U bent hier

Dames met klasse - Margareta van York en Margareta van Oostenrijk

Dames met klasse
Portret van Margareta van York (detail), Nederlanden, omstreeks 1468 Parijs, Musée du Louvre.

 


Inhoud

Dames met Klasse Margareta van York en Margareta van Oostenrijk door Leen Huet 

  • Inleiding
  • De witte roos. Moge goeds ervan komen.
  • De margriet. Een leven rijk aan noodlottig fortuin.
  • Clara Maclinia, roemrijk Mechelen. Ten huize van twee hertoginnen.

 

Inleiding

 

 

 

Ik verzeker je, dat van een groot aantal vrouwen van hoge, middelhoge en lage rang, hetzelfde gezegd kan worden, van welke vrouwen, als men er goed op wil letten, men kan zien, dat ze gedurende hun weduwschap hun heerlijkheden in een even goede staat hebben onderhouden en nog onderhouden, als hun echtgenoten het deden tijdens hun leven en die evenzeer geliefd zijn bij hun onderdanen. Er zijn er ook, die het beter doen, want er is geen twijfel over, al vinden mannen van niet, dat, hoewel er domme vrouwen zijn, er ook velen zijn, die een betere intelligentie hebben en een levendiger rechtskundig inzicht dan heel veel mannen, nietwaar? Als hun mannen deze vrouwen zouden hebben geloofd of hetzelfde inzicht hadden gehad, dan zou dit veel profijt voor hen hebben opgeleverd.
 

(Christine de Pizan, Het boek van de stad der vrouwen, 1405)

 

 

Mechelen was vijftig jaar lang de geliefde verblijfplaats van Margareta van York, de weduwe van de laatste Bourgondische hertog Karel de Stoute, en van haar stiefkleindochter en metekind Margareta van Oostenrijk, weduwe van een Spaanse en een Franse prins en landvoogdes in naam van haar vader, keizer Maximiliaan I.

 

 

Wat blijft er over van vrouwen uit vervlogen eeuwen? Textiel, juwelen, portretten, papier, gedachten? Als dergelijke souvenirs bestaan, kunnen ze ons dan iets leren over de manier waarop hun draagsters lang geleden het vrouw-zijn ervoeren, en zo ja, verschilt hun manier van de hedendaagse, of zijn er duizend manieren? Betekent het iets voor een stad, dat ze ooit aan vrouwen toebehoorde?

 

 


 

DE WITTE ROOS - Moge goeds ervan komen

 

 

 

Margareta van York kwam in 1446 ter wereld als dochter van een hertog; in 1461 werd zij de zuster van een koning, Edward IV. Deze promotie was het gevolg van de Rozenoorlog, de strijd tussen twee adellijke clans die Engeland gedurende dertig jaar verscheurde.

 

 

Het symbool van de Lancasters was een rode, dat van de Yorks een witte roos. Een koningszuster was een aantrekkelijke partij; toch zou Margareta pas op haar tweeëntwintigste - toen een rijpe leeftijd - worden uitgehuwelijkt aan de Grote Hertog van het Westen, "één van de machtigste prinsen ter wereld die geen kroon draagt", Karel de Stoute. Ze trouwden in Damme op 3 juli 1468, er volgde een zeer luisterrijk feest in Brugge, dat negen dagen duurde en beroemd werd om het Steekspel van de Gouden Boom en de uitzonderlijke luxe van de banketten. De Excellente cronike van Vlaenderen verwoordde het zo: "In de hele christelijke wereld was nog nooit zo'n prachtige feestzaal gebouwd als die nu ter gelegenheid van deze festiviteiten was gemaakt: al het goudlaken en de schitterende tapijten waarmee de zaal behangen was, de schatten die er gemaakt waren, en het zilver, het goud en de juwelen waarmee alles bekleed was, het was niet te geloven zo prachtig."

 

 

Het huwelijk van de eeuw? De Bourgondische pracht en praal waren onovertroffen. Niets kon logischer en passender zijn dan een unie tussen Engeland en de Bourgondische gebieden, die in de cruciale wol- en lakenhandel zeer afhankelijk waren van elkaar en die beide Frankrijk als traditionele erfvijand zagen. Voor Karel de Stoute was het de derde echtverbintenis, hij had één dochter, Maria, hij hoopte nog een zoon te verwekken. Dat de moeder van zijn bruid twaalf kinderen had gebaard zal de hertog niet zijn ontgaan, het was een goed teken en in een brief aan de stad Valenciennes omschreef hij zijn toekomstige als "bien tailliee pour avoir generation de prince du pays", wel gevormd om dit land een prins te schenken.

 

 

Op een portret dat vermoedelijk omstreeks 1468 werd gemaakt zien we Margareta als een gracieuze jonge vrouw met geëpileerde slapen onder een hennin, het puntige hoofddeksel dat ook nu nog in kindertekeningen 'de Middeleeuwen' symboliseert. Haar handen zijn ingetogen gevouwen, om haar hals rust een zwaar en kostbaar snoer, versierd met geëmailleerde rozen en de letter C, voor Carolus of Charles. Haar gelaatstrekken blijven vaag en geïdealiseerd, het is jammer dat we geen indringend gedetailleerd portret van haar bezitten zoals Rogier Van der Weyden wel van Karel de Stoute schilderde. Toch past dit beeld bij wat latere bronnen ons over Margareta leren: zij was een gelovige vrouw die haar functie als hertogin ernstig nam, wat des te belangrijker was gezien de veelvuldige militaire expedities en afwezigheden van Karel de Stoute. Een plichtsgetrouwe aristocrate, zich helder bewust van haar status als levend politiek contract tussen twee naties.

 

 

Bourgondische hertoginnen namen van oudsher deel aan het bestuur en werkten samen met hun mannen. Karel de Stoute delegeerde aanvankelijk weinig aan zijn echtgenote, historici schrijven hem een zekere misogynie toe die misschien haar oorsprong vond in het grote aantal maîtresses dat zijn vader, Filips de Goede, erop na had gehouden, en in hun invloed aan diens hof. Wellicht werd tijdens de eerste jaren van het huwelijk vooral uitgekeken naar een zwangerschap van de hertogin, die er echter niet kwam. Het is maar de vraag of dit aan onvruchtbaarheid van de hertogin te wijten was, vermits de hertog tijdens de eerste zes maanden van hun huwelijk slechts eenentwintig dagen bij haar doorbracht, in de twee volgende jaren ongeveer een kwart van de tijd. Vanaf 1471 begon Margareta bedevaarten te ondernemen naar verschillende heiligdommen die traditioneel bezocht werden door mensen met vruchtbaarheidsproblemen: de kerk van de Zwarte Maagd in Halle, de abdij van Val Notre dame bij Hoei, de Dom van Aken. Tegelijkertijd zorgde ze voor de opvoeding van haar stiefdochter, Maria, elf jaar jonger dan zijzelf. Alles wijst erop dat de hertogin en het meisje dat de rijkste erfgename in Europa zou worden goed met elkaar opschoten. Ze staan samen afgebeeld op een miniatuur in het register van de Gentse Sint-Annagilde. Margareta en Maria knielen neer voor een altaar met een beeld van Sint-Anna, Maria en het Christuskind - als het ware een vrouwelijke tegenhanger van de H. Drievuldigheid, een illustratie van de afstamming van Christus en van de rol van vrouwen als moeders en opvoedsters. De randen rond deze voorstelling zijn versierd met margrieten en de lijfspreuk van de hertogin op banderollen: "Bien en aviengne", moge goeds ervan komen.

 

 

Hoewel er aan het Engelse hof tijdens Margareta's jeugd wel enkele boeken circuleerden - er wordt bijvoorbeeld melding gemaakt van Christine de Pizans Livre de la Cité des dames -, leerde zij pas in de Bourgondische Nederlanden de echte boekenliefde kennen. Karel de Stoute bezat een immense bibliotheek van ruim negenhonderd titels en zijn voorkeur ging uit naar historische werken en kronieken. Bibliofilie was voor de hoogste leden van het hof een conditio sine qua non en ook Margareta ontving, bestelde en schonk al gauw kostbare handschriften, gekalligrafeerd en lieflijk maar sober geïllustreerd. Het leeuwendeel van haar bibliotheek lijkt religieus geïnspireerd te zijn geweest. Vele van haar boeken werden gekopieerd door David Aubert die reeds voor Filips de Goede had gewerkt en die in zijn atelier bezocht werd door Filips en door Karel de Stoute, een bijzondere eer. Voor Margareta maakte hij een Troost der Filosofie van Boëthius, een exemplaar waarin hij zichzelf omschreef als de "très petit indigne escripvain", de "heel kleine onwaardige schrijver" van de hertogin. Jean Dreux, Simon Marmion, Willem Vrelant en de Meester van Maria van Bourgondië verluchtten Margareta's boeken met miniaturen. De eerste werken van haar verzameling vormden een tweeluik: haar aalmoezenier Nicholas Finet schreef zowel Zalig zijn de Barmhartigen als De dialoog van de hertogin van Bourgondië aan Jezus Christus, het ene een verhandeling over een passend actief leven voor een hertogin, het tweede een beschouwing over haar spirituele plichten. Het eerste boek is geïllustreerd met miniaturen die Margareta voorstellen terwijl ze de zeven werken van barmhartigheid beoefent; het tweede bevat slechts één afbeelding, waarop de hertogin in haar slaapkamer neerknielt voor de verrezen Christus. Het zijn opnieuw duidelijke beelden van de traditionele, gelovige en plichtsbewuste vorstin.

 

 

Margareta was de levende schakel tussen het Engelse en het Bourgondische hof. Toen Edward IV in 1471 enkele maanden in de Nederlanden verbleef, kwam hij onder de indruk van de verfijnde levensstijl die zijn zuster omringde en kreeg hij de smaak van het boeken verzamelen te pakken. Het is niet overdreven te stellen dat Margareta van op afstand een weldoende invloed uitoefende op de Engelse cultuur. Daar bleef het niet bij. De vertegenwoordiger van de Engelse kooplui in Brugge, William Caxton, liefhebberde in zijn vrije uurtjes in de letterkunde en begon in 1469 aan de Engelse vertaling van een recente Franse bundel met verhalen over Troje. Troje was niet zomaar een onderwerp: de legende wilde immers dat Brutus, een kleinzoon van de Trojaan Aeneas, zich had gevestigd in Engeland, dat aan hem zijn naam Brittannië dankte. Margareta was naar de Nederlanden gekomen op een schip dat de New Ellen heette, de Nieuwe Helena, en tijdens haar huwelijksfeest waren de Trojaanse lotgevallen een belangrijk thema van de decoratie; de hertog bezat ook prachtige wandtapijten die dit verhaal uitbeeldden. Op een bepaald ogenblik raakte Caxton ontmoedigd in zijn vertaalwerk en zeer diplomatisch verzocht hij Margareta om hulp. Zoals hij later schreef: "Toen ze mijn werk gelezen had vond ze een fout in mijn Engels die ze mij opdroeg te verbeteren en ze beval mij meteen ook om verder te werken en de rest te voltooien die ik nog niet had vertaald. Haar vreeswekkende bevel durfde ik op geen enkele manier ongehoorzaam te zijn, omdat ik een dienaar ben van hare doorluchtigheid..." In 1475 liet Caxton zijn eindelijk afgeronde vertaling drukken op de persen van Collard Mansion in Brugge. Het resultaat was het allereerste gedrukte boek in de Engelse taal.

 

 

In Caxtons relaas vangen we een glimp op van de directheid en slagvaardigheid waarmee Margareta kon reageren. Die eigenschappen kwamen haar te stade in januari 1477, toen een ware ramp het hertogdom trof. Karel de Stoute voerde al een tijd oorlog in Lotharingen en Savoye, een oorlog waarvoor in de Nederlanden voortdurend impopulaire belastingen werden geheven. In de strenge winter van 1476-1477 belegerde Karel tegen alle advies in met zijn troepen de stad Nancy. Op 5 januari werden de belegeraars zelf aangevallen door een Zwitserse legermacht. De Bourgondische troepen werden afgeslacht, de hertog zelf sneuvelde, zijn bevroren lichaam werd pas twee dagen later op het slagveld geïdentificeerd door een page, die hem herkende aan zijn lange vingernagels en ontbrekende ondertanden, en door zijn lijfarts, die van zijn oude oorlogslittekens afwist...

 

 

Het nieuws sloeg Europa met verstomming. Waarschijnlijk vernamen Margareta en Maria op 8 of 9 januari de nederlaag, pas de vijfentwintigste namen ze echter rouw aan. Lodewijk XII van Frankrijk viel meteen Karels bezittingen en steden in Frankrijk aan, kort daarop waagden zijn troepen ook hun kansen in Vlaanderen en Henegouwen, bovendien zette de koning de erfgename Maria onder druk om met een Franse prins te trouwen en zond hij spionnen uit om het volk op te ruien. In de Nederlanden heerste al een opstandige sfeer; de steden waren nooit enthousiast geweest over Karels oorlogsplannen en Maria was een onervaren en onvoorbereide opvolgster. Dat het ooit zo machtige Bourgondische rijk niet als een kaartenhuis in elkaar stortte, is grotendeels aan het snelle optreden van Margareta te danken. Zij adviseerde Maria om in Gent de Staten-Generaal bij elkaar te roepen en er belangrijke toegevingen te doen. Tijdens de vergaderingen liepen de gemoederen en verdachtmakingen zo hoog op, dat Margareta op een bepaald ogenblik gedwongen werd Gent te verlaten. Men beschuldigde haar ervan Maria te willen uithuwelijken aan één van haar broers in Engeland. Volgens de kroniekschrijver Haynin zou ze bij die gelegenheid op het plein voor het Gravensteen aan de menigte hebben gezegd dat zij misschien wel een vreemdeling van geboorte was, maar geen vreemdeling in haar hart en haar gemoed, en dat ze niet kon of wilde wegreizen van haar stiefdochter, dat zij haar vaak wilde zien en nieuws van haar wilde ontvangen. "Waarom zij zeer gewaardeerd, geloofd en bemind werd, en verschillende mannen en vrouwen die haar zagen en hoorden werden tot tranen toe bewogen."

 

 

De hertogin zorgde er bovendien voor dat het al eerder door Karel geplande huwelijk van Maria met Maximiliaan van Oostenrijk snel plaatsvond. Dit huwelijk met de zoon van de keizer van het Heilig Roomse Rijk moest een definitief politiek tegengewicht bieden aan de gevaarlijke intriges van de Franse koning; het bepaalde eeuwenlang de geschiedenis van de Nederlanden. Hoewel de naam Margareta van York in onze geschiedenisboeken zelden vet gedrukt staat, valt haar invloed op onze gewesten door haar beslissende optreden in 1477 maar moeilijk te overschatten.

 

 

Na het huwelijk van haar stiefdochter vestigde Margareta zich als douairière in Mechelen, de rijkste en meest centraal gelegen stad van haar weduwengoed. Mechelen was minder opstandig dan de grote steden Gent en Brugge. Bovendien had Karel de Stoute in 1473 beslist er zijn centrale administratie te vestigen - een vernieuwend concept, vermits de hertogen in principe zelfs geen vaste verblijfplaats hadden en hun diverse diensten, archieven, rekenkamers en gerechtshoven tot dan over hun domeinen verspreid waren. Margareta kocht er in 1477 het Hof van Kamerijk van bisschop Jan van Bourgondië, een bastaardbroer van Filips de Goede. De stad, die veel voordelen verwachtte van Margareta's aanwezigheid, betaalde de verbouwing van dit Hof tot een representatieve woning: onder leiding van Anthonis I Keldermans werd onder meer een grote zaal met een afzonderlijke ingang via een achthoekige traptoren toegevoegd. In 1497 liet de weduwe het Hof van Kamerijk over aan haar stiefkleinzoon Filips en zijn bruid en verhuisde zij naar een kleiner onderkomen in de Korte Maagdenstraat, de kern van het latere Hof van Savoye, de residentie van Margareta van Oostenrijk.

 

 

Dankzij een welwillende regeling, getroffen door haar dankbare stiefdochter Maria van Bourgondië, werd Margareta in 1477 de rijkste weduwe van Europa. Haar politieke rol was echter niet uitgespeeld. Ze leerde Maximiliaan van Oostenrijk Nederlands en droeg in 1478 Filips, het eerste kind van Maria en Maximiliaan, ten doop. Bij die gelegenheid toonde ze opnieuw haar slagvaardigheid. De immer stokende Franse koning had immers geruchten laten verspreiden dat de nieuwe erfgenaam van de Bourgondiërs een meisje was. Na de terugkeer uit de kerk liet Margareta de baby uitkleden en toonde ze hem aan de menigte, een zet die onmiddellijk bijval en bewondering oogstte, en een bewijs te meer dat ze goed wist hoe ze met het volk moest omgaan. In 1480 werd ze de doopmeter van Margareta, het tweede kind in het hertogelijke gezin. Twee jaar later moest ze het hoofd bieden aan een nieuwe crisis, toen Maria van Bourgondië na een jachtongeval stierf en haar echtgenoot aanstelde als regent tot de meerderjarigheid van Filips.

 

 

De Staten-Generaal weigerden het gezag van Maximiliaan te erkennen, hielden de kinderen Filips en Margareta in een kasteel bij Gent gegijzeld en huwelijkten de driejarige Margareta zonder toestemming van haar vader uit aan de Franse kroonprins in ruil voor een vredesverdrag met Frankrijk. In deze moeilijke jaren van quasi-burgeroorlog bleef Margareta van York haar schoonzoon (en de laatste wens van haar stiefdochter) trouw. Toen er in 1485 eindelijk een verzoening tussen Maximiliaan en de stad Gent plaatsvond, liet zij de kleine Filips naar Mechelen overkomen en nam er het toezicht op zijn opvoeding op zich. Opnieuw vervulde ze de rol van pleegmoeder voor de dynastie. Later zou ze Filips' kinderen opvangen toen hij en zijn vrouw voor lange tijd naar Spanje reisden.

 

 

Twee anekdotes uit Margareta's weduwschap illustreren wat in onze ogen het mantel-en-degenfilm-aspect van de vijftiende eeuw zou kunnen zijn. Een brief uit de Mechelse archieven, door Margareta aan het stadsbestuur geschreven op 15 december 1477, getuigt van haar bezorgdheid om het lot van de edelvrouw Antoinette van Humbercourt, de weduwe van een vertrouweling van Karel de Stoute die na de dood van de hertog door de opstandige Gentenaren was terechtgesteld als zondebok voor het hertogelijke beleid. Antoinette had zich met haar kinderen in Mechelen gevestigd en genoot de bescherming van zowel Margareta als Maria van Bourgondië. Rijke weduwes waren gegeerde huwelijkspartners, ook voor avonturiers. Toen Antoinette van Humbercourt op 13 december 1477 op bedevaart ging naar Onze-Lieve-Vrouw-van-Hanswijk, werd ze geschaakt door een schildknaap, Adriaan Vilain, die haar ontvoerde naar Rupelmonde en haar probeerde te dwingen met hem te trouwen. Margareta van York vond dat de Mechelse schepenen in deze zaak verdacht weinig ondernamen. "Zeer dierbaren en geliefden. Wij schrijven u naar aanleiding van de overval op en de ontvoering van de vrouwe van Humbercourt, bij de poort van onze stad Mechelen. En wij zijn verbaasd over de geringe ijver die u aan de dag heeft gelegd om deze vrouwe te vinden en de misdadigers te vatten..." De Mechelse schepenen hadden inderdaad het beheer van de goederen van Antoinette van Humbercourt al overgedragen aan familieleden van de ontvoerder, dit ten nadele van haar kinderen. Maar de druk die Margareta, Maria en Maximiliaan uitoefenden, leidde er toch toe dat de weduwe bevrijd en Vilain gearresteerd werd. Vier jaar later echter verleende Maximiliaan de ontvoerder uit eigenbelang al een genadebrief, waardoor de zaak teniet werd gedaan.

 

 

Margareta was niet alleen een pleegmoeder voor de dynastie van de Bourgondiërs, ze was dat ook voor de dynastie van York. Haar broer Richard III had haar broer Edward IV van de troon verjaagd en diens zoontjes, Edward en Richard, opgesloten in de Tower, waaruit deze kinderen in 1483 spoorloos verdwenen. In 1485 sneuvelde Richard III zelf in de slag bij Bosworth en de overwinnaar, Henry Tudor, besteeg de Engelse troon als Hendrik VII. Bij wijze van verzoenend gebaar huwde hij een prinses uit het verslagen huis van York, Elisabeth, een nichtje van Margareta. De zaak van de verdwenen koningszonen in de Tower bleef de gemoederen echter bezighouden en in 1491 ontving en huisvestte Margareta in Mechelen vol vreugde een jongeman die zich uitgaf voor Richard, de jongste van de prinsen die op miraculeuze ontsnapt zou zijn en die nu zijn recht op de Engelse troon opeiste. Margareta leek deze jongeman te geloven, net zoals Maximiliaan en heel wat andere Europese vorsten die hem geruime tijd steunden in zijn strijd tegen Hendrik VII. Er was zelfs even sprake van een huwelijk met de intussen uit Frankrijk teruggekeerde tiener Margareta van Oostenrijk. Deze Richard kreeg troepen bij elkaar en waagde enkele aanvallen in Engeland; in 1497 werd hij verslagen en gevangengenomen en bekende hij Perkin Warbeck (of Pierkin Wezebecque) te zijn, de zoon van een schipper uit Doornik. Toch schijnt Hendrik VII lang aan zijn identiteit te hebben getwijfeld; historici hebben de mogelijkheid geopperd dat Perkin een bastaardzoon was van Edward IV. De Engelse kroniekschrijver Hall merkte op dat Margareta "meende God bij Zijn voet vast te hebben, terwijl ze de duivel bij zijn staart hield." De zaak is nooit helemaal opgehelderd, maar ze wijst wel op een typische reactie: ook na de dood van Karel de Stoute deden onder het volk nog jarenlang geruchten de ronde dat hij ergens als berouwvol kluizenaar in de bergen leefde, precies zoals in de achttiende eeuw, na de dood van de jonge Lodewijk XVII, verschillende lieden zich uitgaven voor de Franse troonopvolger.

 

 

Misschien was Margareta's meest persoonlijke activiteit tijdens haar weduwschap haar optreden als beschermvrouwe van talrijke kloosters en kerken en haar krachtdadige steun aan de observantiebeweging, het streven naar een terugkeer tot de oorspronkelijke geest van de kloosterregel in verschillende religieuze ordes, een belangrijke factor in de Nederlanden tijdens de veertiende en vijftiende eeuw. Margareta legde verschillende kloosters onder haar gezag een strengere leefregel op en stond erom bekend alleen bekwame en vrome geestelijken te benoemen. Heel kenmerkend is haar verering voor Colette van Corbie, de hervormster van de Franciscanen en stichtster van de Arme Klaren die in 1447 in Gent overleed. Margareta schonk het klooster waar de heilige begraven lag een prachtig geïllustreerde Vita van Colette. Op de laatste bladzijde schreef ze eigenhandig de opdracht: "Votre loyale fille Margarete Dangleterre pryez pour elle & pour son salute. Uw trouwe dochter Margareta van Engeland bid voor haar en voor haar zielenheil". Die paar regels van haar grote, slordige geschrift brengen een vrouw van vijfhonderd jaar geleden plotseling dichterbij.

 

 

Wanneer we de miniaturen bekijken waarop de hertogin staat afgebeeld, met dat typische silhouet van hennin en hermelijn, dan lijkt ze de laatste echte vertegenwoordiger van het Bourgondische rijk. Haar wereld scheen onwankelbaar, maar enkele jaren na haar dood al stuurde Hendrik VIII in Engeland aan op een breuk met de katholieke kerk, verhief de stem van Luther zich om de uitwassen aan te klagen waartegen de observantiebeweging een schuchtere reactie was geweest, brandden de ketters en verwoestten beeldenstormers of plunderende soldaten haar grafmonument in de kerk van het Recollectenklooster in Mechelen. Toch zorgde ze ook na haar dood nog voor een interessante ontwikkeling. In haar testament liet ze een bedrag na om een arme jongeling in Leuven te laten studeren. De eerste die van deze beurs kon genieten, was een zekere Adriaen Floriszoon uit Utrecht. In 1522 werd hij de eerste en voorlopig enige paus uit de Nederlanden, Adrianus VI.

 

 


 

DE MARGRIET - Een leven rijk aan noodlottig fortuin

 

 

 

Toen stelde ik mijzelf de volgende vraag: waarom, zo verbaasde ik mij, waren zij met zo weinigen, de schrijvers die hadden getracht de redenen op te sommen die er zijn om de vrouwen te loven? De vraag leidde mij dadelijk tot de vaststelling dat geen enkel schrijver het had aangedurfd om de deugden der vrouwen boven die van de mannen te stellen: niet één had het gewaagd te zeggen dat het vrouwelijk geslacht duidelijk het mannelijke overtreft.

 

(H.C. Agrippa, Over de voortreffelijkheid van de vrouwen, 1509)

 

 

Bella gerant alii, tu, felix Austria, nubes. Laat anderen oorlog voeren; jij, gelukkig Oostenrijk, huwt.
Maximiliaan van Oostenrijk, weduwnaar van Maria van Bourgondië, vader van Filips en van Margareta, geldt als een man die een zeer succesrijke huwelijkspolitiek wist te voeren, zo succesrijk dat zijn familie voor eeuwenlang de belangrijkste in Europa werd. Maar schijn bedriegt: Maximiliaans huwelijkspolitiek was niet geslepener of vooruitziender dan die van andere vorsten, hij had alleen het geluk dat de koningshuizen waaraan hij zijn kinderen uithuwelijkte hun eigen telgen en opvolgers in hoog tempo verloren, zodat alle erfenissen tenslotte in zijn familie samenstroomden.

 

 

 

Drie huwelijken

 

 

Zonen waren noodzakelijk voor de opvolging, dochters vormden een geweldig diplomatiek reservoir voor het sluiten van allianties. Een heerser, die naam waardig, beloofde zijn dochters vanaf hun kleutertijd aan zoveel mogelijk kandidaten - dat had Karel de Stoute met Maria van Bourgondië gedaan, totdat zijn keuze uiteindelijk definitief op Maximiliaan was gevallen. Maximiliaan wilde ongetwijfeld zijn dochter Margareta op dezelfde manier inzetten. De andere maatschappelijke standen dachten overigens niet genuanceerder over persoonlijke vrijheid. Toen de Staten-Generaal Maximiliaan als regent weigerden te erkennen, hielden ze, zoals reeds aangehaald, Filips en Margareta in een kasteel bij Gent gegijzeld en verkochten ze het driejarige meisje aan de Franse koning Lodewijk XI, de erfvijand van het Bourgondische huis, in ruil voor een vredesverdrag, het verdrag van Atrecht (Arras) genoemd.

 

 

Met een zwaarbewapend gevolg - om een ontvoeringspoging door Maximiliaan te verijdelen -vertrok Margareta op 24 april 1483, in het vertrouwde gezelschap van haar voedster Jeanne de Bousanton, naar het zuiden. Omdat de Franse koning weduwnaar was en zij de vrouw zou worden van zijn zoon, werd ze vanaf de eerste stappen in Frankrijk begroet als de nieuwe koningin van het land. In het slot van Amboise, aan de oever van de Loire, ontmoette ze haar toekomstige, de twaalfjarige Karel, le petit Charlet, en op dezelfde dag vierde men de verloving en het huwelijk. Enkele maanden later stierf Lodewijk XI en werd de driejarige Margareta officieel de Franse koningin, la petite royne. Karels oudste zuster Anne de Beaujeu was aangesteld tot regent van Frankrijk. Deze intelligente vrouw zorgde ervoor dat Margareta haar min bij zich kon houden en dat ze een uitstekende gouvernante kreeg, Madame de Segré. Margareta genoot in Amboise een verzorgde en zelfs kunstzinnige opvoeding, zij leerde er Latijn, tekenen en schilderen, zingen en musiceren. Omdat zij koningin van Frankrijk was, leek het niet nodig haar andere levende talen dan het Frans te onderwijzen. Margareta was niet de enige erfdochter in Europa.

 

 

In 1488 stierf onverwacht de hertog van Bretagne, het laatste nagenoeg onafhankelijke hertogdom in Frankrijk; zijn twaalfjarige dochter Anne kreeg meteen een enorm strategisch belang voor alle omringende staatshoofden. Anne koos in 1490 Maximiliaan van Oostenrijk, die intussen zijn vader had opgevolgd als Rooms keizer, tot bruidegom. Dit wekte paniek aan het Franse hof, dat Bretagne onder de invloed van de Franse kroon wilde zien. Franse troepen vielen Bretagne binnen, boekten daar militaire successen en algauw kwam Anne, de 'met de handschoen' (bij volmacht) gehuwde keizerin die haar keizer nooit had gezien, tot het inzicht dat het voor haar landen en onderdanen beter zou zijn, als ze Karel VIII van Frankrijk huwde. Dat was in principe mogelijk, vermits noch haar, noch zijn vorige huwelijk in den vleze was voltrokken, maar er was wel pauselijke dispensatie voor nodig. Die werd aangevraagd noch afgewacht: op 6 december 1491 trouwden Anne van Bretagne en Karel van Frankrijk in het slot van Langeais, amper vijftig kilometer van Amboise. Margareta moet dit hebben gevreesd, hoeveel het ook voor haar verborgen werd gehouden. De kroniekschrijvers vermelden een droom die ze in die periode regelmatig had: zij had als taak om in een mooi park een margriet te beschermen, maar kon niet beletten dat een ezel (âne/Anne) de bloem opat.

 

 

Het voldongen feit wekte een enorm schandaal. Maximiliaan had echter zoals gewoonlijk geen geld om doeltreffend oorlog te voeren en uiteindelijk werd de zaak in der minne en nogal minnetjes geregeld, zodat de vernederde Margareta mét haar bruidsschat naar Bourgondië kon terugkeren. Op de terugweg in Valenciennes werd zij feestelijk onthaald, de bevolking scandeerde de vreugdekreet "Noël, Noël", waarop zij repliceerde: "Ne criez pas Noël, mais bien Vive Bourgogne! Roep niet Noël, maar Leve Bourgondië!" Ze was geestig, deze dertienjarige prinses, en ze wist net als haar doopmeter met de volksmassa om te gaan. Margareta van York wachtte haar op in Kamerijk, in Bergen zag de ex-koningin van Frankrijk haar broer Filips voor het eerst in tien jaar weer, en samen reisden ze naar Mechelen.

 

 

Maximiliaans vrouw is dus uiteindelijk getrouwd met zijn schoonzoon, Margareta's man heeft haar schoonmoeder gehuwd; deze absurde situatie belette de keizer geenszins om nieuwe echtverbintenissen te smeden voor zichzelf en zijn nazaten. Hij trouwde met Bianca Maria Sforza, telg uit de dubieuze maar schatrijke heersersfamilie van Milaan; Margareta en Filips huwelijkte hij in een dubbelslag uit aan Juan en Juana, kinderen van de katholieke koningen van Spanje, Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië. Opnieuw werd alles eerst met de handschoen bekrachtigd. Juana kwam in september 1496 per schip in de Nederlanden aan, Margareta vertrok in januari 1497 per schip naar Spanje. De kleine vloot kwam zowel in het Kanaal als bij Biscaye in stormen terecht, de laatste was zo angstaanjagend dat Margareta een beurs met goudstukken en een papiertje met haar naam aan haar hand liet vastbinden, om zichzelf een waardige begrafenis te verschaffen mocht het schip zinken en haar lichaam ergens worden gevonden. Het noodweer ging onverwacht liggen en bij die gelegenheid deed Margareta aan haar begeleiders het voorstel dat ieder zijn eigen grafschrift zou dichten. Haar persoonlijke bijdrage is beroemd geworden:

 

 

Cy-gist Margot, la gentil' damoiselle
Qu'ha deux marys et encore est pucelle.

Of, zoals Jan Frans Willems het in 1837 vertaalde:

Hier ligt Margriet, een meisjen hupsch en rijk,
Gestorven maegd in 't tweede huwelijk.

 

 

Leest men de biografieën, dan blijkt dat zowel Juana als Juan meteen tot over hun oren verliefd werden op hun Bourgondische echtgenoten en dat hun liefde werd beantwoord. Het zou echter voor beide Spaanse koningskinderen slecht aflopen: Juana begon zich tegenover de charmante flierefluiter Filips jaloers te gedragen en kon niet aarden in de Nederlanden; de jonge kroonprins Juan, die geen sterk gestel had, raakte "uitgeput door passie", zo schrijven ooggetuigen aan het Spaanse hof. Op 26 september overviel hem een hevige koorts. Op 4 oktober 1497 dicteerde Juan zijn testament, waarin hij "zijn zozeer beminnelijke en zozeer beminde vrouw" vermeldde. Twee dagen later overleed hij. Later noemde men hem "de prins die stierf van liefde". Margareta was zwanger, kreeg in december voortijdig weeën die veertien dagen aanhielden, en baarde een dood kind, wellicht een meisje.

 

 

Opnieuw moest ze een land achterlaten waar ze koningin had kunnen zijn, en naar de Nederlanden terugkeren. In de inventaris die opgesteld werd bij haar vertrek, wordt voor het eerst een voorwerp vermeld met haar lijfspreuk: een gouden armband met een opschrift in wit en zwart email, Fortune Infortune Fort Une, 'Fortuin overstelpt haar met tegenspoed'. Op 4 maart 1500 kwam ze aan in Gent, net op tijd om de doopmeter te worden van de pasgeboren zoon van Filips en Juana, Karel. Daarna bood Filips haar het landelijke kasteel van Le Quesnoy aan.

 

 

Een jonge, aantrekkelijke koninklijke weduwe van twintig was een te mooi schaakstuk om niet mee te spelen, en vader en broer vonden snel een nieuwe echtgenoot: Philibert, bijgenaamd de Schone, hertog van Savoye, strategisch een buffer tussen Frankrijk en Italië. Op 26 september 1501 ondertekende Margareta in Brussel het huwelijkscontract, zij weigerde echter een document te signeren dat haar broer haar voorlegde en waarin te lezen stond dat zij dit huwelijk zonder dwang of overreding aanging. Misschien leek het haar weinig eervol om hertogin te worden, nadat zij koningin en kroonprinses was geweest. Politiek gezien was zij hoe dan ook een realist en stemde zij in met het hele systeem van dynastieke huwelijken, maar een willoze pop was ze niet.

 

 

Margareta had geluk. Zij en haar echtgenoot konden het van bij de eerste ontmoeting uitstekend met elkaar vinden. De sportieve, opgewekte Philibert liet met veel genoegen de staatszaken aan haar over, zoals hij eerder zijn bastaardbroer de teugels van zijn hertogdom in handen had gegeven. Margareta ontdekte echter dat deze bastaardbroer zich aan gevaarlijke intriges en uiteindelijk zelfs landverraad had gewaagd. Ze liet hem verbannen en regeerde vanaf dat ogenblik, met de volle toestemming van Philibert, deskundig over Savoye, geholpen door een aantal plaatselijke raadslieden die ze zelf had gekozen en die haar hun hele leven toegewijd zouden blijven. Margareta moet toen gelukkig zijn geweest: ze was getrouwd met een man die van haar hield en haar bewonderde, en ze had een levensopdracht die haar beviel en waarin ze haar talenten kon ontplooien.

 

 

In het jaar 1504 teisterde droogte maandenlang het hertogdom. Margareta trof zoveel mogelijk maatregelen om een hongersnood te voorkomen. Op 2 september, terwijl de hitte aanhield, reed Philibert uit om te jagen en dronk hij onderweg, bezweet, van een ijskoude bergbron. Rillend en koortsig werd hij een paar uur later thuisgebracht en geen remedie, van gebed tot het fijnstampen van Margareta's kostbare parels om de zieke te versterken, kon nog baten. Toen de hertog op 10 september stierf, vervloekte zijn vrouw het lot, knipte ze haar prachtige blonde haar af en probeerde ze zich uit een torenvenster te gooien. Haar hofdames bewaakten haar dag en nacht, om nieuwe zelfmoordpogingen te verijdelen.

 

 

Toch vond Margareta haar geestkracht terug. Aan het bestuur van het hertogdom kon ze zich niet meer wijden; toen bleek dat zij niet zwanger was, ging de heerschappij over in de handen van René, een halfbroer van Philibert. Met hem geraakte ze snel verwikkeld in een dispuut omtrent haar weduwengoed, en om steun te krijgen van haar vader reisde ze in het voorjaar van 1505 naar Straatsburg. Aan deze reis danken we een charmant gedicht, dat ons een meer persoonlijke blik gunt op de vijfentwintigjarige weduwe. Tijdens Margareta's afwezigheid verongelukte een papegaai die nog van haar moeder was geweest en die haar naar Amboise en Spanje had vergezeld; één van haar honden kreeg de vogel te pakken en at hem op. Dit voorval inspireerde hofdichter Jean Lemaire de Belges tot de Epitre de l'amant vert, de Brief van de groene minnaar, waarin de papegaai zijn lot beklaagt, nu zijn meesteres hem verlaten heeft, en besluit een eind aan zijn lijden te maken door in de muil van een hond te vliegen.

 

 

Bien peu s'en fault que celui ne maudie / Qui me donna tel grace et melodie / Par trop m'apprendre et dictiers et chansons,/ Dont autrefois tu aymois les doulx sons;/ et me baisois, et disois: Mon amy./ Si cuidoye estre un dieu plus que à demy. / Et bien souvent de ta bouche gentille / M'estoit donné repas noble et fertile. / Que diray je d'aultres grandz privaultéz,/ Par quoy j'ay veu tes parfaictes beautéz, / Et ton gent corpz, plus poly que fine ambre,/ Trop plus que nul autre varlet de chambre, / Nu, demy nu, sans atour et sans guimple,/ Demy vestu en belle cotte simple,/ Tresser ton chief, tant cler et tant doré, / Par tout le monde aymé et honnouré? / Quel autre amant, quel autre serviteur / Surpassa oncq ce hault bien et cest heur? / Quel autre aussi eut oncq en fantasie / Plus grand raison d'entrer en jalousie, / Quand maintes fois, pour mon cuer affoller,/ tes deux mariz je t'ay vue accoller? / Car tu scéz bien que ung amant graciëux / De sa dame est jaloux et soucieux./ Et nonobstant aucun mot n'en sonnoie,/ Mais à par moy grand joye demenoie / En devisant et faisant noise et bruit,/ Pour n'empescher de ton plaisir le fruit./ Bien me plaisoit te veoir tant estre aymée / De deux seigneurs de haulte renommée:/ L'un fut d'Espagne, et l'autre de Savoie,/ Que plus bel homme au monde ne sçavoie./ Bien me plaisoit te veoir chanter et rire,/ Dancer, jouer, tant bien lire et escripre,/ Paindre et pourtraire, accorder monocordes,/ Dont bien tu scéz faire bruire les cordes./ Mais maintenant tout cela tu reboutes / Et ne faiz fors espandre pleurs et gouttes / De tes beaux yeulx, qui jamais n'en sont las, / Sans plus querir ne plaisir ne soldas, / Par quoy je suis de toy mis en oubly.

 

"Het scheelt maar weinig of ik vervloek degene, die me mijn charme en zangkunst gaf door me te veel gedichten en liedjes te leren, waarvan jij vroeger de zoete klanken waardeerde. Je kuste me, en zei: Mijn vriend. Dan was ik in mijn verbeelding meer dan een halfgod. En vaak reikten je zoete lippen me edel en rijk voedsel. Wat zal ik zeggen van andere grote vertrouwelijkheden, waardoor ik je volmaakte schoonheid heb gezien, en meer dan enige kamerdienaar je prachtige lichaam, gepolijst als fijn amber? Naakt, halfnaakt, zonder opschik of sluier, half gekleed in een mooi eenvoudig hemd; en hoe men je haar vlocht, zo blond en glanzend, door iedereen bewonderd en vereerd? Welke andere minnaar, welke andere dienaar kreeg ooit hoger goed of geluk? Welke andere had ooit meer reden om in gedachten jaloers te worden, wanneer je, om mijn hart te verwonden, voor mijn ogen je twee echtgenoten omhelsde? Want je weet wel dat een hoofse minnaar jaloers en bezorgd is om zijn dame. Toch repte ik hierover met geen woord, maar beleefde hier in mijn eentje grote vreugde aan, zingend en fluitend, om je genot niet in de weg te staan. Het deed me genoegen je zo bemind te zien door twee heren van uitmuntende naam: de ene van Spanje, de andere van Savoye, de mooiste man die ik ooit zag. Het deed me genoegen je te zien zingen en lachen, dansen, spelen, voortreffelijk lezen en schrijven, schilderen en tekenen, snaren stemmen en erop musiceren. Maar nu wijs je dat alles af en laat je alleen nog een stroom aan tranen uit je mooie ogen vloeien, die dit nooit moe worden. Je zoekt geen vreugde of troost meer, en daarom heb je mij vergeten..."

(vertaald door Leen Huet)

 

 

In Straatsburg slaagde Margareta erin de zaak van  haar weduwengoed bevredigend te regelen. Met de inkomsten ervan wilde ze uitvoeren wat ze Philibert op zijn sterfbed had beloofd: werk maken van een gelofte die zijn moeder reeds had afgelegd, om een vervallen klooster te restaureren in Brou, bij Bourg-en-Bresse. Philiberts moeder was kort na het afleggen van deze gelofte overleden en in Brou begraven; Margareta liet ook Philiberts lichaam daar bijzetten. Brou werd een levensproject, de kerk van Saint Nicolas veranderde onder haar leiding in een grafmonument van uitgelezen verfijning. Ook zijzelf ligt er begraven, en haar devies Fortune infortune fort une staat overal te lezen.

 

 

Terwijl de weduwe zich bezighield met bouwplannen, beleefden haar broer en schoonzus pijnlijke tijden. Juana's jaloezie en melancholie namen overhand toe. Toen haar moeder in 1504 overleed, werd zij de rechtmatige koningin van Castilië, maar op dat moment deden al geruchten over haar ontoerekeningsvatbaarheid de ronde. Haar vader Ferdinand greep die aan om zich tot regent te laten benoemen. Haar echtgenoot Filips besloot dan weer te bewijzen dat Juana niet krankzinnig was, zodat hij een groot deel van de macht over Castilië naar zich toe zou kunnen trekken. Tijdens een gezamenlijke rondreis door Castilië overleed Filips geheel onverwacht in Burgos, op 25 september 1506. Dit was de emotionele genadeslag voor Juana, die vijf kinderen in de Nederlanden had achtergelaten en zwanger was van het zesde. Zij werd opgesloten in het klooster van Tordesillas en haar vader heerste in haar naam totdat haar zoon Karel meerderjarig zou worden.

 

 

Toen Maximiliaan het nieuws van Filips' overlijden vernam, zag hij al zijn plannen voor zijn bestuur in het westen in rook opgaan; zelf werd hij voortdurend in beslag genomen door oorlogen tegen de Ottomaanse Turken. De Bourgondische Nederlanden waren hun natuurlijke erfprins kwijt en in Mechelen woonden vier kleine wezen (Filips' en Juana's tweede zoon Ferdinand werd bij zijn grootvader in Spanje opgevoed). De Staten-Generaal benoemden Maximiliaan ditmaal zonder tegenstribbelen tot regent, maar hij kon die taak onmogelijk met al zijn andere bezigheden combineren. Hij had nog maar één kind over; zij moest worden ingeschakeld om dynastie en heerschappij te redden. Misschien had Margareta hem in Straatsburg, vóór Filips' vertrek naar Spanje, al voorgesteld om er in afwezigheid van haar broer de zaken waar te nemen. Toen was Willem van Croy, heer van Chièvres, aangesteld. Misschien herinnerde de keizer zich dit voorstel. In elk geval benoemde hij Margareta op 18 maart 1507 plechtig tot zijn en Karels plaatsvervanger in de Nederlanden.

 

 

 

Landvoogdes en pleegmoeder

 

 

Tant que je vive mon cueur ne changera
Pour nul vivant, tant soit il bon ou saige,
Fort et puissant, riche, de hault lignaige:
Mon chois est fait, aultre ne se fera.

 

Zo lang ik leef verandert niet mijn hart,
Terwille van geen man, hoe goed ook en hoe wijs,
Machtig en sterk, rijk, van hoog geslacht,
Mijn keuze is gemaakt, een and're is er niet.

 

Uit de Albums poétiques van Margareta van Oostenrijk, KB, hs 10572, fol. 42; Nederlandse vertaling in Jane de longh

 

 

Maximiliaan en Margareta hadden uiteenlopende opvattingen over de inhoud van haar functie. De keizer beschouwde zijn dochter als een verlengstuk van zichzelf en zijn politiek, een eenvoudige handlangster. Margareta wilde meer autonomie en had oog voor de problemen van de Nederlanden, die Maximiliaan vaak als een wingewest voor de financiering van zijn oorlogen in het Oosten behandelde. De keizer hoopte trouwens nog altijd dat ze opnieuw zou willen huwen. Buiten medeweten van Margareta had haar broer haar kort voor zijn aankomst in Spanje nog beloofd aan de twintig jaar oudere Engelse koning Hendrik VII, een plan waar Maximiliaan, eveneens buiten haar medeweten, mee had ingestemd. Zij weigerde echter vastbesloten, ook toen haar werd voorgesteld dat ze elk jaar slechts zes maanden in Engeland zou moeten verblijven en de rest van het jaar in de Nederlanden mocht doorbrengen. Drie huwelijken waren genoeg, betoogde ze. Bovendien beriep ze zich op het feit dat ze geen kinderen meer zou krijgen (mogelijk een gevolg van haar zware Spaanse miskraam).

 

 

Zoals de meeste vrouwen uit die tijd besefte Margareta zeer goed de voordelen van het weduwschap. Ze cultiveerde haar imago van weduwe ook zorgvuldig. De portretten van haar, in het zwart, met de sierlijk geplooide witte weduwenkap, béguine geheten, zijn nog altijd de bekendste. Haar nieuwe woning in Mechelen noemde ze het Hof van Savoye. Haar lied- en poëziebundels staan vol met teksten over gemis, spijt en trouw:

 

 

C'est pour james qu'un Regret me demeure

 

Nooit ofte nimmer zal Gemis mij verlaten

 

 

luidt de eerste regel van een gedicht dat vaak aan Margareta (uit haar Album poétique, KBR, ms 10572, fol. 21 v; Nederlandse vertaling in Jane de longh) zelf wordt toegeschreven.

 

 

Een vierde bruiloft zou van haar opnieuw een pion maken. Het weduwschap betekende definitieve stabiliteit, die ook nodig was om de Nederlanden te besturen. Evengoed spoorde Margareta haar vader na het overlijden van zijn tweede vrouw aan om opnieuw te huwen, iets waar Maximiliaan zich op zijn beurt tegen verzette: "En wij vinden het om geen enkele reden goed dat wij opnieuw moeten trouwen, maar hebben al eerder ons besluit en onze wil uiteengezet om nooit meer achter een naakte vrouw aan te zitten," schreef hij haar. Toen ze in 1509 van de koningin-weduwe van Portugal een discreet verzoek om een bondgenootschap ontving, meldde ze aan haar vader: "Dit bondgenootschap zou niet beter gesloten kunnen worden dan door het huwelijk van mevrouw Eleonora, mijn nichtje, met de prins en oudste zoon van de koning van Portugal, die, volgens wat de geestelijke mij heeft gezegd, ongeveer negen of tien jaar oud is, zoals zij, of met mevrouw Isabella, welke van de twee u het beste lijkt (...). Monseigneur, het lijkt me, tenzij u daar anders over denkt, gezien het kleine aantal prinsen heden ten dage en gezien de voorspoed van de koning van Portugal, die toch onze verwant en bondgenoot is, dat het, om een nog beter bondgenootschap en wederzijds begrip met hem te hebben, goed zou zijn om een van deze huwelijken of ook beide te regelen, indien dit u goeddunkt, en dan zult u nog twee van mijn dames nichtjes overhebben om elders verdragen mee te sluiten." Haar eigen ervaringen hadden Margareta niet principieel afkerig gemaakt van het hele systeem van huwelijkspolitiek en wat twintigste-eeuwse vorsers wel eens de 'handel in prinsessen' hebben genoemd.

 

 

Politiek gezien valt op hoe Margareta de lijn die haar grootmoeder van York had uitgezet, trachtte voort te zetten - een lijn die grosso modo het leitmotiv van de aloude Bourgondische politiek was. Die bestond uit: wantrouwen tegenover de Franse politieke doelstellingen; het handhaven van de vrede, wat onder meer bemoeilijkt werd door de al tientallen jaren aanslepende guerrillaoorlog met de hertogen van Gelre, gefinancierd door Frankrijk; het streven naar een goede relatie met Engeland, waarbij de landvoogdes op moest passen dat ze zich niet tot een huwelijksovereenkomst liet verleiden, eerst met de gierige Hendrik VII, later met zijn flamboyante zoon Hendrik VIII, die ook belangstelling toonde en die haar zelfs aan zijn opperstalmeester Charles Brandon probeerde te koppelen, een knappe man die nogal opzichtig met de landvoogdes flirtte.

 

 

Margareta's geleidelijk steeds meer pro-Engelse politiek - bepaald door de noodzaak om daadwerkelijke steun te vinden in de strijd met de hertog van Gelre - zou door Maximiliaans wispelturigheid en voortdurend nieuwe plannen en allianties niet bepaald een succes worden. In 1513 overwoog hij voor de zoveelste keer om, in overleg met Ferdinand van Aragon, een akkoord te sluiten met Frankrijk. Ze schreef: "Monseigneur, tussen de katholieke koning en Frankrijk zijn er grote bergen, en tussen Frankrijk en Engeland ligt de zee; maar tussen deze landen en Frankrijk is er geen scheiding; en u kent de grote en oude vijandschap die de Fransen ons huis toedragen." In een latere brief lezen we (want alles sleepte eindeloos aan en er waren Engelse gezanten op bezoek in Mechelen): "Daarom, Monseigneur, is het nodig en dringend dat het u behaagt een definitieve beslissing te nemen in deze zaak, en dat u mij openlijk en beknopt uw besluit meedeelt. Want wij kunnen niet langer uitstellen, en op de ene manier of de andere is het nodig dat zij uw besluit kennen. Anders vrees ik dat wij van onze vrienden onze vijanden zullen maken. En om u de waarheid te zeggen, door deze vertraging verlies ik reeds mijn krediet en reputatie bij hen."

 

 

Terwijl de landvoogdes op deze uitputtende wijze een strijd voerde met haar vader, werd zij in de Nederlanden steeds meer beschouwd als zijn gewillige instrument. Haar grootste tegenstander was Willem de Croy, de gouverneur van de jonge prins Karel - overigens benoemd door Maximiliaan, misschien met de bedoeling om het gezag van zijn dochter te ondermijnen. De heer van Chièvres was een pleitbezorger van de vrede met Frankrijk, die de Bourgondische gewesten een stabiele rust en voorspoed zouden brengen. Hij had grote invloed op zijn jonge pupil, meer dan Margareta zelf. Uiteindelijk verzocht hij de keizer, achter de rug van de landvoogdes om, Karel meerderjarig te willen verklaren. Dit gebeurde op 5 januari 1515. Margareta's politieke rol leek abrupt uitgespeeld.

 

 

Het duurde drie jaar voordat iemand zich haar nuttige diplomatieke kwaliteiten herinnerde. Toen schakelden de keizer en Karels raadslieden Margareta in om ervoor te zorgen dat Karel door de zeven Duitse keurvorsten tot Rooms-Koning zou worden gekozen, een benoeming die hem bij de dood van Maximiliaan automatisch het keizerschap zou opleveren.

 

 

Er waren belangwekkende andere kandidaten: Hendrik VIII van Engeland, de charmante Frans I van Frankrijk en Lajos van Hongarije, de man van Karels zuster Maria. Zoals de geschiedenisboeken uitwijzen, werd deze verkiezing enkel en alleen bepaald door snelle, tactvolle en - niet te vergeten - overvloedige en contante steekpenningen aan de keurvorsten en hun ambtenaren, met misschien nog een huwelijk met de laatst beschikbare Habsburgse prinses, Catharina, als extra lokaas. Het geld werd geleverd door het Augsburgse bankiershuis Fugger. (Frans I gooide als opbod het persoonlijke fortuin van zijn moeder en het huwelijk van zijn zuster Renée in de strijd.) Na het onverwachte overlijden van Maximiliaan in 1519 nam Margareta het heft stevig in handen, ook toen het er de schijn van kreeg dat er militair moest worden opgetreden. De uitkomst is genoegzaam bekend. Op 28 juni 1519 was de verkiezing van de negentienjarige Karel van Oostenrijk een feit. Hij was daarmee in naam de machtigste vorst ter wereld.

 

 

De beloning liet niet op zich wachten. Karel benoemde Margareta opnieuw tot regentes in de Nederlanden - zij het dat hij, zoals eertijds Maximiliaan, de eindbeslissingen aan zichzelf probeerde te houden - en op 18 september 1520 schonk hij haar de stad en de heerlijkheid van Mechelen. De landvoogdes zou nog één ogenblik van politieke triomf beleven. De verkiezing in Augsburg had van Karel en Frans I van Frankrijk gezworen aartsvijanden gemaakt. Het was het eeuwenoude probleem van de moeizame relatie met Frankrijk, nu vertegenwoordigd door twee jongemannen die Europa voor jaren in vruchteloze oorlogen konden storten, terwijl er zoveel andere zaken te regelen waren. Frans' moeder was Louise van Savoye, Margareta's schoonzuster. Op 31 juli 1529 slaagden beide vrouwen erin bij Kamerijk een vredesverdrag tussen deze zo verschillende heersers te bewerkstelligen, die de 'Damesvrede' werd genoemd. Het verdrag viel dankzij Margareta grotendeels in het voordeel van de Habsburgers uit, en weer werd een prinses opgeofferd om het te bevestigen: Eleonora, Karels oudste zuster, al weduwe van haar oom, de koning van Portugal, huwde gehoorzaam Frans

 

 

Ook Karels uiteindelijke keizerskroning in Rome, in februari 1530 door paus Clemens VII, zal de landvoogdes genoegen hebben gedaan. In november begon zij te lijden aan een infectie en kreeg pijn in een van haar benen. Heel snel ontwikkelde zich koudvuur. Op 30 november trok een processie door de straten van Mechelen, om het herstel van de regentes af te smeken. Zij dicteerde op dezelfde dag een brief aan haar neef Karel, opgeschreven door haar secretaris: "Monseigneur, het uur is gekomen waarop ik u niet langer eigenhandig kan schrijven, want ik ben zo ziek dat ik vrees niet lang meer te leven. Mijn geweten is gerust en toegerust en ik ben geheel bereid te ontvangen wat het God zal behagen mij te zenden, zonder enige spijt, behalve dan om uw afwezigheid en omdat ik u niet meer eenmaal kan zien en spreken voor mijn dood, wat ik gedeeltelijk opvang met deze brief die naar ik vrees de laatste zal zijn die u van mij ontvangt. Ik heb u benoemd tot mijn universele erfgenaam (...) Ik laat u uw landen van herrewaarts over na die ik gedurende uw afwezigheid niet alleen heb bewaard in de toestand waarin u ze verliet, maar grotelijks uitgebreid; en ik geef u het bestuur over dezen terug, dat ik meen trouw te hebben waargenomen, en wel zo dat ik hoop op Gods beloning, uw tevredenheid, monseigneur, en die van uw onderdanen. Ik beveel u nadrukkelijk de vrede aan, in het bijzonder met de koningen van Frankrijk en Engeland. En ten slotte smeek ik u, monseigneur, dat de liefde die het u heeft behaagd dit arme lichaam toe te dragen, de zorg voor mijn zieleheil zal worden, en tot aanbeveling zal strekken voor mijn arme dienaars en dienaressen; ik zeg u het laatste vaarwel, monseigneur, en wens u voorspoed en goed leven. Te Mechelen, de laatste dag van november 1530. Uw zeer-nederige tante, Margareta." Enkele uren later, in de vroege ochtend van 1 december 1530 overleed ze.

 


 

CLARA MACLINIA, ROEMRIJK MECHELEN - Ten huize van twee hertoginnen

 

 

 

Margareta van York en Margareta van Oostenrijk hadden duidelijk tegenovergestelde lijfspreuken: Moge goeds ervan komen, Fortuin overstelpt onfortuinlijk. Verdiept men zich in hun levens, dan valt het verschil in bronnen op: voornamelijk kronieken, documenten, miniaturen, een enkel portret voor Margareta van York; kronieken, documenten, inventarissen van kunst- en boekenbezit, briefwisselingen, filosofische verhandelingen, talrijke portretten vanaf de kindertijd, lofdichten, poëziebundels van vrienden, zelfs enkele eigen gedichten van Margareta van Oostenrijk. Had dit te maken met het tijdsgewricht, het herfsttij der Middeleeuwen of de bloei van de Renaissance, of eerder met hun karakters, met aanleg en belangstelling? In elk geval blijft veel van het persoonlijke leven van Margareta van York beschaafd giswerk. Het fraaist versierde manuscript dat ze bij Simon Marmion bestelde, de Visioenen van Tondal, gaat over een trotse, oorlogszuchtige ridder die tot religieuze inkeer komt en zich wijdt aan goede werken en echtelijke trouw. Wellicht is dit te begrijpen als een verwijzing naar haar eigen ervaringen in het huwelijk met Karel de Stoute. Het doet plezier haar te zien in Hans Memlings schitterende Mystiek huwelijk van de H. Catharina, waar de elegante Sinte Margareta traditioneel beschouwd wordt als een geïdealiseerd portret van de vorstin. Je kunt je haar enigszins voorstellen in het met paarse taffetas - een warme zijdestof - bespannen privé-vertrek dat ze in Mechelen bewoonde. Daar blijft het bij, zij het dat haar rol als hertogin-weduwe, een opvallend stabiele factor in de bewogen jaren na de dood van Karel de Stoute, in de geesten van haar onderdanen en opvolgers de weg baande voor een lange en opmerkelijke reeks van vrouwelijke regenten, Margareta van Oostenrijk (tante van Karel V), Maria van Hongarije (zus van Karel V), Margareta van Parma (onwettige dochter van Karel V) en aartshertogin Isabella (kleindochter van Karel V).

 

 

Door de overvloed aan bronnen lijkt het makkelijker om van Margareta van Oostenrijk opnieuw een persoon van vlees en bloed te maken. Daarbij is het bundeltje liefdesgedichten dat zij vermoedelijk schreef voor Antoine de Lalaing, de graaf van Hoogstraten, en ook wel aan mensen uit haar omgeving liet lezen, door zijn gepolijste en voorspelbare hoofse stijl, zelfs niet het meest persoonlijke document.

 

 

"Ik ben ook bij vrouwe Margareta geweest en heb haar mijn portret van de keizer laten zien en het haar willen schenken. Maar omdat het haar zo weinig aanstond, heb ik het weer meegenomen. En 's vrijdags toonde vrouwe Margareta mij al haar mooie dingen; daar zag ik ongeveer veertig kleine taferelen in olieverf, nooit zag ik iets dat dit kon evenaren in helderheid en kwaliteit. Ik zag er ook andere goede dingen, van Johannes [Juan de Flandes], van Jacob Walch [Jacopo de' Barbari]. Ik verzocht mevrouw om het boekje van meester Jacob, maar zij zei dat ze het aan haar schilder [Bernard van Orley] had beloofd. Ook zag ik veel andere kostbare zaken, een kostbare bibliotheek." Met deze woorden beschreef Albrecht Dürer zijn bezoek aan het Hof van Savoye in Mechelen in juni 1521. De landvoogdes ontving de beroemde kunstenaar vriendelijk, hoewel ze zijn portret van haar vader Maximiliaan wellicht te 'gedurfd realistisch' vond, en toonde hem als een trotse verzamelaar haar kunstschatten. Dürer bewonderde de vele schilderijen van Juan de Flandes, waarschijnlijk Jan van Eycks Huwelijk van de Arnolfini en schilderijen en het schetsboek van Jacopo de' Barbari. Schijnbaar verliep het bezoek zo vriendelijk dat hij haar om dat schetsboek durfde vragen, misschien als beloning voor het houtskoolportret dat hij in Brussel van haar maakte en de reeks Passieprenten die hij haar schonk.

 

 

Als een echte kunstliefhebber annoteerde Margareta de inventarissen van haar kunstwerken, of ze schreef ze zelf. Men leert eruit dat ze haar boeken, zowel manuscripten als vroege drukken, liet inbinden in rood, blauw, groen en zwart fluweel; dat ze tal van religieuze boeken bezat, kronieken, Arthurromans, Boccaccio's verhandelingen over beroemde vrouwen en ongelukkige edellieden, een boekje over vogels en Gaston Phébus' standaardwerk over de jacht, verschillende verhandelingen over het schaakspel, wetteksten, en enkele werken van Aristoteles.

 

 

In haar bibliotheek hingen ook familieportretten: van de Bourgondische hertogen Jan zonder Vrees en Filips de Goede, van Maria van Bourgondië, een dubbelportret van haar broer Filips en zijzelf als kinderen, portretten van haar grootvader en vader, de keizers Frederik III en Maximiliaan, een portret van haar eerste, Franse echtgenoot Karel VIII, een portret op perkament van Philibert van Savoye in een mantel bezaaid met margrieten; daarnaast talrijke kinderportretten van haar pupillen Karel, Eleonora, Isabella, Maria en Ferdinand, en zelfs een afbeelding van Karel de Grote en de 'Grote Turk' Süleyman. In 'het kleine kabinet' nabij de tuin bewaarde ze stukken amber, takjes koraal, verschillende schaakspelen, klokken, meer familieportretten, een besloten hofje en exotische voorwerpen uit de nog maar pas ontdekte nieuwe wereld. Margareta bezat voorts schilderijen van Jan van Eyck, Dirk Bouts, Jeroen Bosch, Hans Memling, "een andere kleine Lieve-Vrouwe die een getijdenboek leest, gemaakt door Michiel, een werk dat Mevrouw ma mignonne [mijn liefje] noemt, en de kleine God slaapt". Er was ook "een goed schilderij van een mooie slavin, en op het luik daarvan staat Charles Oursson, de controleur van Mevrouw en van haar vader, en ook Mevrouws hond die Boute heet."

 

 

Margareta maakte zelf een inventaris van haar textiel en linnen. Daaronder vallen de prachtige wandtapijten op, die zij als bruidsschat van het Spaanse koningspaar Isabella en Ferdinand ontving, met afbeeldingen van beroemde deugdzame vrouwen als de Bijbelse Esther en Sint-Helena. Voorts bezat ze een toepasselijke reeks wandtapijten met taferelen uit Christine de Pizans Boek van de Stad der Vrouwen, haar geschonken door de stad Doornik.

 

 

In 1523 schonk Karel V aan Margareta een aantal kostbaarheden uit de verzameling die Hernàn Cortes hem in 1519 had geschonken na de verovering van Mexico. De schenking omvatte kleurrijke vedertooien, pluimenmantels, met mozaïek ingelegde schilden, wapens, tal van sieraden en een opvallende zilveren schijf die de hertogin allemaal in haar bibliotheek tentoonstelde. Hoewel Margareta's politieke belangstelling steeds voornamelijk naar de Nederlanden is uitgegaan, hebben deze prachtige exotische voorwerpen haar ongetwijfeld gefascineerd en bekoord.

 

 

Het reglement van Margareta's hofhouding, opgesteld op 3 april 1525, onthult een ander interessant aspect van haar dagelijks leven. Onder de hoofding "officieren, ambtenaren" lezen we de namen van Conrad Meit, hofbeeldhouwer, hofschilder Bernard van Orley en borduurder Pierre Nijenland, maar ook die van de wasvrouw Leyske van der Vord, verantwoordelijk voor al die hagelwitte en prachtig gesteven en gestreken mutsen en hemden die ons bekend zijn van de portretten, en van de weduwe Johan Lunet, de hofschoenmaakster. De rekeningen getuigen bovendien van het leven van Neuteken, het 'tijdverdrijf' van de hertogin, haar vrouwelijke dwerg, die een eigen verzorgster had. Neuteken intrigeert; in haar groene, oranje of zilvergrijze lakense jurken zal ze een kleurige noot hebben gebracht in de overvolle privé-vertrekken van de hertogin, die volgens haar twintigste-eeuwse biografe Jane de Iongh in onze ogen zouden lijken op "een ietwat rommelig kleinsteeds museum, waar honden en vogels vrije toegang hadden."

 

 

Inventarissen bieden slechts momentopnames, we weten dus niet of Margareta van Oostenrijk ooit het uitzonderlijke boek heeft gelezen, dat zijzelf nochtans had geïnspireerd en dat aan haar was opgedragen. In 1506 hield de jonge humanist Cornelius Agrippa von Nettesheim aan de universiteit van Dôle enkele lezingen ter harer ere, waarin hij de adel en voortreffelijkheid van het vrouwelijke geslacht prees. Vrienden raadden hem aan zijn opvattingen in een verhandeling te gieten. In 1509 was dit werk klaar; door vele tegenslagen werd het pas twintig jaar later gedrukt, toen Agrippa in Margareta's dienst in de Nederlanden werkte. Hij zou in Mechelen ook haar grafrede uitspreken.

 

 

Er circuleerden heel wat lovende traktaten over de vrouw in die tijd (en hun tegenhangers), maar geen ervan was zo radicaal en beeldenstormend feministisch als dat van Agrippa. Hij stelde zonder meer dat de vrouw het hoogtepunt was van de Schepping, Gods uitverkoren schepsel - dit alles gestaafd met Bijbelteksten - en ging ook de meest praktische argumenten voor die voortreffelijkheid niet uit de weg. "De natuur heeft de vrouw een bewonderenswaardige ingetogenheid geschonken door hun onderbuik niet vooruitstekend te maken zoals die van mannen, maar inwendig en verborgen, besloten, beschermd tegen blikken en handen. [...] Elke maand en volgens een mechanische regelmaat scheiden vrouwen door middel van hun geheime organen alle vochten en overtollige stoffen van hun lichaam af, terwijl mannen voortdurend en over hun hele lichaam vervuild blijven." Wat leidde tot rechtlijnige conclusies: "Ziedaar waarom Christus, die op de meest nederige wijze mens is geworden in onze wereld om door die vernedering zelf de zonden van onze eerste ouders uit te boeten, ervoor gekozen heeft man te worden, het nederigste en vernederendste geslacht, en niet vrouw, omdat het vrouwelijke geslacht te edel en te verheven is voor zijn doel."

 

 

Agrippa's boek was naar toenmalige normen een bestseller, en confronteert ons opnieuw met de verfrissende directheid die ook opviel in de Brief van de groene minnaar van hofdichter Jean Lemaire de Belges. Wat zouden de landvoogdes en de jonge prinsessen, maar ook Leysken van der Vord, de hofschoenmaakster en Neuteken ervan hebben gevonden?

 

 

Leen Huet

 


Illustraties

           Te bekijken via PDF.

 

Kaart van de stad Mechelen, gravure naar een tekening door Joris Hoefnagel  in: Georg Braun en Frans Hogenberg, Civitates Orbis Terrarum, Liber primus, Keulen, 1572 - Mechelen, Stadsarchief

Glazen kruik met het wapenschild van Margareta van Oostenrijk, Venetië, omstreeks 1501-1504 - Privé-verzameling


Portret van Margareta van York, Nederlanden, omstreeks 1468, Parijs, Musée du Louvre

Kroon van Maria van Bourgondië, tweede helft vijftiende eeuw (?), Brugge, Edele Conferie van het Heilig Bloed

Margareta van York en Maria van Bourgondië in aanbidding voor het altaar van de heilige Anna, in: omgeving van de Weense Meester van Maria van Bourgondië, Register van het Gentse Gilde van de heilige Anna, Gent, 1477 - Windsor, The Royal Collection, inv. RCIN 1047371, fol. 2

De zeven werken van barmartigheid en Margareta van York in aanwezigheid van haar patroonheilige, in: Nicholas Finet, Benois seront les misericordieux, 1468-1477 - Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, ms. 9296, fol. 1

Margareta van York ontvangt het afgewerkte Boëthius-handschrift uit handen van David Aubert, in: Boëthius (omstreeks 480-524), in het Frans vertaald door Pseudo-Jean de Meun, Livre de Boece de Consolation (De consolatione philosophiae), Gent, 1476 - Jena, Thüringer Universitäts- und Landesbibliothek, Abteilung Handschriften und Sondersammlungen, ms. El. f. 85, fol. 13v  

Margareta van York knielt voor de verrezen Christus, in: Le dyalogue de la ducesse de bourgne a ihu c(hri)st (Le dialogue de la duchesse de Bourgogne à Jésus Christ), navolger van Dreux Jean, Brussel, kort na 1468 - Londen, The British Library, add.ms. 7970, fol. 1v

Atelierkopie naar Rogier van der Weyden, Karel de Stoute, omstreeks 1454 - Berlijn, Staatliche Museen, Gemäldegalerie

Nicolas Reiser (?), Portret van Maria van Bourgondië, omstreeks 1500 - Wenen, Kunsthistorisches Museum, Gemäldegalerie

Keizer Maximiliaan I was de man van Maria van Bourgondië en de vader van Margareta van Oostenrijk. Naar Bernhard Strigel (omdtreeks 1465-1528), Portret van keizer Maximiliaan I, 1512-1517 - Wenen, Kunsthistorisches Museum, Gemäldegalerie

Renier Blokhuysen, De residentie van Margareta van York in Mechelen, gravure, 1727, in: Antonius Sanderus, Chorographia sacra Brabantiae, Den Haag, 1726-1727, vol. III:30 - Mechelen, Stadsarcief

Schilderijtjes die dienst deden als aanbeveling van de territoriale en strategische voordelen die een verbond met de geportretteerden met zich zouden meebrengen. Atelier van Pieter van Coninxloo (?), Diptiek met Filips de Schone en Margareta van Oostenrijk, omstreks 1495 - Londen, The National Gallery

Portret van Margareta van Oostenrijk als prinses, Zuidelijke Nederlanden omstreeks 1490 - Privé-verzameling


Meester Casper van Regensburg, Vrouw Minne's macht over mannenharten, omstreeks 1485 - Berlijn, Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett

Margareta van Oostenrijk in een medaillon met haar motto in: Jean Franco, La genealogie de l'empereur Charles Vème de ce nom, de don Fernande, roy d'Ongrie et celle de madite Dame, Zuidelijke Nederlanden, tussen 1527 en 1530 - Parijs, Bibliothèque Nationale de France, ms. fr. 5616, fol. 52

Margareta van Oostenrijk als koningin van Frankrijk - Wenen, Österreichische Nationalbibliothek,cod. 2625, fol. 3

De amazone Emilia zittend in een besloten tuin en gadegeslagen door Arcita ezn Palemone, in: Giovanni Boccaccio, Théséide, Bartélemy van Eyck en de Meester van de Gentse Boccaccio, Anjou, omstreeks 1460 - Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, cod. 2617, fol. 53

Speelstuk met portret van Margareta van Oostenrijk, stijl van Hans Kels, omstreeks 1535 - Wenen, Kunsthistorisches Museum, Kunstkammer

Niet alleen vorsten, ook vorstinnen, werden in de Zuidelijke Nederlanden door de steden ingehaald met 'joyeuses entrées' of Blijde Intreden. De feestelijke optocht met Juana (Johanna) van Aragon-Castilië bereikt de Grote Markt in Brussel, Brussel, omstreeks, 1496 - Berlijn, Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett, ms. 78d, 5 fol. 31

Conrad Meit (1470/1485-1550/1551), Portretbuste van Philibert II van Savoye, voor 1523 -  Berlijn, Staatliche Museen zu Berlin, Skulpturensammlung und Museum für Byzantische Kunst

Hans Kels de Oude (1480-1559), 32 speelstukken met didactische taferelen rond het thema vrouwenmacht, detail: Orpheus en Euridice, 1537 - Wenen, Kunsthistorisches Museum, Kunstkammer

Jean Lemaire de Belges in zijn werkkamer, in: Jean Lemaire de Belges, La couronne margaritique, Savoye, 1504-1505 - Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, cod. 3441

Margareta rouwend om de dood van haar echtgenoot Philibert II van Savoye, 1504-1505, in: Jean Lemaire de Belges, La couronne margaritique, Savoye, 1504-1505 - Wenen, Österreichische Nationalbibliohtek, cod. 3441, fol. 14v

De kroon der deugden, in: Jean Lemaire, La couronne margaritique, Savoye, 1504-1505 - Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, cod. 3441, fol. 116v

Conrat Meit, Grafmonument van Philibert II van Savoye, 1528-1531 - Bourg-en-Bresse, Monastère royal de Brou

Robert Peril, Stamboom van het Huis van Habsburg: fol. 17: Ferdinand, Eleonora, Catharina, Maria, Isabella (afgebeeld); fol. 16: Filips de Schone en Margareta van Oostenrijk, 1540 - Berlijn, Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett

Meester van de Magdalenalegende, Portret van aartshertog Karel als zevenjarige knaap, 1507 - Wenen, Kunsthistorisches Museum, Gemäldegalerie

Atelier van Bernard van Orley (omstreeks 1488-1541), Portret van Margareta van Oostenrijk als weduwe, omstreeks 1518 - Bourg-en-Bresse, Monastère royal de Brou

Residentie van Margareta van Oostenrijk in Mechelen: eretrap in de zuidelijke hofgevel

Cornelis Anthonisz (omstreeks 1505-1553), Koning Hendrik VIII van Engeland, Antwerpen, omstreeks 1540 - Amsterdam, Rijksmuseum, Rijksprentenkabinet

Cornelis Anthonisz (omstreeks 1505-1553), Koning Frans I van Frankrijk, Antwerpen, omstreeks 1540 - Amsterdam, Rijksmuseum, Rijksprentenkabinet

Robert Péril, De triomftocht van Keizer Karel V door Bologna na zijn kroning tot keizer door paus Clemens VII, (24 februari 1530), 1530 - Antwerpen, Museum Plantin-Moretus

Cornelis Anthonisz (omstreeks 1505-1553), Koningin Eleonore van Frankrijk, omstreeks 1540 - Amsterdam, Rijksmuseum, Rijksprentenkabinet

Conrat Meit, Grafmonument van Margareta van Oostenrijk, 1528-1531 - Bourg-en-Bresse, Monastère royal de Brou


Jan Gossaert, genaamd Mabuse (1478-1532), Hermaphroditus en Salmacis, omstreeks 1517 - Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen

Juan de Flandes, Het feestmaal van Herodes, omstreeks 1496-1499 - Antwerpen, Museum Mayer van den Bergh

Bladzijde met de beschrijving van panelen uit het altaarstuk voor Isabella van Castilië door Juan de Flandes, in: Inventaris van de bezittingen van Margareta van Oostenrijk in haar residentie in echelen, 9 juli 1523 - 17 april 1524
Titel: Jnuentaire des vaicelles d'or et d'argent et aultres joyaulx, tappisseries de drape d'or et d'orfeurerier, que aultres Riches tappisseries et painctures ensemble de tous aultres meubles estans et appartenant a ma tres redoubtee dame Madame madame Marguerite, archiducesse d'Austrice, ducesse et contesse de Bourgoigne, douairiere de Savoie, faite a l'expresse ordonnance et commandement de Ma dit dame (...) - Parijs, Bibliothèque Nationale de France, ms. Colbert 500, no. 128 fol. 76

Toegeschreven aan Erhard Schön (omstreeks 1491-1542), naar Georg Pencz (1500-1550), Sultan Süleyman de Grote en zijn echtgenote, na 1530 - Gotha, Stiftung Schloss Friedenstein, Schlossmuseum

Offermes met mozaïekversiering, Azteeks-Mixteeks, Mexico, omstreeks 1450-1521 - Londen, The British Museum

Mozaïekmasker, Azteeks-Mixteeks, Mexico, omstreeks 1300-1521 - Kopenhagen, The National Museum of Denmark, Etnographic Collections

Koraalstok op gipsen sokkel, Genua (?), tweede helft zestiende eeuw - Wenen, Kunsthistorisches Museum, Sammlungen Schloss Ambras

Tafelsiervat voor peper en zout, Afro-Portugees, Nigeria, eerste helft zestiende eeuw - Antwerpen, Etnografisch Museum

Conrat Meit, Mars en Venus, 1515-1520 - Nürnberg, Germanisches Nationalmuseum

Deze borstspeld in de vorm van een grote witte bloem is een heel bijzonder sieraad, niet alleen wegens de hoogstaande emailleertechniek, maar ook wegens de zeldzame roze toermalijn, Parijs, begin vijftiende eeuw - Oxford, The Warden and Fellows of All Souls College

Kam met ajourversiering, Noord-Frankrijk, omstreeks 1500 - Parijs, Musée National du Moyen Age - Thermes et hôtel de Cluny

Henricus Cornelius Agrippa (1486-1535), De nobilitate et praecellentia foeminei sexus, Antwerpen, 1529 - Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, Afdeling Bijzondere Collecties

Conrat Meit (1470/1485-1550/1551), medaillon met borstebeeld van Margareta van Oostenrijk, 1528 - Wenen, Kunsthistorisches Museum

Wandtapijt met het wapenschild van Los Cobos y Molina, Doornik, eerste helft zestiende eeuw - Mechelen, Verzameling Koninklijke Manufactuur De Wit

 


Auteur

Leen Huet is kunsthistorica en schrijfster. De kunsttheorie en artistieke kruisbestuiving tussen Italië en de Nederlanden in de zestiende eeuw hebben haar steeds geboeid. Zij publiceerde samen met Jan Grieten Belgisch Museumboek (1996) en Oude Meesteressen. Vrouwelijke kunstenaars in de Nederlanden (1998). Zij schreef ook essays, verhalen en een roman.


Herkomst van de illustraties

Alle illustraties komen uit de catalogus van de tentoonstelling Dames met Klasse. Margareta van York en Margareta van Oostenrijk, uitgegeven door Davidsfonds/ Leuven. Deze tentoonstelling werd georganiseerd in het kader van het evenement Mechelen 2005, Stad in Vrouwenhanden.


 

Dit magazine verschijnt naar aanleiding van de tentoonstelling Dames met Klasse. Margareta van York en Margareta van Oostenrijk Mechelen, Larnot™, 17 september - 18 december 2005.


 

aartshertogin Isabella, Adrianus VI, Aeneas, Anne de Bretagne, Aristoteles, Aubert David, Bernard van Orley, Boccaccio Giovanni, Bosch Jeroen, Bouts Dirk, Brandon Charles, Caxton William, Charles VIII, Christuskind, Colette van Corbie, Collard Mansion, de Beaujeu Anne, de Bousanton Jeanne, de Haynin Jean, de Iongh Jane, de Lalaing Antoine, de Pizan Christine, Dreux Jean, Dürer Albrecht, Edward IV, Eleonora en Catharina van Oostenrijk, Esther, Ferdinand van Aragon, Filips de Goede, Filips de Schone & Johanna van Castilië, Finet Nicholas, François I, Frederik III, Helena, Henry Tudor, Henry VII, Henry VIII, Hernàn Cortes, Huet Leen, Huis Fugger, Isabella van Castilië, Jacopo de' Barbari, Jan van Bourgondië, Jan zonder Vrees, Juan de Flandes, Karel de Grote, Karel de Stoute, Karel V, Keldermans Anthonis, Lajos van Hongarije, Lemaire de Belges Jean, Louis XI, Louis XII, Louis XVII, Louise van Savoye, Lunet Johan, Margareta van Oostenrijk, Margareta van Parma, Margareta van York, Maria, Maria van Bourgondië, Maria van Hongarije, Marmion Simon, Maximiliaan I, Meester van Maria van Bourgondië, Memling Hans, Meyt Conrad, Mme. de Segré, Neuteken, Nijenland Pierre, Phébus Gaston, Philibert II van Savoye, Richard III, Sforza Bianca Maria, Sint Anna, Süleyman de Grote, van Croÿ Willem, van der Vord Leyske, van der Weyden Rogier, van Eyck Jan, van Humbercourt Antoinette, Vilain Adriaan, von Nettesheim Cornelius Agrippa, Vrelant Willem, Warbeck Perkin, Willems Jan Frans, OKV2005, OKV2005.3