U bent hier

Alexander Archipenko Figuur met driehoekig voetstuk - Henri Laurens Oceanide

Alexander Archipenko Figuur met driehoekig voetstuk - Henri Laurens Oceanide
Alexander Archipenko, Figuur met driehoekig voetstuk, 1914, Brons, 76 x 20 x 15 cm, gesigneerd en gedateerd 1914.
 
 
Parallel met veranderingen en omwentelingen op wetenschappelijk technologisch en politiek gebied is in het begin van deze eeuw het kubisme ontstaan. In deze revolutionaire tijd vloog Blériot over het Kanaal, ontwikkelde Einstein de relativiteitstheorie, werd de wereldkaart door de oorlog gewijzigd en brachten de gebeurtenissen in Rusland diepgaande sociale veranderingen tot stand. Met die radicale ommekeer in het leven ontstonden ook artistieke vernieuwingen als het expressionisme, het kubisme en het futurisme. De doorbraak van de mathematische geest in deze twintigste eeuw heeft zich in het kubisme geuit in een analytisch denken, een uiteenrafelen en hergroeperen van vormen dat voor de beeldhouwkunst nieuwe wegen zou openen.
 
 
Toen Archipenko in 1908 in Parijs aankwam, was de groep die aan het kubisme zijn stootkracht zou geven, de 'Section d'Or', nog niet tot stand gekomen. Dit zou pas in 1912 gebeuren, toen kunstenaars als J. Villon, Braque, Picasso, Duchamp-Villon, Gris, Kupka en anderen zich in deze internationale groep verenigden.
 
 
In zijn Parijse periode tussen 1910 en 1920 heeft Archipenko zijn belangrijkste werken gemaakt. Hij was een der eerste om een bevredigende sculpturale oplossing te vinden voor wat het kubisme in de schilderkunst had ontdekt: de gelijkwaardigheid van hoger en lager liggende partijen, van positieve en negatieve vormen en het zichtbaar maken van ruimte. Grondvormen als driehoek, bol, kegel en balk worden in het menselijk lichaam teruggevonden en in een harmonisch samenspel van lijnen en vlakken tot een nieuw geheel samengesteld.
 
 
Archipenko noemt dit het 'kristalliseren' van vormen (zoals ook bij kristallen het geheel uit geometrische vormen is samengesteld). Rythmisch wisselen concave (holronde) en convexe (bolronde) massa's elkaar af. En hoewel het uitgangspunt voor Archipenko steeds figuratief blijft, gaat het in zijn oeuvre vooral om de uitgebalanceerde afwisseling en ordening van volumes die hij in een opwaartse beweging door scherpe lijnen verbindt.
 
 
Deze nieuwe weg van een fundamenteel herscheppen van de natuur in de beeldhouwkunst heeft ook Duchamp-Villon van het begin af aan ingeslagen. Ook anderen als Lipchitz, Zadkine en Laurens hebben niet geaarzeld zich hierbij aan te sluiten. De zuiver kubistische periode heeft evenwel niet lang geduurd en is niet in haar aanvangsformule verstard. Ze heeft voldoende doorgewerkt om verdere evoluties mogelijk te maken. leder der voornoemde kunstenaars ontwikkelde een boeiend oeuvre, op basis van zijn eigen ervaringen met de vormentaal van het kubisme.
 
 
In de vroegste kubistische reliëfs van Henri Laurens contrasteren rechte en hoekige lijnen met frivole details. Strengheid en spel weerspiegelen ingehoudenheid en lyriek.
 
 
Maar tegen 1921 zijn bij Laurens de scherpe kanten van het kubisme afgesleten en gaat hij zich steeds meer toeleggen op het afronden van contouren waardoor levendige vormen ontstaan, vol van beweging en zonder enige weekheid.
 
 
Dit verdient wel nadruk: een werk van Henri Laurens als 'Oceanide' is niet in de eerste plaats de voorstelling van het menselijk lichaam maar vooral een compositie van 'lege en volle' volumes, waarin de vorm gegeven ruimte een belangrijke rol vervult. De rythmische opbouw van het beeld vindt zijn oorsprong in de golven. De centrifugale krachten worden in een vloeiende beweging via de ledematen en een onderaan geplaatste gestyleerde schelp weer naar het midden, naar het lichaam gevoerd. De beweging stroomt dus niet uit in het niets maar is een kracht die vernieuwing zoekt in zichzelf. Vanuit die innerlijke stuwkracht wordt de ene vorm als vanzelf uit de andere geboren, wordt de ene lijn als vanzelf door de andere voortgezet.
 
 
Het beeld herinnert aan de zee waar de ene golf zonder schok of stoot op de andere volgt en weer in het water verdwijnt.
 
 
Het geheel heeft een volheid van inhoud die aansluit bij de volheid van vorm. Laurens zoekt zoals hij zelf zegt 'rijpere vormen, vormen die zo boordevol levenskracht zijn dat hier nauwelijks nog iets aan zou kunnen worden toegevoegd'.
 
 
Het poëtische en tegelijkertijd weelderige van zijn vormentaal geeft zijn stevige plastieken een ontroerende kracht.
 

Alexander Arohipenko werd geboren te Kiew in 1887 en overleed te New-York in 1964. Van 1902 tot 1905 volgde hij schilder- en beeldhouwlessen aan de Kunstacademie te Kiew. In 1906 was hij in Moskou en in 1908 te Parijs, waar hij voor korte tijd leerling was aan de Ecole des Beaux-Arts. Dit onderricht bevredigde hem niet en hij besloot de kunstwerken in de musea zelf te bestuderen. In 1910 opende hij een kunstacademie. Hij verbleef tijdens de oorlog 1914-1918 te Nice, en keerde daarna terug naar Parijs. Van 1921 tot 1923 was hij in Berlijn en richtte ook daar een kunstschool op. Hij ging in 1923 naar de Verenigde Staten, waar hij in 1928 het staatsburgerschap kreeg. Zijn kunstpedagogische bedrijvigheid manifesteerde zich weerom in een eigen school en in tal van lessen aan Amerikaanse academies. Archipenko is steeds op zoek geweest naar creatieve vernieuwing in vormgeving en materiaal en heeft hierover ook gepubliceerd.


Henri Laurens werd geboren te Parijs in 1885 en overleed aldaar in 1954. De eerste vakkennis deed hij op in een decoratieatelier, terwijl hij avondlessen nam in tekenen in de cursus van de zgn. 'Père Perrin'. Hij voelde zich sterk aangetrokken tot het werk van Rodin. In 1911 raakte hij bevriend met George Braque en via hem met de andere vertegenwoordigers van de kubistische beweging waar hij zich bij aansloot. Hij tekende ook zeer veel en maakte boekillustraties.