U bent hier

De meester van het Retabel van Lombeek

De meester van het Retabel van Lombeek
Het retabel van Lombeek is een van de merkwaardigste die bewaard bleven. Het behoort tot de Brabantse school en werd wellicht uitgevoerd in een Brussels atelier. Merktekens worden er niet op vermeld. Door vergelijking met andere Brabantse werken heeft graaf J. de Borchgrave d'Altena het retabel van Lombeek gedateerd omstreeks 1512-1516. Het is inderdaad duidelijk dat het behoort tot de overgangsperiode van de Gotiek naar de Renaissance. De algemene vorm, de concentrische samenstelling waarbij de nadruk gelegd wordt op het belangrijkste tafereel in het hoger opgetrokken middenpaneel, evenals de gebaren en de drapperingen behoren meestal nog tot de traditionele opvattingen. Enkele details daarentegen wijzen op de invloed van de Renaissance, zo o.m. de Romeinse soldaat in de Aanbidding van de Wijzen, enkele schoeisels en hoofddeksels, evenals in de architectonische versiering : balusters, rondbogen en pilasters. Maar de beeldsnijder laat zich slechts even beroeren door de nieuwe stijl. De naam van de kunstenaar die het uitvoerde is niet gekend. In afwachting van meer bepaalde gegevens wordt gesproken over de Meester van het Retabel van Lombeek. De omlijsting is gevormd, zoals bij de oudere retabels, door een rechthoekige kast, waaraan zijluiken, elk bestaande uit twee panelen, zijn vastgehecht. Het vaststaande gedeelte is samengesteld uit drie verticale panelen, waarvan het middenste hoger is opgetrokken en voorzien is van twee afzonderlijke, kleine zijluiken. De rechte lijn aan de bovenkant wordt onderbroken door twee verhogingen, elk gevormd door twee golvende lijnen verbonden door een horizontale. In al de vakken zijn gebeeldhouwde groepen opgesteld. De taak van de schilder bleef beperkt tot de keerzijde van de zijluiken ; van zijn werk is echter bijna niets overgebleven. De beeldjes schijnen niet gepolychromeerd te zijn geweest ; er zijn althans geen sporen van overgebleven. Het retabel is gewijd aan het leven van Maria. De taferelen volgen chronologisch op elkander en de nadruk wordt gelegd op het belangrijkste gebeuren : de Geboorte van Jezus met de Aanbidding van de Herders. Aan de ene kant worden de gebeurtenissen afgebeeld die voorafgaan : de Geboorte van Maria, haar Opdracht in de Tempel en haar Huwelijk; de reeks wordt voortgezet op de twee kleine zijluiken bovenaan met de Boodschap en het Bezoek aan Elisabeth. Aan de andere kant volgen de voorvallen na de Geboorte : de Aanbidding van de Wijzen, de Dood van Maria en de Begrafenis met haar Kroning in de Hemel. Het is opvallend dat de passietaferelen niet voorkomen ; wellicht waren ze geschilderd op de keerzijde van de zijluiken. Verder nog stellen enkele kleine groepen taferelen voor uit het Oude en het Nieuwe Testament. Na deze algemene beschouwing moeten we onze uiteenzetting beperken tot het middenste tafereel. Zeggen we al dadelijk dat het Kindje en de herder rechts vernieuwd werden. Waar o.m. Jan Borman de personages opstelt in een halve cirkel met de hoofdfiguur vooraan in het midden en in latere voorbeelden de beeldjes op verschillende rijen achter elkaar werden geplaatst, heeft de beeldsnijder te Lombeek een vrijere, lossere compositie verkozen, die herinnert aan de mysteriespelen. Het gebeuren heeft plaats in de puinen van een gebouw die de ruimte beperken en waarvan de grond naar achter toe omhoog loopt zodat de personages op de achtergrond hoger staan en goed zichtbaar blijven. De aanwezigen kunnen zich vrij bewegen in de ruimte, hun aandeel bij het gebeuren is duidelijk weergegeven ; het tafereel is niet overladen zoals dat later soms het geval is wanneer het aantal deelnemers te talrijk wordt voor de beperkte ruimte en de schikking aan duidelijkheid verliest. De aandacht wordt onmiddellijk gevestigd op Maria, opgesteld op de voorgrond in het volle licht. De voorname gelaatstrekken zijn omkranst door de lange haarlokken, die vrij neerhangen op de borst en op de rug ; haar mantel is breed opengespreid op de grond. Innig gelukkig, ingetogen, is O.-L.-Vrouw in stille bewondering geknield met de handen samengevouwen, in aanbidding voor haar Kindje, dat op wat stro op de grond ligt. Aan deze verheven verschijning heeft de beelsnijder zijn beste krachten gewijd. Hij heeft de beeldsnijder zijn beste krachten gewijd. Hij ding of uitbundige gebaren ; alles is eenvoudig, rustig, beheerst, maar de innerlijke beroering van de Moeder Gods is er niet minder duidelijk om. Dit beeldje is wellicht het meest indrukwekkende dat onze retabelsnijders van de Moeder-Maagd hebben gemaakt. De gebaarde Sint-Jozef staat verder af, schuin achter Maria, gehuld in een zware kapmantel. Hij heeft een knie gebogen ; licht voorover naar het Kind gekeerd drukt hij zijn verwondering uit door het gebaar van zijn handen. Tussen Maria en Jozef de os, die gewillig het Kindje verwarmt met zijn adem. Naast het Kindje twee engeltjes, zoals Hugo van der Goes ze eerder had geschilderd ; het ene geknield, gehuld in een koorkap, brengt hulde aan de Schepper, terwijl het andere met open gespreide vleugelen naar het Kindje schijnt toe te lopen. Opvallend is de herder links : een man uit het volk die eenvoudig, naïef maar des te oprechter uiting geeft aan zijn verbazing. Starend met bewonderende ogen, de mond half geopend zit hij op een trap en rust met iedere voet op een verschillende trede, de linkerarm steunend op de knie, de rechter opgeheven. Onder de trap : een pittoresk element dat bij een Vlaams kunstenaar niet mag ontbreken : een kat die een muis heeft gevangen. Achter de zoeven beschreven herder staat een andere met de herdersstaf terwijl in de achtergrond de ezel de kop omhoog heft als wilde hij beginnen te balken. Stippen we nog de herder aan rechts die, met opgeblazen wangen, ijverig de doedelzak bespeelt en de twee aankomenden die geleid worden door de man die reeds in de stal is en de plaats van het gebeuren schijnt aan te wijzen. Kortom een tafereel opgesteld met mensen uit het volk, waarbij elkeen spontaan zijn innerlijke gevoelens van verwondering en vreugde uitdrukt. Elk op zijn manier brengt hulde aan de pasgeborene. Dit volkse tafereel is met zoveel eerbied en overtuiging weergegeven, zo innig beleefd en diep religieus aangevoeld dat het een verheven geestelijk karakter verkrijgt. Bovenop de puinen wordt de Aankondiging aan de herders voorgesteld. Een engel met schriftrol brengt de blijde boodschap. Ook hier uiten de herders hun vreugde : de ene bekijkt verbaasd de boodschapper, een andere gaat voort, maar nu met nog meer ijver, de fluit te bespelen, terwijl twee gezellen een vreugdedans uitvoeren. Zoals dit meermalen voorkomt worden naast het tafereel kleine groepen ingeschakeld. Aan de ene kant heeft de beeldsnijder wellicht de Reis van Maria en Jozef naar Bethlehem afgebeeld ; de Besnijdenis aan de andere zijde werd vernieuwd. In de omlijsting treft men twee voorafbeeldingen van Christus aan : Mozes, de Wetgever en de Verlosser van het Oude Verbond, Aaron, de verpersoonlijking van het Joodse priesterschap. Naast Aaron wordt Gedeon voorgesteld biddend om een teken dat hem zijn opdracht zou bevestigen waarbij het Gulden Vlies het symbool is van de maagdelijkheid van Maria, terwijl aan de andere kant het Brandende Braambos met de Overhandiging van de Wetstafels hetzelfde symbool weergeeft. Onder het tafereel vertegenwoordigen twee profeten, die een schriftrol vasthouden, het Oude Testament dat het Nieuwe schraagt. Een van beiden draagt een lange, gevlochten baard, zoals dat meermalen voorkomt in het werk van Jan Borman. Dit retabel is niet alleen bedoeld als een versiering voor het altaar. Het moet tevens de godsvrucht van de gelovigen opwekken door stichtende voorbeelden ; voor de ongeletterden is het een onderricht dat niet alleen de gebeurtenissen van het Nieuwe Testament voorstelt maar ook de voorfiguren uit het Oude Testament aanduidt. Andere zeer verdienstelijke werken worden toegeschreven aan de Meester van het Retabel van Lombeek, die moet gerangschikt worden onder de toonaangevende Brabantse beeldsnijders uit de eerste decennia van de 16e eeuw.