Eenvoud,vrijwillige armoede en onschuld, een ongecompliceerde blijmoedigheid en, niet te vergeten, solidariteit zonder voorbehoud: het zijn eigenschappen die ontwapenen en sympathie opwekken. Franciscus gaf aan devotie een bijkomende volkse dimensie, door bijvoorbeeld het kerstverhaal aanschouwelijk voor te stellen. Franciscus is inderdaad de uitvinder van het kerststalletje om in kerken en huiskamers op te stellen. Aan hem danken wij dus de kerstsfeer, al kon hij consumptiegerichte uitwassen als de hedendaagse kerstmarkten niet hebben voorzien. De man die tot de vogels preekte en het Zonnelied dichtte, koesterde een oprechte liefde voor de natuur. Via een handige zet maakte paus Johannes-Paulus II van deze stralende hippie de patroonheilige van de milieubeweging.

 

 

‘Zij kwamen op blote voeten…’

 

Een tweede afdeling van het museum maakt de aanwezigheid van de franciscanen in onze gewesten aanschouwelijk: een bedelorde die dicht bij het volk stond. De volgelingen van Franciscus van Assisi kwamen naar onze gewesten in de loop van de dertiende eeuw. Zij hadden niets en leken daar niet onder de lijden. Een kroniekschrijver meldt met enige verwondering dat zij op blote voeten kwamen, sjofel gekleed, bedelend om hun brood.

 

Onder een toonkast trekken realistisch gemodelleerde blote voeten de aandacht. Eeltig en niet al te proper, drukken zij hun sporen in de ersatzmodder. Christa Engelbosch: “Wij hebben die blote voeten aanschouwelijk gemaakt, als een soort schok voor de bezoekers.Het is inderdaad moeilijk te vatten dat al tijdens het leven van Franciscus de orde in onze gewesten was doorgedrongen.” Zonder bezittingen, zonder aanzien, zonder kleren, behalve die ene pij waarmee zij het moesten stellen, en zonder schoenen. Desondanks, of misschien juist hierdoor, een bliksemsnel succesverhaal.

 

Het museum bezit een napje dat aan Franciscus zou toebehoord hebben. Het is niet meer dan een halve uitgehaalde kalbas: een fascinerend voorwerp in al zijn eenvoud. Van pure ouderdom is het lang geleden in stukken uit elkaar gevallen. Vrome handen hebben het hersteld, met zilveren hechtingen die vloeken met de evangelische eenvoud maar wel getuigen van diepe eerbied.

 

 

Devote handen

 

Zo zijn wij aanbeland in een derde afdeling, handelend over devotie. Uit de diverse vestigingen van de franciscanen en franciscanessen worden een aantal representatieve stukken tentoongesteld, sommige van uitzonderlijke schoonheid, zoals een Maaslandse madonna uit de veertiende eeuw. Zij werd met steun van de Koning Boudewijnstichting gerestaureerd. Sporen van de heldere polychromie zijn gelukkig nog aanwezig. Op andere stukken is daar niets meer van te bespeuren. De conservator had het lieve anders gezien, maar die ingrepen – fout maar goedbedoeld – zijn nu eenmaal onomkeerbaar en maken deel uit van de geschiedenis van de stukken.

 

Volksdevotie, vervaardigd met eenvoudige middelen, is vaak ondergewaardeerd en bijzonder kwetsbaar. Welke vrome zielen hebben ooit met engelengeduld reepjes stro kunstig verknipt en samengekleefd tot een weelderig barokaltaar? Het pronkstuk is afkomstig uit het kapucinessenklooster van Antwerpen en het verkeert in een prachtige staat van bewaring. Sommige collectieonderdelen roepen oude herinneringen op: het bedelen aanschouwelijk gemaakt in een verzameling offerblokken, al dan niet voorzien van het populaire knikkebollende negertje.

 

De activiteiten in missiegebied leveren verrassende collecties op: paters die de camera hanteerden en zo hun hobby koppelden aan een reële antropologische belangstelling. Het fotografisch werk van pater Longinus De Munter wordt dit jaar extra in het licht gesteld. Het zijn foto’s zonder franjes, van gewone mensen in hun dagdagelijkse realiteit, sober en groots.

 

Conservator Engelbosch wijst ook op het belang van het immaterieel patrimonium van de orde, een heikel punt sinds de vergrijzing meer en mee neigt naar een uitstervingscenario. Via monitoren krijgen wij getuigenissen van een aantal minderbroeders te horen. Dit is het resultaat van een onderzoek dat in 2007 van start ging. Er wordt niet enkel een optimistisch verhaal opgehangen, van persoonlijk voldoening en dagelijks geluk. Zonder schroom en met de nodige stilten worden de moeilijke momenten aangehaald: twijfels, gemis, heimwee, ontberingen. Niet alle verhalen eindigen op een happy end, wel hebben zij iets gemeen: de eenvoud waarmee ze verteld worden, recht uit het hart.

 

 

Een museum met een roeping

 

De museumwerking heeft in de loop der jaren een evolutie doorgemaakt. De staf is niet uitgebreid, maar is een goed draaiend instrument. Archivering, beschrijving van de deelcollecties, restauraties (deels zelf, deel uitbesteed): het hoort tot de kerntaken van het museum. De gebouwen ondergingen een tiental jaren geleden verbouwingen waardoor een verbeterd bezoekersparcours kon aangeboden worden.

 

De animatie is een opmerkelijk onderdeel van de werking. Het museum vindt het van groot belang de jeugd aan te spreken. Hiervoor werd het museumspel ontwikkeld, anders van aanpak naargelang de leeftijd van de deelnemers. Voor de middelbare scholieren neemt het zelfs de vorm aan van een ware zoektocht, met als uitgangspunt de ‘toevallige’ vondst van een reiskoffer. Het is alvast geen evidente opdracht, vermits de taal van de liturgie slechts door de ouderen onder ons nog echt afleesbaar is. Ik kan mij ook niet voorstellen dat De Harp van Sint Franciscus van Felix Timmermans, in katholieke colleges nog gelezen wordt.

 

Christa Engelbosch: “2011 focussen wij op het professionaliseren van de publiekswerking; nieuwe publieksnaam, logo, huisstijl, de website aanpassen, idem de folders, communicatiestrategieën. Kijk, onze bezoekers zijn tevreden, dat is niet echt een probleem, maar de opmerking die wij het vaakst horen is ‘dit hadden wij echt niet verwacht’. Daaraan moet gewerkt worden. Als meest zichtbaar onderdeel van die campagne is er dus dat nieuw logo en de nieuwe naamgeving van het museum.”

 

Even denk ik hoopvol: Het Museum van de blote Voeten… Toch niet, het wordt ‘De Minderen’. Een titel die eens te meer beklemtoont wat Franciscaanse eenvoud is: simpeler kon de naam niet en toch stemt hij tot nadenken. Van twee vaste waarden wordt alvast niet afgestapt: één de toegang tot het museum is gratis: anders uitgedrukt, elk geeft wat hij wil; twee, een geleid bezoek eindigt met een kop koffie en een punt onovertroffen Limburgse vlaai.

 

Rik Sauwen

 


Info

DE MINDERE

Capucienessenstraat 1-3

3800 Sint-Truiden

Open: dinsdag t.e.m. zaterdag van 10 tot 12.30 uur en van 13 tot 17 uur, zondag van 14 tot 17 uur

Gesloten: maandag

Tel. 011 67 29 71

www.museum-minderbroeders.be

Nog tot 8 juli 2011 loopt in het museum de tentoonstelling ‘Zwart/Wit’ met foto’s van Longinus De Munter